Menu
Home
Theo Monkhorst
Han Mulder
Hans Muiderman
Dick Toet
Paul van Velthoven
Marjolijn Uitzinger
Frans Wijnands
Han Kogels
Frans Kok
Frans Weisglas
Henk Beereboom
Gastschrijver
Plein
Vertel het verder!
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden:
e-mail to a friend
Plein

Omdopen


Altijd gedacht dat de Mauritskade vernoemd was naar prins Maurits, de stadhouder. Geen fraai heerschap (hij liet van Oldenbarnevelt executeren) maar wel een kundig militair.
Maar in de file had ik onlangs tijd het bord eens goed te lezen. Blijkt het om prins Maurits te gaan, de zoon van Willem III (de Gorilla) en prinses Sophie. Het knaapje stierf in 1850 op 6-jarige leeftijd, mede als gevolg van onenigheid tussen zijn ouders over de beste behandelwijze.
Een van de belangrijkste toegangswegen van Den Haag vernoemd naar een wicht van 6, van wie niemand ooit gehoord heeft. Iets teveel eer lijkt mij. Dus, als er binnenkort een belangrijke Nederlander, desnoods een Hagenees, sterft: omdopen die kade.

Frans Kok

iPad en een omgedraaide verrekijker Afdrukken E-mail
Han Mulder   
donderdag 14 oktober 2010


Hè, hè, die bordesscène zit erop. De waan van de dag netjes voetje aan voetje op de rode loper. Het is tijd om eens de tijdbalk op te rekken. Zich te buigen over eeuwen en nog eens eeuwen en te kijken, wat daarvan eigenlijk beklijft. Daarvoor hebben we ondermeer de archeologie.

Maar, archeologie is ook mensenwerk, want archeologen zijn mensen. Dat geldt natuurlijk niet louter voor archeologie maar voor alle menselijke activiteiten. We kunnen de dingen alleen maar overzien, laat staan begrijpen, vanuit onze begrenzing als mens. Onze waarnemingen zijn beperkt, de interpretatie van die waarnemingen is ook al weer gebonden aan onze tekorten en onvolmaaktheden. Ondertussen probeert iedere archeoloog naar beste kunnen en weten zijn werk te doen. Daarin verschilt hij niet van zijn bonafide medestervelingen.

Maar als hij graaft en onderzoekt doet hij dat dus met de bagage van zijn eigen tijd. Wat hij belangrijk en opmerkelijk vindt, is altijd de weerslag van wat hier en nu belangrijk wordt gevonden. Het is al heel vaak gezegd van geschiedschrijving in het algemeen: die zegt meer over de tijd waarin de historicus schrijft dan over het onderwerp van zijn aandacht. Dat kan ook niet anders omdat geschiedschrijving, daar zijn we weer, mensenwerk is.

Dat neemt niet weg dat je nieuwsgierigheid als mens zich nooit laat blokkeren, ook als je erkent dat die nieuwsgierigheid nooit volledig bevredigd kan worden. Als je voor de archeologie het beeld gebruikt van een verrekijker die het – verre – verleden observeert dan zal ik een stapje verdergaan: draai die kijker om en laat de mensen van toen naar óns kijken. Ik weet natuurlijk best dat dit niet kan maar beschouw het als een kortstondige denkoefening. De oude Griek of Romein bekijkt óns, de materiële zaken om ons heen, waarover we ons druk maken en meer van die dingen. Mij zou het niet verbazen dat een oude Sumeriër heel andere accenten zou leggen dan wij – vanuit onze menselijke beperktheden immers – zouden verwachten. Misschien zou hij helemaal niet verbaasd zijn over bijvoorbeeld al die auto's van nu maar veel meer over het waarom dat we ons met miljoenen tegelijk telkens weer zo nodig van hot naar haar moeten verplaatsen. Misschien zou het bestaan van de balpuntpen de klassieke Chinees meer intrigeren dan dat van de iPad omdat hij nu eenmaal al met inkt vertrouwd was en de vroege Middeleeuwer al met de ganzenveer. Speculeren allemaal en nooit een antwoord onderweg omdat die metafoor van de verrekijker in de praktijk niet toepasbaar is: die verrekijker zal nooit en te nimmer worden omgedraaid. Daarom zullen we nooit te weten komen hoe vanuit de Oudheid naar onze tijd zou worden gekeken. Zoals de 22ste eeuw voor ons een gesloten iPad – daar is-ie weer – zal blijven.

Dat neemt niet weg dat archeologie het verleden tot leven brengt. Ook al kan ik alleen maar met mijn moderne bagage naar de nagelaten woelige inscripties uit Pompeii kijken, ik herken er mensen in met hun lasten, listen en driften. De geschilderde mummieportretten die in de laat-Romeinse tijd in Egypte zijn gevonden maken je sprakeloos door hun onverwachte realisme. Hier sta je oog in oog met mensen die je vandaag de dag ook in de straten van Rome of Alexandrië zou kunnen tegenkomen. Tenminste, dat denken we vanuit onze beperkte blik en bagage. Als die mensen van toen door de omgekeerde verrekijker ons zouden gadeslaan, kwamen ze wellicht tot een heel andere conclusie. Wat zien onze nakomelingen er opgewonden uit, wat hebben ze aan hun gezichten gedaan, wat praten ze veel. Ik gok maar.

Over het fenomeen fotografie zouden ze best eens weinig te melden kunnen hebben, maar misschien herkenden ze uit de hun getoonde portretten wel onmiddellijk een edele inborst of een oplichter. Waaraan ik toevoeg, dan wel van wie in hún tijd en in hún werkelijkheid voor een edele inborst of oplichter doorging.

Let dus op: alles blijft mensenwerk. De waan van de dag is van alle tijden en heerst op elk bordes, al of niet bedekt met een rode loper, met daarop al of niet de koningin of de farao zelf.

Han Mulder


 
< Vorige   Volgende >