|
Begin nooit aan kappen op de schoorsteen |
|
|
|
Han Mulder
|
|
donderdag 26 augustus 2010 |
Deze week – het was zonnig, ook dat nog - belde in de morgenuren een man aan. In de Scheveningse Helmstraat waar ik woon, is al geruime tijd veel bouwactiviteit. Bij de buren in de tuin verrijst een soort bunker bij wijze van aanbouw. Verderop in de straat is men doende met een nieuw dak. Een hele colonne bestofte busjes behorende bij de bouwnijverheid staat geparkeerd, de meerderheid half op de stoep. En in die baaierd aan geschaaf, geklop en gehak, belde dus die man aan. Hij zei: “ik ben bij de buren op het dak geweest en heb vandaar gezien dat u geen kappen op de schoorsteen hebt. Daar krijgt u last van. Vocht in het rookkanaal. Gevaar van scheuren in de baksteen. Ik zag ook dat het bladlood wat los zat. Dat neem ik eventueel wel even mee.”Eventueel? Een welbespraakte man en naar later bleek een oplichter. De gelegenheid maakt de oplichter en dat mag ik alleen mijzelf euvel duiden. Ik liet de kwieke vijftiger binnen, wees hem de weg naar het dak en ik volgde hem met een keukenladdertje. Praatgraag was hij wel. Of ik ambtenaar was van huis uit. Dat was zijn vader namelijk ook geweest, 'bij rijkswaterstaat' preciseerde hij. Ja en hij kende de straat wel. Had er verderop niet een gezin gewoond met meisjes die heel mooi piano konden spelen? Inderdaad, dacht ik, dat was wel zo, zij het in een tamelijk grijs verleden. Enfin, zo begon het net van quasi beredeneerd bedrog zich al snel rondom mijn naïviteit te sluiten.
Vanaf het hoge platformpje aan de keukentrap hees de man zich razendsnel op het dak en deed mij , terug op het balkon mededeling dat er vijf schoorstenen voor regenkappen in aanmerking kwamen. Het viel niet te ontkennen: er stáán vijf open buizen op het dak, waarvan er overigens bij nader inzien maar twee de naam schoorsteen verdienen. De man ging weer subiet naar beneden. Drong erop aan om de deur achter hem toch vooral goed te sluiten. Na vijf minuten belde hij weer aan met in zijn hand vijf regenkappen die in het metier ook wel 'trekkappen' worden genoemd. Maar dat leerde ik pas later al googlend. Hij zei “handig voor u. Zo spaart u voorrijkosten uit. Dat is het eerste verdiend. En over btw doen we ook niet moeilijk. Handje contantje”. De vijf kappen zaten er met een klein kwartiertje op. Dat het heel duur was, een klassiek voorbeeld van afleggerij, bleek eveneens pas later, toen ik me op internet informeerde. Je hebt al kappen van 10 euro. Welnu, mijn handje contantje voor vijf van die dingen passeerde zeer ruimschoots de 100 euro; ik durf het exact niet te zeggen. Ik wilde uiteraard wel de naam van de man. Hij mompelde iets van Eldon en voegde eraan toe dat hij dadelijk wel een naamkaartje in de bus zou gooien. Mooi niet en mooi nooit. Uitgekookt in het kwadraat, was die oplichter. Want in de straat stond wel een busje met 'Eldon Dakbedekking' erop, maar dat bleek bij navraag – wederom per internet – een keurig bedrijf voor op het dak dat niets met die ellendeling te maken had.
Al gauw kwamen de verhalen bij buren los, dat met grote regelmaat van dergelijke criminele geveltoeristen de straat besmetten. Die onbehoede schoorstenen op een dak zien, van de verwarring van alle bouwbedrijvigheid gebruik maken, scoren en maken dat ze wegkomen. Op het Scheveningse politiebureau aan de Nieuwe Parklaan vernam ik iets insgelijks, ofschoon de vriendelijke agent alles noteerde en zijn neiging tot meewarigheid onderdrukte. Google leerde mij bovendien dat regenkappen op schoorstenen behalve lelijk ook overbodig dus zinloos zijn.
De moraal van dit verhaal bestaat uit twee delen. Allereerst: koop niet aan de deur, stuur alle types onmiddellijk weg en laat zeker geen oplichters binnen met een verhaal over schoorstenen, lekken en scheuren in het metselwerk en regenkappen. Tweede onderdeel van het verhaal: hoe komt iemand als ik die zich rubriceert als tamelijk goed bij het hoofd en vervuld van een gezonde dosis argwaan jegens de medemens zo oliedom? Komt het door het totale gebrek aan kennis van bouwen en bouwsels? Was dat maar waar. Het is veel erger. Het is het op een moment suprême volledig ontbreken van inzicht in de intrinsieke slechtheid van de medemens als passant.
Een goede les, kortom. Zij het een dure en ook nog niet eens fiscaal aftrekbaar Want ja, ik betaalde die les 'zwart'.
