Alle berichten van Frans Kok

Over Frans Kok

Frans Kok (1944) is consultant public affairs. Daarvoor was hij o.m. politiek redacteur en columnist van NRC Handelsblad en directeur communicatie van het ministerie VROM

Geef mij maar echte robots

 

Als je een robot wat vraagt krijg je antwoord. Als hij belooft terug te bellen doet hij dat ook. Meestal is de voorgestelde oplossing correct. Bij halve robots is het een kwestie van geluk hebben. Halve robots, en dan bedoel ik mensen van vlees en bloed die helpdesks en callcentra bemannen, weten vaak niks, mogen niks en kunnen niks. Behalve zich vastklampen aan een protocol.

 

Yuval Harari zei deze week bij Adriaan van Dis dat robots intelligenter zijn dan mensen, maar dat ze geen bewustzijn hebben. Prima toch, dacht ik. Houden zo. De halve robots mogen dan wel over een bewustzijn beschikken, maar ze gebruiken het verkeerd of schakelen hem uit. De toeslagenaffaire is er het meest sprekende voorbeeld van. En iedereen die wel eens een bankpasje moet vervangen, of een schade moet melden of de gemeente aan de lijn wil krijgen, kan ervan meepraten.

 

Het spotje over de paarse krokodil, wie herinnert het zich niet? Dat dateert uit 2005. Sindsdien het verschijnsel alleen maar erger geworden. Het spotje was afkomstig van Ohra en werd vorig jaar nog eens herhaald. Laat ik nu precies 3 maanden bezig zijn met een akkefietje met datzelfde Ohra. ‘We gaan het uitzoeken. We bellen u terug’. Mooi niet.

 

Een robot kan je programmeren. Je kunt hem een soort afgeleid bewustzijn meegeven. Je kan hem zo instrueren dat hij de empathische kant opgaat als de klant het kennelijk moeilijk heeft. Of een pauze inlast. Of een ingewikkelde kwestie voorlegt aan een deskundige en een dag later terugbelt. Daar kunnen de halve robots van de Belastingdienst nog wat van leren. Als ze zin hebben. En als het mag van het protocol.

Hiep hiep hoera voor Bill Gates  

 

Meestal erger ik me groen en geel aan providers, zoals ze genoemd worden. KPN was een ramp, vandaar Xs4all. Google steelt al je data, daarom Firefox. En natuurlijk Duck duck go als zoekmachine.

Microsoft is pure geldklopperij, dus dan maar een illegale versie.

 

Maar wat Microsoft betreft herzie ik mijn mening. Twee dagen geleden kreeg ik een bloedstollende waarschuwing dat Windows 7 met onmiddellijke ingang niet meer werd ondersteund. Ik diende direct Windows 10 aan te schaffen, anders zou ik worden overstelpt met virussen en malware.

 

Nu vond ik die melding al best sympathiek. Want Bill Gates weet heel goed dat ik een illegale versie heb. Dat meldt hij me namelijk tweemaal per jaar. Ik schrik dan even en ben bang dat ik word afgesloten of zelfs een boete krijg. Maar nee, hoor, er gebeurt niets en Bill en ik gaan beiden over tot de orde van de dag.

 

Ik internet nu al twee dagen onbeschermd en kijk angstig of de boeven al hebben toegeslagen. Niks daarvan. Sterker nog: wat verschijnt er opeens op mijn scherm: “Update 1 van 4 wordt geïnstalleerd”. En daaronder: “Schakel uw computer niet uit”.

 

Daar heb je dus mijn goede oude vriend Bill weer! Hij is me niet vergeten. Goedmoedig brengt hij, zelfs ná doomsday, nog een pleistertje aan op mijn krakkemikkig systeem. Al ben ik illegaal, dat maakt hem persoonlijk niets uit. Je stelt je leven in dienst van de liefdadigheid, of je doet het niet.

Kortom, één hoeraatje voor Bill.

