Wereldwijde polarisatie kenmerkt vandaag de politiek

 

Uitermate vertrouwd als zij was met de oude geschiedenis profeteerde de Franse schrijfster Marguerite Yourcenar ooit als een onontkoombaar noodlot: “Er zijn goede en er zijn slechte tijden.” En vandaag de dag kunnen we zonder meer spreken van slechte tijden, ook al gaat het velen, misschien wel de meerderheid in onze contreien, in persoonlijk opzicht helemaal niet slecht.

Maar dit zijn slechte tijden. Ga maar na, als we naar de voornaamste internationale politieke ontwikkelingen kijken van dit moment. De Amerikaanse Donald Trump werd vorige week vrijgesproken in het afzettingsproces dat politiek Washington de afgelopen maanden bezig hield. De remmen die de founding fathers van de Amerikaanse republiek bedachten bij de opstelling van hun grondwet om de dragers van de uitvoerende macht in bedwang te houden bleken niet te werken. De Amerikaanse senaat die in meerderheid bestaat uit Republikeinen die voor hun herverkiezing volgend jaar van Trump afhankelijk zijn, sprak Trump gewoon vrij, zelfs al was bij de minst welwillende lezing van de betreffende grondwetsartikelen toch zonneklaar dat hij fout gehandeld had. De senaat die in de afzettingsprocedure de doorslaggevende rol speelde, kon onmogelijk als een onpartijdig forum fungeren om Trump tot aftreden te dwingen. Verder lezen

Geef mij maar echte robots

 

Als je een robot wat vraagt krijg je antwoord. Als hij belooft terug te bellen doet hij dat ook. Meestal is de voorgestelde oplossing correct. Bij halve robots is het een kwestie van geluk hebben. Halve robots, en dan bedoel ik mensen van vlees en bloed die helpdesks en callcentra bemannen, weten vaak niks, mogen niks en kunnen niks. Behalve zich vastklampen aan een protocol.

 

Yuval Harari zei deze week bij Adriaan van Dis dat robots intelligenter zijn dan mensen, maar dat ze geen bewustzijn hebben. Prima toch, dacht ik. Houden zo. De halve robots mogen dan wel over een bewustzijn beschikken, maar ze gebruiken het verkeerd of schakelen hem uit. De toeslagenaffaire is er het meest sprekende voorbeeld van. En iedereen die wel eens een bankpasje moet vervangen, of een schade moet melden of de gemeente aan de lijn wil krijgen, kan ervan meepraten.

 

Het spotje over de paarse krokodil, wie herinnert het zich niet? Dat dateert uit 2005. Sindsdien het verschijnsel alleen maar erger geworden. Het spotje was afkomstig van Ohra en werd vorig jaar nog eens herhaald. Laat ik nu precies 3 maanden bezig zijn met een akkefietje met datzelfde Ohra. ‘We gaan het uitzoeken. We bellen u terug’. Mooi niet.

 

Een robot kan je programmeren. Je kunt hem een soort afgeleid bewustzijn meegeven. Je kan hem zo instrueren dat hij de empathische kant opgaat als de klant het kennelijk moeilijk heeft. Of een pauze inlast. Of een ingewikkelde kwestie voorlegt aan een deskundige en een dag later terugbelt. Daar kunnen de halve robots van de Belastingdienst nog wat van leren. Als ze zin hebben. En als het mag van het protocol.

Requiem voor de cassière  

Consumentencolumnist (van de krant en de tv) Teun van de Keuken sprak zijn mede-consumenten laatst vermanend toe: zelfscannen in de supermarkt is uitsluitend voor mensen die tijdens hun ronde langs de schappen gewapend met scanpistool ieder geselecteerd product terstond scannen, in hun boodschappentas doen en tenslotte bij de zelfscankassa alleen nog het totaalbedrag hoeven voldoen. Zo ontstaan er geen rijen. En dat is het ultieme doel van het zelfscannen. Volgens onze consumentencolumnist.

 

Nu was de regel – al ver vóór de zelfscan – dat als er drie klanten in de rij stonden een volgende kassa openging. Dat werkte – de boodschappenspits daargelaten – doorgaans prima. Dus ‘rijen voor de kassa’ was niet het probleem dat het zelfscannen moest oplossen. Wat wel? Duh, de winstmarges van de bedrijven. En winstmarges kun je op twee manieren vergroten: door de opbrengsten te verhogen (duurdere producten; de concurrentie kijkt handenwrijvend toe) of de kosten verlagen: bijvoorbeeld door cassières weg te bezuinigen uit het systeem. Weer een baankans verkeken voor jongeren voor wie verder misschien niet zo heel veel plekken op de arbeidsmarkt overblijven.

 

Dus daar staat de goedwillende consument bij de ingang van de supermarkt. Hij kijkt naar de kassa’s met echte mensen erachter en de zelfscankassa’s en schat in: overal ongeveer even druk. Geen pistool dus, want daarmee is je keuze verkeken, maar boodschappen inladen in het mandje en naar de kassa als de mevrouw erachter op je zit te wachten. En door naar de zelfscan als het toch drukker bij de echte cassière is geworden. Dan maar zelf die boodschappen een voor een scannen.

 

En misschien is de meest sociale consument nog wel de consument die helemaal niet alle opties openhoudt, maar tevoren, welbewust, kiest voor baanbehoud van die aardige jongens en meisjes die je aan de ouderwetse kassa treft.

