Alle berichten van Dick Toet

Over Dick Toet

Dick Toet (1942) is zijn hele loopbaan werkzaam geweest in de dagbladjournalistiek. Hij was onder meer parlementair redacteur (Brabant Pers), vijf jaar correspondent in de USA (Zuid Oost Pers) en bijna twintig jaar lid van de hoofdredactie van de Haagsche Courant

Politiek lijdt aan beeldvorming

 

Beeldvorming heeft natuurlijk altijd een rol gespeeld in de politiek, maar door televisie en sociale media is het belang ervan ontegenzeglijk groter geworden. In mijn eerste jaren als parlementair redacteur voor een groep dagbladen in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw was beeldvorming nog geen zaak van groot belang. Er was wel enige zorg over de askegels die geregeld op het pak van Joop den Uyl terechtkwamen, binnen de PPR werd stilletjes de vraag gesteld of de aardappel in de keel van aanvoerder Bas de Gaay Fortman geen afbreuk deed aan het imago van de partij. En binnen de PvdA was er enerzijds bewondering voor het spijkerpak van staatssecretaris Jan Schäfer (‘in straaljagers kun je niet wonen’), maar men was ook bevreesd dat deze uitmonstering de partij een wat al te populistisch imago zou geven. Natuurlijk waren politici er ook toen op uit om zich zo voordelig mogelijk te manifesteren, maar het debat werd er geenszins door gedomineerd.

Pas toen ik eind jaren zeventig correspondent in Amerika werd, kwam ik in aanraking met de uitwassen van het perfectioneren van het politieke plaatje. Verder lezen

CDA draagt verdeeldheid in zich

 

Het aantal van zeventien partijen in de Tweede Kamer doet anders vermoeden, maar ook binnen partijen bestaan van oudsher uiteenlopende stromingen. In dat opzicht heeft vooral de confessionele politiek van zich doen spreken. En dat is niet verwonderlijk, want een religieuze overtuiging kan tot vele richtingen en interpretaties leiden.

In het na-oorlogse politieke veld was het confessionele smaldeel, buiten de meer orthodoxe splinters, aanvankelijk zelfs verdeeld over drie afzonderlijke partijen, de Katholieke Volkspartij, de Anti-Revolutionaire Partij en de Christelijk Historische Unie. Ze trokken meestal wel samen op, maar de KVP toonde toen al tekenen van een caleidoscopische denkwereld. Aan de flanken waren de wat linksere ARP (Boersma, Aantjes) en de meer tegen de VVD schurende CHU (Beernink, Kikkert) aanzienlijk standvastiger.

Het gerommel binnen de KVP kreeg in de jaren zestig een voorlopig hoogtepunt, of wellicht voor sommigen dieptepunt, in de nacht van Schmelzer, toen een kabinet met de PvdA onverhoeds beentje werd gelicht. Verder lezen

Het nieuwe kabinet ligt voor de hand

 

Het formatieproces heeft na een tumultueus begin een rustige herstart gekregen. Informateur Herman Tjeenk Willink is begonnen met wat al een keer eerder was gebeurd door de dames-verkenners: het horen van alle partijen over hun ideeën inzake de vorming van een nieuw kabinet. Het is op zich verstandig dat de informateur nu eerst over de inhoudelijke benadering wil nadenken en pas later over de invulling van de daarbij behorende namen.

Het is de typisch Nederlandse egeltjesbenadering, vooral voorzichtig aftasten. Soms is dat ook een goede weg, want verkiezingsuitslagen in coalitieland Nederland geven niet vaak een helder beeld van wat mogelijk is. Toch gaf deze keer de uitslag ondanks de versplintering over zeventien partijen een behoorlijk duidelijk beeld. In feite is maar één coalitie levensvatbaar. Niettemin voelen de politieke partijen zich kennelijk verplicht deel te nemen aan de gebruikelijke rituele dans over wie met wie wat gaat doen. Jammer, want dat is nu juist de belangrijkste reden dat mensen geneigd zijn de politiek niet echt serieus te nemen. Verder lezen

De verkiezingen van de lijsttrekkers

 

De peilingen zaten dit keer behoorlijk in de goede richting, maar desondanks waren er toch een paar flinke verrassingen bij de verkiezingen van afgelopen week. Zo was de winst van D66 groter dan verwacht, zakten de andere linkse partijen (PvdA, GroenLinks en SP) gigantisch door het ijs, slaagden nog eens vier nieuwe partijen er in zetels te halen en bleef de gevreesde winst voor populistisch rechts uit.