(
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
)
|
|
|
Behalve postbode ook postzegel einde nabij |
|
|
|
Han Mulder
|
|
maandag 16 augustus 2010 |
|
We hebben de afgelopen tijd hete tranen geplengd om het aanstaande vertrek van de postbode. Tegelijkertijd is in alle toonaarden de lof bezongen van deze functionaris. Hij was een opbouwwerker in tijden dat dit woord nog moest worden uitgevonden. Niet alleen in Nederland trouwens sprak de postbode tot de verbeelding. Neem maar de prachtige Italiaanse film Il Postino, waarin de timide postbode als postillon d’amour fungeert voor de heftige brieven schrijvende dichter Pablo Neruda. Neem het ondeugende chanson van Yves Montand, La Bicyclette, hoewel het daar eerlijkheidshalve meer gaat om de dochter Paulette dan om haar vader, ‘le facteur’. In Japanse steden schijnen echte krachtwijken te bestaan, dankzij de postbode die er iedereen kent en als het moet een waarschuwende vinger heft dan wel een bemoedigend woordje spreekt.
Enfin, in Nederland gaan ze er dus uit omdat niemand meer brieven schijnt te schrijven en de loonlijst van TNT niet langer aan de kosten van het maatschappelijk werk wenst bij te dragen. Zo blijft de beschaving alsmaar voortschrijden. Net enigszins bekomen van de schrik, ontving ik toch weer een echte brief. Nou ja, ‘echt’?, hij was niet geschreven maar gedrukt. Hij kwam wel van TNT zelf. ‘Onze postzegels krijgen een cijfer’ stond er in grote letters boven. De tekst eronder ging monter verder: “TNT Post maakt frankeren makkelijker. Voortaan staat er geen euroaanduiding meer op de postzegels, maar een cijfer. Op postzegels voor brieven en kaarten tot en met 20 gram komt voortaan een 1 te staan. Afhankelijk van de bestemming staat op de postzegel de aanduiding Nederland, Europa of Wereld. Voor zendingen van 20 tot en met 50 gram binnen Nederland zijn er postzegels met een 2.” Op de achterkant van de brief staat die tekst nog een keer, geheel identiek. Misschien voor mensen die achterstevoren lezen, zoals dat ook wel gebeurt door ongeduldige lezers van detectives die meteen willen weten wie het heeft gedaan.
|
|
Lees meer...
|
|
|
Beschaafd en onbeschaafd |
|
|
|
Han Mulder
|
|
maandag 02 augustus 2010 |
De Nederlandse nadagen in Uruzgan gingen gepaard met bespiegelingen van allerlei aard. Omdat die dagen toevalligerwijze ook nog samenvielen met de onthullende documenten annex lekkages over Afghanistan van WikiLeaks kwam daar nog een deels opgewarmd sausje ethiek overheen. Wij hebben geprobeerd de nadruk te leggen op opbouw van de ons toevertrouwde provincie, zo hoorde je vaak, maar we zijn daarbij niet ontkomen aan vechtmissies waarbij doden vielen. Aan Afghaanse én helaas ook aan Nederlandse kant, volgde daar dan onmiddellijk bij.
Maar het discours werd daarmee toch meteen verplaatst naar die hoge berg documenten van Wikileaks waarbij twee dingen opvielen. Ten eerste: de Taliban bleek veel sterker dan de schijn die naar buiten heel lang werd opgehouden. Ten tweede: de gewelddadigheden aan de kant van hun bestrijders, de Amerikanen voorop maar ook hun bondgenoten, waren heel wat talrijker en heviger dan we het graag hadden doen voorkomen. Met oorlogshandelingen, of met wat daar erg op lijkt, kun je als land dat pretendeert beschaafd te zijn, niet afdwingen dat ander landen die nog niet zover zijn, zich voor dat criterium kwalificeren.
Ik lees veel commentaar op met name Amerika en zijn pretenties. Dan volgt al gauw de theorie van de ´overstretch´. In het kort komt het erop neer dat alle wereldrijken in de loop van de geschiedenis de neiging hebben vertoond, op den duur te veel hooi op de vork te nemen. Zo hebben achtereenvolgens het Romeinse Rijk, het Spaanse waar de zon nooit leek onder te gaan, het Britse Empire, zelf de weg naar hun ondergang geplaveid. Volgens die theorie zouden dan nu de Verenigde Staten van Noord-Amerika aan de beurt zijn: Vietnam, Irak, Afghanistan. You name it. Daarop volgt het boven al aangekondigde ethische sausje dat beschaafde landen altijd af moeten zien van oorlog omdat oorlog nooit helpt.
