|
Schaamteloze exploitatie onderbuikgevoelens |
|
|
|
Dick Toet
|
|
maandag 03 oktober 2011 |
Er is een tijd geweest dat ik wel eens trots was op mijn geboorteland. Ik ben van nature geen patriot - het is ook maar puur toeval dat ik in Nederland geboren ben - maar als het land waar je woont wereldwijd wordt aangezien als hét land van melk en honing stemt dat op z’n minst tevreden. En dan heb ik het niet alleen over de alom bewonderde strijd tegen het water, maar vooral over de geest van tolerantie, de vrijmoedigheid, het gevoel dat alle medemensen ertoe doen, de zorg voor het milieu, het feit dat op het wereldtoneel naar ons werd geluisterd, onze vooruitstrevendheid in levenskwesties als abortus en euthanasie; die lijst kan moeiteloos worden aangevuld. Toen ik vijf jaar in Amerika verkeerde, viel mij meermalen op met hoeveel respect over ons land geschreven werd. Niet dat er veel nieuws uit Nederland in Amerikaanse kranten verscheen, maar wat over ons land werd geschreven was veelal gedompeld in soms heimelijk, maar ook wel openlijk beleden bewondering. Nederland, zo bleek ook uit internationale onderzoeken, is een voortreffelijk land om in te leven. Helaas is het tij drastisch aan het keren. En dat heeft natuurlijk te maken met de opkomst van het populisme van de PVV van Wilders. Populisme op zich is nog niet eens zo erg, maar de ordinaire toon van het debat is stuitend en begint ook steeds meer invloed te krijgen op het Nederlandse prestige in het buitenbland. Van prestige kun je niet eten, om oud-staatssecretaris Schaefer te parafraseren, maar het is toch wel pijnlijk te merken dat buitenlandse kranten zich verbazen over de diepe val die Nederland op internationaal gebied maakt. Het relletje tussen Wilders en Rutte vond ik nog niet eens zo schokkend, maar de Groningse PVV tegen Al Gore te horen fulmineren als ‘de Jomanda van het klimaat’ en het gebral te moeten aanhoren over de Haagse burgemeester Van Aartsen die zou moeten vertrekken, omdat hij een homo-echtpaar in een Haagse wijk onvoldoende zou hebben beschermd, is van een beschamende achterlijkheid. En het zou allemaal niet zo ernstig zijn als dit niveau van de borreltafel geen navolging krijgt. Maar niets is minder waar. Het kabinet heeft tot nu toe voornamelijk concreet resultaat bereikt op perifere populistische terreinen. Maximumsnelheid omhoog, de boerka (voor 150 tot 200 dragers) verboden, het instellen van miniumum straffen, bezuinigen op ontwikkelingshulp, onvoorwaardelijke steun aan Israël, om maar een paar speerpunten te noemen. Maar daar blijft het niet bij. Ook elders worden steeds meer maatregelen genomen in de sfeer van onverzoenlijkheid. Neem nou de maatregel om portretten van hooligans meer dan levensgroot te projecteren. De politie, kennelijk niet meer goed in staat zelf boeven te vangen, vraagt het publiek te reageren op deze moderne variatie van een schandpaal. Natuurlijk moet het tuig dat Feijenoord in problemen bracht gepakt worden, maar vooralsnog bewijzen de getoonde plaatjes slechts dat de betrokken persoon bij die rel aanwezig was. Niet meer en niet minder. Exploitatie van de onderbuikgevoelens wordt steeds normaler. En daarvoor schaam ik me diep. |
|
|
Merkwaardig Haags feestje |
|
|
|
Dick Toet
|
|
donderdag 25 augustus 2011 |
Den Haag viert binnenkort een hoogst merkwaardig feestje. Rond de eerste september, maar het zal allemaal wel op 1 september gepland zijn, wordt gevierd dat de gemeente Den Haag de 500.000ste inwoner mag begroeten. Gemeentebestuur en aanverwante instanties zijn al wekenlang in een staat van opwinding over dit als buitengewoon heugelijk betitelde feit. De burgemeester en zijn wethouders maken de indruk dat ze minstens in hoogst eigen persoon aan deze opstuwing in de vaart der volkeren hebben bijgedragen. Gemeentebesturen denken anno 2011 vooral in centen. Het onuitroeibare idee is dat er alleen nog maar minder geld is voor alles wat het leven enigszins aangenaam maakt. En meer inwoners leveren meer geld van het rijk op. Die meeropbrengst valt niet te