De blijmoedige leugenaar

 

De stad Den Haag is een mooi decor voor boeiende literaire verbeelding. Daar zijn veel voorbeelden van. Louis Couperus muntte het genre. Hij heeft de ‘Haagse roman’ geleid op de tocht omhoog, de literaire Olympus op. Illustere namen te over. Theo Monkhorst is er een van. Vuil bloed was zijn eersteling op dat Haagse podium. Dit voorjaar verscheen De blijmoedige leugenaar.

Het is een vrije pastiche van de handel en wandel rondom een nieuwe, heftig betwiste cultuurtempel in het centrum van de stad en dus niet een documentaire in romanvorm over het gedoe rond het Spui. Want Monkhorst heeft een ander doel. Hij brengt in een fictieve context de leugenachtigheid in beeld die de politiek hanteert bij het realiseren van plannen en het bevorderen belangen. Dat doet hij op een spannende manier. De blijmoedige leugenaar is dan ook wat Amerikaanse uitgevers in hun marketing een page turner noemen.

Theo Monkhorst kent de wereld van de politiek als ervaringsdeskundige. Hij was jarenlang een grote speler in de Haagse gemeentepolitiek en is daar nog altijd aanwezig en strijdbaar; als een politieke libero om in voetbaltermen te spreken, wat overigens niet Monkhorsts referentiekader is. De wethouder Tiddo Helpman van Cultuur is de centrale maar fictieve figuur van het boek. Hij, noch andere acteurs, zijn één op één direct terug te voeren op bestaande spelers in het politieke drama. Maar brokstukken van het handelen of nalaten zijn heel herkenbaar. Het is dus een schervengericht, onderhoudend en grimmig tegelijk, een met opzet vals gestemd lied van schijn en wezen.

Met als antagonist van Tiddo de kunstenaar Lux, tegenpool dus, maar vooral voor de Bühne. Ook een acteur derhalve en even leugenachtig als het erop aankomt. Er wordt door beide heren tijdens hun gesprekken gedaan aan wederkerig karakteronderzoek. Er is boosheid. Lux voert de tegenstanders van het cultuurpaleis aan, maar tussen de wijsgerige bedrijven door gaat het de heren vooral om vele varianten op het thema “Was will das Weib”. En dat geldt dan in het bijzonder Kasja, de vriendin van de kunstenaar, maar vooral ook lustobject. Het blijkt alle politieke culturele urgentie ten spijt toch vooral om het libido van de dramatis personae te gaan. Er wordt dan ook gerampetampt dat het een aard heeft.

De originele plot ga ik hier natuurlijk niet verklappen. Ik heb me weer zeer geamuseerd met Monkhorsts karakteristieken van fameuze Haagse hotspots als De Posthoorn, De Witte, Hotel Des Indes of Pulchri, het onderkomen van al die kunstenaars, aan het Lange Voorhout wereldberoemd dan wel miskend. Want Theo Monkhorst mag dan wel een telg zijn van het wijde Groningse land, hij is daarbij tevens zoetjesaan Hagenaar geworden. Dat heeft hij dan weer gemeen met de grote Louis Couperus zelf die aan het slot van het boek trouwens nog een verrassende gastrol vervult als epiloog in het hiernamaals.

Een mooi boek bij een koel glas op een zoele avond in de late lente.

 

Deel dit berichtShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone
Han Mulder

Han Mulder

Han Mulder (1935) is journalist en columnist. Hij was o.m. hoofdredacteur van het Leidsch Dagblad, reportageredacteur van Het Parool, werkte voor radio en televisie (o.m. Met het Oog op Morgen, Den Haag Vandaag en Brandpunt), schreef een wekelijkse column in Haagsche Courant en GPD-bladen. Hij verzorgt momenteel een column in het Archeologie Magazine en is lid van de redactie van de Internationale Spectator.
Han Mulder

Latest posts by Han Mulder (see all)

Over Han Mulder

Han Mulder (1935) is journalist en columnist. Hij was o.m. hoofdredacteur van het Leidsch Dagblad, reportageredacteur van Het Parool, werkte voor radio en televisie (o.m. Met het Oog op Morgen, Den Haag Vandaag en Brandpunt), schreef een wekelijkse column in Haagsche Courant en GPD-bladen. Hij verzorgt momenteel een column in het Archeologie Magazine en is lid van de redactie van de Internationale Spectator.