Alle berichten van Frans Kok

Over Frans Kok

Frans Kok (1944) is consultant public affairs. Daarvoor was hij o.m. politiek redacteur en columnist van NRC Handelsblad en directeur communicatie van het ministerie VROM

In memoriam Henk Beereboom (1943-2019)

 

 

Onze columnist en fotograaf Henk Beereboom is overleden.

 

’Een gevoelig brein achter de camera’, zo typeerde hij zijn vriend en leermeester Dolf Toussaint bij diens overlijden, ruim twee jaar geleden. Hetzelfde kan gezegd worden van Henk, maar dan met de toevoeging: ‘scherpzinnig’.

 

Want scherpzinnig was Henk. Dat vond ook PvdA-fractieleider Joop den Uyl die hij hem in 1970 vroeg zijn persoonlijk assistent te worden. Later ging Henk met Den Uyl mee naar de overkant, als trait d’union tussen de minister-president en het parlement. Hij introduceerde daarmee de eerste ‘oog en oor’ functie in de Nederlandse politiek en was een uiterst betrouwbare bron voor veel Haagse journalisten.

 

Later ging hij naar Brussel, als lid van het kabinet van Henk Vredeling. Hij bleef in de ban van het Europese werk en toen de fameuze Henri Faas afscheid nam als hoofd van de Vertegenwoordiging van de Europese Commissie volgde Henk hem op.

 

Toen ontstond ook een passie die de rest van zijn leven zou domineren: de fotografie. Fijnzinnige portretten in zwart wit van de meest uiteenlopende karakters en figuren, uit de hele wereld. Vele prijkten in de loop der jaren op deze website.

 

Daarnaast schreef Henk ook columns, maar alleen als er een dringende aanleiding voor was. Hij bleef een zunige Drenth van geboorte. Over perikelen in de PvdA, de toestand in Griekenland, maar ook over de teloorgang van het roemruchte café De Pijpela, waar menig politicus zijn of haar afzakkertje kwam halen.

 

Henk werd op 5 december door zijn vrouw, Roty van Buuren, en talloze vrienden uitgeleide gedaan in Paviljoen De Witte, met uitzicht op een grauwe zee.

 

Den Uyl vs. Opstelten, twee volstrekte tegenpolen     

 

 

Een groter contrast is nauwelijks denkbaar. De gedrevene versus de onverstoorbare.

De bevlogen, fanatieke wereldverbeteraar versus de laconieke, kalme bestuurder. De intellectueel versus de wat oppervlakkige conservatief. Weinig verbindt hen. Hoogstens dat hun politieke carrière in mineur eindigde.

 

Ik heb het over Joop den Uyl en Ivo Opstelten. Van beiden zijn onlangs interessante biografieën verschenen. Die geven niet alleen een mooi. helder beeld van beide publieke figuren, maar ook van hun tijd. Eigenlijk zijn ze niet goed te vergelijken, al was het maar omdat den Uyl precies 25 jaar eerder werd geboren dan Opstelten. Ook hun achtergrond verschilde hemelsbreed. Den Uyl zoon van een gereformeerde kleine middenstander, Opstelten van een hervormde, welgestelde bankier.

 

Ik ga die vergelijking dan ook niet maken. Ik ken beiden van een afstand en beperk me tot enkele observaties en typeringen.

 

Joop den Uyl was een rusteloze, erudiete intellectueel. Tegelijk een politicus pur sang, voor wie het doel de middelen heiligde. Maar op beslissende momenten een twijfelaar, die iedereen te vriend wilde houden. En op sommige punten een rare utopist en drammer. Terwijl overal in de wereld het falen van de geleide economie zichtbaar werd, ging Den Uyl voluit op orgel om de staat juist meer invloed te geven. Het markmechanisme moest verdwijnen. Sterker nog: zelfs de vraag naar producten en diensten kon niet langer aan de mensen zelf worden overgelaten. ‘De toetsing van behoeften kan en mag niet anders zijn dan een gemeenschapsbeslissing’. En dat niet in 1917, maar in 1971.

 

Zijn finest hour was zijn premierschap. Ik vond hem toen indrukwekkend. Vooral tijdens de oliecrisis en in de Lockheed affaire steeg hij boven zichzelf uit. Zijn wekelijkse persconferenties in Nieuwspoort waren boeiend, zonder meer. En ik vond hem ook geestig en ad rem. In elk geval veel geestiger dan Van Agt, de zelf verklaarde non- politicus met zijn melige, archaïsche woordgrappen.

 

Ivo Opstelten was een studiegenoot in Leiden. Commissaris van het (meestal kapotte) meubilair van sociëteit Minerva, tevens voorzitter van de biljartcommissie. Niet zo’n rauwdauwer als veel anderen, gewoon iemand met een vrolijke uitstraling en natuurlijk gezag. Op college heb ik hem weinig gezien, maar dat is ook lastig als je om 5 uur ’s ochtends de laatste klanten de deur moet uitwerken.

 

Zijn hoogtepunt was de stille tocht in Rotterdam na de moord op Pim Fortuyn. Waardig aan de kop van de stoet, zijn vrouw Mariëtte en enkele LPF’ers naast hem. Dat heeft veel onheil voorkomen.

Hij had het daarbij moeten laten. En zeker niet naar het arrogante, maar incompetente ministerie van Justitie moeten gaan. Daarvoor mist hij ook het intellectuele overwicht. Hij dacht dat de Kamer en het departement zich wel zou voegen in zijn Heer Bommel aanpak.

