Brexit: de wraak van de geschiedenis

 

De Britten zijn van een koude kermis thuis gekomen. Het leek zo makkelijk om uit de Europese Unie te vertrekken. Zei de voornaamste Brexiter Boris Johnson niet lange tijd, rekenend op de gezamenlijke belangen van de EU-landen, dat You can have the cake and eat it? Anders gezegd, dat wij Britten gemakkelijk van twee walletjes kunnen eten: vertrekken en toch de handel met het Europese vasteland behouden?

De bestuurlijke elite van de Conservatieve partij, geporteerd voor de Brexit, en voor het merendeels uit alfa’s bestaande, bleek elk inzicht te ontberen in de ingewikkelde economische en financiële betrekkingen die een lidmaatschap van vijfenveertig jaar met het Europese continent heeft gecreëerd. De beslissing van premier May op 30 maart 2017 om de relatie met de Europese Unie officieel op te zeggen was een grote fout, ondoordacht genomen zonder dat de consequenties daarvan waren overzien. De EU-regelgeving heeft betrekking op zowat alle onderdelen van de samenleving. Je daarvan ontdoen is een hels karwei en het is zeer twijfelachtig of het ooit zover komt.

Van alle banden die losgewrikt moeten worden vormt de Ierse grenskwestie veruit het grootste obstakel. De Ierse eis dat er geen nieuwe harde grens met Noord-Ierland komt, lag al ruim een jaar geleden op tafel, maar de Brexiters namen toen genoegen met de bezweringsformule van premier May die inhield dat er ‘regulatory alignments’, lees afstemming van afspraken, tot stand zouden worden gebracht tussen beide delen van het Ierse eiland. Maar nu de eis van Ierland keihard is vastgelegd in het bijna zeshonderd pagina’s tellende uittredingsverdrag, is het uur van de waarheid aangebroken. Zij kan niet langer genegeerd worden, maar de Europese Unie kan er net zo min van af, want dat zou een Iers veto betekenen tegen het uittredingsverdrag.

Onmisbare partners

Gezegd moet worden dat de Ieren er het afgelopen jaar hard aan hebben getrokken om die eis overeind te houden. De Britten zijn Ierlands voornaamste handelspartners, de welvaart van Ierland is er in hoge mate van afhankelijk, maar de eis moet ook begrepen worden in het licht van de woelige geschiedenis die Ierland als voormalig onderdeel van het Britse rijk achter de rug heeft. Toen de Ieren in 1922 na eeuwen van harde Britse onderdrukking van hun nationale aspiraties eindelijk Home Rule verwierven, moesten ze zeer tegen hun zin de zes Noord-Ierse graafschappen aan het Verenigd Koninkrijk laten. De protestantse unionisten die daar altijd de lakens hadden uitgedeeld, wilden de band met het Britse moederland niet opgeven en kregen hun zin. Het gevolg was dat de conflicten tussen de arme katholieke minderheid en de geprivilegieerde protestantse meerderheid in Noord-Ierland de hele twintigste eeuw bleven oplaaien. Pas het Goede Vrijdagakkoord van twintig jaar geleden maakte daar aan een eind door een betere machtsdeling tussen beide partijen op te stellen en vooral door de grens met de Ierse republiek open te stellen en gelijke rechten te garanderen voor beide bevolkingsgroepen. Het akkoord bevestigde weliswaar de unie van Noord- Ierland met Groot-Brittannië, maar het houdt tegelijkertijd de mogelijkheid open dat het noordelijke deel ooit herenigd kan worden met Ierland, als daar een meerderheid van de bevolking in Noord-Ierland voor is. Zo werd vrede op het Ierse eiland eindelijk mogelijk.

