|
Controlewoningen in Den Haag |
|
Han Mulder
|
|
maandag 14 februari 2011 |
Zo origineel is het in de politiek niet of het is al eens eerder vertoond. Die ´tuigdorpen´ van Wilders bestonden vroeger ook al. Ze heetten 'controlewoningen'. Dat woord spreekt ook al weer vanzelf. In Den Haag bouwde men in de jaren twintig het 'Zomerhof'. Dat klinkt als een eufemisme. Maar ik herinner mij dat het er inderdaad tamelijk rustiek uitzag. Het lag aan de rand van de Haagse bebouwde kom van die jaren, achter de Parallelweg. De straten hadden namen van jaargetijden. Naast het Zomerhof was er dan ook de Herfstweg. Die was direct van buitenaf bereikbaar. Daar woonden dan ook de mensen die aardig op weg waren om hun onmaatschappelijk gedrag in te ruilen voor aanvaardbare sociale mores. Er waren drie categorieën. Het meest geïsoleerd waren de verstokte onmaatschappelijken. Controle liet niet af. Ze zaten in de binnenste cirkel van het Zomerhof, rondom het badhuis. Bezoekers moesten zich om te beginnen bij het toezicht melden. De mensen die in de binnenband daaromheen zaten, waren op de goede weg. Zij hoefden niet meer tweewekelijks verplicht naar het badhuis. De teil in de keuken kwam als wenkend perspectief voor de nieuwe properheid in de plaats van de simpele thermen in het reservaat voor het onaangepaste grauw.
In elke stad van enige omvang bestonden voor de oorlog dergelijke geïsoleerde complexen. Ze werden soms 'woonscholen' genoemd. Het waren vaak 'rooie' of minstens sociaal geïnspireerde wethouders die met die ideeën kwamen. De eerste decennia van de vorige eeuw kwam de sociale woningbouw voorzichtig op gang. Veel paupers hadden nooit anders meegemaakt dan sloppen en stegen, met vocht aan de muur en zwammen en bruinrot aan de vloer. Dat leven, eten en slapen in de propere woninkjes die er toen steeds meer kwamen, voor nogal wat vertegenwoordigers van het lompenproletariaat, een opgave was, lag voor de hand. Het was niet even wennen. Het duurde vaak een hele tijd.
Ik doe er niet sentimenteel over. Ik woonde er tamelijk dicht in de buurt. Als zoon van een keurige kleine ambtenaar koesterde ik mijn vooroordelen. Het Zomerhof, daar ging je met een grote bocht omheen. In een poging om het maatschappelijk meer met zijn wat beter op dreef geraakte omgeving te doen vervlechten, stelde het Zomerhof zijn badhuis open voor de burgerij buiten de bakstenen fortificatie. Een dubbeltje voordeliger dan het badhuis aan de Paets van Troostwijkstraat. Die poging tot integreren werd geen succes. Een dubbeltje was nog een dubbeltje in die jaren maar op de Goeverneurlaan woonde je in zeker opzicht op stand en in die aandoenlijke standenmaatschappij die ook de kleine luiden koesterden, paste geen douchebeurt in het Zomerhof. Voor geen dubbeltje en zelfs niet voor een kwartje winst. In het eerste elftal van Laakkwartier, de voetbalclub in de wijk die ik nauwkeurig volgde en waarvan ik in een schoolschrift wekelijks de competitiestand in de derde klasse van de KNVB, district West II, bijhield, speelde een verdienstelijke rechtsbuiten die uit het Zomerhof afkomstig was. Hij had zelfs een dubbele naam, herinner ik me. Hoe het een met het ander te rijmen, ik herinner me dat ik er als gymnasiast het nodige mee te stellen had. Uit een interview met of een novelle van Kees van Kooten meen ik me te herinneren dat zijn moeder Annie nog een tijdje les heeft gegeven in het schooltje van het Zomerhof. Ja zeker, regelmaat en reinheid, dan kwam de rust vanzelf wel!
In mijn herinnering is dat Zomerhof verankerd als een soort burchtje van goede intenties en naïeve verwachtingen. Toen de stad haar grenzen verlegde verloor het zijn externe isolement en werd het al snel een enigszins potsierlijke enclave met ´cottage´ architectuur van de kouwe grond. Intussen beschikt elk nederig specimen van sociale woningbouw over een douche en denk je bij het woord ´badhuis´ alleen nog aan decadente Romeinen tijdens hun keizerrijk.
