Alle berichten van Marieke Bolle

Over Marieke Bolle

Marieke Bolle (1957) is communicatie-adviseur en kunsthistoricus. Zij was onder meer plv. directeur voorlichting van het ministerie van WVC. Ook is zij twaalf jaar actief geweest in de lokale politiek in Den Haag (raadslid, fractievoorzitter, wethouder cultuur en financiën). Ze vervult nu een aantal bestuurlijke functies, zoals voorzitter van de daklozenkrant Straatnieuws, bestuurslid van de Nieuwe Kerk in Den Haag en lid van de Raad van Toezicht van Alzheimer Nederland. Zij woont sinds 2015 in haar geboortestad Rotterdam.

Spertijd voor talkshows svp

 

Die avondklok is shit natuurlijk. Corona sowieso shit. Allereerst voor de mensen die het krijgen. En dan alle bijkomende ellende. Mensen verliezen hun werk, hun inkomen. Kinderen kunnen niet naar school: shit, vooral voor kinderen met de slechtste kansen in ons onderwijssysteem. En, eerlijk is eerlijk, ik moet er niet aan denken om met drie pubers van 12, 14 en 16 – bijvoorbeeld – weken opgesloten te zitten in een appartement zevenhoog in een buitenwijk. U?

 

Corona is ook dodelijk voor de kunsten. Je kunt een boek lezen, dat nog wel, of een concert of theatervoorstelling livestreamen. Films thuis kijken. En soms is het resultaat geweldig, ook hierin toont de culturele sector zich creatief. Maar we missen ook veel: cultuur beleef je het liefste samen in het echt. Toch? Shit.

 

En dan nu spertijd, dat hadden de meesten niet eerder meegemaakt. Sommigen gaan daarom rellen, een enkeling plunderen. Niemand van ons wordt vrolijker van al die vrijheidsbeperkingen. Hoe jonger je bent, des te erger is het. En wat nog wél kan, vergt planning: vóór 21.00 uur binnen zijn, reserveren voor een livestream. Je kunt nog wel  -alleen – bij een vriend of vriendin gaan borrelen, maar daarna niet samen eten, want dan ben je te laat binnen. Spontaniteit nul. Het leuke is overal van af. Shit.

 

Natuurlijk zijn er uitzonderingen voor de avondklok. Voor werkers in ploegendiensten, bijvoorbeeld, logisch. Maar wat ik niet begrijp: je mag ook gewoon een talkshow doen, ongeacht de avondklok. Dat geleuter van deskundigen en ondeskundige zogenaamd bekende Nederlanders. De dagstand van de onderbuik over coronamaatregelen en vaccinatiestrategieën. Waarom is de talkshow in hemelsnaam uitgezonderd van de avondklok? Er zijn alleen maar voordelen van spertijd voor talkshows.

 

Doe desnoods tussen 04.30 en 21.00 uur een livestream. Als het per se moet.

 

Hoe intelligent is deze lockdown?

 

Als ik de stad inloop, straalt het licht van de in suikerspin-kleuren geverfde winkel met de ongelofelijke naam Donutella mij tegemoet. Nog een woordgrap ook: de naam doet vermoeden dat de topattractie hier een donut is, die ze vullen met chocolade hazelnootpasta. Ze zijn open en besprenkelen donuts met veelkleurige stippeltjes voor de hongerige clientèle. Mooi dat we dat niet hoeven te missen. Drie deuren verder is de stroopwafelwinkel. Die mag ook open: de verkoper bakt net verse wafels. De geur ervan wordt via een vernuftig systeem op neushoogte de winkelstraat ingeblazen. Althans, daar verdenk ik ze van. Net als dat verpleegtehuis, waar ze iedere ochtend tegen ontbijttijd de hal volspuiten met de lucht van versgebakken spek. Dat maakt nu eenmaal  hongerig.

 

En daar is de volgende winkel die open mocht blijven: de dranken super. Een essentiële winkel, want alleen die hoefden niet te sluiten in deze lockdown. Moest je je van deze staatssecretaris van volksgezondheid nou juist niet zorgen maken als alcohol voor jou een essentieel product wordt? Maar er brandt licht en er zijn verkopers en klanten. Misschien maar beter: drooglegging heeft weer hele andere, minder plezierige effecten op de samenleving. En iets dergelijks geldt dus ook voor de coffeeshop. Open. Zelfs in de smartshop kun je terecht. En in de hondentrimsalon.

Jammer alleen dat de boekwinkel gesloten is, de concertzaal en het museum dicht.

 

Heette de eerste lockdown nog ‘intelligent’ – waarschijnlijk omdat we ons volkje zo veel slimmer vinden dan andere, de tweede lockdown heet alleen nog ‘lockdown’. Maar is ie nou intelligenter of minder intelligent dan de eerste?

Is het slim om donuts met chocopasta, stroopwafels, paddo’s, wiet en drank te kunnen blijven kopen, je hond te laten trimmen?

Begrijpen we het nog of zijn we niet intelligent genoeg?

 

 

 

 

Armoede in Nederland

 

Er zijn in Nederland een half miljoen huishoudens die een problematische schuld hebben. Dat is elk 14e gezin, of éénpersoonshuishouden. Bij deze mensen stapelden de afgelopen vijf jaar – zo lang duurt het voor de meesten hulp zoeken – de ongeopende brieven zich op. Met aanmaningen en boetes van de woningcorporatie, de energieleverancier, de belastingdienst, de telefoonprovider en de postorderbedrijven.

 

Als de ellende helemaal niet meer is te overzien, melden ze zich voor schuldsanering. Hun schuld is dan al opgelopen tot gemiddeld 40.000 euro. De verwachting is dat het huidige aantal van 500.000 mensen de komende maanden snel zal oplopen door de economische recessie waarin we terecht zijn gekomen.