En het was duidelijk dat de strijd om de kiezer zich afspeelde onder de dreigende wolk van de Corona-crisis. Niet dat het Corona-beleid een grote rol speelde in het politieke debat, maar nooit eerder lag er zo’n nadruk op de rol van de lijsttrekkers. Deze keer geen dampende zaaltjes en meeslepende verkiezingsmanifestaties, maar een lange serie debatten tussen lijsttrekkers, soms met een aantal tegelijk, soms één op één, soms in de vorm van een interview, kortom er waren mogelijkheden te over de aanvoerders beter te leren kennen.

Dat de VVD van Mark Rutte opnieuw de grootste werd, is dus niet verrassend. Al eerder werd duidelijk dat de premier zich als crisismanager uitstekend manifesteert. Verder lezen

De oogst van vier jaar Trump

 

De laatste vier jaar met Trump heb ik geregeld met misnoegen gekeken naar beelden van wat ik mijn tweede homeland ben gaan noemen.  Maar de beelden van de door Trump georkestreerde aanval van een uitzinnige menigte op het Capitol heb ik met walging gezien. Dat is wat je oogst na vier jaar lang presidentieel schelden op alles wat niet rechts is en voortdurende beschimping van de ordentelijke journalistiek. Het is niet prettig om walging te voelen voor een land dat zo veel moois herbergt. Ik heb er eind jaren zeventig en begin jaren tachtig van de vorige eeuw gewoond, ben er ook daarna veel terug geweest en ben van het land en de mensen die er wonen gaan houden.

Amerika is in oorsprong een conservatief land, maar bijna altijd met een vriendelijk gezicht. Ook toen ik daar woonde, verbaasde het conservatisme mij soms. Op een partijtje in de fraaie buurt waar wij gingen wonen, liet een vriendelijke buurman mij weten dat als ik in deze buurt een zwarte zag lopen, ik onmiddellijk de politie moest bellen. Ik was te verbijsterd om te antwoorden, maar het liet mij niet meer los. Bij een diner op het Foreign Press Agency zat ik naast een allervriendelijkste ambtenaar van Buitenlandse Zaken. Die vriendelijkheid verdween toen we het over Cuba kregen. Ik betoogde dat de gemiddelde Cubaan toch beter af was onder Fidel Castro dan onder diens wrede voorganger Batista. Of ik gek geworden was. De man heeft de rest van het diner geen woord meer met mij gewisseld.

Ik herinner mij nog het eerste bezoek aan de kapper, een aardige man, die natuurlijk onmiddellijk vroeg ‘where you from’, zelf roots bleek te hebben in Italië en mij het hemd  van het lijf vroeg over het leven in Nederland. Ik vertelde hem over de zegeningen van onze ruime sociale voorzieningen.  Na een  tijdje keerde hij zich van mij af, keek naar me zoals je van een afstand een uniek kunstwerk beschouwt en zei ‘sir, you are a communist’.

Amerika heeft altijd een grote aantrekkingskracht gehad op conservatief ingestelde mensen. Kijk naar de grote Nederlandse gemeenschap in Michigan, waarbij in sommige gebieden onze eigen ‘bijbelbelt’  een losgeslagen bende lijkt. Amerika is wel veranderd. Dat gebeurde al bij de overgang van president Carter naar Ronald Reagan. Onder Carter waren de Volkswagen kevers erg populair en zag je ook bij officiële ontvangsten mannen in  geruite houthakkershemden. Reagan en vooral zijn vrouw Nancy zorgden voor een overgang naar elegante kleding en opzichtige sieraden. Je zag de verandering heel duidelijk in de etalages van modewinkels in Washington DC. Echt aansprekende presidenten zijn er daarna niet geweest. De mateloze populariteit van Obama, overigens meer buiten dan binnen Amerika, is nogal overschaduwd door de felle tegenwerking van een Republikeins Congres. Toen mijn jongste zoon en ik een paar jaar geleden een wat langere trip aan de Oostkust maakten, zagen we weer een vriendelijk Amerika. Maar wat ons meteen opviel was dat het verkeersbeeld veel en veel ruwer was geworden. En mijn zoon constateerde geschokt dat alle minder aantrekkelijke baantjes door zwarte mensen worden uitgevoerd.

Bij het zien van de gruwelijke beelden van vorige week  gingen mijn gedachten terug naar het beeld van de militair, die met getrokken pistool op het spreekgestoelte stond van het Spaanse parlement. Dat was in 1981, de coup mislukte, maar ik heb dat schokkende beeld nog veel teruggezien als het over een intussen ordentelijk Spanje ging. Ik weet niet of het ooit nog goed komt tussen mij en Amerika. De eerste daden van Joe Biden zijn veelbelovend, maar van Trump en zijn fanatieke aanhang zijn we nog niet af. Ik heb troost gevonden in muziek, want op dat gebied blijft Amerika een prachtig land. Het concert van Simon en Garfunkel in Central Park (1981) werkt helend. Ruim 500.000 mensen waren erbij en geen enkele wanklank. De Amerikanen hebben een ‘Bridge over troubled water’ nodig.