Hoever gaat ouderliefde?

 

De dood is dichterbij dan ik mij ooit herinner. Hoewel ik kort voor de Tweede Wereldoorlog geboren ben, heb ik als kind de dood vooral als iets van anderen ervaren – ik leefde als kind gelukkig in Groningen waar ik geen honger leed. Pas na de oorlog begon ik mij de ellende van vier jaar bezetting en de holocaust te realiseren, wat ik daarna nooit ben kwijtgeraakt, maar wat niettemin de dood op afstand betekende. Ook heb ik alles over HIV doden en Ebola, evenals alle oorlogen in Vietnam, Korea, Irak, Kosovo en wat er zich verder in de gewelddadige wereld afspeelde en nog steeds afspeelt, waargenomen en het emotioneert mij – maar het is altijd de dood op afstand. Zelfs 9/11 speelde zich elders af. Het was de dood van anderen, niet van mijzelf. COVID-19 heeft de dood voor mij reëel gemaakt.

Een goede vriend legde mij een dilemma voor, waardoor de dood plotseling op de stoep stond. Zijn kinderen en kleinkinderen vroegen of zij deze zomer mochten komen logeren in hun huis op het platteland, omdat zij niet met vakantie wilden gaan naar het buitenland in verband met het virus. Nu is het zo dat de kinderen zich wel degelijk bewust zijn van het gevaar, maar met de twee kleinkinderen is het andere koek. Twee jongens van vijftien en achttien jaar. Met name de oudste viert uitbundig feest omdat hij is geslaagd voor zijn eindexamen. Zoals zijn vader het verklaart: ‘De jeugd gaat niet op 1,5 meter met elkaar om, dat is gewoon een gegeven. En ze voelen zich redelijk veilig met het idee dat ze het niet kunnen krijgen. Bovendien zijn de regels niet overtuigend. Sporten met contact zonder anderhalve meter is toegestaan, daarbuiten mag het niet.’ Verder lezen

# BLACK LIVES MATTER

 

Ik ben wit en daarmee bevoorrecht. Natuurlijk bestaat white privilege. Die keer dat ik, net afgestudeerd, tegelijk met een zwarte mevrouw binnenkwam bij de sociale dienst op de afdeling hoger opgeleiden en de beambte tegen mij zei: “Neemt u plaats”, en tegen haar: “U bent op de verkeerde afdeling. Dit is voor hoger opgeleiden.” Of toen de tram op de Scheveningseweg onze oppas bij de halte, wit, dat wel, maar met een hoofddoek, wéér voorbij was gereden. En nee, ik word nooit op straat of bij de douane aangehouden, en ik kan uittekenen wie wel.

 

Dus ik ben bevoorrecht. En ik begrijp dat je woedend wordt als ze je discrimineren om je huidskleur of achternaam. In het onderwijs, op de arbeidsmarkt, op straat, in de rij, in een grote auto. En iedere keer weer. En ja, er is sprake van institutioneel racisme in dit land. En dat is ontoelaatbaar. En als er niks verandert, dan wordt je militant, ook dat begrijp ik.

 

Maar soms begrijp ik dingen niet. Waarom wordt Ron Jans ontslagen als hij meezingt met een hitje waar het woord nigger in voorkomt? En dat in een land waar de praktijk van alle dag – institutioneel politiegeweld, soms met dodelijke afloop, tegen zwarten, George Floyd, maar velen gingen hem voor – absoluut racistisch is, maar de politieke correctheid in het spraakgebruik tot in het extreme is doorgevoerd? En waarom moeten standbeelden tegen de vlakte? Dat is iets voor religieuze fanaten als de protestanten in Nederland in de 16e eeuw of IS in Syrie. Kunnen wij de geschiedenis gewoon blijven bespreken? Met alle tekortkomingen van onze voorouders? Misschien kunnen we er iets van leren. En ook al ben ik wit en geprivilegieerd, toch wil ik gewoon meedoen met het debat. Zonder elke keer op ieder woord te moeten passen.

 

China toont zijn ware gezicht

 

Met een sluwheid waartoe alleen een dictatoriaal geleid land in staat is, heeft China afgelopen week de vrijheid in Hong Kong met één slag om zeep geholpen. De Chinese communistische partij kondigde in mei aan dat zij voor Hong Kong met een nieuwe veiligheidswet zou komen onder het mom om de rust in de stad te herstellen. Zakenlieden die gebaat zijn bij rust in Hong Kong en het idee toejuichten, werden opgeroepen om de lof te zingen van Pekings ingreep. Terwijl zij dat deden, wisten zij echter nog helemaal niet wat die wet precies inhield. Ook toen het Chinese volkscongres – het nepparlement dat president Xi Jinping gebruikt om aan zijn besluit over de veiligheidswet een democratisch tintje te geven -, op 30 juni met de wet akkoord ging, hielden de Chinezen de (naargeestige) bijzonderheden van de nieuwe wet geheim.

