Alle berichten van Frans Wijnands

Over Frans Wijnands

Frans Wijnands (1938) is journalist; onder meer vast medewerker van het Friesch Dagblad. Hij was in de jaren '80 gedurende tien jaar hoofdredacteur van De Limburger. Daarvoor en daarna was hij voor de Zuid Oost Pers, de VNU- en Audetbladen en de Persunie correspondent in Rome, Praag en Bonn. Hij woont in Gent

Er zit sleet op de excuses van het Vaticaan

 

Het is best wel een indrukwekkende brief die paus Franciscus begin deze week aan ’het hele volk van God’ heeft geschreven. Een excuusbrief voor alle misdaden die gewijde mannen in de afgelopen tientallen jaren hebben begaan tegen de zwaksten in de samenleving: kinderen. ‘We hebben de allerkleinsten aan hun lot overgelaten’, schrijft de paus. Hij doelt daarmee op het kennelijk onuitroeibare kwaad van seksueel misbruik van minderjarigen door leden van de clerus en op de verwerpelijke doofpotcultuur dienaangaande binnen de rk-kerk.

Opvallend is dat de paus in zijn brief nergens het woord bisschop gebruikt, terwijl het in de meeste gevallen bisschoppen waren die het misbruik onbestraft lieten. Zij hebben moreel gefaald en verzaakt aan hun pastorale opdracht met het schijnheilige excuus dat zij er niets van wisten… Ook opvallend is dat de paus het woord misdaden gebruikt en niet langer van zonden spreekt.

Toch kun je de brief niet zonder enig wantrouwen lezen. Het is de zoveelste knieval, de zoveelste belofte dat het nooit meer mag en zal gebeuren. Er wordt eindelijk, maar veel te laat, geluisterd naar de slachtoffers van weleer. Die kinderen van toen zijn inmiddels verknipt opgegroeide volwassenen die geen onbezorgde jeugd hebben gekend, maar in hun prille leven al kennis hebben gemaakt met een hel op aarde.   Verder lezen

Van kardinaalsrood naar diepzwart  

 

Een kardinaal zijn fascinerend roodkleurige bonnet afpakken is zoiets als een generaal voor het front van de troepen zijn sterren van het uniform trekken: de ergste vorm van degradatie, straf en vernedering. Sterren en strepen bepalen de rangorde in een leger, in de katholieke kerk zijn dat de kleuren: wit voor de paus, oranjerood voor de kardinalen, paars voor de bisschoppen, zwart voor de ‘gewone’ clerus en bruin voor alle soorten kloosterlingen. Zonder opvallende kleur ben je niemand, althans niet herkenbaar in de hiërarchieke pikorde.

Daar moet de Amerikaanse kardinaal Theodore McCarrick nu mee leren leven. Onder druk van de buitenwereld, na stevige kritiek uit eigen kringen en ongetwijfeld op discreet aandringen van het Vaticaan, heeft hij zijn ontslag aangeboden. Of beter: hij was bereid zijn titel van kardinaal op te geven, want hij is al jaren niet meer als zodanig actief.

Paus Franciscus heeft dat aanbod per ommegaande geaccepteerd. De 88-jarige priester McCarrick gaat de bescheiden rest van zijn leven in het zwart gekleed: de kleur van rouw en boetedoening. Verder lezen

Sportman/vrouw van het Jaar? Afschaffen!

 

Gent – Over een dag of tien is het weer zover. Dan worden appels met peren vergeleken.  Dan wordt de ene (gouden) medaille boven de andere verkozen; dan worden roemrijke winnaars ineens ‘losers’. Op 19 december worden op het jaarlijkse Sportgala van de NOC/NSF en de NOS de sportman/vrouw/para-olympiër/coach/sportploeg gekozen. Ik vind dat gekkigheid. Want leg me eens overtuigend uit waarom de ene gouden medaille belangrijker of mooier is dan de andere? Vertel me eens uit hoe je een zeilster kunt vergelijken met een wielrenster, of een hardloopster. Toon me het verschil in prestatie aan tussen die van een schaatser en een open waterzwemmer.

