| Menu | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
| Vertel het verder! |
|---|
|
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden: e-mail to a friend |
| Plein |
|---|
|
Omdopen
|
| In tijden van Wikipedia en Wikileaks |
|
|
| Han Mulder | |
| woensdag 15 december 2010 | |
|
Dan diende zich ook nog de 'berliner' aan. Dat was qua omvang een stapje terug naar weleer. 'Berliner' kenden de meesten van ons tot voor kort alleen maar in de betekenis van koets. Op de Derde Dinsdag had de verslaggeefster van de hofstoet altijd wel een 'berliner' in het vizier. En dan weer 364 lange dagen niet. Er was ook een man die ooit zei “Ich bin een Berliner”. Met die man is het niet goed afgelopen. Oppassen dus, met de 'berliner’. Alles op aarde heeft een levenscyclus. Het kan kort duren. Het kan lang duren. Maar er komt een einde aan. Melkflessen? Onze kleinkinderen weten niet meer wat dat zijn. De fax? Bijna verdwenen. Radiodistributie of de trekschuit? Finito! De rooms-katholieke kerk? Nog een halve generatie geduld en het is een supernova, een zwart gat dat geen licht meer doorlaat. Ik overdrijf misschien. Waarom zou de krant een uitzondering zijn? De krant is een betrekkelijk jong verschijnsel. De eerste 'tijdingen' van verre, dateren uit de 16de eeuw. Twee belangrijke factoren hebben de opgang van de krant in hoge mate bevorderd. Dat was om te beginnen de komst van het koffiehuis. En dat was vervolgens de introductie van gas als verlichtingsmiddel in de huiskamer. Het koffiehuis was vooral een aanjager van het collectief waarderen van de krant als informatiebron. De gasverlichting introduceerde het individuele gebruik van de krant. Eerst het koffiehuis. De koffie was het sociaal smeermiddel bij uitnemendheid aan het einde van de 17de eeuw. Je ging naar het koffiehuis om andere mensen met dezelfde belangstelling te ontmoeten. Te roddelen. De laatste tijdschriften en vooral kranten te lezen. Uit de koffiehuiscultuur kwamen politieke clubs voort. Die soms een beslissende rol speelden bij woelingen en revoluties. De grote sprong voorwaarts maakten de kranten in de eerste helft van de 19de eeuw. De kaars als lichtbron liep op zijn eind. Kerosine en petroleum waren aan het inburgeren. Met gas werd het nog beter. Gas had natuurlijk ook nadelen. Bezoekers van met gas verlichte theaters klaagden over hoofdpijn en misselijkheid. Maar gas had één onweerstaanbaar voordeel. Het gaf veel licht. Zeker vergeleken met wat de wereld voor de introductie van elektriciteit te bieden had. Het was in de gemiddelde kamer met gas twintig keer zo licht als daarvoor. Geen intiem licht. Zeker niet. Je kon het niet dichter bij je boek of borduurwerk zetten zoals met een tafellamp. Maar lezen, kaarten, praten werden wel een stuk aangenamer. Tijdens de maaltijd kon je zien , in welke staat je voedsel verkeerde. Misschien niet altijd ten faveure van de gastheer. Titels waren voortaan van veraf op de boekenplank te ontwaren. De mensen gingen meer lezen en bleven langer op. Het is geen toeval dat er vanaf het midden van de 19de eeuw plotseling blijvend veel meer vraag was naar boeken, bladmuziek, tijdschriften en vooral kranten. In Engeland steeg het aantal titels van kranten en tijdschriften binnen die eeuw van 150 naar bijna 5000. De krant, drukinkt op papier, de komst van de fotografie, de steeds sneller drukpersen. Er leek geen einde aan de toekomst van de krant. Juist ook door zijn formaat en fysieke brutaliteit van de grote krantenkop groeide de demonstratieve kracht. De krant als manifest. De krant als politiek middel. Als gebaar. Als dreigement. Als inspiratie voor de beeldende kunst. Dat fysieke en dat morsige vaak van de krant, maakten haar uniek. Er leek geen einde aan de toekomst van de krant. Maar nee. Een iPad ruikt niet. Is trouwens meer dan half zo klein als een tabloid. Maar bedreigend is de iPad wel voor de krant. Eerst leek nog niet. Bij de komst van de spoorwegen, ook al weer in die 19de eeuw, zagen de eerste treinwagons eruit als postkoetsen op ijzeren wielen. Die waren het voorbeeld. De eerste 'applications' voor iPad van kranten leken als twee druppels water op het origineel, op de fysieke krant dus. Alleen kleiner. Dat zal niet lang duren. Rupert Murdoch kondigde voor deze maand een heel eigen iPad-versie van een krant aan. Met eigen 'content', eigen idioom, eigen unieke middelen van tijd, met eigen 'content'. Murdoch is 79, maar bij de tijd. Daarna deed de Volkskrant mededeling dat zij maandag 20 december met een speciale app komt, 'voor digitale immigranten die nog weten wat een krant is', zo zegt de man bij de Volkskrant die daarover gaat. Die heet al lang geen 'redacteur' meer. Laat staan 'verslaggever', maar managing editor. De kranten als de secondewijzers van de geschiedenis, zei Schopenhauer dus. Ze lopen ook zelden goed, voegde hij eraan toe. Gelukkig maar, zeg ik dan. Kranten lopen voor. Wijzen inderdaad nooit helemaal exact de tijd aan. Een horloge dat stilstaat doet dat altijd twee keer per dag. Willen we dat dan misschien? Ik niet in elk geval. Een krant van papier en drukinkt kan veel. Daarom blijf ik ondanks mijn iPad gematigd optimist over haar toekomst als tastbaar ding. De gaslantaarn is uitgestorven. Maar nieuwe drukinkt blijft nog steeds vloeien nadat oude drukinkt is opgedroogd. Ik blijf pleiten voor de krant omdat het mij ietwat aan beter weten ontbreekt. In tijden van iPad en WikiLeaks. Deze column is een bewerking van de toespraak bij de opening van de expositie van Julia Winter in het Persmuseum te Amsterdam. ( Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken ) |
| < Vorige | Volgende > |
|---|