ontkennen, maar is niettemin marginaal. Meer inwoners lijkt vooral meer prestige op te leveren. Wethouder Hekking, de geweldige creatie van Kees van Kooten, persifleerde dat al op schitterende wijze. In de periode van na-oorlogse opbouw in de jaren vijftig en zestig was groei nog een aanvaard middel om welvaart te verwerven. Zogeheten ‘groeiburgemeesters’ en ‘betonwethouders’ deden het goed. Maar allengs drong het besef door dat alleen méér en groei niet zaligmakend waren. Termen als ‘small is beautiful’ waaiden over uit de Verenigde Staten. Ook in Nederland groeide het besef dat groter niet altijd beter hoefde te betekenen. Die gedachte is aan politici en gemeentebesturen grotendeels voorbijgegaan. Zij willen na hun periode toch vooral worden afgerekend op hun meetbare prestaties en de argeloze kiezer geeft er veelal blijk van gevoelig te zijn voor de groeifactor. Het Haagse gemeentebestuur speelt ook in op juist dit sentiment. Wij hebben de stad een half miljoen inwoners bezorgd, hallelujah! Maar iedereen, die de afgelopen vakantieweken heeft genoten van de lege stad weet wel beter. Wat een zegen was het weer eens onbevangen te kunnen genieten van je eigen stad. Handicap is dat het politieke stadsreces samenvalt met de algemene vakantie, dus heeft geen van de bestuurders optimaal van de lege stad kunnen genieten. Maar oh, wat is het heerlijk om van Den Haag te kunnen genieten als zo ongeveer de helft van de inwoners even is ‘opgerot’. |
|
|
Zes renners per ploeg is genoeg |
|
|
|
Dick Toet
|
|
dinsdag 12 juli 2011 |
Een Tour de France zonder drama en heroïek is als een trapezenummer in een met kussens beklede gymzaal. Afzien, wederopstanding, verrassende wendingen en valpartijen maken de grootste jaarlijkse sportwedstrijd ter wereld tot een fantastisch evenement dat miljoenen, fietsliefhebber of niet, aan de buis gekluisterd houdt. Zevenvoudig winnaar Lance Armstrong en het vaste stramien van de vroege kopgroep die vlak voor de meet wordt ingelopen, hebben de voorspelbaarheid verontrustend doen toenemen, maar desondanks blijft het spektakel toch een grote aantrekkingskracht uitoefenen. Maar laten we eerlijk zijn, we zitten toch eigenlijk met z´n allen te wachten op groot drama, op Wim van Est, die in het geel een ravijn inrijdt, maar wiens Pontiac-horloge (ook toen was er al alerte reclame) toch bleef tikken. De Spaanse klimgeit Bahamontes, die op de top van een berg een ijsje verorbert. De Brit Simpson, die op de flanken van de Mont Ventoux ineenstort en sterft. De successen van Jan Jansen en Joop Zoetemelk en onze voortdurende hoop op een herhaling van die vaderlandse successen. De seconden, die eeuwige roem of smartelijk verlies scheidden bij de duels tussen Jansen en Van Springel en die tussen Lemond en Fingeon. Johnny Hoogerland is een Nederlandse wielrenner, die door zijn onverdroten aanvalslust bij veel wielerliefhebbers een speciaal plekje heeft veroverd. Maar pas sinds hij gisteren door een ellendige chauffeur het prikkeldraad in werd gereden en bloedend en kermend zijn weg vervolgde is Johnny ook de held van de rest van Nederland. En wij zwellen van trots bij de gedachte dat de ‘moordaanslag’ op onze onverzettelijke Johnny de hele wereld is overgegaan. Maar ik kan u verzekeren dat in België de gedwongen opgave van ‘de Belgische Gesink’, Jurgen van den Broeck, toch nog wat heftiger nieuws was en dat in Frankrijk het geel van Voegler net iets meer tot de verbeelding sprak. En in Kazachstan zal het gebroken dijbeen van hun idool Vinokoerov ongetwijfeld meer aandacht hebben getrokken dan de ernstig geschonden bil van Hoogerland. Het is dus allemaal redelijk betrekkelijk. Dat geldt ook voor de bespiegelingen hoe de veelvuldige valpartijen enigszins kunnen worden bedwongen. Ze zijn van alle tijden, maar de laatste rondes toch wel wat heftiger. De remedies rollen over elkaar heen, maar de algemene tendens is toch dat de Tour als wielerfestijn uit z’n jasje is gegroeid. Te groot geworden dus. En dat heeft ook te maken met de sterk geintensiveerde commercie. Minder