Het eigen wetgevend parlement in Hong Kong, vrijwel geheel samengesteld door leden die al op de hand waren van Peking, werd evenmin gekend in de opzet van de wet. Maar op 1 juli, de dag dat deze onmiddellijk van kracht werd, bleek hoe streng ze was. Het bewaken van de veiligheid in de stad is nu een volledig Chinese aangelegenheid geworden, toevertrouwd aan een hardliner die in China zelf zijn effectiviteit heeft bewezen door onrust in Wuhan de kop in te drukken. Door deze bevoegdheid is de nieuwe wet in flagrante strijd met de overeenkomst die China en het Verenigd Koninkrijk in 1997 ondertekenden bij de overdracht van de soevereiniteit van Hong Kong aan China. Hong Kong kende onder Brits bestuur geen democratie, maar de vrijheden die de stad onder haar bewind kende zouden in stand blijven, waaronder misschien wel het allerbelangrijkste, onafhankelijke rechtspraak gebaseerd op het Britse recht als garantie tegen een willekeurige staatsmacht. Verder lezen

Johan Derksen? Incident of serieus probleem

 

Gezegend is het land, waar in barre tijden van ernstige gezondheidsproblemen en economische neergang een flauwe grap van een oubollige voetbalcommentator wekenlang het nieuws domineert. Johan Derksen, voornaam lid van een praatprogramma over voetbal, maakte een grap over een zwarte rapper, die zich na een indrukwekkend betoog over racisme had verstout iets buitengewoon onvriendelijks te zeggen over zwarte piet. Akwasi, zoals de rapper heet, was er snel bij om zijn verontschuldigingen aan te bieden, maar Derksen nam hem in zijn praatprogramma Veronica Inside onder vuur. Bij een foto van zwarte piet vroeg hij zich af of de regie zeker wist dat het Akwasi niet was. Flauwe grap, maar zonder de huidige enorme aandacht voor racisme zou het nauwelijks een rimpeling hebben veroorzaakt. Er worden wel heftiger dingen beweerd in dit praatprogramma.

De gevolgen waren in dit geval pittig. Weldenkend Nederland viel over Derksen heen, adverteerders trokken zich terug, grote ruzie bij deelnemers en makers van het programma. Wat bovendien opviel was dat in brede kring tot vervelens toe werd geroepen dat Derksen geen racist is. Verder lezen

Ramp dreigt voor Berlijnse horeca

 

Het zou 32 graden worden afgelopen zondag en dus zette ik met een vriendin koers naar de Schlachtensee, een van de vele meren die de stad rijk is. Het is een populaire plek. Kinderen vermaken zich in de speeltuin, men zwemt en ligt te zonnen, en dit alles staat in het teken van een mooie horecagelegenheid van het wijnhuis  Lutter&Wegner. Langs het water een Biergarten met lange banken en zelfbediening, iets hoger gelegen een elegant restaurant met enorm terras, de Fischerhütte.

We hadden gereserveerd, want normaal gesproken kun je daar op een stralende zondagmiddag moeilijk terecht. Sinds half mei zijn de restaurants in Berlijn weer open, tafels op gepaste afstand van elkaar, naam en telefoonnummer achterlaten, bediening met mondkapjes. Ik ben iemand die veel en graag uit eten gaat en op terrassen zit, en het is opvallend, je krijgt tegenwoordig altijd een plaats. Want ondanks de versoepeling is meestal maar een derde van de tafels bezet.

Waar ligt dat aan? Durven mensen het risico niet aan? Vinden ze het niet gezellig? Hebben ze door zaken als arbeidstijdverkorting en werkloosheid geen geld om erop uit te gaan? Of hebben ze er bezwaar tegen hun gegevens achter te laten? Mij interesseert dat niets, het is alleen voor het geval zich een besmetting voordoet, dus dat lijkt me vooral verstandig. Maar zo denkt niet iedereen erover. Mensen in mijn omgeving die de DDR nog hebben meegemaakt voelen er meestal niets voor en ook sommige jongeren (zowel Nederlandse en als Duitse) ervaren het als een schending van hun privacy of `voelen zich een misdadiger´, las ik. Verder lezen