In een gemeenteraad kan dat effect hebben, in de landelijke politiek niet.

 

Zowel den Uyl als Opstelten waren workaholics. Ze konden dat niet op tijd loslaten en vonden daarin uiteindelijk hun Waterloo. Met één verschil: Opstelten geeft zijn fouten in het boek ruiterlijk toe. Hij geeft niemand de schuld, alleen zichzelf. Dat is ook weer een klasse apart.

DE MAN DIE EUROPA REDDE  

Winston Churchill blijft een van de meest fascinerende figuren aller tijden.

Niet alleen als redder van Engeland in 1940 en daarmee van Europa, maar ook als persoon. Een volstrekt eigenzinnig, veelzijdig man met vele fouten en gebreken. Maar ook een geniaal politicus met een duidelijke missie en onwrikbare opvattingen als het erop aan kwam.

 

Zijn leven is overbekend. Valt er nog iets toe te voegen? Andrew Roberts heeft een poging gedaan en het antwoord is ja. In zijn recent verschenen biografie zet hij een veel completer beeld neer van Churchill dan tot dusver bekend. Hij kon daartoe beschikken over nieuwe bronnen, zoals het persoonlijke dagboek van koning George VI. Samen met het zeer lezenswaardige boek van Boris Johnson van enkele jaren terug ‘De Churchill Factor’, wordt nog scherper het historische belang duidelijk van het aantreden van Churchill als premier op 10 mei 1940.

Chamberlain trad op 9 mei af, waarna Lord Halifax werd aangezocht als opvolger, maar hij weigerde – tot zegen van de mensheid. Anders had hij als appeaser het ongetwijfeld op een akkoordje gegooid met Hitler en was West Europa voorgoed onder Duitse heerschappij gebleven, om maar te zwijgen van Oost-Europa en Rusland.

 

“Kernpunt is niet dat Churchill een Duitse invasie tegenhield, maar dat hij de Britse regering ervan weerhield vrede te sluiten” schrijft Roberts. Vol bewondering en met humor beschrijft hij hoe Chruchill met ongelooflijke energie en vastberadenheid het Engelse volk door zijn darkest hour loodste. Tegelijk legt Roberts ook zijn tekortkomingen bloot. Met als voornaamste het krampachtig vasthouden aan het – in feite al overleden – British Empire en zijn vaak gebrekkig en grillig strategisch inzicht.

 

Het boek (1170 pagina’s) wemelt van de pikante details, grappige voorvallen, petites histoires en wat dies meer zij. Een genot om te lezen. Verder lezen

Het demasqué van D66  

 

‘D66 was nu eenmaal aan de beurt’, zo vatte een ingewijde de benoeming van Thom de Graaf tot vice-president van de Raad van State samen. Dodelijker kan het niet zijn voor de eens zo principiële en vernieuwende partij. Het demasqué is nu compleet. Net als in de Regententijd worden de baantjes onderling verdeeld. Kwaliteit speelt een ondergeschikte rol.

 

Na het geharrewar rond het referendum, en burgemeesters die nog steeds worden benoemd en niet door het volk gekozen, was dit voor mij de bekende druppel. De vaandeldragers van de partij maken ook weinig indruk. Pechtold is over de datum en Ollongren blijkt meer de super-ambtenaar die zij was dan een sprankelende politica. En dan de brave Thom de Graaf die nu de Raad van State mag gaan leiden, tegen de zin van de medewerkers in.

 

Gelukkig is het soortelijk gewicht van de eerbiedwaardige Raad vrijwel nul. Geen enkele minister laat zich iets gelegen liggen aan de plichtmatig uitgebrachte adviezen. Vreemd is dat niet. De raad bestaat uit uitgerangeerde politici en stoffige bestuurders. En wat te denken van een college dat de regering adviseert, en dat als voorzitter het hoofd van diezelfde regering heeft?

 

 

 

Een intellectuele workaholic  

 

“Wat zijn de drijfveren van Ruud Lubbers”? luidde de kop boven een uitvoerig interview dat ik met hem had in de tijd dat hij fractievoorzitter was van het CDA. En: “wat beweegt hem om elke morgen om half acht in een kleine kanariegele Renault 6 naar het Binnenhof te rijden om daar aan de slag te gaan”. Ik ben er niet achter gekomen. Ik hield het maar op: een gedreven workaholic.

 

Een veelzijdige man. Niet alleen maar een no nonsens pragmaticus. Ook een Intellectueel. ‘s Avonds glipte hij wel eens weg uit het Torentje om in zijn eentje een boeiend stuk in de Schouwburg te bekijken. Op een hete zondagmiddag aan het strand op Curacao pakte hij een dikke filosofische pil uit zijn tas en begon onverstoord te lezen. En na een slopend bezoek aan 4 landen ging hij met de Concorde terug in plaats van het langzame regeringstoestel. Hij wreef zich in de handen: “Ha, morgenochtend weer lekker aan het werk”.

 

Een paar jaar geleden ontmoette ik hem voor het laatst. In het WTC in Rotterdam had hij een sober kantoortje, waar hij leiding gaf aan het Climate Initiative. Puur uit gedrevenheid en idealisme. Maar wel op zijn Rotterdams: zakelijk en doelgericht.

Een staatsman van allure.