|
MAS Antwerpen leert ons bescheidenheid |
|
|
|
Han Mulder
|
|
vrijdag 14 oktober 2011 |
We zijn op een zeer zonnige donderdag in oktober met de auto naar Antwerpen gegaan. Dat is van Den Haag naar de Scheldeoever een nauwelijks aflatende tocht in de file maar aan het einde wacht een surprise. We bezochten het splinternieuwe Museum aan de Stroom, afgekort het MAS. Een magnifiek staaltje bouwkunst aan de gulle waterkant. Een gestapeld 'pakhuis' in bruine zandsteen dat je relaxed bestijgt met roltrappen van etage naar etage en telkens weer van achter golvend glas prachtige uitzichten biedt op Antwerpen. Elke verdieping vertoont verrassende en smaakvolle zalen rondom een thema. Over kunsten oud en nieuw, over Antwerpen als wereldstad, over etnologie (mensen en goden) en over nog veel meer. Op de 9de etage is een 2-sterrenrestaurant dat 't Zilte heet – reserveren onvermijdelijk dringend gewenst – maar gelijkvloers is er MAS-café Storm voor de smallere beurs en de minder ambitieuze maag. Daar zijn we niet geweest omdat ik mijn niet onderhandelbare zinnen had gezet op een pannetje gekookte mosselen op z'n Vlaams in Horta, achter de Meir, waar ik ooit nog eens Hugo Camps tevreden van een bordje heb zien peuzelen. Coïncidentie is er natuurlijk altijd. Juist op de dag dat wij kennis maakten met het MAS en er de unieke opstelling etnografica uit Polynesië en Congo bewonderden, kondigde onze eigen staatssecretaris Ben Knapen het stopzetten aan van subsidie aan het gerenommeerde Amsterdamse Tropenmuseum. Nee, maar dan die Belgen. Misschien dat ze wat minder trefzeker een voetbal raken dan wij in de polder. Echter, de stelling dat onze buren op zuid meer ontvankelijk zijn voor goede smaak, voor historisch en mondiaal belangwekkends en voor respect in het algemeen kan moeilijk worden betwist. Ik vergat nog te zeggen dat iedereen gratis het gebouw kan bestijgen of beliften. Alleen voor de zalen binnen met al dat moois en interessants betaalt men een kleine vergoeding. Het MAS, 62 meter hoog, is in een kleine vijf jaar, snel en keurig binnen de tijd, gebouwd op de plaats waar lang een Hanzepakhuis heeft gestaan. De locatie verpieterde vele decennialang toen dat huis door brand was verwoest. Ineens is er dat MAS. Nu al, een paar maanden na de opening, bespeur ik dat de loutere aanwezigheid van dit 'landmark' aan de Schelde aan allerlei initiatieven een zetje geeft. Galerietjes ontstaan, spontane dingen gebeuren op de terreinen van het zogenaamde Eilandje rondom. Natuurlijk moet ik niet overdrijven in nationale zelfkastijding. Ik ben er nog niet geweest, maar het scheepvaartmuseum in Amsterdam schijnt met een naar Nederlandse begrippen schier ongepaste voortvarendheid te zijn gerestaureerd en vernieuwd. Maar wat ik van die Antwerpse 'signoren' zo heerlijk vind, is het aanstekelijk laconieke gemak waarmee dit eigentijdse wonderschone pakhuis blijkbaar is opgetrokken. Nogmaals over coïncidentie gesproken: de Nederlandse fractievoorzitters uit de Tweede Kamer beleven deze herfstvakantie hun zeer gegunde uitje met airconditioning naar de Antillen, etnografisch ook heel interessant natuurlijk, maar anders. Ik raad ze aan, nu ze om allerlei redenen toch al eerder moeten terugkomen, er een dagje in de file aan vast te knopen, richting Antwerpen en het MAS. Met de trein mag ook natuurlijk. Uitstappen op Antwerpen Centraal (grandioos gerestaureerd trouwens), bus 17 richting Rijnkaai voor de deur, vervolgens halte Van Schoonbekeplein in het oog houden, want dan sta je praktisch voor het MAS . Meer hoef ik een bereisde volksvertegenwoordiger vast niet uit te leggen. En landgenoten altegader: gaat dat zien! Het MAS daagt uit, spoort aan, dan wel noopt ons bewoners van alle polders boven Wuustwezel tot meer bescheidenheid. Met andere woorden: een Nederlander betreedt de MAS-boulevard en weet ineens weer zijn plaats. Behalve natuurlijk Willem Jan Neutelings, want hij is de architect en landgenoot uit Rotterdam die al dat moois getekend heeft.
