CDA draagt verdeeldheid in zich

 

Het aantal van zeventien partijen in de Tweede Kamer doet anders vermoeden, maar ook binnen partijen bestaan van oudsher uiteenlopende stromingen. In dat opzicht heeft vooral de confessionele politiek van zich doen spreken. En dat is niet verwonderlijk, want een religieuze overtuiging kan tot vele richtingen en interpretaties leiden.

In het na-oorlogse politieke veld was het confessionele smaldeel, buiten de meer orthodoxe splinters, aanvankelijk zelfs verdeeld over drie afzonderlijke partijen, de Katholieke Volkspartij, de Anti-Revolutionaire Partij en de Christelijk Historische Unie. Ze trokken meestal wel samen op, maar de KVP toonde toen al tekenen van een caleidoscopische denkwereld. Aan de flanken waren de wat linksere ARP (Boersma, Aantjes) en de meer tegen de VVD schurende CHU (Beernink, Kikkert) aanzienlijk standvastiger.

Het gerommel binnen de KVP kreeg in de jaren zestig een voorlopig hoogtepunt, of wellicht voor sommigen dieptepunt, in de nacht van Schmelzer, toen een kabinet met de PvdA onverhoeds beentje werd gelicht.Het leidde tot de afsplitsing van de PPR en werd de voedingsbodem voor een streven de drie confessionele partijen bij elkaar te brengen. Dat leidde door de niet aflatende inspanningen van Piet Steenkamp in de jaren zeventig tot het Christen Democratisch Appèl. De ARP-inbreng was er grotendeels verantwoordelijk voor dat in het begin van de jaren zeventig het kabinet Den Uyl kon ontstaan. Een KVP-motie over de grondpolitiek maakte een voortijdig einde aan dat kabinet. Met name binnen de KVP is de afkeer van de sociaal-democratie soms latent, maar wel altijd aanwezig geweest. Zo werd Piet Steenkamp, meer gedegen dan revolutionair, in KVP-kring een beetje meesmuilend betiteld als ‘rooie Piet’.

Ik kan me nog herinneren dat ik begin jaren zeventig als beginnend parlementair redacteur van de Brabant Pers te maken kreeg met het eveneens beginnende KVP-Kamerlid Piet Zelissen, een jonge en aimabele leraar Duits uit Oss. Piet liet mij van het begin af aan merken zich geenszins thuis te voelen binnen de KVP. In het ‘rooie’ Oss, de bakermat van de Socialistische Partij, had Piet uitstekend samengewerkt met de linkse krachten in de gemeente. Maar de KVP-fractie in de Tweede Kamer vond hij uitgesproken conservatief en oncollegiaal. Piet heeft me menig primeurtje bezorgd, maar toen enkele van zijn fractiegenoten daar lucht van kregen, was het snel gebeurd met Piet. Hij is de partij uitgezet, heeft de actieve politiek verlaten en is nu lid van Groen Links. Een zelfde lot ondergingen ook enkele van de zogenaamde ‘loyalisten’, die weigerden de CDA-regeringen in die tijd voluit te steunen. Twee van de voormannen van de ‘loyalisten’, Jan Nico Scholten en Stef Dijkman (‘Stef en ik’), werden in 1983 uit de fractie gezet.

De diepe scheidslijn tussen het Kamerlid Pieter Omtzigt en de partijleiding is dus zeker niet nieuw. Het zit natuurlijk ingebakken in de confessionele politiek. Volgens de leer van het rentmeesterschap zou het CDA toch een zeer groene partij moeten zijn. En barmhartigheid zou er de boventoon moeten voeren. Dat zal bij tal van CDA’ers ook zo zijn, maar niet bij de leiding. Wobke Hoekstra heeft ‘onze Pieter’ een loer gedraaid toen Hugo de Jonge zich terugtrok als lijsttrekker. En hij heeft zich vooral uitgesproken tegen partijen, die zorg voor het milieu en barmhartigheid hoog in het vaandel hebben staan. Tussen Pieter Omtzigt en het CDA komt het niet meer goed. Maar het is nog belangrijker te constateren dat confessionele politiek niet meer van deze tijd is.

 

Dick Toet
Latest posts by Dick Toet (see all)

Over Dick Toet

Dick Toet (1942) is zijn hele loopbaan werkzaam geweest in de dagbladjournalistiek. Hij was onder meer parlementair redacteur (Brabant Pers), vijf jaar correspondent in de USA (Zuid Oost Pers) en bijna twintig jaar lid van de hoofdredactie van de Haagsche Courant