|
De ziekte van Nederland |
|
|
|
Frans Wijnands
|
|
zondag 12 december 2010 |
GENT - 'Frits Bolkestein zal volhouden dat hij geen racist is. Ik geloof hem. Maar hij verspreidt populisme en paniek. Geert Wilders mobiliseert de racisten. Bolkestein en de 'nuttige intellectuelen' helpen hem daar een handje bij. Hogere burgers als Bolkestein manipuleren en exploiteren de paniek bij de kleinburgerij'.
Het politieke boegbeeld van de Vlaamse socialisten, Louis Tobback, benutte in het dagblad De Morgen bijna twee strekkende kolommen voor een stevige reactie op de recente uitlatingen van Bolkestein. Want ook in België - toch niet onbekend met ultra-rechtse opvattingen en bijbehorende krasse taal - is verbaasd gereageerd op de uitspraak van het VVD-coryfee Frits Bolkestein dat de joden in Nederland er goed aan doen zo snel mogelijk hun biezen te pakken. Wegwezen. Naar Israël of de VS, want daar zouden ze beter beschermd zijn tegen moslims dan in Nederland.
Tobback heeft een indrukwekkende staat van dienst. Hij was meermalen minister, is eresenator, minster van staat en burgemeester van Leuven. Onder de kop 'De ziekte van Nederland' maakt hij kritische kanttekeningen bij de opmerking van Bolkestein: 'Die heb ik altijd gezien als een rechtse, conservatieve liberaal. Maar nog altijd een liberaal. Ik heb me blijkbaar vergist'. En nog duidelijker: 'Dat men in de Leuvense stastionscafé's dwaasheden verkoopt is tot daar aan toe. Als Bolkestein toogpraat opblinkt tot een serieus discours is dat onrustwekkend'. Temeer, omdat Bolkestein weliswaar niet meer belangrijk is als politicus, maar wel als symbool. Vandaar misschien dat Tobback hem een 'hogere burger' noemt, terwijl hij natuurlijk geen andere burgerlijke positie inneemt dan zijn mede-burgers.
Louis Tobback noemt het 'de ziekte van Nederland' dat er geen massale verontwaardiging is ontstaan over de uitspraken van Bolkestein, maar dat alles met de mantel der liefde wordt/is toegedekt. Ook door de NRC, 'dat bastion van liberaal vrijheidsdenken', aldus Tobback. Maar nu even niet....Tobback vindt dat basisbegrippen binnen de Nederlandse politieke cultuur langzaam beginnen te vervagen, te verdwijnen zelfs. 'Het land is zijn zelfvertrouwen kwijt... ; door Wilders belachelijk te maken is de ziekte van het land niet weg. De ongenuanceerde anti-islamboodschap blijft er gemakkelijk ingaan'. Ook, of juist, bij de joodse gemeenschap die in Bolkestein een soort beschermengel ziet.
Dat zou volgens Tobback dan ook gelden voor Flip de Winter - de (extreem)rechtse Vlaming van het Vlaams Belang - die op het strand van Gaza Israël uitriep tot bolwerk van de westerse beschaving tegen het oprukkende moslimfundamentalisme. Natuurlijk, schrijft Louis Tobback, 'blijf ook ik de joodse gemeenschap waarschuwen voor slechte vrienden'. Maar hij bepleit realiteit en nuancering. Je moet toch openlijk durven zeggen dat het regent in Jeruzalem zonder het verwijt van anti-semitisme te krijgen...
Na zo'n Belgische kijk op de Nederlandse politiek begrijp ik des te meer waarom velen nog steeds scpetisch staan tegenover die gedoogrol van de PVV. Want VVD en CDA mogen dan nog zo trots zijn op de invulling van hun partijprogramma in dit kabinet, de schaduw van Wilders hangt er doorlopend en te nadrukkelijk boven.Bolkestein is onverantwoord bezig als hij de in Nederland - en vooral in Amsterdam - nog altijd gekoesterde joodse gemeenschap waarschuwt voor het moslimgevaar. In de trant van: 'luister naar oom Frits. Nu kun je nog weg. Maar zeur niet als het fout loopt, want wij kunnen jullie geen veiligheid garanderen tegen die moslim-opmars'. Misschien zijn veel Nederlandse kiezers het daar (stiekem) mee eens. En dat is nou precies 'de ziekte van Nederland' waar Louis Tobback op doelt: angst aanwakkeren en (on)bedoeld de rol van Wilders blijven uitvergroten. Terwijl het gewoon een grondwettelijke overheidsplicht is om bedreigde minderheidsgroeperingen te beschermen.