Geert Wilders gaat weer geschiedenis maken. Geen controlewoningen ditmaal, maar tuigdorpen. Ik zeg altijd maar, de taal is gans een volksdeel.
(
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
)
|
|
Hooggeleerden protesteerden |
|
Han Kogels
|
|
zondag 13 februari 2011 |
|
Een halve eeuw geleden zong het Leidsch Studenten Cabaret “Laat je zoon studeren, laat hem voor minister leren”. Zanger Paul van Vliet, componist Kai van Oven en tekstschrijver Floor Kist werden geen minister, maar cabaretier, advocaat en grootmeester van de koningin. Geen idee hoe lang ze over hun studie hebben gedaan. Het collegejaar duurde toen 26 weken, de zomervakantie vier maanden, en de gemiddelde studieduur was zeven jaar. We proppen tegenwoordig de collegestof in 35 weken en willen dat de student na drie jaar Bachelor is en een jaar later Master. Maar de gemiddelde studieduur blijkt nog ruim boven de zes jaar te liggen. Het kabinet Rutte gaat daar een prijskaartje aan hangen. In ieder van de twee fasen krijgt de student één jaar extra studietijd. Tragere lieden moeten rekenen op een boete van drieduizend euro extra collegegeld per jaar. En ook de universiteit of hogeschool krijgt een boete van drieduizend euro per jaar per zittenblijver.
Net als de studenten gingen op 21 januari de hoogleraren de straat op om te protesteren. Men kwam van een koude kermis thuis. De volksvertegenwoordiging zwichtte voor kreten als kostenverlaging en efficiencyslag. Het doet denken aan die fameuze kreet “Faster – Better – Cheaper !” die de NASA hanteerde… totdat bleek dat dankzij de bezuinigingen de Space Shuttle Columbia bij terugkeer in de dampkring in duizenden stukjes uiteen spatte.
Is er iets tegen kostenefficiënt hoger en wetenschappelijk onderwijs? Nee, maar wel tegen bezuinigen ten koste van kwaliteit. Kwalitatief goed opgeleide generaties krijg je niet met boetetrucjes, maar door selectie. Selectie van goede opleiders en goede studenten. Goede opleiders zijn geen opleiders die uit angst voor boetes studenten laten slagen. Goede studenten zijn geen studenten die jarenlang worden beziggehouden in een studie die ze niet goed aan kunnen. Ik pleit dan ook voor een verplichte toepassing van het bindend studieadvies na het eerste jaar, zodat alleen studenten die dit propedeusejaar met gemiddeld een zes of hoger hebben afgesloten mogen worden toegelaten tot het vervolg van de studie. En als we echt voor kwaliteit gaan, dan stellen we de Masterfase alleen open voor studenten die aan het einde van het vierde studiejaar hun Bachelor met gemiddeld een zeven of hoger hebben afgerond. Selecteren is beter en efficiënter dan sanctioneren.
|
|
Reagan alsnog twistappel in Berlijnse politiek |
|
Marjolijn Uitzinger
|
|
woensdag 09 februari 2011 |
Berlijn – Ronald Reagan zou afgelopen zondag 100 jaar geworden zijn. Een mooi moment om deze staatsman, die na Kennedy (‘Ich bin ein Berliner’) als meest opmerkelijke Amerikaanse president de Berlijnse geschiedenis is ingegaan, met een gedenkplaat of een eigen straat of plein te eren, vinden veel Berlijners. Per slot was hij het die in 1987 bij de Brandenburger Tor de Sovjet-Unie opriep de Muur af te breken, met de historische woorden: ´Mr. Gorbatschow, open this gate, tear down this wall´. Ik heb Reagan nooit een hoogvlieger gevonden, maar je moet hem nageven: dit optreden was heel bijzonder, ook als je het weer eens terugziet. De Berlijnse Senaat, het stadsbestuur van sociaaldemocraten (SPD) en oud-communisten (die Linke), onder leiding van SPD-burgemeester Klaus Wowereit, zag echter geen aanleiding om iets bijzonders te doen op de geboortedag van Reagan. Prima, een Reagan-plein of dito straat, zei de burgemeester, maar dat ligt op de weg van de stadsdeelbesturen. De Senaat heeft de stadsdelen opgeroepen de mogelijkheden hiertoe te bezien. Maar meer is niet nodig. Reagan is ereburger van de stad en wij herdenken hem met dankbaarheid voor zijn solidariteit, aldus Wowereit. En daarmee was de kous af.