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
|
|
|
Kinnesinne vanonder het maaiveld |
|
|
|
Han Mulder
|
|
maandag 10 oktober 2011 |
Wat zijn we toch ongebreideld jaloers op onze uitblinkers. Kop eraf en onder het maaiveld. Het ging een kleine week over weinig anders dan over Ivo Niehe. De zeker niet van ijdelheid warse presentator had anderhalf uur lang gestaan op het podium van het prestigieuze Théâtre Mogador in het 9de arrondissement van Parijs. Met een programma over Yves Montand, de geliefde chansonnier en idool van alle vrouwen – en veel mannen – geheel en al in het Frans. Voor een verwend publiek dat 1628 beschikbare plaatsen geheel en al bezette. Negentig minuten lang. Ivo was na afloop extra geestdriftig en uitermate bevlogen over eigen kunnen. Natuurlijk. Want wie van het spraakmakende poldervolkje van camera en microfoon doet hem dat na? Ik zie geen vingers omhoog gaan. In mijn eigen tijd bij Den Haag Vandaag, lang geleden dus, heb ik eens Simone Veil, de fameuze Europarlementariër uit Frankrijk ´live´ mogen interviewen. Of beter: móéten interviewen want niemand anders durfde het aan. Ik zweette dikke uit de Nederlandse klei getrokken wortels en toonde na de daad nog lang een rooie kop van opwinding. We zijn geen volk vol talenknobbels. Nederlandse ministers staan – nota bene in Duitsland! – hun gehoor te woord in een Engels dat met een pikhouweel lijkt opgedolven uit een inmiddels lang gesloten kolenmijn. Verslaggevers knippen meestal veiligheidshalve en routineus hun vragen weg uit een interview met de vreemdeling. Zo niet Ivo Niehe. Eigenlijk is hij de uitzondering op die regel dat er in weinigen onzer een talenwonder woont. Maar wat zijn we over de goeie man heen gevallen. Die beroemde Youp, cabaretier in bretels met veel Hollandse schuttingtaal in zijn conference, wijdde er zelfs ongeveer de helft van zijn jongste column in de NRC aan. YouTube draaide op volle toeren. De praatjesmakers klokten overuren. Wat een ijdeltuit, die Niehe, was de teneur. Is hem niet bekend dat men in de polder al gek genoeg is wanneer men gewoon doet? Avond aan avond zit men in elkaars praatprogramma´s bij elkander op schoot, prijst tussen het blaaskaken door elkaars vers vervaardigde boekje, filmpje of cd'tje aan, reikt elkaar om de beurt prijzen en awards uit. Zo hoort het. Dat is de afspraak, zo zijn de regels. Ik vind jou goed, hoe vind je mij?
Maar dan Ivo Niehe. Die kennelijk zichzélf heel goed vindt. Hoe durft-ie? Dan mag de Nouvel Observateur , die Franse variant van weekblad Vrij Nederland, nog zo prettig berichten over dat evenement in het Théâtre Mogador, daar hebben wij niks mee te maken. Derhalve, zoals ik reeds opmerkte, kop eraf en onder het maaiveld ermee.