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
|
|
|
Paus noemt uitzondering die de regel bevestigt |
|
|
|
Frans Wijnands
|
|
dinsdag 23 november 2010 |
GENT - Kijk aan: de paus kan zich condoomgebruik voorstellen. Maar uitsluitend om - in uiterst beperkte situaties - infectie met het aids-virus te voorkomen, met name in (prostitutie)contact tussen mannen. Wereldwijd voorpaginanieuws. Maar dat is overdreven. Want wie iets verder nadenkt en de pauselijke uitspraak analyseert komt meteen tot de conclusie dat geen sprake is van een koerswijziging in de top van de rooms-katholieke kerk. De ogenschijnlijk toegeeflijke opstelling van Benedictus ten aanzien van het gebruik van voorbehoedsmiddelen is een tactische schijnbeweging. Met de (homo)uitzondering die de paus noemde, bevestigt hij tegelijkertijd de regel. En die geldt onveranderd en onvoorwaardelijk: het condoom en andere voorbehoedsmiddelen zijn instrumenten van de duivel en passen niet in de ethiek en moraal van de rk-kerk, en dus zeker niet in het intieme leven van rooms-katholieken onder en met elkaar.
De Vaticaanse persdienst haastte zich om de uitspraak van paus te nuanceren: er is geen sprake van een vrijbrief voor klakkeloos condoom-gebruik; hooguit groeiend begip voor sporadische uitzonderingen. Maar het Vaticaan kan niet langer onverschillig staan tegenover het drama van al die aids-patiënten die ongevraagd besmet raakten en raken. Temeer omdat veel katholieke artsen, religieuzen, hulpverleners en verpleegsters - vooral in Afrika - bewonderenswaardig een van de spreekwoordelijk zeven goede werken verrichten, namelijk het verzorgen van zieken. Van aids-patienten.
Met de uitspraak van de paus kunnen die hulpverleners ter plekke aan de slag blijven, zonder in gewetensnood te geraken. Voor zover dat al aan de orde was of is, want veel katholieken die in de frontlinie staan, in ziekenhuizen en klinieken, in opvangcentra en hospices, hebben doorgaans weinig moeite om de leerstellingen van 'Rome' naast zich neer te leggen als het gaat om een efficiënte aanpak van het aids-probleem. En daar zijn voorbehoedsmiddelen onmisbaar bij. Zelfs de meest fervente anti-paap moet kunnen begrijpen dat de paus niet van de ene dag op de andere groen licht kan geven voor het onvoorwaardelijk gebruik van alle soorten voorbehoedsmiddelen. Maar dat de deur nu op een kiertje is gezet geeft hoop. Hoop op een bredere tolerantie. Maar meer ook niet. Want de ijver waarmee Vaticaanse instanties de uitspraak van Benedictus XVI nuanceren bewijst wel dat er aan de grondregel vooralsnog niets verandert.
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
|
|
|
Formatie-chaos in Belgie houdt aan |
|
|
|
Frans Wijnands
|
|
dinsdag 26 oktober 2010 |
GENT - In landen waar geen uitgesproken twee-partijenstelsel bestaat moet de parlementaire democratie zich behelpen met coalities. In Nederland zijn we daar al decennia aan gewend: van rooms-rood tot combinaties in de kleuren van de regenboog. In België is op dit moment nog steeds een logische coalitie maakbaar. Namelijk rooms-rood, met de socialisten (als de grootste partij in Wallonië) en de christendemocratische, nationalistische Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA). Het zou weliswaar een liefdeloos huwelijk zijn (geworden), maar allez... Het is niet anders, indachtig het gezegde: met elkaar willen ze niet, maar zonder elkaar kunnen ze niet.
De eerste week na de verkiezingen - nu al weer 137 dagen geleden - hield België verbaasd de adem in. De Waalse voorman Elio di Rupo (van Italiaanse afkomst) en de onderkoning van Vlaanderen, Bart de Wever, leken elkaar te mogen, elkaar te begrijpen, elkaar te vertrouwen. Ze werkten in een verbazend rap tempo naar een regeerakkoord. Het was schone schijn, want sinds die korte vrijage gaan de heren in toenemende mate minder vriendschappelijk met elkaar om, begrijpen elkaar steeds minder en lijken elkaar voor geen sou te vertrouwen. Het gevolg is chaos alom.
De enige die kalmte uitstraalt - althans dat probeert te doen - is de vorst. Koning Albert II, die al sinds de verkiezingen overuren draait en hardnekkig op zoek blijft naar de ideale koninklijke bemiddelaar, heeft nu een Vlaamse socialist een verkenningsopdracht gegeven: Johan vande Lanotte, aan beide zijden van de taalgrens gerespecteerd. Hij is de zoveelste op rij die mag proberen de uiteengedreven opvattingen en standpunten tussen Vlamingen en Walen dermate dicht bij elkaar te brengen dat een kabinet gevormd kan worden. Maar zijn kansen om te slagen worden dramatisch laag ingeschat.
