Menu
Home
Theo Monkhorst
Han Mulder
Hans Muiderman
Dick Toet
Paul van Velthoven
Marjolijn Uitzinger
Frans Wijnands
Han Kogels
Frans Kok
Frans Weisglas
Henk Beereboom
Gastschrijver
Plein
Vertel het verder!
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden:
e-mail to a friend
Plein

Omdopen


Altijd gedacht dat de Mauritskade vernoemd was naar prins Maurits, de stadhouder. Geen fraai heerschap (hij liet van Oldenbarnevelt executeren) maar wel een kundig militair.
Maar in de file had ik onlangs tijd het bord eens goed te lezen. Blijkt het om prins Maurits te gaan, de zoon van Willem III (de Gorilla) en prinses Sophie. Het knaapje stierf in 1850 op 6-jarige leeftijd, mede als gevolg van onenigheid tussen zijn ouders over de beste behandelwijze.
Een van de belangrijkste toegangswegen van Den Haag vernoemd naar een wicht van 6, van wie niemand ooit gehoord heeft. Iets teveel eer lijkt mij. Dus, als er binnenkort een belangrijke Nederlander, desnoods een Hagenees, sterft: omdopen die kade.

Frans Kok

Controlewoningen in Den Haag Afdrukken E-mail
Han Mulder   
maandag 14 februari 2011


Zo origineel is het in de politiek niet of het is al eens eerder vertoond. Die ´tuigdorpen´ van Wilders bestonden vroeger ook al. Ze heetten 'controlewoningen'. Dat woord spreekt ook al weer vanzelf. In Den Haag bouwde men in de jaren twintig het 'Zomerhof'. Dat klinkt als een eufemisme. Maar ik herinner mij dat het er inderdaad tamelijk rustiek uitzag. Het lag aan de rand van de Haagse bebouwde kom van die jaren, achter de Parallelweg. De straten hadden namen van jaargetijden. Naast het Zomerhof was er dan ook de Herfstweg. Die was direct van buitenaf bereikbaar. Daar woonden dan ook de mensen die aardig op weg waren om hun onmaatschappelijk gedrag in te ruilen voor aanvaardbare sociale mores. Er waren drie categorieën. Het meest geïsoleerd waren de verstokte onmaatschappelijken. Controle liet niet af. Ze zaten in de binnenste cirkel van het Zomerhof, rondom het badhuis. Bezoekers moesten zich om te beginnen bij het toezicht melden. De mensen die in de binnenband daaromheen zaten, waren op de goede weg. Zij hoefden niet meer tweewekelijks verplicht naar het badhuis. De teil in de keuken kwam als wenkend perspectief voor de nieuwe properheid in de plaats van de simpele thermen in het reservaat voor het onaangepaste grauw.

In elke stad van enige omvang bestonden voor de oorlog dergelijke geïsoleerde complexen. Ze werden soms 'woonscholen' genoemd. Het waren vaak 'rooie' of minstens sociaal geïnspireerde wethouders die met die ideeën kwamen. De eerste decennia van de vorige eeuw kwam de sociale woningbouw voorzichtig op gang. Veel paupers hadden nooit anders meegemaakt dan sloppen en stegen, met vocht aan de muur en zwammen en bruinrot aan de vloer. Dat leven, eten en slapen in de propere woninkjes die er toen steeds meer kwamen, voor nogal wat vertegenwoordigers van het lompenproletariaat, een opgave was, lag voor de hand. Het was niet even wennen. Het duurde vaak een hele tijd.

Ik doe er niet sentimenteel over. Ik woonde er tamelijk dicht in de buurt. Als zoon van een keurige kleine ambtenaar koesterde ik mijn vooroordelen. Het Zomerhof, daar ging je met een grote bocht omheen. In een poging om het maatschappelijk meer met zijn wat beter op dreef geraakte omgeving te doen vervlechten, stelde het Zomerhof zijn badhuis open voor de burgerij buiten de bakstenen fortificatie. Een dubbeltje voordeliger dan het badhuis aan de Paets van Troostwijkstraat. Die poging tot integreren werd geen succes. Een dubbeltje was nog een dubbeltje in die jaren maar op de Goeverneurlaan woonde je in zeker opzicht op stand en in die aandoenlijke standenmaatschappij die ook de kleine luiden koesterden, paste geen douchebeurt in het Zomerhof. Voor geen dubbeltje en zelfs niet voor een kwartje winst. In het eerste elftal van Laakkwartier, de voetbalclub in de wijk die ik nauwkeurig volgde en waarvan ik in een schoolschrift wekelijks de competitiestand in de derde klasse van de KNVB, district West II, bijhield, speelde een verdienstelijke rechtsbuiten die uit het Zomerhof afkomstig was. Hij had zelfs een dubbele naam, herinner ik me. Hoe het een met het ander te rijmen, ik herinner me dat ik er als gymnasiast het nodige mee te stellen had. Uit een interview met of een novelle van Kees van Kooten meen ik me te herinneren dat zijn moeder Annie nog een tijdje les heeft gegeven in het schooltje van het Zomerhof. Ja zeker, regelmaat en reinheid, dan kwam de rust vanzelf wel!

