|
Boulevardblad zet Leterme bij de vuile was |
|
|
|
Frans Wijnands
|
|
woensdag 22 juni 2011 |
GENT - Een (gescheiden) onderwijzeres van middelbare leeftijd in Brasschaat, bij Antwerpen, heeft een verzameling opvallend lieve sms-jes van de aftredende Belgische eerste minister Yves Leterme. Honderden. Kennelijk van lief-pikant tot erotisch beladen. Die heeft ze ter inzage gegeven aan het boulevard/roddelblad Story. De kat op het spek binden, zoiets. Het blad heeft het verhaal wegens ‘de politieke relevantie’ breeduit gepubliceerd. Landsbelang, niet alleen omdat een premier een voorbeeldrol heeft, maar vooral omdat hij bemiddeld zou hebben om zijn sms- en chatvriendin aan een baan bij Buitenlandse Zaken te helpen, een paar jaar geleden. De premier reageert geschokt, ontkent met klem maar heeft zich (nog steeds) niet naar het dichtstbijzijnde politiebureau laten rijden om er aangifte te doen van smaad, laster, eerroof en zulk soort zaken. Dat is erg jammer. Want hoe langer hij daarmee wacht, des te meer gaan de onthullingen een eigen leven leiden indachtig het aloude gezegde dat waar rook is, ook vuur moet zijn. Heeft Leterme met vuur gespeeld? Is hij naïef geweest? Zijn de berichtjes vervalsingen en wordt hij ten onrechte onderuit gehaald waardoor zowel zijn politieke- ,als privéleven, nu al dramatisch is beschadigd? Wat Leterme in zijn eigen tijd en zonder het landsbelang te schaden doet is puur privé. Of behoort dat te zijn. Maar de Belgische media waren eensgezind in hun eerste commentaren dat het in de Belgische politiek nooit meer zal worden zoals het tot voor eergisteren was. Net als in meerdere Europese landen interesseerden de media zich tot nu toe niet diepgaand voor het privéleven van politici. Wel voor andere Bekende Belgen, sporthelden en tv-persoonlijkheden, maar politici konden er op vertrouwen dat hun privéleven onbesproken bleef. De affaire Strauss-Kahn heeft dat veranderd. De Franse media waren op de hoogte van diens strapatsen en vingervlugheid waar het vrouwen betrof, maar zwegen er over. Privacy was toen nog heilig, althans taboe. Anders dan in de Angelsaksische landen waar juist politici tot in hun eigen of andermans/vrouws slaapkamer worden nagejaagd. De argumenten van de hoofdredactie van Story verzuipen in schijnheiligheid en hypocrisie. Een paar (honderd) pikante(?) sms-jes is van een geheel andere orde dan (poging tot) aanranding, corruptie, omkoperij, valsheid in geschrifte, meineed en ga maar door. Story was – trouw aan de beginselen van het blad – ordinair uit op een lekker verhaal. Overspel via de elektronische snelweg, helemaal passend in de tijdgeest. Als het allemaal waar blijkt te zijn. Vooralsnog blijkt Leterme te kunnen aantonen dat hij de vrouw, toen ze hem benaderde voor een baan, heeft doorverwezen naar de betrokken personeelsinstanties van het departement. Niks vriendjespolitiek dus…?? Als het hele sms-verhaal klopt getuigt dat van verregaande naïviteit van Leterme. Dat vreet aan zijn imago maar dat is dan: eigen schuld, dikke bult. Of zoals de Vlaamse politicus Herman de Croo het jaren geleden eens plastisch zei: ‘Als je de pers uitnodigt om te laten zien hoe schoon uw was is, moet je niet verschieten dat ze ook komen filmen als er eens een vuile onderbroek hangt’. Dat pleit de media - en met name de roddelpers - niet vrij om lukraak, ongegrond of onnodig privézaken te onthullen. Dat Story ‘journalistieke porno’ bedrijft, zoals een Belgische hoogleraar mediarecht en journalistieke ethiek in een commentaar beweerde gaat misschien wat ver. Want als de feiten blijken te kloppen mag je de boodschapper – hoe laag bij de gronds ook – niet alle schuld geven; al moet die boodschapper zich niet presenteren als moraalridder bij uitstek. De discussie over de verantwoordelijkheid van de boulevardpers is aan een nieuw hoofdstuk begonnen en de Belgische politici zijn vanaf nu gewaarschuwd: ook in het koninkrijk der Belgen is de privacy van politici niet langer heilig. De oproep van diverse collega-politici aan de media om Leterme met rust te laten en dat het publiceren van dit soort zaken onkies is, zal de redactie van Story een zorg zijn. Vooralsnog is het geen wereldschokkend maar vooral een treurig verhaal. Het vervolg wordt ongetwijfeld interessanter dan het begin. Als namelijk gaat blijken hoeveel poten zowel Leterme, als Story hebben om echt op te staan.
