CDA kan sleutelpositie opnieuw veroveren

 

De verkiezingen zijn voor het CDA rampzalig verlopen. Toch waren de vooruitzichten lange tijd ronduit goed na het vertrek van partijleider Sybrand Haersma Buma in 2019: minstens twee kroonprinsen had de partij tot zijn beschikking, Hugo de Jonge, Wopke Hoekstra en niet te vergeten Pieter Omtzigt die zich zelf overigens geen leidersrol had toebedacht.

Hoe kon het zo fout gaan? De aanwijzing van de lijsttrekker werd in het CDA decennia lang vanuit het bestuur strak geleid. Denken we in dit verband slechts aan een partijvoorzitter als Piet Bukman. De huidige deeltijds-voorzitter Rutger Ploum had de regie daarentegen helemaal niet in handen.  Om tot een keuze te komen speelde hij met het idee van een lijsttrekkerschapsverkiezing.  De Jonge vond het van begin af een slecht idee. Terecht had hij lering getrokken uit de beschamende gang van zaken bij de PvdA waar Diederik Samson het in de verkiezingscampagne van 2016 aflegde tegen Asscher, die beiden een even groot aandeel hadden gehad in het controversiële bezuinigingsbeleid van Rutte II.

Dit was niet voor herhaling vatbaar, maar het gebeurde nu toch, toen Hoekstra als meest getipte kandidaat het liet afweten. Daarmee glipte het proces helemaal uit handen van het partijbestuur en dat werd nog eens verergerd werd door de betwiste gang van zaken bij de verkiezing zelf waarbij  De Jonge slechts een klein aantal stemmen meer zou hebben behaald dan Omtzigt. Tegen heug en meug accepteerde De Jonge het resultaat. Hij deed het meer uit plichtsgevoel dan ambitie  Ondertussen had hij als hoofdverantwoordelijke voor het coronabeleid nauwelijks greep op de epidemie omdat al zijn maatregelen in handen waren van uitvoeringsorganisatie die zijn  ministerie niet zelf kan bijsturen. De Jonge deed er dan ook heel verstandig aan het lijsttrekkerschap op te geven om zich op zijn hoofdtaak te concentreren.

Zo kwam Hoekstra onvermijdelijk alsnog in beeld, maar wel veel te laat. En toen was er opnieuw van coördinatie in de campagne nauwelijks sprake. Omtzigts belangrijke boodschap dat de relatie tussen burger en overheid na de toeslagenaffaire dringend aan herziening toe is, kwam totaal niet over. Het kabinet trad voortijdig af, maar daarna verdween een van de grootste missers van de overheid  zo goed als uit beeld. Hoekstra, hoewel geen slechte debater, pakte het om begrijpelijke redenen niet op, moest pijlsnel groeien in zijn nieuwe rol van lijsttrekker, miste dossierkennis en ging enkele malen af. Maar dat verklaart nog niet waarom zo’n belangrijk pijnpunt als de toeslagenaffaire door het CDA als een bijzaak werd behandeld.

 

Is herstel mogelijk? Lange tijd leek het erop alsof D66 de centrumpositie die het CDA decennia had, zou kunnen overnemen. Dat is niet gebeurd. D66 heeft nu aardig gewonnen, vier zetels meer dan bij de verkiezingen van 2017. Maar de partij is nog altijd van een zeer grillig electoraat afhankelijk. In 2006 bij het aantreden van Alexander Pechtold had D66 slechts drie zetels. Het CDA daarentegen kan nog altijd rekenen op een stabiele harde kern van aanhangers, iets wat de meeste andere partijen missen. In een naar links opgeschoven D66 en een rechtse VVD die zich niet te veel wil vervreemden van radicaal rechts, kan het CDA zijn positie bij toetreding tot het kabinet als middenpartij nog steeds waarmaken. Maar de partij zal niet opnieuw sleutelministeries als Financiën en Justitie in handen krijgen. Daarvoor is ze nu te klein.  Hoekstra, de man die de CDA-kar hoogstwaarschijnlijk opnieuw gaat trekken, zal daarom vanuit de Kamer moeten opereren om zichtbaar te blijven en daarmee kunnen zorgen voor een comeback van het CDA.

 

 

Paul van Velthoven

Over Paul van Velthoven

Paul van Velthoven is freelance journalist en schrijft vooral over politieke en religieuze onderwerpen. Hij was chef van de opiniepagina van de Haagsche Courant en daarvoor onder meer redacteur geestelijk leven bij dagblad Het Binnenhof. Hij publiceerde een studie over de Franse denker Raymond Aron. Onlangs verscheen van hem ‘Franstaligen tegen Vlamingen – Hoe België als natie mislukte’.