In mijn herinnering is dat Zomerhof verankerd als een soort burchtje van goede intenties en naïeve verwachtingen. Toen de stad haar grenzen verlegde verloor het zijn externe isolement en werd het al snel een enigszins potsierlijke enclave met ´cottage´ architectuur van de kouwe grond. Intussen beschikt elk nederig specimen van sociale woningbouw over een douche en denk je bij het woord ´badhuis´ alleen nog aan decadente Romeinen tijdens hun keizerrijk.

Geert Wilders gaat weer geschiedenis maken. Geen controlewoningen ditmaal, maar tuigdorpen. Ik zeg altijd maar, de taal is gans een volksdeel.

( Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken )




 
Een eenmalige aanbieding Afdrukken E-mail
Han Mulder   
vrijdag 04 februari 2011

Onlangs kocht ik bij De Slegte in Den Haag The Complete New Yorker. Alle 80 jaargangen van het fameuze Amerikaanse weekblad vanaf zijn oprichting in 1925 tot 2005. Om precies te zijn 4109 nummers, samen goed voor een half miljoen pagina's. Dat allemaal op 8 DVD-roms voor de somma van zegge nog geen dertig euro. Om precies te zijn, er stond € 29.99 op de kassabon. Er zat ook nog een prachtig boek van vlees en bloed bij, alvast rijk geïllustreerd met de fameuze omslagen en cartoons van het blad. Bij wijze van voorproefje.
Ik mocht de boel ook nog terugbrengen, indien de computer 'no' zou zeggen. Die was eerlijk gezegd in den beginne inderdaad wat weigerachtig maar daar heb je – aangetrouwde – familie voor om hem op andere gedachten te brengen.

Voor de prijs van een reuze paperback heb ik nu een levendig archief van de twintigste eeuw in huis. De literatuur van Raymond Carver tot en met Jonathan Franzen met twee drukken op de knop op het scherm. Toen ik in het zoekarchief Mubarak intoetste kreeg ik alleen al twintig hits waaronder een pagina's lange analyse uit 2004 van hoofdredacteur David Remnick van een verbijsterende actualiteit. Overigens repte The New Yorker naar blijkt al in 1966 over Mubarak en diens kompanen.

Enfin, stop met lezen en ga snel naar De Slegte om één van de ongetwijfeld laatste exemplaren van dit in de ramsj verdwaalde tijdsdocument te scoren.

Het zijn de authentieke afleveringen bladzij na bladzij die op het scherm verschijnen. Veel tekst uiteraard, afkomstig van beroemde namen. Maar de advertenties die in de loop van die lange tachtig jaar in toenemende mate op de pagina's verschenen, geven nog veel sterker blijk van de sfeer in die tijden van betrekkelijk weleer. Wat deed ertoe, wie was belangrijk. Ga bijvoorbeeld onder het lemma 'Hitler' na wat in de New Yorker over dat onderwerp geschreven is en je ziet hoe langzamerhand de wat geamuseerde toon (“Dictator of a nation devoted to splendid sausages, cigars, beer and babies, Adolf Hitler is a vegetarian, teetottaler, nonsmoker and celibate”) plaats maakt voor zorgelijker proza. Ik trof gedichten van Sylvia Plath , voor het eerst gepubliceerd. Verhalen van Oliver Sacks. Ik zou hier uren door kunnen gaan.

Dat doe ik niet omdat ik uren door wil gaan in The Complete New Yorker. Ik stuit op Letters from Amsterdam en zelf op Juliana in haar oorlogsjaren in Canada, dat ze tijdens een uitstapje naar Quebec een suite met tien kamers in de Seigniory Club had afgeslagen en genoegen had genomen met haar vier vertrekken, precies zo als de andere vluchtelingen en dat ze zelf belde met de kapper voor een afspraak. Vluchteling met de andere vluchtelingen. Ik bedoel maar, het is met die New Yorker niet alleen de 'big apple', of de US, het is de hele wereld. Allemaal op 8 DVD-tjes. Ik kom tijd te kort, zelfs al word ik honderd.

( Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken )



 
Doe ik wel voldoende mee? Afdrukken E-mail
Han Mulder   
dinsdag 25 januari 2011

Doe ik nog wel volop mee aan het hectische moderne leven? Sta ik wel voldoende mijn mannetje? Wat ontgaat mij waarvan kennelijk ieder ander geheel en al deelgenoot is?
Die vragen stelt zich de mens bij de uitvoering van zijn taak als simpele televisiekijker.

Het ging dezer dagen op de Nederlandse televisie louter over The Voice of Holland en Boer zoekt Vrouw. De voor- en nabeschouwingen spetterden er van af. Er gingen namen over tafel die kennelijk geen nadere toelichting behoefden. Men was het dan misschien onderling niet altijd eens, maar bij Mathijs van Nieuwkerk en diens broeders en zusters in de kunst stokte de discussie nooit één moment. Ik zat erbij in mijn gemakkelijkste stoel en keek ernaar. Ik realiseerde me dat ik een hoop miste. Ik had mijn huiswerk niet gedaan en dan zul je het weten of liever, dan zul je het níét weten.

Je moet blijven kijken, zegt Yvon Jaspers van de boerenbond. Daarmee slaat deze olijke meid de spijker op de kop en rijdt ze de tractor haarscherp de rijke akker op. Wie niet kijken wil, moet maar voelen. Ik vind dat allemaal heel knap. Ik had wel eens een flard van 'Boer zoekt Vrouw' gezien, was redelijk op de hoogte van de regels van het spel en zijn knikkers. Maar ik behoorde allesbehalve tot de kenners, niet tot de intimi, of hoe noem je zoiets. Ook 'The Voice of Holland' was mij als fenomeen qua opzet bekend. Veel decibels als kiloknaller en veel handgebaar, zo scheen het. Ik zapte in beide gevallen doorgaans snel weer door.

Maar zappen kan niet meer. Zulk gedrag wordt afgestraft met uitsluiting. Denk nu niet dat dit ironie is uit de koker van weer zo'n elitaire maar vooral levensvreemde vlerk die van de televisie een tempel van kennis en wijsheid meent te moeten maken. Dat is heus en echt niet het geval. Ik vind Yvon een prima meid die achter haar boeren staat en Ben Saunders zingt de uitgedroogde sellotape compleet uit de wankele studiodecors.

Het enige waarmee ik zit is dat alle andere gedoe en gewemel in onze regenachtige tranenpolder ondergeschikt lijkt gemaakt aan Ben en Yvon en d'r jongens. Onlangs begon het 8-uur journaal met de aanslag op een Moskous vliegveld maar haalde zijn eindstreep met boer Richard en diens heimelijke ontrouw aan het heilige 'format'. Wat je noemt een doodzonde voor de toffelemonen van de KRO die de boel beheren. Tenminste, zo heb ik voor mezelf geduldig de puzzelstukjes aan elkaar gelegd. Of ik het bij het goede eind heb, weet ik niet.

Morgen is er weer een dag, zo luidt de zegswijze. Morgen draait Mathijs' wereld wederom door met nieuwe uitleg. En de boer? Hij ploegt ongetwijfeld weer voort.

( Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken )



 
In tijden van Wikipedia en Wikileaks Afdrukken E-mail
Han Mulder   
woensdag 15 december 2010


De kranten zijn de secondewijzer van de geschiedenis. Dat zei de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer in de 19de eeuw. Dat was de eeuw dat de krant het monopolie had op alle nieuws voorbij het eigen erf.


De torenklok van het dorp gaf de hoogsteigen tijd aan. De toren in het eerstvolgende dorp liep een kwartier voor of een kwartier achter. Ieder dorp had zijn eigen tijd. Maar de wereld was er ook nog. Daar schreef de geschiedenis het nooit eindigende drama van de mensheid in uren, dagen, maanden, jaren. En de krant begon dus dat drama dan koortsig seconde na seconde in drukinkt op papier vast te leggen.


Zullen er een paar generaties verder nog kranten bestaan? Of kijken de mensen dan naar onze kranten zoals wijzelf naar kleitabletten kijken uit het oude Mesopotamië? Wordt, met andere woorden, de studie van de krant een specialisme binnen de archeologie? Ik ben geen pessimist maar bezorgd ben ik wel.

Lees meer...
 
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Resultaten 25 - 28 van 132