commerciële voertuigen, maar vooral minder voertuigen, warmee gasten van de 22 (!) ploegen worden rondgereden. Allemaal prima. Maar vooral zal het peloton moeten worden uitgedund. Er doen dit jaar 198 renners mee aan de Tour. Die worden over in veel gevallen smalle wegen geperst. Dan is het zinvol voorin te zitten en dat levert vrijwel voortdurend zware strijd. De belangen van de renners en hun sponsors zijn groot en dus wil menig renner zich ook nog wel even van voren laten zien. De hele dag, maar vooral in de eindfase bewegen zogeheten ´treintjes´ zich door de gelederen. Dat er met name in die eindfase niet vaker iets mis gaat, is een wonder. Er is maar één goeie manier om de onverantwoorde uitstulping te beteugelen. Niet minder ploegen, maar minder renners per ploeg. Zes renners voor elke ploeg moet genoeg zijn. Ik heb dat al eerder betoogd. Dat komt de onderlinge rivaliteit ten goede, maar beperkt ook het aantal renners van de huidige 198 tot 138. Daarmee worden niet alle ongelukken uitgebannen, maar dat hoeft ook niet want het hoort erbij. Maar de Tour wordt op die manier wel veel beter beheersbaar en met maar vijf hulpjes per kopman vrijwel zeker ook nog veel spannender.
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
|
|
|
De VVD wordt steeds gekker |
|
|
|
Dick Toet
|
|
donderdag 30 juni 2011 |
Het zal vast te maken hebben met het onvermogen de PVV van Geert Wilders op een ordentelijke manier rechts te passeren, maar het wordt met de VVD steeds gekker. De VVD doet het in de opiniepeilingen niet erg slecht, maar ondanks een heftige ruk naar rechts wordt er nog nauwelijks betekenende opiniewinst geboekt op extreem rechts. De culturele bezuinigingen van staatssecretaris Zijlstra waren natuurlijk al een eerste onmiskenbare poging het populistische pad te bewandelen. Immers, vraag de gemiddelde burger wat hij vindt van culturele uitingen en hij of zij zal negen van de tien keer roepen dat voor die rotzooi elke cent te veel is. Zondag liep ik nog langs de interessante buitententoonstelling van glasobjecten in Kijkduin en hoorde ik een oudere dame met luide stem roepen: ‘Wat een rotzooi’. Natuurlijk valt er op cultuur te bezuinigen, maar voor de prijs van één JSF-straaljager kun je de hele Nederlandse cultuur twee jaar ongemoeid laten. Drastisch ingrijpen in de cultuur is het schrappen in de enige manier waarop het leven niet langs een puur zakelijk financieel-economische manier wordt benaderd. Het is niet voor niets dat we oudere culturen vooral kennen aan de manier, waarop ze hun creatieve gevoelens tot uitdrukking brachten. Maar het is kennelijk nog niet genoeg bij de voormalige liberale partij. Het VVD-Tweede Kamerlid René Leegte heeft serieus voorgesteld het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) op te heffen. Niet omdat het te duur is, maar omdat het KNMI in de visie van Leegte (what’s in a name!) partijdig is. Het instituut vindt net als alle verantwoordelijke deskundigen in de wereld dat de mens bijdraagt aan de schadelijke CO2-productie, maar volgens het VVD-Kamerlid bedreigt het KNMI daarmee de wetenschappelijke en politieke besluitvorming. Leegte heeft gelijk dat beteugeling van de CO2-uitstoot niet alle problemen in de wereld oplost, maar het lost wel één belangrijk probleem op, namelijk dat we op deze aarde redelijk kunnen blijven leven. Opvattingen als die van Leegte en van de almaar tegen de zogenoemde milieupessimisten agerende PVV’ers zijn levensgevaarlijk. Ze belazeren de mensheid op een enorme manier. Gelukkig is er de laatste twintig jaar niet al te veel naar deze dwalende lieden geluisterd en is het milieu er hier en daar wat beter aan toe. Maar we zijn er nog lang niet. Als het aan Leegte en de PVV ligt, wordt het leven voor komende generaties een ramp. Maar dat zal deze populistische opportunisten worst zijn. Ze zijn alleen uit op makkelijk electoraal gewin en Leegte en zijn pleidooi voor opheffing van het KNMI zijn daarbij de nieuwe zielige koploper.
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
|
|
|