Dat hier politiek gedonder van zou komen werd al in december duidelijk, toen de christendemocratische publiekslieveling Karl-Theodor zu Guttenberg (minister van Defensie) een lans brak voor een Ronald Reagan-plein en zich erover te beklaagde dat er geen herdenkingsfeest op de agenda stond. Andere politici van CDU en CSU sloten zich bij zijn pleidooi aan. Maar de Senaat hield zijn poot stijf. Geen feestje. De messen werden geslepen. Afgelopen weekend, op 6 februari, was het moment gekomen om de strijd uit te vechten. Wowereit liet zich niet zien of horen en parlementsvoorzitter Momper (SPD) legde samen met de toenmalige en de huidige Amerikaanse ambassadeurs een bescheiden boeketje bij het portret van Reagan in de galerij van ereburgers. Zu Guttenberg zag zijn kans schoon. Op bezoek bij de voormalige Stasi gevangenis Hohenschönhausen herhaalde hij zondag zijn lofzang op Reagan en noemde het beschamend dat daar nu de enige officiele Reagan-herdenking in Berlijn plaatsvond. De minister drong erop aan, de oud-president te eren met een plaquette aan de Brandenburger Tor. ´Dat zou een signaal afgeven en niet teveel verlangd zijn, ook voor deze Senaat´, zei hij. Volgens hem is zijn partijgenoot Angela Merkel het daarmee eens. Maar het stadsbestuur heeft dat afgewezen: veel teveel verkeer daar, is het argument.
Sinds zondag woedt de strijd voort. Zu Guttenberg deed dinsdag in Frankfurt een scherpe aanval op de Berlijnse stadsbestuurders, die struikelen over hun eigen ´domheid en dogmatisme´. De Amerikaanse ambassadeur uit 1987, Richard Burt, zei in een interview met de Berliner Morgenpost dat de senaat destijds helemaal geen zin had in de rede van Reagan, omdat een Amerikaans pleidooi voor afbraak van de Muur op dat moment politek ongelegen kwam. De toenmalige burgemeester, de christendemocraat Eberhard Diepgen, kon deze dolkstoot in de rug natuurlijk niet over zijn kant laten gaan. Het geheugen van de heer Burt laat hem in de steek, zei Diepgen in een reactie: niet de inhoud, maar de plek was onderwerp van discussie. Een dergelijke redevoering vlak voor de Brandenburger Tor bracht uit het oogpunt van veiligheid en openbare orde problemen met zich mee. Daarom had de senaat liever een andere plek voor Reagans rede gekozen, men vreesde tegendemonstraties en geweld. Diepgen herinnerde eraan dat hij destijds zelf in een toespraak gezegd had dat hij ervan droomde met zijn kinderen vrijelijk door de Brandenburger Tor te kunnen lopen. Er was dus geen sprake van, benadrukte hij, dat Reagans speech ongelegen kwam.
Overigens is ook de polulaire oud-burgemeester naar eigen zeggen voorstander van een Ronald Reagan-plein. De CDU in de wijk Charlottenburg-Wilmersdorf wil het drukke Joachimstaler Platz op de Kurfürstendamm omdopen en gaat dat nu voorstellen in de deelgemeenteraad. Dat wordt een nieuw strijdtoneel. En ook daarbij zullen vele oneigenlijke argumenten uit de kast worden gehaald. Het is een beetje onfris hoe Reagan alsnog wordt misbruikt om allerlei partijpolitieke of persoonlijke ruzies uit te vechten. Zu Guttenberg kijkt vooral naar de peilingen; de gedoodverfde opvolger van Angela Merkel neemt elke gelegenheid te baat om zijn positie nog meer te versterken. En Wowereit wil herkozen worden, in september. Die wil zijn achterban niet van zich vervreemden door een omstreden ex-president al te nadrukkelijk te omarmen.
