Alle berichten van Han Mulder

Over Han Mulder

Han Mulder (1935) is journalist en columnist. Hij was o.m. hoofdredacteur van het Leidsch Dagblad, reportageredacteur van Het Parool, werkte voor radio en televisie (o.m. Met het Oog op Morgen, Den Haag Vandaag en Brandpunt), schreef een wekelijkse column in Haagsche Courant en GPD-bladen. Hij verzorgt momenteel een column in het Archeologie Magazine en is lid van de redactie van de Internationale Spectator.

Rolstoel  

 

Een mens is nooit te oud voor nieuwe ervaringen. Zo zat ik vorig weekend voor het eerst in mijn aardse bestaan in een rolstoel. Dat klinkt dramatischer dan het is, maar ik ga het ook weer niet afdoen als een klein stapje terug. Trouwens, kleine stapjes horen typisch tot de ervaringswereld van een rolstoelgebruiker. Ze zijn een dribbelaar op wielen.

 

Het was een zeldzame zonnige zondagmiddag, een schaars verschijnsel in deze vroege herfst. Met vrouw op bezoek in Museum Voorlinden in Wassenaar. Ik daar voor het eerst. Dat is op zich al geen beste beurt voor een zelfverklaarde kunstliefhebber vol ambities en nog veel meer pretenties. En Voorlinden, dat prachtige samengaan van kunst, architectuur en natuur was inmiddels nota bene al meer dan een jaar zomaar te kijk en te geef.

Akkoord, mijn vrouw was er voor de vijfde keer, dus het kunstzinnig blazoen van de familie bleef onaangetast. Maar als bewoner van Den Haag – dat is een gemeente die aan Wassenaar grenst – diende ik me al geruime tijd ernstig te schamen. Uitvluchten genoeg. Zo fiets ik niet meer, met de auto is het langszij het uitbundig lover rondom het landgoed ingewikkeld plussen en minnen.

Verder lezen

Erfgoedontwikkeling in Maarssen  

 

De voortvarende mevrouw Maya Meyer Bergmans die al eerder dit jaar een aantal bijzondere locaties in den lande verwierf, waaronder het paleis Soestdijk, mag zich via MeyerBergman Erfgoedontwikkeling sinds kort eigenaar noemen van de buitenplaats Doornburgh in Maarssen. Op 16 september ging daar een tentoonstelling open met werk van 17 kunstenaars uit vooral Amsterdam en Den Haag. Dat is een voorbeeld van de culturele invulling die mevrouw Meyer waarschijnlijk voor ogen staat. Dat landgoed was eigendom van de Reguliere Kanunnikkessen van het Heilig Graf, maar omdat het met de stand van de eerwaarde zusters steeds beperkter gesteld raakte, kon men de kar niet langer trekken.

Ik was bij de opening van de expositie. Het was matig weer en de tom-tom liet ons bij de terminale aanwijzingen van het traject daarheen in de steek. Dat was die tom-tom niet echt kwalijk te nemen want buitenplaats Doornburgh bleek een ongebruikelijk opgetrokken woon- en leefcomplex. Het klassieke landhuis, statig en zeer voornaam, riep geen twijfel op, maar het was gesloten en toonde trouwens geen directe sporen van recente bewoning. Maar de tentoonstelling bleek uiteindelijk te zijn in de redelijk belendende uit vooral beton opgetrokken ‘priorij’ die pas uit 1966 dateerde. Strak, lange gangen¸ met een toefje Berlage. Verder lezen

Laatste kwartier?

 

Een halve eeuw geleden is de katholieke filmkeuring ermee gestopt. De gewone had je natuurlijk ook, maar die zag meer door de vingers. De roomse variant, de katholieke film centrale (KFC) had een extra zintuig voor laster jegens het Opperwezen en de curie. Voorts was er een uitgesproken preoccupatie met de schaars geklede medemens. Men was daar sterk op tegen.

Katholieke dagbladen publiceerden in hun wekelijkse agenda de uitkomsten van het college van keurders, waartoe altijd wel enkele pastoors behoorden. De categorie films die als meest verwerpelijk uit de bus kwam, kreeg het predicaat ‘ontraden’. Als je er toch heen ging, was dat een dagelijkse zonde. In het vagevuur werden nieuwe houtblokken voor de open haard aangedragen.