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
|
|
|
Myrthe en de anderen |
|
|
|
Han Mulder
|
|
vrijdag 07 oktober 2011 |
Al weer meer dan twee weken scheiden ons van Prinsjesdag. Inmiddels hebben we de hoogtij van de Nederlandse democratie voor dit jaar weer achter de rug. Mij blijft bij de oeverloze verontwaardiging, met name aan de linkerzijde van het spectrum, over de korte woordenwisseling die alle records op YouTube tot heden doet verbleken. Doe eens normaal, man. Doe zelf eens normaal, man. Economy of speech. We zijn meer een volk van schilders. Vandaar waarschijnlijk wél een mooi stuk over Frans Hals in de jongste New York Review of Books, maar geen letter in The Economist over Rutte en Wilders en hun verbale steekspel met zwaarden van plastic. En dan moest ook nog Steve Jobs juist doodgaan tijdens het woeden van onze financiële beschouwingen. En voor Steve, de nieuwe oppergod op de Olympus, moesten Jan Kees en zelfs Ronald Plasterk wijken. Ook de dag erna, zo merkte ik, nog pagina na pagina vol Jobs. Zelfs daarbij in aanmerking nemend het huidige tabloidformaat van alle kwaliteitskranten, vind ik dat wel heel erg veel van het goede. Trouwens, dat uitgerekend De Telegraaf nog ongeveer als enige vasthoudt aan de klassieke maten waarbinnen de kranten hun glorietijd beleefden, mag ook wel eens in het dagblad. De PvdA blijft me zorgen baren. Waarom hebben ik en alle anderen met het hart op de goede plaats, het zo ver laten komen? Ik las in Vrij Nederland van verleden week dat ook Paul Scheffer wel eens heel raar met zijn sociaal-democratisch erfgoed was omgesprongen.. Hij bekende in het VN-lange interview dat hij wel eens op Piet Hein Donner had gestemd. En dan die mevrouw Ploumen. Hoe spreek je die naam trouwens uit? Met een oe of met een ou? Het is Limburgs. Dat weet ik wel. Men kan rustig spreken van een politieke tsunami vanuit het minst door polder en klei gevormde der generaliteitslanden. We hadden al Verhagen en Wilders, kregen er Sap bij en dus ook Ploumen of Ploemen.
Godallemachtig, wat een politica van wormstekig bronsgroen eikenhout is dat!
Ik dacht dat we met Mariette Hamer en Sharon Dijksma al de absolute top van vrouw en politiek hadden bestegen, maar toen kwam Ploumen of Ploemen van de Cauberg afdenderen. Fijn voor Job Cohen dat Sharon nu de rijen van het fractiebestuur komt versterken. Een nieuwe herfst, een nieuw geluid. Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit dat ik vaak in Nieuwspoort trof, bezijden het aloude Binnenhof. Met excuus aan Herman Gorter. Nee, de PvdA gaat er nu echt werk van maken. Hou intussen die Myrthe Hilkens in de gaten. Ze zat een paar maanden in de PvdA-fractie ten tijde van het het zwangerschapsverlof van Nebahat Albayrak, het nichtje van. Die Myrthe had al naam gemaakt als observator van de pornoficatie van onze samenleving. Schreef er een boek over, getiteld de McSex, maar maakte de week van Ploumen of Ploemen ook een stormachtige entree in de wondere wereld van onze dosis dagelijkse televisiepraat. Met een optreden bij De Wereld Draait Door. Dat was daar weer eens wat anders dan Felix Rottenberg of Jetta Klijnsma. Meer type Sabine Uitslag met een hoofdletter om in eigen belevingswereld de duiding te zoeken. En weet je waar die Myrthe vandaan komt? Je gelooft het niet, maar uit Geleen, verdorie weer uit Limburg! Weer zo´n zingend nachtegaaltje. Als die overspelige deken van het schilderachtige Gulpen dat nog mee had mogen maken had hij vast tevreden het wachtende eeuwig hellevuur betreden.
