Alle berichten van Han Mulder

Over Han Mulder

Han Mulder (1935) is journalist en columnist. Hij was o.m. hoofdredacteur van het Leidsch Dagblad, reportageredacteur van Het Parool, werkte voor radio en televisie (o.m. Met het Oog op Morgen, Den Haag Vandaag en Brandpunt), schreef een wekelijkse column in Haagsche Courant en GPD-bladen. Hij verzorgt momenteel een column in het Archeologie Magazine en is lid van de redactie van de Internationale Spectator.

Oresteia

 

Ik hoorde acteur en regisseur Hans Croiset op de radio zeggen dat de Oresteia eigenlijk minstens elke vijf jaar een keer zou moeten worden opgevoerd. Door de eeuwen heen is die score inderdaad redelijk bereikt. We hebben het dan over het enige compleet, dus in zijn geheel overgeleverde stuk van Aischylos, een van de grote makers van de Griekse tragedie uit de 5de eeuw voor Christus, de gouden tijd van Athene. De voorname geest die de superieure beelden op het Parthenon uitstraalden vond toen zijn evenknie in de ontplooiing van het drama en de poëzie.

 

Zaterdag beleefde de Haagse schouwburg dus de nieuwste versie van de Oresteia, die beladen belevenis van stemming en beklemming: het Nationale Theater in de regie van Theu Boermans. Croiset heeft gelijk. Aischylos is niet zozeer een schrijver met veel gezichten, maar een met steeds weer nieuwe vragen voor steeds weer andere tijden. Daarbij treft hij ook zijn even geniale tijdgenoten Sophocles en Euripides. Toneel verschilde in zijn aanpak natuurlijk heel erg van wat ik nu maar kortheidshalve modern toneel noem. Het verschijnsel tragedie was in zijn oervorm vooral een religieuze plechtigheid bij de jaarfeesten in het theater voor Dionysus, de god van de wijn.

Verder lezen

O, o, Den Haag

Het was me deze week als Hagenaar weer eens vreemd te moede. Stad met veel pretentie, minstens hoeder van recht en vrede in de wereld, vele nationaliteiten binnen de gemeentegrenzen, altijd bezig met erkenning en status, daarbij vaak nauwelijks na-ijver verhullend richting Amsterdam, de stad die nooit moeite hoeft te doen voor de aandacht van de wereld. Wie een stedentrip naar de Lage Landen ambieert, gaat naar Amsterdam en niet naar Den Haag of het moest zijn om het meisje met de parel.

 

In feite is Den Haag in dagelijkse doen dorps en argwanend van karakter. Illustratief waren de raadsverkiezingen van deze week. Terwijl in alle grote gemeenten de heersende trend was, ramen open, licht naar binnen, werden in Den Haag als verlosser van alle ongemak een populist en zijn kornuiten op het grootste gezondheidszadel van de raad gehesen. De Haagse markt en de Scheveningsche Courant raakten er niet over uitgepraat. In Amsterdam en Utrecht leek het al rokjesdag tussen alle bakfietsen, maar in Den Haag werd de politieke overwinning gevierd met het nuttigen van bier en een druipende bitterbal. Hou me ten goede, ieder zijn meug. Maar ik meld het wel.

 

Deze zelfde week was ik even op het Lange Voorhout om op nummer 12, een prachtig historisch pand, een tentoonstelling met werk van vrienden te bekijken. Zeer de moeite waard. De zon scheen, de lenteflora toonde zich na alle kou uitbundig. Voor Diligentia dromde een menigte samen, want – zo hoorde ik – koningin Máxima was onderweg met haar collegaatje uit Jordanië. De tram kon er zelfs niet door. Twee prachtige vrouwen zomaar in het wild op de mooiste Allee van heel Europa. Dat was dinsdag. De grote wereld leek even halt te houden in Den Haag. Maar hierna werd het dus woensdag. Het was voorbij. Verkiezingen. En we zongen met z’n allen in koor: O, o, Den Haag, mooie stad, lekker diep verstopt achter de duinen.

 

 

Rolstoel  

 

Een mens is nooit te oud voor nieuwe ervaringen. Zo zat ik vorig weekend voor het eerst in mijn aardse bestaan in een rolstoel. Dat klinkt dramatischer dan het is, maar ik ga het ook weer niet afdoen als een klein stapje terug. Trouwens, kleine stapjes horen typisch tot de ervaringswereld van een rolstoelgebruiker. Ze zijn een dribbelaar op wielen.

