|
Han Kogels
|
|
zaterdag 27 november 2010 |
|
Aan de voorgevel van het Haagse Perscentrum Nieuwspoort hangt een klein bronzen plastiek. Er staat een gedicht op van verzetsdichter Jan H. de Groot: “Hoort:/ het vrije woord/ bedreigd, versmoord,/ brengt in de nood zijn vechters voort/ tot aan de dood.” Vrijheid van meningsuiting. Als je dat intikt op de website van de PVV levert het vijftig hits op. Waaronder een citaat van Geert Wilders die onlangs in Berlijn zei dat hij voor de rechtbank is gesleept omdat de vrijheid in ons land niet meer onbeperkt kan worden uitgeoefend. Anders dan Amerika, zo riep hij, beschikken wij niet over een First Amendment dat mensen de vrijheid van meningsuiting garandeert en het hen zodoende mogelijk maakt om door het uiten van hun mening publieke debatten te bevorderen. Kennelijk was Geert even vergeten dat in artikel 7 van onze Grondwet de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid zijn verankerd.
Toen de media melding maakten van verzwegen misstappen van leden van zijn fractie, schoot dat onze Geert in het verkeerde keelgat. Hij moest natuurlijk snel toegeven dat er misschien wat foutjes zijn gemaakt, maar om zijn gedoogfractie slagvaardig te houden kan hij geen fractielid missen. Tot zijn schrik las hij in de peilingen van Maurice de Hond dat hij deze week drie zetels achteruit kachelde. Dus pakte hij zijn mobieltje en stuurde een sms-je aan de pers waarin hij meldde dat hij het gewroet van de media spuugzat is. Het vrije woord is mooi, maar dan wel alleen het correcte woord, zo lijkt het. De hyperige media kunnen, zo schreef Geert in zijn sms-je, voorlopig even de diepvries in. Het vrije woord versmoord? Geert is het in ieder geval spuugzat. Tenzij hij het woord heeft.
|