|
|
|
Op zoek naar de historische Jezus |
|
|
|
Han Mulder
|
|
zondag 26 juni 2011 |
|
Zelfs de BBC moet tegenwoordig op de kleintjes passen. Sinds april zijn de uitzendingen van de World Service op de middengolf gestaakt. Dat is heel jammer voor al die luisteraars in Europa die met de World Service op stonden of er mee naar bed gingen. Voor menigeen gold zowel het een en het ander. Tot die categorie behoorde ikzelf. Ik was nog eens extra teleurgesteld omdat ze in Londen juist voor de maand april een serie hadden aangekondigd met – vrij vertaald – de titel 'Op zoek naar de historische Jezus'. Maar gelukkig is er internet en gelukkig bestaan er alerte websites met frisse links naar alle kanten. Zo kwam ik toch nog uitgerekend bij de BBC terecht. Daar blijkt het project rond de ware Jezus ondergebracht te zijn in de afdeling 'education'. Maar daaronder valt dan ook weer de mededeling te lezen, “you are in: Entertainment”. De conclusie is gerechtvaardigd, de BBC zet het onderwerp breed neer. De maker van de serie is Jeremy Bowen. Hij was vroeger correspondent voor de BBC in het Midden-Oosten. Dan zit je dicht in de buurt, moeten ze gedacht hebben, want Jezus was gehuisvest in dat Midden-Oosten. Dat gebeurt trouwens vaker op redacties. Ons eigen NOS Journaal belt met zijn correspondente in Amman als het bijvoorbeeld in Bahrein hommeles is. Of met haar collega in Rio de Janeiro als er in Haïti een aardbeving is. Allemaal één pot nat, allemaal Zuid-Amerika, zullen ze – vermoed ik – gedacht hebben. En altijd Al Jazeera of CNN ook in de buurt. Daar kijkt die correspondent dan naar en doet vervolgens verslag.
Terug naar de zoektocht naar de Jezus van vlees en bloed. Jeremy Bowen pakt het serieus aan. Hij bekent dat het in eerste instantie nooit bij hem was opgekomen dat er zoiets was als een 'historisch' Jezus. “Ik dacht dat je op dezelfde wijze in Jezus moest geloven zoals je in God moest geloven”. Maar bij zijn onderzoek stuit Bowen als snel op het nodige historische materiaal dat het bestaan van Jezus als mens bevestigt. Dan spreekt hij over een geromaniseerde Jood die over Jezus heeft geschreven. Namen noemt hij niet op de site. Waarschijnlijk bedoelt hij Josephus Flavius, een al eeuwenlang betwiste bron voor betrouwbare kennis. Aan de hand van een Joodse schedel uit de eerste eeuw – na diezelfde Jezus – en met forensische en archeologische technieken is er ook nog een portret gereconstrueerd van zoals Bowen dat noemt ´the face of the Son of God´. Daar zet hij volledigheidshalve wel een vraagteken achter. Je ziet een licht getinte man met snor en volle baard. Die beharing maakt hem een stuk ouder, maar toch heeft hij met die priemende ogen vooral iets van Lionel Messi, dat Argentijnse wonderkind op voetbalschoenen.
We willen geschiedenis, maar we willen vooral geschiedenis met een gezicht erbij. Of het nu 'het meisje uit Yde' betreft, onze eigen aandoenlijke inconnue uit het Drentse veen, de gevelde Osama Bin Laden of Jezus van Nazareth. Het zijn de bekende dilemma's van de geschiedenis in het algemeen en van de archeologie natuurlijk in het bijzonder. Je moet er geen onverantwoordelijke dingen bij bedenken, maar helemaal zonder verhaal verkoopt en gaat het niet. Dat leidt tot open deuren en zelfs een gerenommeerd instituut als de BBC ontkomt er soms niet aan die in te trappen. Bowen doet de kennelijk als onthulling bedoelde mededeling dat Jezus niet in een houten stal is geboren met stro in een kleine kribbe maar waarschijnlijk in een grot. Zoals nog steeds geregeld dier en mens geboren worden op de Westoever, voegt hij er voor de volledigheid aan toe. Zo, zo.
(
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
)
Dit is een bewerking van de column van Han Mulder verschenen in het juninummer van Archeologisch Magazine
|
|
|