 

Het was een zeldzame zonnige zondagmiddag, een schaars verschijnsel in deze vroege herfst. Met vrouw op bezoek in Museum Voorlinden in Wassenaar. Ik daar voor het eerst. Dat is op zich al geen beste beurt voor een zelfverklaarde kunstliefhebber vol ambities en nog veel meer pretenties. En Voorlinden, dat prachtige samengaan van kunst, architectuur en natuur was inmiddels nota bene al meer dan een jaar zomaar te kijk en te geef.

Akkoord, mijn vrouw was er voor de vijfde keer, dus het kunstzinnig blazoen van de familie bleef onaangetast. Maar als bewoner van Den Haag – dat is een gemeente die aan Wassenaar grenst – diende ik me al geruime tijd ernstig te schamen. Uitvluchten genoeg. Zo fiets ik niet meer, met de auto is het langszij het uitbundig lover rondom het landgoed ingewikkeld plussen en minnen.

Verder lezen

Erfgoedontwikkeling in Maarssen  

 

De voortvarende mevrouw Maya Meyer Bergmans die al eerder dit jaar een aantal bijzondere locaties in den lande verwierf, waaronder het paleis Soestdijk, mag zich via MeyerBergman Erfgoedontwikkeling sinds kort eigenaar noemen van de buitenplaats Doornburgh in Maarssen. Op 16 september ging daar een tentoonstelling open met werk van 17 kunstenaars uit vooral Amsterdam en Den Haag. Dat is een voorbeeld van de culturele invulling die mevrouw Meyer waarschijnlijk voor ogen staat. Dat landgoed was eigendom van de Reguliere Kanunnikkessen van het Heilig Graf, maar omdat het met de stand van de eerwaarde zusters steeds beperkter gesteld raakte, kon men de kar niet langer trekken.

Ik was bij de opening van de expositie. Het was matig weer en de tom-tom liet ons bij de terminale aanwijzingen van het traject daarheen in de steek. Dat was die tom-tom niet echt kwalijk te nemen want buitenplaats Doornburgh bleek een ongebruikelijk opgetrokken woon- en leefcomplex. Het klassieke landhuis, statig en zeer voornaam, riep geen twijfel op, maar het was gesloten en toonde trouwens geen directe sporen van recente bewoning. Maar de tentoonstelling bleek uiteindelijk te zijn in de redelijk belendende uit vooral beton opgetrokken ‘priorij’ die pas uit 1966 dateerde. Strak, lange gangen¸ met een toefje Berlage. Verder lezen

Laatste kwartier?

 

Een halve eeuw geleden is de katholieke filmkeuring ermee gestopt. De gewone had je natuurlijk ook, maar die zag meer door de vingers. De roomse variant, de katholieke film centrale (KFC) had een extra zintuig voor laster jegens het Opperwezen en de curie. Voorts was er een uitgesproken preoccupatie met de schaars geklede medemens. Men was daar sterk op tegen.

Katholieke dagbladen publiceerden in hun wekelijkse agenda de uitkomsten van het college van keurders, waartoe altijd wel enkele pastoors behoorden. De categorie films die als meest verwerpelijk uit de bus kwam, kreeg het predicaat ‘ontraden’. Als je er toch heen ging, was dat een dagelijkse zonde. In het vagevuur werden nieuwe houtblokken voor de open haard aangedragen.

Terugblikkend denk je dat een bioscoopexploitant wel blij was met het vonnis ‘ontraden’, een geheid volle bak, nietwaar? Dit is echter een val waar de geschiedschrijving wel meer intrapt, altijd kind van de eigen tijd. Die bioscoopbaas was namelijk helemaal niet blij. De televisie was er net. Des avonds stond het wonder wel eens aan in de etalage van een radiowinkel, een gigantische kast met een piepklein schermpje in zwart en wit. De bioscoop vervulde eventjes – langer dan twee generaties heeft het niet geduurd – de rol van schouwtoneel. De sociale controle in de wijk was groot. Wie naar een ontraden, in de volksmond doorgaans ‘verboden’ genoemde, film ging, zette in de parochie zijn goede naam op het spel. Verder lezen