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
|
|
|
Een haiku vol machteloosheid |
|
|
|
Frans Wijnands
|
|
maandag 13 juni 2011 |
|
GENT - ‘Bon, d’accord. Ik word de eerste minister van België’, zegt de Waalse socialistische kopman Elio di Rupo tegen zijn Vlaamse tegenspeler, Bart de Wever. ‘En wat ga jij doen?’ ‘Ik?’, antwoordt de Wever, ‘ik word de laatste minister van België’, doelend op de onontkoombare splitsing van het Koninkrijk der Belgen. Bittere grappen waar de meeste Belgen niet meer om kunnen lachen. Valt er eigenlijk nog wel wat te lachen? Een jaar zonder regering, een koning die weigert aan nieuwe verkiezingen te denken en eindeloos (in)formateurs blijft benoemen en tot overmaat van ramp een steekproef waaruit blijkt dat de populariteit van de heren De Wever en Di Rupo alleen maar toeneemt. Dat zal voor geen van beiden een impuls zijn om in de eindeloze onderhandelingen iets toe te geven. Het woord compromis wordt alleen maar gebruikt om de ander de schuld te geven dat er nog geen compromis is. Een voortdurende patstelling derhalve. Niemand buigt, barst, of knielt. De Europese Commissie heeft inmiddels een rapport over de Belgische begroting en de sociaal-economische plannen opgesteld. Over de begroting van aftredend premier Yves Leterme is Brussel bijna complimenteus, maar op en tussen alle regels van het rapport wordt aangedrongen op eindelijk een nieuwe regering. Die moet maar liefst 22 miljard gaan besparen via ingrijpende maatregelen en dat valt buiten de competentie van de aftredende regering. Formateur Di Rupo laat zich niet opjagen. Ook niet door de dreigementen van De Wever dat voor de zomer een doorbraak moet komen. Elke dag die vruchteloos verstrijkt groeit de achterdocht aan weerszijden van de taalgrens. Ook al wil eigenlijk niemand de onbeschrijflijk ingewikkelde splitsing van het land, ook al wil niemand nieuwe (dure) verkiezingen. Die zullen immers niets oplossen omdat er geen verandering in het kiespatroon van de kiezers is gekomen. Tenzij De Wever zijn zin krijgt en alle Vlaamse partijen aan hetzelfde touw gaan trekken. Misschien dat juist dát de Franstaligen tot het inzicht brengt dat het de Vlamingen ernst is, denkt/hoopt hij. ‘Democratisch gesproken zijn we al lang twee landen’, vindt De Wever, omdat er geen (taal)grensoverschrijdende grote nationale partijen zijn. Vlamingen stemmen nu eenmaal op Vlaamse-, en Walen op Waalse partijen. Dramatisch of niet, het is een gegeven en iedereen weet dat die consequente partijpolitieke verdeeldheid de haard van alle tegenstellingen, problemen en spanningen is. Met de moed der wanhoop wil een handvol Belgen, onder wie de schrijver van het succesboek ‘Congo”, David van Reybrouck, nu een G1000 organiseren. Duizend burgers – een representatieve dwarsdoorsnede van de bevolking – komen op 11 november in een grote hangar in Brussel bijeen om er aan honderd tafels na te denken over de toekomst van de democratie en ideeën aan te dragen. ‘De democratie is aan het verworden tot de dictatuur van de verkiezingen’, zegt Van Reybrouck. De burger mag eens in de zoveel jaar stemmen, maar daarna vooral niets meer doen en zeggen. Het zijn louter politici die de dienst uitmaken. Een parlementslid van Groen!, Lukas Vander Taelen, publiceerde eind vorige week een open brief aan Herman van Rompuy, de voorzitter van de Europese Raad, de Europese president maar gelijk de keizer zonder kleren. ‘Laat die Franse driftkikker en die Duitse oma hun plan trekken met Europa. Ik vraag je, Herman, terug te komen op je voornemen om een nieuw mandaat als Europese president op te nemen. En of je terug wil komen. Want sinds je weggegaan bent is het hier serieus bergaf gegaan. We zijn in een politiek smurfenland terecht gekomen waar nijd en afgunst regeren. Herman keer terug, als een nieuwe Asterix, en kom je eigen land redden’. Van Rompuy reageerde met een haiku, een klassiek Japanse dichtkunst :
‘Wind, wasem, sluier schaduwen en schijn vulden teveel een heel jaar’.
