Alle berichten van Marieke Bolle

Over Marieke Bolle

Marieke Bolle (1957) is communicatie-adviseur en kunsthistoricus. Zij was onder meer plv. directeur voorlichting van het ministerie van WVC. Ook is zij twaalf jaar actief geweest in de lokale politiek in Den Haag (raadslid, fractievoorzitter, wethouder cultuur en financiën). Ze vervult nu een aantal bestuurlijke functies, zoals voorzitter van de daklozenkrant Straatnieuws, bestuurslid van de Nieuwe Kerk in Den Haag en lid van de Raad van Toezicht van Alzheimer Nederland. Zij woont sinds 2015 in haar geboortestad Rotterdam.

Armoede in Nederland

 

Er zijn in Nederland een half miljoen huishoudens die een problematische schuld hebben. Dat is elk 14e gezin, of éénpersoonshuishouden. Bij deze mensen stapelden de afgelopen vijf jaar – zo lang duurt het voor de meesten hulp zoeken – de ongeopende brieven zich op. Met aanmaningen en boetes van de woningcorporatie, de energieleverancier, de belastingdienst, de telefoonprovider en de postorderbedrijven.

 

Als de ellende helemaal niet meer is te overzien, melden ze zich voor schuldsanering. Hun schuld is dan al opgelopen tot gemiddeld 40.000 euro. De verwachting is dat het huidige aantal van 500.000 mensen de komende maanden snel zal oplopen door de economische recessie waarin we terecht zijn gekomen.

Als je in de schuldsanering zit, dan houd je van je inkomen minder over dan de bijstandsnorm. Dat betekent dat je zo’n 900 tot 950 euro in de maand hebt, waarvan je alles moet doen: wonen, stoken, eten, kleden, ontspannen.

Het is druk bij de voedselbanken, en het wordt alleen nog maar drukker.

 

En dan heb je nog de mensen die niet eens bij de voedselbank terecht kunnen. De mensen zonder verblijfsvergunning, bijvoorbeeld, die los werk deden als schoonmaker of in de horeca, maar nu op straat staan. Arbeidsmigranten, die nu geen werk meer hebben, maar evenmin terug kunnen door de reisbeperkingen. Ontheemden, daklozen. Het Rode Kruis schat deze groep in ons land op 25.000. In Nederland leven dus 25.000 mensen die voedselhulp nodig hebben van het Rode Kruis. Daar gaat deze organisatie zich nu voor inzetten.

 

Voor wie dacht dat voedselhulp van het Rode Kruis alleen bestemd was voor andere delen van de wereld, zoals oorlogsgebieden of landen die getroffen zijn door natuurrampen, is het de hoogste tijd om wakker te worden.

 

Het gironummer van het Rode Kruis voor de voedselhulp in Nederland is 7244.

 

Grenzen aan vrijheid

 

Vrijheid, wie wil dat niet? Het begrip vrijheid heeft voor ons een mooie, nastrevenswaardige betekenis. Wij in Nederland, belijden wij, zijn vrij, en dat is een groot goed. In andere delen van de wereld zijn mensen niet vrij. Hen benijden we niet. En daar hebben we een punt: als je in Syrië of Rusland, China of Belarus hardop kritiek levert – vrijheid van meningsuiting hebben we het dan over – loop je de kans te worden gemarteld, vergiftigd, of in een kamp geïnterneerd. Zo gaat dat hier gelukkig niet.

 

Maar hier, in ons vrije land, in de dagelijkse praktijk, is vrijheid zo langzamerhand verworden tot een egoïstisch en hysterisch begrip. Als we aan vrijheid denken, denken we alleen aan onze eigen onbegrensde vrijheid. Zelden aan die van de ander, zeker niet als die botst met de onze. We willen doen wat we leuk vinden. En we willen het nu. Vrijheid vullen we consumentistisch in. Hier en nu naar eigen inzicht genoten, ongeacht de ander. En wie aan onze vrijheid in de weg staat, kan een grove bejegening verwachten. We worden er geen betere mensen van.

 

Zo zijn er nog steeds mensen die Sinterklaas willen vieren mét Zwarte Piet – alsof kinderen trouwens ook maar één gedachte wijden aan Piet, wit, zwart, of niet. En die mensen laten zich er niet door weerhouden dat anderen zich daardoor gekwetst voelen.

Zo zijn er mensen die willen feesten ondanks corona; als ouderen bang zijn ziek te worden. blijven ze toch thuis?

En op internet schrijven mensen alles wat ze denken, zo grof, zo bot, dat anderen zich terecht bedreigd voelen. Vrijheid ten koste van de ander.

 

Maar vrijheid is sociaal: je hebt het samen met en ten opzichte van anderen. Willen we onze vrijheid behouden, kunnen we die beter niet misbruiken.

 

Solidariteitsbelasting

 

De cultuursector is, als het gaat om werk voor makers, maar ook om cultuurbeleving voor toeschouwers en toehoorders, een van de zwaarst door coronamaatregelen getroffen sectoren. De gevolgen dreunen door als die van de gaswinning in Groningen en, net als daar, is het einde nog lang niet in zicht. Bewonderenswaardig enthousiast beginnen dezer dagen de podia, theatermakers en uitvoerend kunstenaars aan het nieuwe culturele seizoen. Iedereen kan op zijn vingers natellen dat dit seizoen, hoe mooi de voorstellingen ook worden, hoe hard er ook wordt gewerkt, voor geen meter, laat staan anderhalve meter uit zal kunnen komen. De sector vraagt nu, veel te bescheiden, 18 miljoen extra voor de podiumkunsten. In werkelijkheid lopen ze natuurlijk een veelvoud van dat bedrag mis.