 

Zelfs Bishop Auckland  

 

Wie het laatste boek van Jane Gardam heeft gelezen (Op de klippen) kent Bishop Auckland een beetje. Een mijnwerkersstadje in Durham, in het Noordoosten van Engeland. Lydia komt er vandaan, de meid van de familie Marsh en vertrouweling van de 8-jarige Margaret. Bishop Auckland stemt al sinds 1912 op Labour, ook toen de mijnen dichtgingen.

En ja hoor, nu stemt men daar Conservative. Met een grote meerderheid van ruim 8000 stemmen won ene Dehenna Danison. Zij versloeg Helen Goodman, die in 2017 nog met een voorsprong van 502 stemmen de Lagerhuiszetel in de wacht had gesleept.

 

Het tekent de enorme verschuiving in de Britse politiek. De vraag is hoe Boris Johnson ermee omgaat. De eerste signalen zijn bemoedigend. Hij erkende direct dat de overlopers van Labour deze keer hun stem aan hem slechts hadden ‘geleend’ en beloofde hun vertrouwen waar te maken. Hij kondigde grootscheepse investeringen aan in de Nationale Gezondheidszorg, altijd het paradepaard van Labour. En, die lichtelijk xenofobe ex-mijnwerkers in Durham vinden het afscheid van Europa natuurlijk prima.

 

Johnson spiegelt zich in veel zaken aan zijn grote held Winston Churchill. Hij imiteert hem zelfs in mimiek en intonatie. Churchill was van nature een behoudend politicus. Maar op binnenlands terrein soms verrassend progressief. Hij keerde zich fel tegen bezuinigingen op de gewone man en verliet om die reden zelfs zijn politieke partij. Dat past bij een aristocraat van het platteland à la Downton Abbey. Hij zou ongetwijfeld geen medestander zijn geweest van Margaret Thatcher met haar harde lijn van: armoede is je eigen schuld en als je maar wil, kom je er wel.

 

Gaat Boris Johnson de lijn van Thatcher volgen of meer handelen in de geest van Chruchill? Als hij slim is het laatste. Dan kan hij de wankele en verdeelde Labour partij voor lange tijd uitschakelen.

In memoriam Henk Beereboom (1943-2019)

 

 

Onze columnist en fotograaf Henk Beereboom is overleden.

 

’Een gevoelig brein achter de camera’, zo typeerde hij zijn vriend en leermeester Dolf Toussaint bij diens overlijden, ruim twee jaar geleden. Hetzelfde kan gezegd worden van Henk, maar dan met de toevoeging: ‘scherpzinnig’.

 

Want scherpzinnig was Henk. Dat vond ook PvdA-fractieleider Joop den Uyl die hij hem in 1970 vroeg zijn persoonlijk assistent te worden. Later ging Henk met Den Uyl mee naar de overkant, als trait d’union tussen de minister-president en het parlement. Hij introduceerde daarmee de eerste ‘oog en oor’ functie in de Nederlandse politiek en was een uiterst betrouwbare bron voor veel Haagse journalisten.

 

Later ging hij naar Brussel, als lid van het kabinet van Henk Vredeling. Hij bleef in de ban van het Europese werk en toen de fameuze Henri Faas afscheid nam als hoofd van de Vertegenwoordiging van de Europese Commissie volgde Henk hem op.

 

Toen ontstond ook een passie die de rest van zijn leven zou domineren: de fotografie. Fijnzinnige portretten in zwart wit van de meest uiteenlopende karakters en figuren, uit de hele wereld. Vele prijkten in de loop der jaren op deze website.

 

Daarnaast schreef Henk ook columns, maar alleen als er een dringende aanleiding voor was. Hij bleef een zunige Drenth van geboorte. Over perikelen in de PvdA, de toestand in Griekenland, maar ook over de teloorgang van het roemruchte café De Pijpela, waar menig politicus zijn of haar afzakkertje kwam halen.

