|
Voor een hele serie goederen en diensten geldt het lage btw-tarief van 6 procent. Meestal om eerste levensbehoeften niet al te zwaar te belasten, zoals geneesmiddelen, boeken, invalidenwagentjes, drinkwaren (behalve alcoholhoudende), water, brood en alle andere voedingsmiddelen, waaronder Wagyu ossenhaas (160 euro per pond) en kaviaar (170 euro per half ons). Maar ook om arbeidsintensieve diensten of energiebesparende werkzaamheden te stimuleren. Door die zaken niet met 19, maar met 6 procent te belasten, denkt de wetgever de consument een beetje tegemoet te komen. Een nobel streven, maar wie wordt er wijzer van?
In theorie zijn dat zowel de consument als de ondernemer. Iets wat normaal 119 euro kost, hoeft met het verlaagde tarief maar 106 euro te kosten. De consument is goedkoper uit en de ondernemer houdt na btw-afdracht evenveel over (100), maar door de lagere consumentenprijs kan zijn omzet groeien. Of het in de praktijk ook zo werkt, is nog maar de vraag. Prijzen ontstaan op de markt. Op de markt tussen ondernemers is de btw niet van belang. Een ondernemer trekt de aan hem in rekening gebrachte btw af van de door hem verschuldigde btw die hij weer van zijn afnemer heeft ontvangen. Een consument kan de btw echter niet aftrekken, dus op hem drukt die btw. Veelal weet de klant niet of zijn leverancier hem het normale of het lage tarief in rekening brengt. Hij ziet alleen de prijs die hij moet betalen. Een aantal jaren geleden verhuisde een aantal arbeidsintensieve diensten, zoals die van de kapper, de schoenmaker, de fietshersteller en de kledinghersteller, van het normale naar het lage btw-tarief. Maar er was nauwelijks sprake van prijsverlaging. Kennelijk had de consument niet in de gaten dat de btw-verlaging voor een belangrijk deel ten goede kwam aan de leverancier, of hij nam er gewoon genoegen mee. Als het om eenmalige grote uitgaven gaat, ligt dat gevoeliger. Onlangs bleek een aantal ondernemers in de kozijnenbranche bij hun prijsovereenkomsten met klanten geen rekening te houden met een tijdelijke wettelijke toepassing van het lage btw-tarief op isolerende kozijnen. Uiteraard droegen ze wel slechts 6 procent af aan de fiscus. Aldus gebruikten zij deze in groen papier verpakte crisismaatregel (met dank aan de volksvertegenwoordiging) als middel om hun winst wat op te krikken – de klant in de waan latend dat hij een voordeeltje genoot. Zoiets haalt de televisie en de krant. Jan Kees de Jager moest de Tweede Kamer uitleggen dat er niets aan te doen is. Zo werkt de markt. Die tijdelijke tariefmaatregel is per 1 januari afgeschaft, maar het aantal laag belaste goederen en diensten is op hetzelfde moment ook weer uitgebreid, onder andere voor schilderwerk, dak- vloer- en spouwmuurisolatie. Op een enkele uitzondering na, kent de lijst van laag belaste goederen en diensten geen einddatum. Ook al staat in de Europese btw-richtlijn dat die lijst om de twee jaar kan worden aangepast, de weg terug naar het hoge normale tarief geeft de ondernemer een alibi de prijzen weer stevig te verhogen. Daar score je als politicus niet mee. Het lage btw-tarief is niet alleen verleidelijk, het werkt ook verslavend. Overdreven? Nee hoor. Engeland en Ierland zijn er al sinds 1973 in geslaagd een nultarief (!) voor kinderschoenen en kinderkleding overeind te houden. |