Nog voor de nominaties bekend werden waren de shortlists al vrij gegeven.  Daarop stonden  voornamelijk schaatsers en wielrenners. Maar ook darter Michael van Gerwen en Lieke Martens, de tot nu toe meest succesvolle voetbalster van het land. Bij de teams stond de wereldkampioen vrouwen dubbelvier roeien naast het nationale team korfbal. Dat zijn geen appels met peren vergelijken maar passievruchten met braambessen. Kiezen tussen Max Verstappen en Tom Dumoulin is onbegonnen werk en eigenlijk flauwekul.   Verder lezen

‘Journalisten zijn zieke mensen, slecht volk’  

 

Virginia – Of je nu bij het Friesch Dagblad werkt of bij de New York Times, als journalist weet je dat je doorlopend in de vuurlinie ligt. Nooit is iedereen het me je eens. Kritiek hoort bij het vak, zelfs als je het met bakken over je heen krijgt. Eelt op je ziel. Tegelijk dwingt kritiek tot nog meer accuratesse, nog meer gedegen spitwerk. Een goed nieuwsverhaal is pas goed als het driedubbel gecheckt is, als er hoor en wederhoor is toegepast, de feiten kloppen en de citaten correct zijn. Dat is voor journalisten vanzelfsprekend, van Leeuwarden tot New York.

 

Al vanaf dag één van zijn verkiezingscampagne heeft president Donald Trump de media op de korrel genomen en hij deed dat allesbehalve subtiel. Sindsdien lopen zijn aanhoudende aanvallen op de pers als een rode draad door het nieuws uit Washington en het Witte Huis.

Niet één, maar talloze keren heb ik de president van de Verenigde Staten horen roepen – want gewoon praten kan hij maar moeilijk – dat ‘journalisten zieke mensen zijn, slecht volk. Journalisten zijn de vijand van ons volk. Ze willen onze geschiedenis herschrijven en ons culturele erfgoed uitgummen. Journalisten houden niet van ons land’.

 

De persvrijheid, de freedom of speech, is een van de fundamenten waarop de Amerikaanse Grondwet is gebaseerd. En ook al hebben in het verleden meerdere presidenten bedenkingen gehad tegen de vrije pers, er is nog nooit een president geweest die het volk zó tegen de onafhankelijke journalistiek heeft opgehitst als Trump.

 

Op een recente propaganda-bijeenkomst, wees Trump naar de volle perstribune, stak de wijsvinger uit en riep: ‘Kijk, daar zit dat slechte volk dat nepnieuws publiceert, fake-media’. Achteraf vertelden aanwezige journalisten dat ze zich even lijfelijk bedreigd voelden door opgejutte toehoorders. Dat gebeurt vaker. Overal waar heisa is worden journalisten vaak als ongewenste lastpakken beschouwd. Maar dat een Amerikaanse president zó agressief tegen de media te keer gaat is ongekend, ongehoord en beangstigend.

 

Na bijna zestig jaar in dit vak te hebben gewerkt weet en begrijp ik dat er kritiek is op het werk van journalisten; het is niet altijd perfect. Alles kan altijd beter. Maar ik besefte de afgelopen maanden tijdens mijn verblijf in Virginia ook weer eens dat het vrije woord, de persvrijheid niet zo vanzelfsprekend is als wij denken. In tal van landen is journalist een riskant beroep, en dan heb ik het niet over oorlogsverslaggeving. Verder lezen

Bannon: ‘Het presidentschap van Trump is over’  

 

Virginia – ‘Vertrek je zelf, of sturen we je weg?’. Stephen (Steve) Bannon koos voor het eerste. De politiek-strategische topadviseur en vertrouweling van president Donald Trump stapte vlak voor het weekeinde op, maar sprak bij zijn vertrek uit het Witte Huis onheilspellende woorden: ‘Het presidentschap waar we voor gevochten hebben, en dat we gewonnen hebben, is over. Er breken andere tijden aan. Maar ik zal ook buiten het Witte Huis voor de president blijven vechten’.

Geen wonder dat die opmerking de geruchtenstroom op gang brengt dat Trump voor het einde van zijn periode van vier jaar zal aftreden. Er kan zelfs al op gewed worden…

 

Bannon is met vlijmscherp geslepen messen vertrokken en heeft de oorlog verklaard aan ‘Washington’; aan het politieke (Republikeinse en Democratische) establishment in de Amerikaanse regeringsstad. Hij trekt ten strijde tegen de media (‘de pers moet gewoon haar mond houden’) en het bedrijfsleven.

Opmerkelijk, want met zijn Breitbart-nieuwssite overspoelde hij Amerika jarenlang met hoogst subjectieve berichtgeving. En via dat bedrijfsleven heeft hij als bankier en ondernemer goud verdiend. Verder lezen