 

Marieke Bolle

In ongenade

 

Deze maand is het weer zo ver: het jaarlijkse filmfestival Berlinale drukt zijn stempel op de stad. Voor de 70ste keer kan Berlijn genieten van rode lopers, limousines, recepties en een tsunami van internationale journalisten en vertegenwoordigers van de filmwereld. Honderden mensen zullen steeds dapper kou en regen trotseren bij theaters en hotelingangen, om een glimp te kunnen opvangen van een beroemdheid.

Een nieuw duo heeft de leiding van het spektakel op zich genomen. Carlo Chatrian heeft de artistieke leiding, onze landgenote Mariette Rissenbeek is verantwoordelijk voor de zakelijke kant. En ze hebben meteen al een vuiltje weg te werken, want volgens de gerenommeerde krant Die Zeit was de gevierde eerste chef van het festival, Alfred Bauer, in de nazitijd een `ijverige SA-man´ en een belangrijke culturele functionaris, onder meer in de beruchte Reichsfilmintendanz.

De nieuwe festivalleiding schrok zich uiteraard kapot en besloot meteen de naar Bauer genoemde prijs voor `nieuwe perspectieven in de filmkunst´ in ieder geval dit jaar niet te verlenen. Onafhankelijk historisch onderzoek moet nu uitwijzen of de publikatie in Die Zeit klopt, verklaarde Rissenbeek, maar ook zij vindt het nu al onwaarschijnlijk dat er ooit weer een prijs naar Bauer wordt vernoemd. In plaats daarvan kun je je voorstellen dat er een speciale jury-prijs wordt ingevoerd, net als op andere grote festivals, zei Chatrian. Hij vond het nog te vroeg voor definitieve conclusies. `Maar natuurlijk heeft dit zijn uitwerking op het festival, op de stad, op ons allemaal. De geschiedenis van de Berlinale is ook de geschiedenis van Berlijn.´

Bauer is niet de enige grootheid die dezer dagen ontmanteld wordt. Ook Paul von Hindenburg (1847-1934) moet eraan geloven. Verder lezen

Voor de familie Lasdun kwam de bevrijding van Auschwitz te laat  

 

Sinds 1999 geef ik jaarlijks een paar dagen college aan de Universiteit Hamburg. Na het ontbijt loop ik van mijn hotel in de Johnsallee naar het universiteitsgebouw in de Sedanstrasse. Een wandeling van een kwartiertje die me over de Grindelallee voert, een lange straat met winkels en flatwoningen erboven. Voor de meeste portieken liggen, tussen de grote trottoirtegels, één of meer glimmende messing tegeltjes van 10 bij 10 centimeter die ‘Stolpersteine’ (struikelstenen) worden genoemd.
De Duitse kunstenaar die de stenen heeft ontworpen, Gunter Demnig, heeft die naam eraan gegeven omdat je er figuurlijk over struikelt met je hoofd en je hart, en omdat je moet buigen om de tekst erop te lezen. Op ieder steentje staat de naam van een persoon, zijn of haar geboortejaar, het jaar waarin hij of zij is gedeporteerd en (indien bekend) het jaar waarin hij of zij is vermoord.
De afgelopen twintig jaar heb ik er heel veel gelezen, maar er is één groepje Stolpersteine dat mijn aandacht trok: zes steentjes van de familie Lasdun.
Het was me wel bekend dat tussen 1933 en 1938 zo’n 25.000 tot 35.000 Joden naar Nederland zijn gevlucht, in de hoop de vervolging in Duitsland te kunnen ontlopen, maar nu las ik op die steentjes de namen van een familie die deel had uitgemaakt van die groep vluchtelingen. De vader was in 1935 vanuit Hamburg naar Holland gevlucht en zijn echtgenote en hun vier kinderen waren hem in 1938 gevolgd. Misschien is op internet meer over hen te vinden, zo vroeg ik me af. Mijn speurtocht leverde het volgende op.

Vader Josef Lasdun werd geboren op 6 december 1878 in Schatzk (Wit-Rusland), zijn echtgenote Aurelia Lasdun-Kaplan op 25 oktober 1889 in Memel (Duitsland, tegenwoordig ligt die stad in Litouwen en heet die Klaipèda). Hun vier kinderen zijn in Hamburg geboren: Sophie Gertrud op 29 juli 1914, Sulamith op 18 november 1918, Charles op 7 juni 1920 en Fanny op 31 mei 1924. Nadat ze uit Hamburg waren gevlucht hebben ze gewoond in Rotterdam, onder andere aan de Provenierssingel nummer 29. Deze familie behoorde dus tot de ongeveer 12.000 Joden die voor 1940 in Rotterdam woonden en waarvan ruim 80 procent door het Naziregime is vermoord. Ergens tussen 30 juni en begin oktober 1942 is de familie Lasdun vanuit ’Loods 24’ (een entrepot van de voormalige Gemeentelijke Handelsinrichtingen aan de Stieltjesstraat in Rotterdam) via Westerbork gedeporteerd naar Auschwitz. Daar zijn op 9 november 1942 vader en moeder Lasdun en Sophie, Sulamith en Fanny vermoord. Op 30 april 1943 onderging Charles hetzelfde lot.
Op 27 januari 1945 (vandaag 75 jaar geleden) werden in Auschwitz ongeveer 7.500 uitgeputte en doodzieke overlevenden bevrijd door het Rode Leger van Rusland. De Poolse historicus Franciszek Piper schat dat alleen al naar Auschwitz 1,3 miljoen mensen (naast Joden ook Roma, Sinti, andere etnische minderheden en Russische krijgsgevangen) zijn gedeporteerd, waarvan 1,1 miljoen het niet hebben overleefd. Voor die slachtoffers, waaronder de naar Nederland gevluchte familie Lasdun, kwam de bevrijding te laat.