De Britten zijn dus met handen en voeten gebonden aan de Ieren. Men kan er de wraak van de geschiedenis in zien, want voor het eerst zijn de rollen tussen beide landen nu omgekeerd. Om de kwestie voorlopig op te lossen heeft Brussel voorgesteld dat het Verenigd Koninkrijk tijdelijk binnen de Europese douane-unie blijft, de zogeheten backstop (achtervang) in Brexit jargon. Die verdwijnt pas, wanneer er een oplossing komt voor een grens die doorlaatbaar is voor goederen en toch de tarieven registreert die dan op Groot-Brittannië toepasbaar zijn. Het afgelopen jaar heeft men geen andere oplossing kunnen bedenken waar Brussel mee kan leven en het is zeer de vraag of die er in de toekomst wel komt.

Deze douane-unie is overigens sowieso nodig om de goederenhandel met de EU-landen ongestoord doorgang te laten vinden in afwachting van een nieuw te onderhandelen handelsrelatie. In de overeengekomen overgangsperiode tot 2020 zal dan zo’n nieuwe relatie moeten worden uitgewerkt. Die zal ook heel moeizaam tot stand komen, want in het uittredingsverdrag zijn harde eisen opgenomen inzake milieu en belastingen. De vrees dat het Verenigd Koninkrijk door lage belastingen uitgroeit tot een Europees Singapore, moet daarmee worden weggenomen. Maar anders dan tijdens het lidmaatschap zal, zolang er geen akkoord is over de nieuwe handelsrelatie, het Verenigd Koninkrijk alle veranderingen in de wetgeving inzake de handel moeten accepteren. Bij conflicten daarover zullen de uitspraken van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg doorslaggevend zijn. Van terugkeer van de soevereiniteit en controle over de handel is dus bepaald geen sprake, zoals de Brexiters in 2016 onder leiding van Boris Johnson hadden betoogd. Toen de Britse minister van transport Jo Johnson, de broer van Boris, dat in de gaten kreeg, concludeerde hij dat Groot-Brittannië door ondertekening van het uittredingsverdrag een vazal wordt van Brussel. Dat woord maakt nu veel opgang. Dat was nu juist het tegendeel van wat de Leavecampagne in 2016 had beloofd.

Een natie op drift

De beantwoording van de vraag hoe een nationale bevlieging om wetten en regels af te willen werpen die in Europees verband zijn aangegaan tot zo’n dieptepunt heeft kunnen leiden, vraagt bij de Britten om een nationaal gewetensonderzoek. Tekenen dat het zo ver komt zijn er vooralsnog nauwelijks. De Britten zijn op drift, maar wie daarvoor verantwoordelijk is, zal onvermijdelijk aan bod komen. De ergste uitkomst, een no deal met alle chaos van dien, lijkt onwaarschijnlijk, want dat zal geen Brits politicus voor zijn rekening durven nemen. Een alternatief hebben de harde Brexiters niet achter de hand, dus lijkt May’s onderhandelde verdrag de enige redelijke en begaanbare weg. Mogelijk zal de fatale datum van 30 maart 2019 naar achteren worden geschoven om nieuw overleg mogelijk te maken. Als het Brexit proces de Britten een harde les kan inprenten dan is het wel dat absolute soevereiniteit een luchtspiegeling uit het verleden is. Aangegane banden kunnen nooit duurzaam worden doorgeknipt. En dat is uiteindelijk goed nieuws.

 

Deel dit berichtShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone
Paul van Velthoven

Paul van Velthoven

Paul van Velthoven is freelance journalist en schrijft vooral over politieke en religieuze onderwerpen. Hij was chef van de opiniepagina van de Haagsche Courant en daarvoor onder
meer redacteur geestelijk leven bij dagblad Het Binnenhof. Hij publiceerde een studie over de Franse denker Raymond Aron. Onlangsverscheen van hem ‘Franstaligen tegen Vlamingen –Hoe België als natie mislukte’.
Paul van Velthoven

Over Paul van Velthoven

Paul van Velthoven is freelance journalist en schrijft vooral over politieke en religieuze onderwerpen. Hij was chef van de opiniepagina van de Haagsche Courant en daarvoor onder meer redacteur geestelijk leven bij dagblad Het Binnenhof. Hij publiceerde een studie over de Franse denker Raymond Aron. Onlangs verscheen van hem ‘Franstaligen tegen Vlamingen – Hoe België als natie mislukte’.