Alle berichten van Frans Wijnands

Over Frans Wijnands

Frans Wijnands (1938) is journalist; onder meer vast medewerker van het Friesch Dagblad. Hij was in de jaren '80 gedurende tien jaar hoofdredacteur van De Limburger. Daarvoor en daarna was hij voor de Zuid Oost Pers, de VNU- en Audetbladen en de Persunie correspondent in Rome, Praag en Bonn. Hij woont in Gent

Sportman/vrouw van het Jaar? Afschaffen!

 

Gent – Over een dag of tien is het weer zover. Dan worden appels met peren vergeleken.  Dan wordt de ene (gouden) medaille boven de andere verkozen; dan worden roemrijke winnaars ineens ‘losers’. Op 19 december worden op het jaarlijkse Sportgala van de NOC/NSF en de NOS de sportman/vrouw/para-olympiër/coach/sportploeg gekozen. Ik vind dat gekkigheid. Want leg me eens overtuigend uit waarom de ene gouden medaille belangrijker of mooier is dan de andere? Vertel me eens uit hoe je een zeilster kunt vergelijken met een wielrenster, of een hardloopster. Toon me het verschil in prestatie aan tussen die van een schaatser en een open waterzwemmer.

Nog voor de nominaties bekend werden waren de shortlists al vrij gegeven.  Daarop stonden  voornamelijk schaatsers en wielrenners. Maar ook darter Michael van Gerwen en Lieke Martens, de tot nu toe meest succesvolle voetbalster van het land. Bij de teams stond de wereldkampioen vrouwen dubbelvier roeien naast het nationale team korfbal. Dat zijn geen appels met peren vergelijken maar passievruchten met braambessen. Kiezen tussen Max Verstappen en Tom Dumoulin is onbegonnen werk en eigenlijk flauwekul.   Verder lezen

‘Journalisten zijn zieke mensen, slecht volk’  

 

Virginia – Of je nu bij het Friesch Dagblad werkt of bij de New York Times, als journalist weet je dat je doorlopend in de vuurlinie ligt. Nooit is iedereen het me je eens. Kritiek hoort bij het vak, zelfs als je het met bakken over je heen krijgt. Eelt op je ziel. Tegelijk dwingt kritiek tot nog meer accuratesse, nog meer gedegen spitwerk. Een goed nieuwsverhaal is pas goed als het driedubbel gecheckt is, als er hoor en wederhoor is toegepast, de feiten kloppen en de citaten correct zijn. Dat is voor journalisten vanzelfsprekend, van Leeuwarden tot New York.

 

Al vanaf dag één van zijn verkiezingscampagne heeft president Donald Trump de media op de korrel genomen en hij deed dat allesbehalve subtiel. Sindsdien lopen zijn aanhoudende aanvallen op de pers als een rode draad door het nieuws uit Washington en het Witte Huis.

Niet één, maar talloze keren heb ik de president van de Verenigde Staten horen roepen – want gewoon praten kan hij maar moeilijk – dat ‘journalisten zieke mensen zijn, slecht volk. Journalisten zijn de vijand van ons volk. Ze willen onze geschiedenis herschrijven en ons culturele erfgoed uitgummen. Journalisten houden niet van ons land’.

 

De persvrijheid, de freedom of speech, is een van de fundamenten waarop de Amerikaanse Grondwet is gebaseerd. En ook al hebben in het verleden meerdere presidenten bedenkingen gehad tegen de vrije pers, er is nog nooit een president geweest die het volk zó tegen de onafhankelijke journalistiek heeft opgehitst als Trump.

 

Op een recente propaganda-bijeenkomst, wees Trump naar de volle perstribune, stak de wijsvinger uit en riep: ‘Kijk, daar zit dat slechte volk dat nepnieuws publiceert, fake-media’. Achteraf vertelden aanwezige journalisten dat ze zich even lijfelijk bedreigd voelden door opgejutte toehoorders. Dat gebeurt vaker. Overal waar heisa is worden journalisten vaak als ongewenste lastpakken beschouwd. Maar dat een Amerikaanse president zó agressief tegen de media te keer gaat is ongekend, ongehoord en beangstigend.