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
|
|
|
Reagan blijft een zeer omstreden president |
|
Dick Toet
|
|
dinsdag 08 februari 2011 |
Over Ronald Reagan, de veertigste president van de Verenigde Staten, is de laatste weken bij gelegenheid van zijn honderdste geboortedag weer veel gesproken en geschreven. Veelvuldig werd daarbij betoogd dat het presidentschap van Reagan achteraf bezien nog niet zo slecht was. Reagan immers zou een forse, zo niet doorslaggevende rol hebben gespeeld bij het beëindigen van de Koude Oorlog en het verdwijnen van de Berlijnse muur. De tijd heelt vele wonden, ofwel de historisch terugblik krijgt in de loop der jaren nu eenmaal vaak een milder karakter. Niettemin blijft er veel te zeggen voor de stelling, dat de twee grote gebeurtenissen van de jaren 80 zich eerder ondanks dan dankzij Reagan hebben voltrokken. Bij het Haagse gemeentebestuur is het historisch besef inmiddels geheel op hol geslagen, nu serieus wordt gezocht naar een mogelijkheid Reagan in de naamgeving van een straat, plein of laan te eren. Hoe je het echter ook wendt of keert, Ronald Reagan blijft een zeer omstreden president. In de periode 1977-1982 ben ik voor een grote groep regionale kranten correspondent geweest in Amerika. Ik heb daar vrijwel de hele periode Carter en de eerste jaren Reagan van zeer nabij meegemaakt. Daarna bleef ik uiteraard sterk geïnteresseerd in de Amerikaanse politiek. Ik ben in Washington een groot bewonderaar geworden van president Carter, een nobel, bewogen en intelligent mens, maar wel een man die vrijwel voortdurend uitstraalde de zware last van de problemen van een hoofdbewoner van het Witte Huis op zijn schouders te voelen. En daarmee maak je je in een land, waar optimisme er dwangmatig wordt ingeramd, niet echt populair. Ik kan me nog goed de campagnes herinneren die Carter en Reagan in 1980 voerden. Kenmerkend voor de manier, waarop dat gebeurde, was het grote tv-debat tussen de twee kemphanen in het najaar van 1980 in Cleveland. Het was het eerste grote tv-debat tussen twee presidentskandidaten sedert het vermaarde debat Kennedy-Nixon twintig jaar daarvoor. Twintig buitenlandse correspondenten werden uitgenodigd het debat in Cleveland ter plaatse te volgen. Ik was daarbij, met collega’s uit andere Europese landen, maar ook uit Japan, Brazilië en Australië. Wij waren na afloop van het debat eensgezind. Carter had met overmacht gewonnen. Zijn feitenkennis en zijn ernstige benadering van de grote problemen, waren zoveel aansprekender dan de vaak herhaalde korte one-liners van Reagan. Als Carter dan weer eens begon met een stevig verhaal zuchtte Reagan alleen maar ‘there he goes again’. Toen we na afloop een borrel dronken met onze Amerikaanse collega’s wachtte ons een verrassing. Zij waren ook al unaniem van mening dat Reagan geen kind had gehad aan Carter. Dat zwaarwichtige gedoe van Carter, daar zaten Amerikanen echt niet op te wachten. Nee, de optimistische toon van Reagan, alsof er geen problemen waren en als ze al waren dan zouden ze snel worden opgelost, dat was de juiste boodschap. De opiniepeilingen de volgende dag stelden onze Amerikaanse collega’s volledig in het gelijk.
Rotzooi En het is zo met Reagan gebleven. Hij sprak korte teksten en die kon hij als ervaren B-acteur prachtig voorlezen. En alle problemen konden altijd worden opgelost. Nadat hij bijna was neergeschoten en nadat bij hem kanker was geconstateerd, stond hij binnen de kortste keren met de ‘niks-aan-de-hand’-duimen omhoog. Intussen maakte hij van de economie de grootste rotzooi ooit. Gigantische belastingverlagingen, vooral voor de rijken, en enorme investeringen in defensie zorgden ervoor dat het Amerikaanse begrotingstekort nauwelijks nog in cijfers was uit te drukken. Veel experts menen dat de recente geldcrisis toen is begonnen. Vast staat dat Reagan de basis heeft gelegd voor het nieuwe schreeuwerige conservatisme, dat Amerika tegenwoordig lijkt te overwoekeren. Reagan was en bleef een hitsige communistenhater. Zo probeerde hij op illegale wijze de ultrarechtse contra’s in Nicaragua aan het bewind te krijgen. Insiders menen dat Reagan aanvankelijk weinig animo had om de Sovjet-president Gorbatsjov te ontmoeten. Maar toen dat eenmaal gebeurde, was Reagan verbaasd dat deze communist eigenlijk wel een geschikte vent bleek te zijn. De chemie bleek te kloppen, maar er is reden om dat vooral op het conto van Gorbatsjov te schrijven. De Sovjet-president moest ook de grootste offers brengen. Alle satellietstaten en landen van het Warschau-pact gingen onder zijn bewind hun eigen weg. Als er al door één persoon een doorslaggevende rol is gespeeld bij het beëindigen van de Koude Oorlog en de val van de muur, dan is dat Gorbatsjov.
