Hillary laat Trump ontsnappen  

 

Je moet er wel vreemde politieke denkbeelden op na houden om Donald Trump aan te wijzen als de winnaar van het eerste tv-debat tussen  de presidentskandidaten van de Democratische en Republikeinse partij. Hillary Clinton was in vrijwel elk opzicht de meerdere van haar rivaal. Maar eigenaardige denkbeelden over de politiek zijn menige Amerikaan niet vreemd.

Al het eerste presidentiële tv-debat ooit, dat tussen John Kennedy en Richard Nixon, draaide uit op een verrassing. Kennedy won het debat en het presidentschap, omdat Nixon een beetje ziek was en tijdens het debat wit en  transpirerend niet op zijn gemak zat te zijn, terwijl Kennedy zijn onervarenheid met jongensachtig aplomb wist te verbergen. Mensen, die het debat op de radio hadden gevolgd, kozen in grote meerderheid voor Nixon.

Zelf heb ik het grote debat tussen Jimmy Carter en Ronald Reagan in 1980  in Cleveland (toen ook al 80 miljoen kijkers) in de zaal bijgewoond. Verder lezen

Donald Trump: van bullebak tot lichtgewicht

 

Je moet na het eerste live-tv-debat tussen de Amerikaanse presidentskandidaten wel blind en doof zijn om vol te houden dat de Republikein Donald Trump de juiste bewoner voor het Witte Huis is, als opvolger van Barack Obama. Hij had geen schijn van kans tegen zijn Democratische rivale, Hillary Clinton. En op de momenten dat Trump wèl had kunnen scoren liet hij dat bijna amateuristisch achterwege. Zoals over de e-mailaffaire van Clinton (zij gebruikte haar privé-computer voor staatsgevoelige correspondentie). ‘Dat was fout, dat gebeurt niet meer en ik neem alle verantwoordelijkheid’, reageerde Clinton gedecideerd. En daarmee was voor Trump de kous kennelijk af.

Hij liet zich in een hoek drukken toen het ging over zijn jarenlange twijfel of Obama wel Amerikaans staatsburger is, over zijn aanvankelijke steun aan de oorlog in Irak en vooral over zijn belastingaangifte. Het is traditie dat presidentskandidaten (vrijwillig) alle relevante informatie geven over hun aangifte maar Trump weigerde dat en paste in het debat een genante ontwijkingstactiek toe om niet op die vraag te hoeven antwoorden.

 

Aanvankelijk verliep het debat gelijkopgaand, bijna tam. Maar al snel werd duidelijk dat Clinton – in tegenstelling tot Trump – uitstekend was voorbereid zodat hij, noodgedwongen,  terugviel op zijn bekende aanpak van hard roepen en niks zeggen. Hoofd schudden, opvallend veel slokjes water, bijna gefluisterde tegenwerpingen en interrupties: Trump was zichzelf niet. Of misschien juist wel? Een lichtgewicht. Verder lezen

Paus Franciscus: Journalisten moeten vooral eerlijk zijn

 

‘De journalistiek is een fundamenteel onderdeel van een onafhankelijke en pluriforme samenleving. Daarom is het juist in deze tijden van groot belang dat journalisten de angst onder de bevolking voor de vluchtelingen en immigranten niet aanwakkeren. De mensen banger maken dan ze al zal zijn is een vorm van terrorisme’, zei paus Franciscus toen hij onlangs zo’n 400 Italiaanse journalisten in het Vaticaan ontving en een paar opmerkelijke kanttekeningen bij het vak journalistiek plaatste.

Dat woorden kunnen doden, zoals de paus memoreerde, is al langer bekend. Dat journalisten carrières kunnen maken en breken is ook niets nieuws. Kritiek is volgens de paus legitiem, als het maar gebeurt met respect voor de betrokkenen. De journalistiek mag volgens Franciscus geen (verbaal) vernietigingswapen zijn of worden. ‘Journalisten mogen hun invloedrijke beroep nooit misbruiken om mensen of staten kapot te schrijven’.

 

Weinig beroepen hebben zo’n grote maatschappelijke invloed als de journalistiek en dat vraagt om evenredig groot verantwoordelijkheidsbesef, vindt Franciscus en hij knoopte daar meteen een minicollege over journalistieke ethiek aan vast. Geruchten zijn nooit een solide basis voor een goed verhaal. ‘Nooit iets schrijven waarvan je zelf weet dat het niet waar is. Het gaat er niet om of je gelovig bent, het gaat er op de eerste plaats om dat je eerlijk bent, tegenover jezelf en anderen’.

 

‘Ik weet wel dat het in de voortdurende hectiek van uw werk, elke dag de klok rond, zeven dagen in de week, soms lastig is diepgaand naar de waarheid te zoeken. En toch moeten journalisten dat onvermoeibaar blijven doen’. Ondanks, en juist vanwege alle werkdruk moet elke journalist, volgens paus Franciscus, regelmatig de tijd nemen voor bezinning over drie wezenlijke dingen in zijn/haar beroep: de waarheid lief te hebben, professioneel in het leven  te staan en doorlopend de menselijke waarde in acht te nemen.

 

”Niets is zwart-wit. Er zijn talloze tinten grijs die het verschil kunnen maken bij het schrijven van een verhaal. U moet uw beroep en u zelf niet ondergeschikt maken aan politiek en economie. Journalisten moeten meer oog en oor hebben voor de sociaal-maatschappelijke omstandigheden van mensen. De burgerij is immers een wezenlijke pijler van de democratie. Het is niet zo verwonderlijk dat dictaturen van allerlei snit sinds jaar en dag altijd en allereerst  proberen de media in hun macht te krijgen en journalisten te muilkorven’.

 

De journalistiek zou, volgens Franciscus, een instrument voor opbouw moeten zijn, verzoeningsprocessen moeten bevorderen, helpen een cultuur van ontmoeting en dialoog op te bouwen. ‘Journalisten kunnen hun lezers, luisteraars en kijkers er doorlopend op wijzen dat er geen conflict in de wereld is dat niet door mensen van goede wil kan worden opgelost’.

 

 

 

 

 

Reünie

 

Marcel Verreck

 

Kijk ons daar nou lopen

Voor de allerlaatste keer

We doen de schooldeur open

En de geuren van weleer

Die ooit binnen zijn gekropen

Ruiken we nu weer

Straks gaan ze alles slopen

Ze halen alles neer

 

Paul Pleijsier en ik hebben een lied gemaakt dat ‘Reünie’ heet en we zijn op onze oude school om beelden te schieten voor het bijbehorende clipje. Paul is sinds zijn eindexamen nooit op het VCL terug geweest, ik woon dichterbij en ben beter op de hoogte van de stand van zaken.

Maar zoveel is er gek genoeg niet veranderd aan de Van Stolkweg. De bomen zijn een stuk hoger, er is nog maar één leraar van wie we les hebben gekregen en de ingang is verplaatst naar het schoolplein, waar Paul verrast wordt door een nieuwe uitbouw.

Binnenkort zal alles anders zijn, want inderdaad, de school wordt gesloopt, op de oude villa na. De nieuwste rector toont de tekeningen van het komende gebouw, het ziet er vertrouwd uit. De leerlingen wijken twee jaar uit naar het ontruimde Aloysiuscollege. Verder lezen