|
Sarkozy maakte verwachtingen niet waar |
|
|
|
Paul van Velthoven
|
|
zondag 01 april 2012 |
De verwachtingen waren hooggespannen toen Nicolas Sarkozy in het voorjaar van 2007 de Franse presidentsverkiezingen won. Wie de televisiedebatten had gezien tussen hem en zijn socialistische tegenstandster Segolène Royal wist dat Sarkozy met kop en schouder van haar zou winnen. Met zijn dossierkennis stak Sarkozy de socialistische kandidate ongemeen duidelijk de loef af, hij toonde een enorme vechtlust, en wist te overtuigen met een coherente visie. Bij veel Fransen leefde na de jaren van stilstand onder een uitgebluste Chirac de behoefte aan een nieuw elan. Sarkozy beloofde te gaan hervormen en hoe. Als bewonderaar van de Amerikanen zou de self made Hongaarse emigrantenzoon een einde maken aan de ‘exception française’, de Franse uitzonderingspositie. Natuurlijk zonder dat zo te zeggen.
Chirac was er niet in geslaagd in de twaalf jaar dat hij president was ook maar een belangrijke hervorming op zijn naam te schrijven. Zijn eerste minister, Dominique de Villepin, had in 2006 nog geprobeerd de vast geroeste arbeidsmarkt open te breken door tijdelijke contracten mogelijk te maken en zo de chronisch hoge werkloosheid te bestrijden. Studenten liepen er massaal tegen te hoop, creëerden een revolutiesfeer en alles bleef bij het oude.
Voor wat elders in Europa een hervorming zou heten, is in Frankrijk nog steeds een revolutie nodig, zo wist al heel goed de excellente waarnemer Raymond Aron. Sarkozy zou opnieuw zijn tanden zetten in die noodzakelijke hervormingen en dan niet van wijken weten.
|
|
Lees meer...
|
|
|
Het kapitalistisch systeem is toe aan hervorming |
|
|
|
Paul van Velthoven
|
|
vrijdag 10 februari 2012 |
Het kapitalisme staat als gevolg van de kredietcrisis en de bankencrisis opnieuw in een kwade reuk. In de jaren voor de val van de Muur was dat heel anders. Het communisme had zijn ineffectiviteit bewezen, het geloof in een collectivistisch maatschappijmodel was verdwenen. Het vrije marktdenken zou toen aan zijn grote opmars beginnen. Die begon zich al af te tekenen na de oorlog, toen de aantrekkingskracht van de communistische partijen steeds verder was getaand onder invloed van het steeds beter producerende kapitalisme. De grote meerderheid van de bevolking kreeg deel aan een niet eerder geziene welvaart. De jaren zeventig zorgden voor stilstand. Voor een nieuwe generatie economen in de VS en Groot-Brittanië lag de verklaring daarvan in het feit dat de greep van de staat in de gemengde westerse economieën te groot geworden was. Zij verhinderde de economische groei. Politici als Thatcher en Reagan namen het voortouw in wat wel genoemd is de conservatieve revolutie. De markten werden vergaand geliberaliseerd, de bestaande belemmeringen aan kapitaaluitvoer werden opgeheven. Geld werd wereldwijd verhandelbaar. De positieve gevolgen van deze veranderingen in het kapitalistische model overheersten aanvankelijk nog. De welvaart ging opnieuw omhoog, maar raakte nu wel ongelijkmatiger verdeeld. De Aziatische tijgers (Singapore, Taiwan, Zuid-Korea en niet op de laatste plaats China) bewezen na het Westen opnieuw het succes van het model. Ook daar kwam de welvaart binnen het bereik van miljoenen mensen waar in het verleden een selecte groep slechts rijk was ten koste van de meerderheid. Momenteel beleeft het Westen de grootste economische crisis sinds de jaren dertig. Als het niet hervormd wordt, zal dat net als in de jaren dertig ernstige politieke consequenties hebben. |
|
Lees meer...
|
|
|
Bezwaren tegen euro waren bekend |
|
|
|
Paul van Velthoven
|
|
vrijdag 06 januari 2012 |
Anders dan de oprichting van de Europese markt aan het begin van de jaren negentig was de creatie van de euro een politiek project. Tien jaar na het ontstaan van de Europese eenheidsmunt moet worden erkend dat economische integratie vooraf had moeten gaan aan financiële. De stemmen die daar destijds voor pleitten werden overstemd door vrijwel alle politici. Nu zullen de economisch zwakste landen de sterkste moeten bijbenen om de euro te kunnen behouden.