Hoeveel machteloosheid kun je in een haiku verwoorden?
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
|
|
|
Gebraden kameel, met vulling |
|
|
|
Frans Wijnands
|
|
dinsdag 07 juni 2011 |
GENT - Zo af en toe ontkom je er niet aan om je boekenkast(en) te schonen, zoals dat tegenwoordig heet. Opruimen. Boeken wegdoen, weggeven, hopen dat iemand er blij mee is. Een mand met overtollige boeken in de hal zetten, zodat de vertrekkende gasten er iets uit mogen meenemen, zet geen zoden aan de dijk. ‘Leuk idee, maar nee. Dankjewel’. Je raakt je boeken aan de straatstenen niet meer kwijt. Het enige aardige van dat zogenaamde opruimen is dat je boeken inkijkt die jarenlang letterlijk een gesloten boek waren. Kookboeken bijvoorbeeld. Een ontdekkingstocht in je eigen boekenkast. Grootmoeders schriftjes met de gerechten uit je kindertijd staan weggedrukt tussen appetijtelijk geïllustreerde boeken over de meest exotische gerechten. Een papieren wereld van geuren en kleuren. Maar hoeveel (dure) kookboeken heeft een huis-tuin-en-keuken kok(kin) eigenlijk nodig?, als er zelfs gratis een stortvloed van allerhande gerechten voor allerhande groenten, vlezen, vissen en sauzen voor het grijpen is. Je krijgt meer gerechten op papier voorgeschoteld dan dat je ze eetbaar op je bord kunt krijgen. Neem nou bijvoorbeeld dat bekende recept van gebraden kameel. Met vulling, maar dat spreekt eigenlijk vanzelf. Je komt het op diverse websites tegen, maar het recept komt oorspronkelijk van de Amerikaanse rasverteller T. C(oraghessan) Boyle die het in zijn ‘Water Music’ grofweg heeft uitgeschreven. Wat wil je ook met zo’n beest? Daar moet je niet met halve eetlepels maizena of een kwart litertje zure room mee aankomen. Het is geen snel hapje voor bij de borrel op een slome zondagmiddag. Dat blijkt ook wel uit de ingrediënten: 500 dadels, 200 pluvier-eieren, 20 karpers van elk twee pond, 4 forse trapganzen, 2 schapen, een volwassen kameel en driekwart kilo gemengde kruiden, liefst een woestijnmix. De bereiding is als volgt: graaf een gat in de grond waar de kameel in past, ongeveer één meter diep en stort dat vol met gloeiende kolen. Kook de eieren hard. Vul de karpers met de gepelde eieren en de dadels. De rest wijst zich dan eigenlijk vanzelf. De ganzen vullen met de gevulde karpers, de schapen vullen met de gevulde ganzen en tenslotte de kameel vullen met de gevulde schapen. De kameel kort aanbraden, in Doumpalmbladeren wikkelen, in de gloeiende kolen stoppen en twee dagen rustig laten garen. Af en toe een keertje omkeren kan geen kwaad, lijkt me, maar daar zegt het recept niks over. Nogmaals: het is geen voorhapje maar een stevig hoofdgerecht en je hebt natuurlijk wat hulp nodig bij het ontschubben van de karpers, het plukken van de ganzen en het villen van de schapen. De aangegeven hoeveelheden zijn genoeg voor ongeveer vierhonderd eters. De schrijver adviseert er rijst bij te serveren, misschien met een paar handenvol saffraan? Kleurt in elk geval wel leuk bij de kameel. Ik heb het er met de traiteur in ons dorp over gehad; die verzorgt regelmatig barbecues voor grotere gezelschappen. Hij was erg geïnteresseerd, maar vreesde dat hij bij de groothandel moeilijk aan die voorgeschreven Doumpalmbladeren zou kunnen komen… Hij is in zijn vak best wel een avonturier. Doorlopend op zoek naar nieuwe lekkernijen, maar anderzijds een man met fundamenteel respect voor de oorspronkelijke receptuur. Zeker nadat hij in een vlaag van verkeerde stoutmoedigheid eens geprobeerd heeft om zijn befaamde tomaat-garnaal – een Vlaamse klassieker - met Noorse garnaaltjes te maken. Maar daar haalde zijn klandizie de neus voor op. En terecht. Nooit knoeien met een goed recept. ‘Wat goed is moet je goed laten’, staat op het schutblad van grootmoeders receptenschriftjes. En dat geldt waarachtig niet alleen voor tomaat-garnaal…