 

Na bijna zestig jaar in dit vak te hebben gewerkt weet en begrijp ik dat er kritiek is op het werk van journalisten; het is niet altijd perfect. Alles kan altijd beter. Maar ik besefte de afgelopen maanden tijdens mijn verblijf in Virginia ook weer eens dat het vrije woord, de persvrijheid niet zo vanzelfsprekend is als wij denken. In tal van landen is journalist een riskant beroep, en dan heb ik het niet over oorlogsverslaggeving. Verder lezen

Bannon: ‘Het presidentschap van Trump is over’  

 

Virginia – ‘Vertrek je zelf, of sturen we je weg?’. Stephen (Steve) Bannon koos voor het eerste. De politiek-strategische topadviseur en vertrouweling van president Donald Trump stapte vlak voor het weekeinde op, maar sprak bij zijn vertrek uit het Witte Huis onheilspellende woorden: ‘Het presidentschap waar we voor gevochten hebben, en dat we gewonnen hebben, is over. Er breken andere tijden aan. Maar ik zal ook buiten het Witte Huis voor de president blijven vechten’.

Geen wonder dat die opmerking de geruchtenstroom op gang brengt dat Trump voor het einde van zijn periode van vier jaar zal aftreden. Er kan zelfs al op gewed worden…

 

Bannon is met vlijmscherp geslepen messen vertrokken en heeft de oorlog verklaard aan ‘Washington’; aan het politieke (Republikeinse en Democratische) establishment in de Amerikaanse regeringsstad. Hij trekt ten strijde tegen de media (‘de pers moet gewoon haar mond houden’) en het bedrijfsleven.

Opmerkelijk, want met zijn Breitbart-nieuwssite overspoelde hij Amerika jarenlang met hoogst subjectieve berichtgeving. En via dat bedrijfsleven heeft hij als bankier en ondernemer goud verdiend. Verder lezen

Trump verzoent niet, maar zaait haat  

 

Virginia – Zelfs zijn joodse schoonzoon kan president Donald Trump kennelijk niet overtuigen om neo-nazi’s en blanke racisten keihard te veroordelen. Want opnieuw heeft de Amerikaanse president de gewelddadige betogers, die afgelopen weekeinde in het stadje Charlottesville bloedige rellen uitlokten, de hand boven het hoofd gehouden. ’Kijk ook eens naar die tegendemonstranten. Die hadden ook basebalknuppels’, riep hij tegen de journalisten op een  tumultueuze en gênante persconferentie in de Trump Tower, de New Yorkse woning van de president.

Trump liet weer eens zien dat hij een ordinaire straatvechter is. Iemand die van huis uit niet anders gewend is dan extra hard terug meppen als hij in het nauw gedreven wordt.

 

Er waren volgens Trump ‘fijne en slechte mensen op straat in Charlottesville, van beide kanten’. Hij is totaal niet verontrust dat er vandaag de dag duizenden racisten en neo-nazi’s door Amerikaanse straten marcheren.   Verder lezen

Trump is ook nog laf

 

Charlottesville – hartje Virginia – is een kleine, zeer aangename stad met zo’n 40.000 inwoners. Veel groen, weinig hoogbouw, een knus centrum, volop  terrasjes en restaurants; thuisstad van de hoog aangeschreven University of Virginia, gesticht door president Thomas Jefferson. Charlottesville heeft alles om het tot een perfecte woonplaats te maken. Behalve dan het ruiterstandbeeld van generaal Robert E. Lee, de aanvoerder van de zuidelijke Confederatie in de bloedige Burgeroorlog met de noordelijke staten (1861- 1865).

 

In de zuidelijke staten van de VS wemelt het van soortgelijke herinneringen aan die oorlog. Meer en meer stadsbesturen willen die uit de openbaarheid weghalen en verplaatsen naar waar ze thuis horen: het museum. Niet om de geschiedenis uit te gummen, maar om te voorkomen dat ze een verkeerd soort bewonderaars aantrekken.

Maar dat stuit op groot verzet van blanke Amerikanen die van vader op zoon de verloren strijd tegen de noordelijken levend houden. Ze dromen van een blank Amerika, zonder zwarten, Latino’s, Aziaten, illegalen en joden. ‘Unite the Right’ is hun slogan, maar ze bedoelen: ‘Make America White Again’. Zo heeft God Amerika immers bedoeld…

 

Een paar duizend extreem-rechtsen en neo-nazi’s trokken dit weekeinde naar Charlottesville om te protesteren tegen de verplaatsing van het beeld van generaal Lee. Niet het fijnste soort Amerikanen dat schreeuwend en slaand door het stadje trok, om het begrip ‘geteisem’ maar niet te gebruiken. Verder lezen