Toen bondskanselier Kohl kort na de val van de Muur in november 1989 zijn westerse bondgenoten meedeelde dat hij uit was op de hereniging van Duitsland, confronteerde president Mitterrand hem met een oud verlangen van Frankrijk: de vorming van een monetaire unie. Al heel kort na het ontstaan van de economische samenwerking in Europa in de jaren vijftig dreigde het waardeverschil tussen mark en frank roet in het eten te gooien. Voor de Fransen was het van meet af aan duidelijk dat zij de economische kracht van Duitsland nooit konden evenaren. Om hun hegemonie in het naoorlogse Europa te behouden, hadden ze niet alleen behoefte aan een eigen atoomwapen, maar ook een gemeenschappelijke munt. De mark, die zich dank zij het Duitse Wirtschaftswunder als een bijzonder sterke munt ontwikkelde, zou daarmee onttroond worden. Als prijs voor de Duitse eenwording – die met name de Fransen met zeer gemengde gevoelens bezagen - , beloofde Kohl dat zijn land zich door middel van een muntunie vast zou verankeren in de Europese samenwerking. Twee jaar later, in 1991, werd in het verdrag van Maastricht aldus besloten. Deze voorgeschiedenis bewijst dat de EMU, de Europese Monetaire Unie, anders dan de eerder tot stand gebrachte ene Europese markt, in de eerste plaats een politiek project was.
|
|
Lees meer...
|
|
|
Fransen hebben de sleutel in handen voor Eurocrisis |
|
|
|
Paul van Velthoven
|
|
vrijdag 30 december 2011 |
Frankrijk en Duitsland zijn nog altijd de landen die uiteindelijk bepalen wat in de Europese Unie gebeurt. Sinds de oprichting van de gemeenschappelijke Europese markt in 1957 zijn er twee tegengestelde modellen om aan deze samenwerking vorm te geven. Enerzijds de intergouvernementele benadering, anderzijds de federale, communautaire of supranationale aanpak, belichaamd door de Europese Commissie en het Europese Parlement. Maar er vindt ook geregeld overleg plaats in de Europese Raad, waarin de regeringsleiders van de 27 lidstaten met elkaar overleggen. De raad is de hoogste vorm van intergouvernementele samenwerking en deze heeft in alle kwesties het laatste woord. De kleine landen waaronder, als grootste, Nederland zijn altijd voorstander geweest van het supranationale model.
Nederland vocht in de jaren zestig onder leiding van minister Luns een principieel conflict uit met generaal De Gaulle over een politieke unie onder leiding van Frankrijk en Duitsland. De Gaulle was voorstander van het Europa der staten. Onderling moesten die tot afspraken zien te komen. Van een supranationaal orgaan als de Europese Commissie moest hij niets hebben. Zou die unie gerealiseerd zijn, dan zou dit zijn neergekomen op een Europa onder Franse leiding. De Duitsers waren toen nog maar al te zeer genegen aan de Franse wensen tegemoet te komen. In de langdurige weg naar meer Europese samenwerking moest altijd een compromis gevonden worden tussen de intergouvernementele en de supranationale benadering. Ook het laatste grote Europese verdrag, dat van Lissabon uit 2007, nodig om de structuur en de besluitvorming van de inmiddels tot 27 lidstaten uitgegroeide Europese Unie te verbeteren, wordt beheerst door hetzelfde compromis. Het aantal terreinen waarop ditmaal binnen een afzienbare toekomst besluiten bij meerderheid genomen kunnen worden, is uitgebreid, maar belangrijke zaken als buitenlandse politiek, defensie, en ook het begrotingsbeleid vallen daarbuiten. Op die terreinen gaan de staten hun eigen gang of dwingen de grootste de kleine landen te volgen. De eurocrisis heeft laten zien dat meer coördinatie in het economische en financiële beleid van de lidstaten met een gemeenschappelijke munt onmisbaar is. |
|
Lees meer...
|
|
|
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>
|
| Resultaten 5 - 8 van 91 |