Categorie archief: Artikelen

In memoriam Henk Beereboom (1943-2019)

 

 

Onze columnist en fotograaf Henk Beereboom is overleden.

 

’Een gevoelig brein achter de camera’, zo typeerde hij zijn vriend en leermeester Dolf Toussaint bij diens overlijden, ruim twee jaar geleden. Hetzelfde kan gezegd worden van Henk, maar dan met de toevoeging: ‘scherpzinnig’.

 

Want scherpzinnig was Henk. Dat vond ook PvdA-fractieleider Joop den Uyl die hij hem in 1970 vroeg zijn persoonlijk assistent te worden. Later ging Henk met Den Uyl mee naar de overkant, als trait d’union tussen de minister-president en het parlement. Hij introduceerde daarmee de eerste ‘oog en oor’ functie in de Nederlandse politiek en was een uiterst betrouwbare bron voor veel Haagse journalisten.

 

Later ging hij naar Brussel, als lid van het kabinet van Henk Vredeling. Hij bleef in de ban van het Europese werk en toen de fameuze Henri Faas afscheid nam als hoofd van de Vertegenwoordiging van de Europese Commissie volgde Henk hem op.

 

Toen ontstond ook een passie die de rest van zijn leven zou domineren: de fotografie. Fijnzinnige portretten in zwart wit van de meest uiteenlopende karakters en figuren, uit de hele wereld. Vele prijkten in de loop der jaren op deze website.

 

Daarnaast schreef Henk ook columns, maar alleen als er een dringende aanleiding voor was. Hij bleef een zunige Drenth van geboorte. Over perikelen in de PvdA, de toestand in Griekenland, maar ook over de teloorgang van het roemruchte café De Pijpela, waar menig politicus zijn of haar afzakkertje kwam halen.

 

Henk werd op 5 december door zijn vrouw, Roty van Buuren, en talloze vrienden uitgeleide gedaan in Paviljoen De Witte, met uitzicht op een grauwe zee.

 

Roet in het eten

 

Wat is er aan de hand in Nederland?
Een wild geraas klinkt uit de boerenstand
en bouwers op het Malieveld
die eisen bergen schadegeld.
Hun woede vult het beeldscherm en de krant.

 

De stikstof moet omlaag. En wel gezwind.
We moeten ván het gas en áán de wind
met spoed naar CO-twee neutraal.
Leg dat maar uit aan Jan Modaal!
‘t Is wachten tot Tom Poes een list verzint.

 

“Vergroenen zult gij, brave consumenten.
Da’s nobel, ook al kost het heel veel centen,”

zo zeggen groene regisseurs,
“red de planeet en trek uw beurs,
want wat u heeft gespaard geeft toch geen rente.”

 

Toch is er wel iets wat mij zorgen baart.
Dat is mijn lieve trouwe witte paard.
Want wat dat beestje achterlaat
is desastreus voor het klimaat.
Hij poept zijn stikstof uit op dak en straat….

 

Moet ik als Sinterklaas fatsoen bewaren??
Mijn stoomboot niet op steenkool laten varen?
Toon ik mij ecologisch vroom
en vaar ik straks op groene stroom
om ons milieu groot onheil te besparen?

 

Moet ik een stekker-schimmel aan gaan schaffen
en mooie groene e-bikes voor mijn staf?
En moet ik roet in ’t eten gooien
door nooit meer suikergoed te strooien
omdat men mij als Sint daarvoor wil straffen?

 

Moeten mijn zwarte Pieten witte worden?
Zijn koolstofroetveegstrepen wél in orde?
Ik voel hier een gewetensstrijd!
Want waar blijft de diversiteit?
De strijd om mij is hard en heet geworden.

 

Genoeg geklaagd! ’t Wordt tijd! Ik moet op pad!
Het dak met zonpanelen wordt al glad.
De kerstman zit mij op de hielen,
op jacht naar nóg meer kinderzielen
dan hij intussen van mij heeft gejat.

 

Sinterklaas

 

Over ‘ongehoord’ gesproken  

 

En weer klopt er een nieuwe club aan de poorten van het omroepbestel. ‘Ongehoord Nederland’ gaat het zaakje heten en het is niet anders dan andere geluiden uit de rechtse hoek van Nederland. ‘Naar de gewone burger wordt niet geluisterd’, ‘de publieke omroep onder aanvoering van het NOS-journaal laat alleen het linkse geluid horen’, ‘we horen voortdurend geluiden over de klimaatgekte’, ‘de migratieramp wordt bewust onderbelicht’, het zijn de bekende geluiden uit de achterbannen van PVV en Forum voor Democratie. Geert Wilders en Thierry Baudet waren er dan ook als de kippen bij om het initiatief opzichtig te omarmen.

Aan de wieg van de nieuwe club staan journalist/oorlogsverslaggever Arnold Karskens en oud-VVD-kamerlid Ybeltje Berckmoes. Karskens zou als journalist beter moeten weten, want hij moet bekend zijn met het fenomeen dat een kritische benadering door te velen als ‘links’ wordt betiteld. Ybeltje leek van het toneel verdwenen, nadat zij de VVD-fractie was uitgezet vanwege een boekje, waarin ze de vuile was van haar partij gretig buiten hing. Nou is en was er wel wat vuile was bij de VVD te melden, maar Ybeltje kreeg met haar boek voornamelijk de lachers op haar hand. Een soort Rita Verdonk dus. De poging tot verrechtsing van de omroep doet vooral denken aan Koot en Bie, die als Jacobse en Van Es een paar decennia geleden furore maakten met ‘de tegenpartij’. Verder lezen

De AfD wil westwaarts  

 

Gejammer bij de gevestigde partijen, gejubel bij de AfD: de ultra-rechtse `Alternative für Deutschland´ scoorde bij de laatste deelstaatverkiezingen ruim boven de 20 procent. Ontevreden Oost-Duitsers in Saksen, Brandenburg en Thüringen hielpen de partij aan een klinkende zege. In Thüringen, waar de griezelige voorman Björn Höcke zelfs officieel fascist genoemd mag worden van de rechter, kreeg de AfD maar liefst 27 procent van de stemmen.