In weinig andere westerse democratieën speelt tweetaligheid en de daarmee gepaard gaande tweedeling, zo'n rampzalige rol als in België. Het gaat al lang niet meer over de economische crisis, over werkgelegenheid, over betaalbare pensioenen en beter onderwijs, over de gezondheidszorg en noem maar op. De discussies gaan over de vertrouwde trauma's. Over de staatsfinanciering in de vorm van een nieuwe financieringswet, over de rol van Brussel als bestuurscentrum en de - volgens de Walen - daarbij behorende financiële injectie van 500 miljoen euro. En het gaat vooral over de meest beruchte afkorting in België: BHV. Dat staat voor de (tweetalige) kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde die gesplitst zou moeten worden, maar niemand weet hoe.
De tijd begint nu in het nadeel van alle betrokkenen te spelen. Er zijn momenten geweest dat de onderhandelaars hun kiezers waarschuwden dat ze niet in alles hun zin zouden krijgen. Een coalitie bestaat nu eenmaal uit geven en nemen. Maar hoe langer een regeerakkoord uitblijft des te harder worden de diverse standpunten, zowel bij de politici, de partijbonzen en hun achterbannen. Intussen sluiten de (franstalige) rijen in Wallonië zich weer en dat heeft tot onontkoombaar gevolg dat ook de Vlamingen meer en meer aan het eigenbelang dan het staatsbelang denken.
De liberalen - en dan vooral de franstaligen - hopen nog steeds op een baanbrekende rol, maar koning Albert laat ze tot nu toe buitenspel staan. Hij begrijpt dat vooral rust geboden is: geen hectiek. En dat een oplossing alleen te bereiken is als de belangrijkste partijleiders blijven praten, en praten, en praten. Alleen daardoor kan voorkomen worden dat België binnenkort verandert in één grote Voerstreek waar franstaligen en Vlamingen elkaar nog steeds sluiks naar het leven staan.
Kortzichtige heethoofden en andere halve zolen willen het uiteenvallen van België, maar dat is gelukkig een minderheid. Het gros van de Belgen ziet geen enkel heil of voordeel in het opheffen van het Koninkrijk der Belgen en berust langzamerhand in het idee dat binnenkort nieuwe verkiezingen zullen moeten komen. Alsof die de oplossing kunnen brengen. Maar wie zonder hoop is....
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
|
|
|
Tekst over Aids van Belgische aartsbisschop blijft omstreden |
|
|
|
Frans Wijnands
|
|
dinsdag 19 oktober 2010 |
|
GENT - Eigen schuld dikke bult. Dat blijft voor velen de simpele samenvatting van hetgeen de Belgische aartsbisschop, André-Joseph Léonard, zegt over hiv-besmetting en aids. Immers: wie twee pakjes sigaretten per dag rookt moet niet verbaasd zijn als ‘ie longkanker krijgt en wie twee flessen whisky per dag weg klokt moet weten dat hij een verhoogde kans op een leverziekte loopt. Dat geldt – dus - ook voor onverantwoord seksueel gedrag: wie zonder voorzorgen van het ene bed naar het andere wipt en veelvuldig van partner (m/vr) wisselt riskeert nu eenmaal dat hij aids oploopt. Inclusief en vooral homoseksuelen. Immanente gerechtigheid, noemt mgr. Léonard dat: bijkomende gerechtigheid. Al geldt het volgens hem niet voor alle betrokken personen. Er zijn mensen die nooit gerookt hebben en toch aan longkanker sterven en er zijn miljoenen mensen die ongewild en ongevraagd met aids besmet zijn geraakt. Het gaat de Belgische primaat daarom ook niet om mensen individueel maar om bepaalde menselijke gedragingen: ‘Mensen zijn niet verkeerd, sommige van hun gedragingen wel’, verduidelijkte hij vlak voor het weekeinde op een inderhaast belegde persconferentie zijn fel omstreden woorden van een paar dagen tevoren.
Er kwam opvallend veel kritiek uit de politiek op de uitlatingen van de aartsbisschop. Aftredend premier Yves Leterme vond die ‘totaal misplaatst’. Anderen wrijven de aartsbisschop gebrek aan barmhartigheid aan, en harteloosheid. Maar die reageert tamelijk nuchter op alle opschudding.