Ongehoord Het is ongehoord dat de gemeente Den Haag juist deze president wil eren met een straatnaam. Liefst in de internationale zone nog wel, waarmee de stad zich extra belachelijk maakt. Er zijn wel andere Amerikaanse presidenten, waarvan de betekenis buiten kijf staat. Neem George Washington, stichter van het democratische Amerika. Of Franklin Roosevelt, die Amerika en de rest van de wereld door de Tweede Wereldoorlog loodste. Of Abraham Lincoln, die de slavernij afschafte. Extra gênant is dat de bedenkers van het ‘Reaganplein’ nu ineens beginnen af te geven op John F. Kennedy, omdat er immers wel een Kennedylaan is in Den Haag. Inderdaad heeft Kennedy wetgevend geen grote daden kunnen verrichten, daarvoor ontbrak de tijd door de moord halverwege zijn eerste termijn. Maar Kennedy inspireerde vriend en vele vijanden met het geven van nieuw elan en nieuwe hoop op een betere toekomst. Zelfs een Reagansteegje zou het prestige van de stad van recht en vrede nog een flinke deuk opleveren.
(Deze column verschijnt tevens in het blad Den Haag Centraal)
|
|
|
Han Mulder
|
|
vrijdag 04 februari 2011 |
Onlangs kocht ik bij De Slegte in Den Haag The Complete New Yorker. Alle 80 jaargangen van het fameuze Amerikaanse weekblad vanaf zijn oprichting in 1925 tot 2005. Om precies te zijn 4109 nummers, samen goed voor een half miljoen pagina's. Dat allemaal op 8 DVD-roms voor de somma van zegge nog geen dertig euro. Om precies te zijn, er stond € 29.99 op de kassabon. Er zat ook nog een prachtig boek van vlees en bloed bij, alvast rijk geïllustreerd met de fameuze omslagen en cartoons van het blad. Bij wijze van voorproefje. Ik mocht de boel ook nog terugbrengen, indien de computer 'no' zou zeggen. Die was eerlijk gezegd in den beginne inderdaad wat weigerachtig maar daar heb je – aangetrouwde – familie voor om hem op andere gedachten te brengen.
Voor de prijs van een reuze paperback heb ik nu een levendig archief van de twintigste eeuw in huis. De literatuur van Raymond Carver tot en met Jonathan Franzen met twee drukken op de knop op het scherm. Toen ik in het zoekarchief Mubarak intoetste kreeg ik alleen al twintig hits waaronder een pagina's lange analyse uit 2004 van hoofdredacteur David Remnick van een verbijsterende actualiteit. Overigens repte The New Yorker naar blijkt al in 1966 over Mubarak en diens kompanen.
Enfin, stop met lezen en ga snel naar De Slegte om één van de ongetwijfeld laatste exemplaren van dit in de ramsj verdwaalde tijdsdocument te scoren.
Het zijn de authentieke afleveringen bladzij na bladzij die op het scherm verschijnen. Veel tekst uiteraard, afkomstig van beroemde namen. Maar de advertenties die in de loop van die lange tachtig jaar in toenemende mate op de pagina's verschenen, geven nog veel sterker blijk van de sfeer in die tijden van betrekkelijk weleer. Wat deed ertoe, wie was belangrijk. Ga bijvoorbeeld onder het lemma 'Hitler' na wat in de New Yorker over dat onderwerp geschreven is en je ziet hoe langzamerhand de wat geamuseerde toon (“Dictator of a nation devoted to splendid sausages, cigars, beer and babies, Adolf Hitler is a vegetarian, teetottaler, nonsmoker and celibate”) plaats maakt voor zorgelijker proza. Ik trof gedichten van Sylvia Plath , voor het eerst gepubliceerd. Verhalen van Oliver Sacks. Ik zou hier uren door kunnen gaan.
Dat doe ik niet omdat ik uren door wil gaan in The Complete New Yorker. Ik stuit op Letters from Amsterdam en zelf op Juliana in haar oorlogsjaren in Canada, dat ze tijdens een uitstapje naar Quebec een suite met tien kamers in de Seigniory Club had afgeslagen en genoegen had genomen met haar vier vertrekken, precies zo als de andere vluchtelingen en dat ze zelf belde met de kapper voor een afspraak. Vluchteling met de andere vluchtelingen. Ik bedoel maar, het is met die New Yorker niet alleen de 'big apple', of de US, het is de hele wereld. Allemaal op 8 DVD-tjes. Ik kom tijd te kort, zelfs al word ik honderd.
(
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
)
|
|
|
|
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>
|
| Resultaten 89 - 99 van 189 |