Terugblikkend denk je dat een bioscoopexploitant wel blij was met het vonnis ‘ontraden’, een geheid volle bak, nietwaar? Dit is echter een val waar de geschiedschrijving wel meer intrapt, altijd kind van de eigen tijd. Die bioscoopbaas was namelijk helemaal niet blij. De televisie was er net. Des avonds stond het wonder wel eens aan in de etalage van een radiowinkel, een gigantische kast met een piepklein schermpje in zwart en wit. De bioscoop vervulde eventjes – langer dan twee generaties heeft het niet geduurd – de rol van schouwtoneel. De sociale controle in de wijk was groot. Wie naar een ontraden, in de volksmond doorgaans ‘verboden’ genoemde, film ging, zette in de parochie zijn goede naam op het spel. Verder lezen

Marike Bok (1943-2017): was ik maar weer boom  

 

De eerste solotentoonstelling van Marike Bok was voorjaar 1988 in Leiden. De locatie daar was de kunstenaarssociëteit Ars Aemula Naturae aan de Pieterskerkgracht¸ hartje oude binnenstad. Mij viel de eer te beurt die expositie te openen. Ik kende Marike eigenlijk nog niet, maar Rinus van den Bosch, haar leermeester en inspirator zoveel te beter. We deelden Den Haag als geboortestad en dompelden ons in het vrij compacte culturele leven aldaar. Geregeld kruisten onze beide wegen elkaar. Rinus was de man die zijn eigen tijd ordende. Dat kwam bij oppervlakkige waarneming chaotisch over, maar dat was schijn. Hij was zo iemand die de tijd naar eigen behoefte had ingericht. Hij hulde zijn onweerstaanbare creativiteit in een kleed dat bij oppervlakkig kijken slordig leek en weinig gecoördineerd. Het was dus heel anders.

 

Want Marike is juist door de discipline waarmee Rinus van den Bosch de ontwikkeling van haar talent begeleidde, een van de meest verrassende en markante portretschilders geworden van haar tijd. Verder lezen

Bij de dood van Dolf Toussaint: altijd dicht genoeg bij  

 

De woorden zijn van Robert Capa, de beroemdste persfotograaf van allemaal: “If your pictures aren’t good enough, you aren’t close enough”. Ze zijn van een bedrieglijke eenvoud en er is ook weinig tegen in te brengen. De lens in de camera heeft geen mening. Die registreert alleen maar. De fotograaf moet zelf voor een schuttersput zorgen. Dichtbij. Als de mannen uit de modder komen en oprukken, moet hij mee. Anders mist hij zijn doel.

 

Capa was de maker van de foto die de icoon werd van de Spaanse burgeroorlog. Córdoba 1937: daar valt een soldaat, zo-even getroffen door een kogel die dwars door zijn hoofd ging, het geweer glijdt uit zijn rechterhand. Een stervende strijder. De fotograaf vertelt zijn verhaal. De lens en sluitertijd zijn aan hem ondergeschikt. Het gaat om de fotograaf als de betrokken waarnemer.

 

Voor de volledigheid maak ik er melding van dat tot op de dag van vandaag twijfels klinken over de authenticiteit van de foto. Maar dat hoort erbij, zeker onder collega’s. Robert Capa was geen bescheiden mens. Hij koesterde zijn rolmodel van fotograaf als getuige van de waanzin. Zijn eigen dood was redelijk in stijl: hij trapte op een landmijn in Indo-China tijdens de agonie van de Franse koloniale aanwezigheid daar ter plaatse, halverwege de jaren vijftig. Op een mijn trappen is echter lang niet zo fotogeniek als dramatisch door de knieën gaan en sneuvelen met een geweer in de hand. Het oog wil ook wat. Gelukkig heeft de lens geen eigen wil.

 

Dolf Toussaint, recent overleden, behoort tot de beeldchroniqueurs van de Nederlandse politiek. Hij en andere prominenten uit het metier zoals Bert Verhoeff hadden daarbij het geluk om actief te kunnen zijn in het hoogtij van de pure betrokken persfotografie. Altijd ‘close enough’. Toussaints foto’s betrappen de politici en hun entourage maar zijn nooit toevallig. Ze willen altijd beweging registreren en schetsen vaak verbijsterend trefzeker het doen, laten en zijn van de mensen die ze tonen. Objectief is het gelukkig niet. Een lens heeft geen mening, maar Dolf heeft die wel. Hij kiest zijn standpunt, gaat door knieën, kijkt om de hoek. Hij heeft geen ‘Photoshop’ nodig om te krijgen wat hij hebben wil en heeft aan zwart-wit genoeg. Verder lezen