|

De laatste tijd krijgen we met een zekere regelmaat berichten voorgeschoteld over anti-semitische incidenten. Nieuws is het wel, nieuw is het niet.
We duiken de vrij recente historie in en schrijven 1976: Nederland zit in de slipstream van de olieboycot.
Ons land moet volgens de Arabische landen gestraft worden voor de politieke en daadwerkelijke steun aan Israel, met name in de Jom Kippoeroorlog.
Een bedreiging voor onze rust en welvaart. Voor velen ook een dilemma tussen handelsgeest aan de ene en een pro-Israel houding aan de andere kant.
Terwijl de economische gevolgen van de olieboycot zich in ons land deden gelden (Minister President Den Uyl: “de tijden van weleer komen nooit meer terug”), werd door de Nederlandse Stichting voor Statistiek een onderzoek gedaan naar de vraag hoe de Nederlandse bevolking zich opstelde jegens Israel en jegens de Arabische landen. In hetzelfde onderzoek werden ook vragen meegenomen over anti-semitisme in ons land. Daar was een reden voor, want als het politiek, economisch, financieel, sociaal slecht gaat moet iemand de schuld krijgen. Dat is door de eeuwen heen al zo en vooroordelen vergemakkelijken die zoektocht aanmerkelijk. Zigeuners stelen, negers zijn liever lui dan moe, joden zijn uitbuitende handelaren. Misplaatst spraakgebruik is hieraan inherent. “Kom maar binnen als je geen Jood bent”, is een wrang voorbeeld van zogenaamde gastvrijheid.
Anti-semitisme in Nederland ?
Er zijn volgens dat onderzoek in Nederland bijna evenveel mensen die vinden dat anti-semitisme wel bestaat als er mensen zijn die vinden dat dit niet het geval is. Van de totale bevolking zegt 47% dat anti-semitisme er nog enigszins tot sterk is; 44% zegt dat het er nauwelijks of helemaal niet meer is.
Ingaand op de vraag of het Jodendom een ras of een geloof is, noemt bijna 40% van de bevolking noemt het jood zijn een geloof. Een kwart vindt dat de joden een ras vormen. Een derde vindt dat joden zowel een ras als een geloof vertegenwoordigen.
Enigszins in het verlengde van deze vraag lag of joden in ons land worden gezien als een aparte groep, zoals bv. buitenlandse werknemers, zeer streng gelovigen etc. Iets meer dan de helft van de totale bevolking vindt dat niet; iets meer dan een derde vindt dat wel en een kleine 10% heeft geen mening.
Er werden in het onderzoek een twintigtal concrete vooroordelen voorgelegd. Daarvan sprongen er vier uit in de zin dat er in sterke mate op werd gereageerd. De andere vragen werden als meer diffuus ervaren.
Het hoogst “scoorde” de vraag of je aan het uiterlijk ziet of iemand jood is: bijna driekwart vond dit.
Ook werd sterk gereageerd op het vooroordeel dat joden een afkeer zouden hebben van hard lichamelijk werken. Een kwart vindt dit, een kwart vindt dit niet.
Er bestaat ook een vooroordeel dat zegt dat een oog moet worden gehouden op joden vanwege gevaar voor linkse ondermijning. De helft van de ondervraagden weet hier geen antwoord op en 40 procent is het oneens.
Ruim de helft van de ondervraagden is het eens met de vooronderstelling dat joden zich zodanig aanpassen dat ze nauwelijks nog van andere medeburgers zijn te onderscheiden. Een derde heeft hier geen oordeel over.
Kortom, als je de meest uitgesproken vooroordelen populistisch samenvat is het zo dat je een jood aan zijn uiterlijk herkent, heeft hij vaste karaktertrekken, hoort hij niet bij linkse ondermijnende krachten en gedraagt hij zich niet afwijkend.
Je ziet het wel maar je merkt er weinig van, als je het nog korter wil zeggen.
Er zijn tal van andere vooroordelen. Over die vooroordelen bestaat echter een minder uitgesproken oordeel.
Kijken we even naar het thema van de christelijke en joodse cultuur. Als de stelling voorgelegd wordt dat joden een goede invloed hebben op de christelijke cultuur en beschaving dan hebben we evenveel voor- als tegenstemmers: 42 %.
Leg je de stelling voor dat zich onder de joden de grootste denkers en uitvinders bevinden dan wordt dat beaamd door 45%, maar 40% heeft geen mening.
Dat een ongewoon groot aantal van de belangrijkste personen op deze wereld joods waren en zijn wordt door 45% een juiste stelling gevonden.
Dik de helft van de ondervraagden heeft geen oordeel over de stelling dat de grote internationale banken onder sterke joodse invloed zouden staan.
Duitsland
Dit Nederlandse onderzoek werd mede gehouden naar aanleiding van een onderzoek in Duitsland, onder leiding van prof. Silbermann. Een zeer korte samenvatting laat zien dat de vooroordelen over joden daar voor maar liefst 75% in meerdere of mindere mate werden bevestigd.
Bijna 20% van de Duitse ondervraagden gelooft dat de joden in Duitsland in bijzondere mate een culturele invloed uitoefenen, met name in literatuur en film. Een overmaat aan politieke invloed wordt de Duitse joden niet toegedicht.
De Duitse onderzoekers concludeerden dat er in Duitsland voor 15 à 20% sprake is van uitgesproken anti-semitische vooroordelen. Daarnaast staat nog eens zo’n 30% met meer of minder sterke latente vooroordelen van anti-semitische aard.
Israel
En hoe zat het destijds nu met de houding tegenover Israel?
“Kom er nog maar eens om”, zou je vandaag de dag waarschijnlijk zeggen: zo’n 70% van de Nederlanders vond toen dat er een speciale band bestaat tussen Nederland en Israel en meer dan de helft daarvan vond dat ook nog een goede zaak.
De relaties met Israel is één ding, die met de Arabische landen een ander.
Op de vraag of Nederland teveel, te weinig of voldoende relaties onderhield met die landen was voor ruim een kwart te moeilijk om antwoord op te geven.
Van de driekwart dat wel een antwoord gaf vond bijna de helft dat die relaties een voldoende mochten krijgen.
Maar toen zaten we nog in de slipstream…!
(www.henkbeereboom.nl)
|