De gewraakte citaten komen uit een boek, vol gesprekken met hem, dat sinds heel kort in het Nederlands is vertaald, maar dat al vier jaar geleden in het Frans verscheen en waarin toen al deze uitspraken waren opgenomen. Sneeuw van gisteren…., zoals de Vlamingen ouwe koek’ noemen. |
|
Lees meer...
|
|
|
Wantrouwen is de norm geworden |
|
|
|
Frans Wijnands
|
|
dinsdag 07 september 2010 |
Gent - ' Zonder de vorst zou dit land in een immens diepe crisis zitten', aldus de Belgische Minister van Staat, Louis Tobback, over de voortdurende regeringscrisis in zijn land. Kun je nagaan wat voor rotzooitje het zou zijn, zonder koning Albert II. Tobback is socialist en republikein; een van de laatsten dus van wie je zulke lovende woorden over de koning en de monarchie zou verwachten. 'Ik blijf republikein, maar een president zou bij ons nooit lukken; met Vlamingen, Walen, Brusselaars en Duitstaligen vindt je nooit een consensusfiguur. Juist in kritische situaties als de huidige bewijst de monarchie haar nut'.
Inderdaad blijkt koning Albert een gewiekst regisseur van de onderhandelingen, ook al hebben die tot nu toe nog niet tot een meerderheids-coalitie geleid. Niettemin is er groeiend respect voor de koning; bij politici en burgers, ongeacht hun moedertaal. Er wordt naar hem geluisterd en hij blijft de hoofdrolspelers dwingen hun verantwoordelijkheid te nemen.
Kennelijk hebben de twee top-onderhandelaars goed naar hem geluisterd. Ze belijden althans hun goede wil om het land weer bestuurbaar te maken om een nóg chaotischer situatie te voorkomen. De Waalse socialist Elio di Rupo en de Vlaams-nationalistische aanvoerder van de N-VA (Nieuw-Vlaamse Alliantie) Bart de Wever die tot elkaar veroordeeld zijn, beseffen kennelijk hun verantwoordelijkheid als ze zeggen: 'slagen is de enige optie' (di Rupo), en ' er móet een akkoord komen' (De Wever). Ze waren een handvol dagen geleden vrijwel rond met een bar ingewikkeld afsprakenpakket totdat het wantrouwen toesloeg, vooral aan Vlaamse kant.
Frappant, dat zowel in Nederland als in België het meest gebruikte woord 'vertrouwen' is. Vertrouwen tussen individuele onderhandelaars, tussen fracties/fractieleden, tussen partijen. Vertrouwen als norm. Eigenlijk logisch: want politici die elkaar in het landsbelang voor geen cent durven of willen vertrouwen en die er dubbele agenda's op na houden, zijn het vertrouwen van hun kiezers niet waard. Zelfs de meest fanatieke partij-aanhanger begrijpt immers dat je in coalitie-onderhandelingen nu eenmaal niet honderd procent kunt krijgen van wat je vraagt.
Intussen is breed wantrouwen de norm geworden en blijkt het broodnodige vertrouwen van nul en generlei waarde. Natuurlijk zijn de politieke landschappen in twee van de drie Benelux-landen de laatste tien, twintig jaar dramatisch veranderd. De grote, traditionele partijen zijn ge-implodeerd, geminimaliseerd, verkruimeld, versplinterd. Oude machtshebbers moeten wennen aan nieuwe structuren, aan nieuwe partijen en vooral aan drommen minder goedgelovige kiezers.
Gezond wantrouwen bestaat al sinds het ontstaan van de democratie. Daar is niks op tegen, tenzij dat wantrouwen verlammend gaat werken en de cruciale (coalitie)dialoog vergiftigt, zoals nu onder meer in België gebeurt. Wantrouwen kan ook een slechte raadgever zijn. Het geven en nemen wordt moeilijker, temeer als de media als een roedel hongerige wolven dag en nacht op de loer liggen.
Alleen in het begin van hun onderhandelingsgesprekken kregen Di Rupo en De Wever de rust om elkaar te leren kennen en de eerste schetsen van samenwerking te maken. Pure democratie, maar (eventjes) achter de schermen. Het had alle kans van slagen. Totdat iedereen er zich mee ging bemoeien en de media van minuut tot minuut wilden weten hoe de stand van zaken was. Met die wens tot meer openbaarheid ebde het groeiende vertrouwen tussen de onderhandelaars weg en kreeg een venijnig wantrouwen de overhand, met alle bitse, provocerende woordgebruik van dien. Onverantwoordelijk tijdverlies.
Natuurlijk komt er een regering in België en natuurlijk valt het land niet uiteen. Maar het woordje stabiliteit kun je wel uit de parlementaire woordboeken schrappen. Om over het woordje 'vertrouwen' maar niet te spreken.
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
|
|
|