Als je in de schuldsanering zit, dan houd je van je inkomen minder over dan de bijstandsnorm. Dat betekent dat je zo’n 900 tot 950 euro in de maand hebt, waarvan je alles moet doen: wonen, stoken, eten, kleden, ontspannen.

Het is druk bij de voedselbanken, en het wordt alleen nog maar drukker.

 

En dan heb je nog de mensen die niet eens bij de voedselbank terecht kunnen. De mensen zonder verblijfsvergunning, bijvoorbeeld, die los werk deden als schoonmaker of in de horeca, maar nu op straat staan. Arbeidsmigranten, die nu geen werk meer hebben, maar evenmin terug kunnen door de reisbeperkingen. Ontheemden, daklozen. Het Rode Kruis schat deze groep in ons land op 25.000. In Nederland leven dus 25.000 mensen die voedselhulp nodig hebben van het Rode Kruis. Daar gaat deze organisatie zich nu voor inzetten.

 

Voor wie dacht dat voedselhulp van het Rode Kruis alleen bestemd was voor andere delen van de wereld, zoals oorlogsgebieden of landen die getroffen zijn door natuurrampen, is het de hoogste tijd om wakker te worden.

 

Het gironummer van het Rode Kruis voor de voedselhulp in Nederland is 7244.

 

Grenzen aan vrijheid

 

Vrijheid, wie wil dat niet? Het begrip vrijheid heeft voor ons een mooie, nastrevenswaardige betekenis. Wij in Nederland, belijden wij, zijn vrij, en dat is een groot goed. In andere delen van de wereld zijn mensen niet vrij. Hen benijden we niet. En daar hebben we een punt: als je in Syrië of Rusland, China of Belarus hardop kritiek levert – vrijheid van meningsuiting hebben we het dan over – loop je de kans te worden gemarteld, vergiftigd, of in een kamp geïnterneerd. Zo gaat dat hier gelukkig niet.

 

Maar hier, in ons vrije land, in de dagelijkse praktijk, is vrijheid zo langzamerhand verworden tot een egoïstisch en hysterisch begrip. Als we aan vrijheid denken, denken we alleen aan onze eigen onbegrensde vrijheid. Zelden aan die van de ander, zeker niet als die botst met de onze. We willen doen wat we leuk vinden. En we willen het nu. Vrijheid vullen we consumentistisch in. Hier en nu naar eigen inzicht genoten, ongeacht de ander. En wie aan onze vrijheid in de weg staat, kan een grove bejegening verwachten. We worden er geen betere mensen van.

 

Zo zijn er nog steeds mensen die Sinterklaas willen vieren mét Zwarte Piet – alsof kinderen trouwens ook maar één gedachte wijden aan Piet, wit, zwart, of niet. En die mensen laten zich er niet door weerhouden dat anderen zich daardoor gekwetst voelen.

Zo zijn er mensen die willen feesten ondanks corona; als ouderen bang zijn ziek te worden. blijven ze toch thuis?

En op internet schrijven mensen alles wat ze denken, zo grof, zo bot, dat anderen zich terecht bedreigd voelen. Vrijheid ten koste van de ander.

 

Maar vrijheid is sociaal: je hebt het samen met en ten opzichte van anderen. Willen we onze vrijheid behouden, kunnen we die beter niet misbruiken.

 

Solidariteitsbelasting

 

De cultuursector is, als het gaat om werk voor makers, maar ook om cultuurbeleving voor toeschouwers en toehoorders, een van de zwaarst door coronamaatregelen getroffen sectoren. De gevolgen dreunen door als die van de gaswinning in Groningen en, net als daar, is het einde nog lang niet in zicht. Bewonderenswaardig enthousiast beginnen dezer dagen de podia, theatermakers en uitvoerend kunstenaars aan het nieuwe culturele seizoen. Iedereen kan op zijn vingers natellen dat dit seizoen, hoe mooi de voorstellingen ook worden, hoe hard er ook wordt gewerkt, voor geen meter, laat staan anderhalve meter uit zal kunnen komen. De sector vraagt nu, veel te bescheiden, 18 miljoen extra voor de podiumkunsten. In werkelijkheid lopen ze natuurlijk een veelvoud van dat bedrag mis.

 

Waar de cultuur verliezen draait, maken doe-het-zelfwinkels, tuincentra, spellenfabrikanten en webwinkels waar je die spullen kunt krijgen grote overwinsten. Alibaba verwacht een recordopbrengst bij de aanstaande beursgang – dat geld gaat allemaal naar de toch al steenrijke eigenaren – en bij de aandeelhouders van Amazon en Bol.com klotst het geld ook tegen de plinten.

Vergelijk het met slijterijen en levensmiddelenwinkels. Die gaan net zo goed als restaurants en cafés slecht. Consumenten kopen het een in plaats van het ander. Albert Heijn geeft zijn personeel van die overwinsten een beschamende fooi van 25 euro. Betaal je werknemers nou eerst eens fatsoenlijk. Daarna stel ik een solidariteitsbelasting voor, die de sterke overheid, die we inmiddels allemaal willen, dan kan verdelen in de verlieslijdende sectoren.

 

Dit schrijf ik terwijl in de krant de aankondiging staat voor De nacht van de vleermuis; in veel Europese landen worden dan vleermuisactiviteiten georganiseerd – wat dat ook moge zijn. Die vleermuis kan er natuurlijk niets aan doen, maar een beetje mal voelt het wel, in deze tijd. Kwam daar nou net niet die coronabesmetting vandaan?