 

Waar de cultuur verliezen draait, maken doe-het-zelfwinkels, tuincentra, spellenfabrikanten en webwinkels waar je die spullen kunt krijgen grote overwinsten. Alibaba verwacht een recordopbrengst bij de aanstaande beursgang – dat geld gaat allemaal naar de toch al steenrijke eigenaren – en bij de aandeelhouders van Amazon en Bol.com klotst het geld ook tegen de plinten.

Vergelijk het met slijterijen en levensmiddelenwinkels. Die gaan net zo goed als restaurants en cafés slecht. Consumenten kopen het een in plaats van het ander. Albert Heijn geeft zijn personeel van die overwinsten een beschamende fooi van 25 euro. Betaal je werknemers nou eerst eens fatsoenlijk. Daarna stel ik een solidariteitsbelasting voor, die de sterke overheid, die we inmiddels allemaal willen, dan kan verdelen in de verlieslijdende sectoren.

 

Dit schrijf ik terwijl in de krant de aankondiging staat voor De nacht van de vleermuis; in veel Europese landen worden dan vleermuisactiviteiten georganiseerd – wat dat ook moge zijn. Die vleermuis kan er natuurlijk niets aan doen, maar een beetje mal voelt het wel, in deze tijd. Kwam daar nou net niet die coronabesmetting vandaan?

 

# BLACK LIVES MATTER

 

Ik ben wit en daarmee bevoorrecht. Natuurlijk bestaat white privilege. Die keer dat ik, net afgestudeerd, tegelijk met een zwarte mevrouw binnenkwam bij de sociale dienst op de afdeling hoger opgeleiden en de beambte tegen mij zei: “Neemt u plaats”, en tegen haar: “U bent op de verkeerde afdeling. Dit is voor hoger opgeleiden.” Of toen de tram op de Scheveningseweg onze oppas bij de halte, wit, dat wel, maar met een hoofddoek, wéér voorbij was gereden. En nee, ik word nooit op straat of bij de douane aangehouden, en ik kan uittekenen wie wel.

 

Dus ik ben bevoorrecht. En ik begrijp dat je woedend wordt als ze je discrimineren om je huidskleur of achternaam. In het onderwijs, op de arbeidsmarkt, op straat, in de rij, in een grote auto. En iedere keer weer. En ja, er is sprake van institutioneel racisme in dit land. En dat is ontoelaatbaar. En als er niks verandert, dan wordt je militant, ook dat begrijp ik.

 

Maar soms begrijp ik dingen niet. Waarom wordt Ron Jans ontslagen als hij meezingt met een hitje waar het woord nigger in voorkomt? En dat in een land waar de praktijk van alle dag – institutioneel politiegeweld, soms met dodelijke afloop, tegen zwarten, George Floyd, maar velen gingen hem voor – absoluut racistisch is, maar de politieke correctheid in het spraakgebruik tot in het extreme is doorgevoerd? En waarom moeten standbeelden tegen de vlakte? Dat is iets voor religieuze fanaten als de protestanten in Nederland in de 16e eeuw of IS in Syrie. Kunnen wij de geschiedenis gewoon blijven bespreken? Met alle tekortkomingen van onze voorouders? Misschien kunnen we er iets van leren. En ook al ben ik wit en geprivilegieerd, toch wil ik gewoon meedoen met het debat. Zonder elke keer op ieder woord te moeten passen.

 

CORONA: VOOR WIE ZIJN DE RESTVERSCHIJNSELEN?

 

Iedereen kan Covid-19 krijgen. In die zin maakt het virus geen onderscheid. Ben je rijk, ga je naar Noord-Italië op wintersportvakantie. Ben je arm, woon je dicht op elkaar gepakt in een asielzoekerscentrum waar covid-19 is uitgebroken. Maar wie betalen, ziek of niet ziek, uiteindelijk de rekening van corona? Dat konden we raden, toch?

 

Vrouwen om te beginnen. Ze worden met de lockdown vaker slachtoffer van huiselijk geweld. En neem Somalië, waar genitale verminking nog vaak voorkomt. Daar zorgt de lockdown er voor dat veel meer vrouwen en meisjes genitaal worden verminkt: ze worden massaal slachtoffer van grootschalige huis-aan-huisacties.

Zwarte Afro-Amerikanen om een volgende groep te noemen, veel meer dan hun witte landgenoten: het coronavirus maakt onder dit deel van de Amerikaanse bevolking veel meer slachtoffers.

Jongeren dan: de arbeidsmarkt zit voor schoolverlaters bijna op slot als gevolg van de economische recessie, waarin we nu zitten. En van die schoolverlaters hebben degenen met de laagste opleiding natuurlijk weer minder kans op werk dan hun leeftijdgenoten met meer opleiding.

De werkloosheid loopt op en dat betekent dat de flexwerkers en de laagst opgeleiden het eerste hun baan verliezen. En bovendien gaan de klappen vallen waar zij vaak nog een baan kunnen krijgen: in de horeca en in de toeristische sector.

Op de scholen, die langzaamaan de poorten weer openen, is de corona-lockdown het meest fnuikend voor de leerlingen met een taalachterstand of andere leerproblemen, denk aan de kinderen met ouders die geen of slecht Nederlands spreken.

Kortom, het is met corona net als met alle andere rampen: de kans dat je wordt getroffen en echt in de problemen komt, is groter als je armer bent en aan het kortste eind van de macht trekt.

 

Dus kabinet, hoezo miljarden in zombiebedrijf KLM storten?