Maar als Amerika in de Tweede Wereldoorlog ook zo had geredeneerd en de andere kant had uitgekeken was het in Europa een tikje anders gelopen en had het liedje van Noël Coward uit die tijd een wat andere uitleg gekregen. ´Don´t Let´s Be Beastly to the Germans´ zong hij in 1943 op een party in Londen. Churchill was erbij en de mensen riepen 'bis, bis'. En daar ging Coward dus weer: ´Though they´ve been a little naughty/To the Czechs and Poles and Dutch / I don´t suppose those countries really minded very much.´ Ik bedoel maar, we hebben later om de ironie van Coward hartelijk kunnen lachen dankzij D-day en al die gesneuvelde Amerikanen en hun bondgenoten op de stranden van Normandië.
Ook een scherpzinnig columnist als Marcel van Dam met hoofd en hart op de goede plaats kwam er niet uit toen hij zich onlangs in De Volkskrant afvroeg wanneer het besef zou doordringen dat oorlog ongeschikt was om de westerse beschaving te exporteren. Je kunt de beschaving niet met oorlog aan de man brengen, vond hij, omdat de oorlog de beschaving om zee heeft geholpen .
Niemand zal ontkennen dat de geallieerde oorlogsinspanningen hebben geleid tot de ondergang van het nazi-regime in Duitsland. Dat was anders waarschijnlijk niet gebeurd en in elk geval niet zo snel. In de redenering van van Dam was Duitsland ook in die jaren een beschaafd land dat alleen maar tijdelijk gebukt ging onder een aberratie van nazi-barbarij. Voor Afghanistan zouden oorlogshandelingen – of wat neutraler gezegd – offensieve acties tot mislukken gedoemd zijn omdat dat Afghanistan in feite een ónbeschaafd land is. We zeggen het niet met zoveel woorden, maar we bedoelen het wel. Ik vind dat een staaltje impliciete hovaardij en misplaatst superioriteitsgevoel. Als dat de reden is waarom we ons als mede-westerlingen terugtrekken van het strijdgewoel en een veilig heenkomen zoeken in de polder dan rest ons slechts één hoop: dat de dijken stevig genoeg blijken. Zet er maar wat zandzakken tegenaan berstensvol ethische praatjes voor de vaak.
(
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
) |
|
|
Duisburg en de evenementelingen |
|
|
|
Han Mulder
|
|
dinsdag 27 juli 2010 |
De catastrofe in Duisburg maakt veel los. Er is een volksgericht dat zich richt op de notabelen, de burgemeester en de hoofdcommissaris van politie in de eerste plaats. Er wordt gespuugd en er slingeren rotte tomaten door de lucht. Het is niet goed te keuren maar verklaarbaar. De verontwaardiging zoekt een bedding . Die is altijd te smal en stroomt dus meteen over. Hierover wilde ik het niet hebben. Wél over dat steeds overheersender fenomeen van de massa-evenementen. De vele honderdduizenden – en dikwijls zijn het nog meer – die altijd weer bereid zijn op stap te gaan, op zoek naar die andere honderdduizenden. Het verschijnsel is natuurlijk niet nieuw. We gaan al eeuwen met ons miljoenen op bedevaart. Gewapenderhand soms. Met pijl en boog of scootmobiel naar het Heilige Land en Lourdes. Er vallen wel eens doden. Ook in Mekka raken gelovigen steevast vertrapt en vermorzeld onder de sandalen en de sneakers van de medegelovigen, terwijl die stenen gooien ter leniging van de zonden. Ook de paus treft op zijn wereldreizen de massa's die hem vereren en adoreren. Het is ook niet een kwestie van leeftijd. De oudere jongeren treden nog altijd met vele divisies tegelijk aan als de Rolling Stones in het Gelredrome hun tijdloze vitaliteit vertonen. Het Museumplein is evenmin voor een meute van een kwart miljoen vervaard en dan zijn het nog maar de vice-kampioenen die zich komen laten toejuichen.
Het cliché luidt dat de wereld klein is geworden. Dat valt inderdaad niet te ontkennen. Maar dat is toch niet het hele verhaal. Je zou het namelijk kunnen omdraaien: omdat die wereld zo ineen is geschrompeld en de hedendaagse vervoersmiddelen in principe zo gemakkelijk hun weg naar de verre einders kunnen vinden, zou je denken dat de mensen de leegte zouden zoeken, zonder de woestheid die vroeger met die leegte gepaard placht te gaan. Maar dat gebeurt niet. Hoe meer ruimte potentieel voor ons voorhanden is, hoe meer we geneigd blijken elkaar op te zoeken, dicht bij elkaar te kruipen.
Daarom heeft het niet zoveel zin voor autoriteiten of voor bezorgde verwanten om potentiële evenementelingen hun gang te ontraden. Dreiging en onzekerheid maar ook geborgenheid – hoe raar dat laatste ook klinkt - sturen ongemerkt de drijfveren waarnaar mensen handelen. Ze weten best dat het heel riskant is met z'n honderdduizenden tegelijkertijd een lage lange tunnel te doorkruisen naar dat grote gebeuren, naar dat evenement. Gaan doen ze toch. Nu en de volgende keer. Is het niet Duisburg dan wordt het wel iets anders. What's in a name? zei Shakespeare al.
(
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
)
|
|
|