 

Henk werd op 5 december door zijn vrouw, Roty van Buuren, en talloze vrienden uitgeleide gedaan in Paviljoen De Witte, met uitzicht op een grauwe zee.

 

Den Uyl vs. Opstelten, twee volstrekte tegenpolen     

 

 

Een groter contrast is nauwelijks denkbaar. De gedrevene versus de onverstoorbare.

De bevlogen, fanatieke wereldverbeteraar versus de laconieke, kalme bestuurder. De intellectueel versus de wat oppervlakkige conservatief. Weinig verbindt hen. Hoogstens dat hun politieke carrière in mineur eindigde.

 

Ik heb het over Joop den Uyl en Ivo Opstelten. Van beiden zijn onlangs interessante biografieën verschenen. Die geven niet alleen een mooi. helder beeld van beide publieke figuren, maar ook van hun tijd. Eigenlijk zijn ze niet goed te vergelijken, al was het maar omdat den Uyl precies 25 jaar eerder werd geboren dan Opstelten. Ook hun achtergrond verschilde hemelsbreed. Den Uyl zoon van een gereformeerde kleine middenstander, Opstelten van een hervormde, welgestelde bankier.

 

Ik ga die vergelijking dan ook niet maken. Ik ken beiden van een afstand en beperk me tot enkele observaties en typeringen.

 

Joop den Uyl was een rusteloze, erudiete intellectueel. Tegelijk een politicus pur sang, voor wie het doel de middelen heiligde. Maar op beslissende momenten een twijfelaar, die iedereen te vriend wilde houden. En op sommige punten een rare utopist en drammer. Terwijl overal in de wereld het falen van de geleide economie zichtbaar werd, ging Den Uyl voluit op orgel om de staat juist meer invloed te geven. Het markmechanisme moest verdwijnen. Sterker nog: zelfs de vraag naar producten en diensten kon niet langer aan de mensen zelf worden overgelaten. ‘De toetsing van behoeften kan en mag niet anders zijn dan een gemeenschapsbeslissing’. En dat niet in 1917, maar in 1971.

 

Zijn finest hour was zijn premierschap. Ik vond hem toen indrukwekkend. Vooral tijdens de oliecrisis en in de Lockheed affaire steeg hij boven zichzelf uit. Zijn wekelijkse persconferenties in Nieuwspoort waren boeiend, zonder meer. En ik vond hem ook geestig en ad rem. In elk geval veel geestiger dan Van Agt, de zelf verklaarde non- politicus met zijn melige, archaïsche woordgrappen.

 

Ivo Opstelten was een studiegenoot in Leiden. Commissaris van het (meestal kapotte) meubilair van sociëteit Minerva, tevens voorzitter van de biljartcommissie. Niet zo’n rauwdauwer als veel anderen, gewoon iemand met een vrolijke uitstraling en natuurlijk gezag. Op college heb ik hem weinig gezien, maar dat is ook lastig als je om 5 uur ’s ochtends de laatste klanten de deur moet uitwerken.

 

Zijn hoogtepunt was de stille tocht in Rotterdam na de moord op Pim Fortuyn. Waardig aan de kop van de stoet, zijn vrouw Mariëtte en enkele LPF’ers naast hem. Dat heeft veel onheil voorkomen.

Hij had het daarbij moeten laten. En zeker niet naar het arrogante, maar incompetente ministerie van Justitie moeten gaan. Daarvoor mist hij ook het intellectuele overwicht. Hij dacht dat de Kamer en het departement zich wel zou voegen in zijn Heer Bommel aanpak.

In een gemeenteraad kan dat effect hebben, in de landelijke politiek niet.

 

Zowel den Uyl als Opstelten waren workaholics. Ze konden dat niet op tijd loslaten en vonden daarin uiteindelijk hun Waterloo. Met één verschil: Opstelten geeft zijn fouten in het boek ruiterlijk toe. Hij geeft niemand de schuld, alleen zichzelf. Dat is ook weer een klasse apart.