Maar de alternatieven willen meer. Ook in West-Duitsland moet een dergelijke uitslag haalbaar zijn. Daarbij wordt gehoopt op een economische recessie, want dat schept een vruchtbare voedingsbodem voor partijen als deze. Voorlopig is het nog een wensdroom: in Hessen (Frankfurt) en Beieren kwam de partij vorig jaar nog wel op zo´n 13 en 10 procent, maar in het dichtbevolkte Noordrijn-Westfalen haalt ze nog geen 7 procent.

De AfD gaat er tegenaan, zo blijkt uit een geheime strategienota die vandaag in de media opdook. Tussen nu en 2025 moet de partij uitgroeien tot een echte volkspartij. Het glazen plafond waar de AfD mee te maken heeft, moet doorbroken worden. De opvatting bij veel kiezers dat de AfD onvoldoende optreedt tegen extreemrechts in de gelederen, moet worden bestreden. En de vertegenwoordigers zullen zich voortaan moeten onthouden van discutabele uitspraken over kwesties als minderheden en de Duitse geschiedenis. Haatzaaierij en zinloze provocaties passen niet bij het doel een volkspartij te worden. Verder lezen

Den Uyl vs. Opstelten, twee volstrekte tegenpolen     

 

 

Een groter contrast is nauwelijks denkbaar. De gedrevene versus de onverstoorbare.

De bevlogen, fanatieke wereldverbeteraar versus de laconieke, kalme bestuurder. De intellectueel versus de wat oppervlakkige conservatief. Weinig verbindt hen. Hoogstens dat hun politieke carrière in mineur eindigde.

 

Ik heb het over Joop den Uyl en Ivo Opstelten. Van beiden zijn onlangs interessante biografieën verschenen. Die geven niet alleen een mooi. helder beeld van beide publieke figuren, maar ook van hun tijd. Eigenlijk zijn ze niet goed te vergelijken, al was het maar omdat den Uyl precies 25 jaar eerder werd geboren dan Opstelten. Ook hun achtergrond verschilde hemelsbreed. Den Uyl zoon van een gereformeerde kleine middenstander, Opstelten van een hervormde, welgestelde bankier.

 

Ik ga die vergelijking dan ook niet maken. Ik ken beiden van een afstand en beperk me tot enkele observaties en typeringen.

 

Joop den Uyl was een rusteloze, erudiete intellectueel. Tegelijk een politicus pur sang, voor wie het doel de middelen heiligde. Maar op beslissende momenten een twijfelaar, die iedereen te vriend wilde houden. En op sommige punten een rare utopist en drammer. Terwijl overal in de wereld het falen van de geleide economie zichtbaar werd, ging Den Uyl voluit op orgel om de staat juist meer invloed te geven. Het markmechanisme moest verdwijnen. Sterker nog: zelfs de vraag naar producten en diensten kon niet langer aan de mensen zelf worden overgelaten. ‘De toetsing van behoeften kan en mag niet anders zijn dan een gemeenschapsbeslissing’. En dat niet in 1917, maar in 1971.

 

Zijn finest hour was zijn premierschap. Ik vond hem toen indrukwekkend. Vooral tijdens de oliecrisis en in de Lockheed affaire steeg hij boven zichzelf uit. Zijn wekelijkse persconferenties in Nieuwspoort waren boeiend, zonder meer. En ik vond hem ook geestig en ad rem. In elk geval veel geestiger dan Van Agt, de zelf verklaarde non- politicus met zijn melige, archaïsche woordgrappen.

 

Ivo Opstelten was een studiegenoot in Leiden. Commissaris van het (meestal kapotte) meubilair van sociëteit Minerva, tevens voorzitter van de biljartcommissie. Niet zo’n rauwdauwer als veel anderen, gewoon iemand met een vrolijke uitstraling en natuurlijk gezag. Op college heb ik hem weinig gezien, maar dat is ook lastig als je om 5 uur ’s ochtends de laatste klanten de deur moet uitwerken.

 

Zijn hoogtepunt was de stille tocht in Rotterdam na de moord op Pim Fortuyn. Waardig aan de kop van de stoet, zijn vrouw Mariëtte en enkele LPF’ers naast hem. Dat heeft veel onheil voorkomen.

Hij had het daarbij moeten laten. En zeker niet naar het arrogante, maar incompetente ministerie van Justitie moeten gaan. Daarvoor mist hij ook het intellectuele overwicht. Hij dacht dat de Kamer en het departement zich wel zou voegen in zijn Heer Bommel aanpak.

In een gemeenteraad kan dat effect hebben, in de landelijke politiek niet.

 

Zowel den Uyl als Opstelten waren workaholics. Ze konden dat niet op tijd loslaten en vonden daarin uiteindelijk hun Waterloo. Met één verschil: Opstelten geeft zijn fouten in het boek ruiterlijk toe. Hij geeft niemand de schuld, alleen zichzelf. Dat is ook weer een klasse apart.