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
|
|
|
Belgische regeringscrisis blijft gebed zonder eind |
|
|
|
Frans Wijnands
|
|
donderdag 19 mei 2011 |
GENT - Daar is hij weer: de Waalse socialist Elio di Rupo. Benoemd tot informateur. En dus zijn ze in België na bijna een jaar formatieonderhandelingen terug bij af. Want pal na de parlementsverkiezingen van een jaar geleden kreeg de flamboyante Waal van Italiaanse afkomst van koning Albert ook al de opdracht om een nieuwe regering te helpen formeren. Toen samen met Bart de Wever, het Vlaamse politieke boegbeeld. Maar het mislukte. Di Rupo en De Wever konden het aanvankelijk goed met elkaar vinden, maar die schijn bedroog. Het werd niks met en tussen die twee. Er lagen te veel beren op de weg en vanaf dat moment – driekwart jaar geleden – zocht de koning telkens weer een uitweg uit de impasse. Hij benoemde koninklijke verkenners, bemiddelaars, informateurs en wat al niet meer. Maar allemaal liepen ze zich vast op drie punten: de staatshervorming en bijbehorende financiering, het sociaal-economische scenario met bijbehorende bezuinigingen, en vooral de stugge onwil van de hoofdrolspelers. Iedereen, (bijna) iedere partij is intussen aan zet geweest. Resultaat nul komma nul, en dus kan de koning weinig anders dan van voren af aan beginnen, want nieuwe verkiezingen is zijn laatste en tevens de slechtste optie. Dus is Di Rupo weer aan zet. Maar de voortekenen voor succes zijn allerbelabberdst. Hij geeft toe dat het niet eenvoudig zal zijn, moeilijk voor iedereen. Hij praat over een laatste kans en zegt dat iedereen moet beseffen hoe klein de kans van slagen is. Een wadloper die aan zijn tocht begint bij hoog water. Zoiets… Zijn gedoodverfde regeringspartner en tegelijk zijn zwaarste opponent aan Vlaamse zijde, de nationalist Bart de Wever, geeft bij voorbaat geen cent voor de slagingskansen van Di Rupo. De nieuwe formateur kiest voor de moeilijkste weg omdat hij zowel de staatshervorming, als de sociaal-economische problematiek in een prematuur regeringsvoorstel wil formuleren. Om kans van slagen te hebben wil hij eerst gesprekken voeren met de negen(!) partijen die meespelen in het langzamerhand bizarre spel om de regeringsmacht. Negen gesprekken onder vier ogen, kijken waar de meeste overeenkomsten liggen, vervolgens een paar partijen aan de kant schuiven en dan een voorstel naar de koning brengen. Tel uit je winst, en je tijdverlies. Bart de Wever is teleurgesteld dat Di Rupo niet de ferme intentie lijkt te hebben om premier te worden, ‘want we hebben in dit stadium een locomotief nodig die de trein trekt’. ‘Hotdog’ de Wever had niet alleen vanwege zijn lichaamsomvang al veel eerder zelf als locomotief kunnen fungeren maar kennelijk lijdt hij aan dubbele faalangst: om zelf premier te worden (als hij het al zou willen…), en om zijn nog steeds juichende achterban teleur te stellen in de onderhandelingen. Bart de Wever en Elio di Rupo zijn sinds hun verkiezingsoverwinningen welbespraakte angsthazen gebleken in plaats van de vastberaden lefgozers die ze in hun verkiezingscampagnes waren. België zit voorlopig nog op dood spoor. Intussen blijft de aftredende rechts-liberale Vlaams/Waalse regering van Yves Leterme het land keurig op koers houden, hetgeen nogal wat Belgen in de verleiding brengt om het mandaat van de zittende regering te verlengen tot aan de volgende reguliere verkiezingen. Maar ook aan die theoretische optie zit een korte houdbaarheidsdatum. Dus wacht het land op de nota van formateur Di Rupo indachtig het gezegde dat geduld een schone zaak is.
franswijnands@telenet. |
|
|