| Menu | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
| Vertel het verder! |
|---|
|
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden: e-mail to a friend |
| Plein |
|---|
|
Kerstboom De dodenherdenking op 4 mei is geen juist moment om in lachen uit te barsten. Toch gebeurt me dat (vermengd met grote ergernis) als ik Willem Alexander zie in zijn uniform. Een soort wandelende kerstboom. En 2 jaar geleden een rennende kerstboom, toen hij zijn vrouw aan haar lot overliet in de paniek rond de damschreeuwer. Waarom dost die man zich zo raar uit? Hij is toch geen beroepsmilitair? Bij zijn opa zat het in zijn Pruisische genen. En, eerlijk is eerlijk, hem stond het ganz nett. Bij Prins Pils staat het voor geen meter. En ik denk dat Claus zich elke keer omdraait in zijn graf, om het niet te zien. Frans Kok |
| Haagse Rss |
|---|
| Belgie en Nederland: vreugde en verdriet der dakkapellen |
|
|
| Han Mulder | |
| dinsdag 10 mei 2011 | |
|
Belgen en Nederlanders zijn niet dik met elkaar. Dat is verklaarbaar, want het zijn naaste buren. Tussen naaste buren speelt oplettendheid een rol. Wanneer de buurman aankondigt op zijn huis een dakkapel aan te brengen, is waakzaamheid geboden. Vaak kondigt de buurman dat voornemen trouwens helemaal niet aan. Hij begint gewoon. De relaties bekoelen nog eens extra. Met iemand die een paar huizenblokken verderop woont, is het gemakkelijker om de betrekkingen op temperatuur te houden. We houden elkaar vanuit Nederland en België in de gaten. De rivaliteit groeit en bloeit op de twee belendende stukjes grond. We erkennen onze sterke punten. We leggen ons neer bij de zwakke. In België eet men beter dan in Nederland, zo wil de mening. In Nederland voetballen ze een stuk beter. De belangrijkste hedendaagse schilder is Luc Tuymans uit Antwerpen. Het beste symfonieorkest in de Lage Landen is gehuisvest aan de Amsterdamse Van Baerlestraat. De meest beschaafde Nederlandstalige televisiezender heet Canvas en komt uit Brussel. Máxima klopt collega Mathilde in de buitencategorie 'kroonprinsessen'. Het blad 'Vorsten Royale' kwam onlangs met twee edities. In de Belgische kiosken stond Mathilde op de omslag. Veel Belgische dames passeerden gehaast de grens om op Nederlandse bodem de versie-Máxima aan te schaffen. Wat ik een beetje onaardig vond voor Mathilde want die mag er volgens mij ook best wezen. Voor de schone letteren houd ik het op onbeslist. Als ze er in de Nederlandse politiek een potje van dreigen te maken, spreekt het journaille van 'Belgische toestanden'. Omgekeerd is aan gene zijde van de grens de term 'Nederlandse toestanden' populair als potsierlijke politiek daartoe noopt. De hoofdredacteur van de Nederlandse kwaliteitskrant komt uit België. Nederlanders bedoelen voornamelijk Vlaanderen als ze het over België hebben. Brussel is het verdwijnpunt. Daarachter wacht het zwarte gat. In Wallonië spreken ze Frans. Voor Frans alleen al is de Nederlander beducht. Maar de variant die in Namen en tot in de hoge Ardennen klinkt is dermate onbegrijpelijk dat de doorsnee Nederlander zich beperkt tot gebarentaal als er op enigerlei wijze toch communicatie is vereist. Natuurlijk is er de Benelux. Dat zouden we bijna vergeten. Wie oude encyclopedieën opslaat – voor de internetgeneratie: encyclopedieën zijn bronnen van kennis in boekvorm voordat Wikipedia bestond – komt obligate lemma's tegen, gewijd aan het onderwerp. Daarbij is een altijd terugkerende notie dat de Benelux beoogt om de onderhandelingspositie van drie dreumesen binnen Europa in wording te versterken. Over of inderdaad dat doel bereikt is zwijgen de opeenvolgende Winkler Prinsen en Oosthoeken op rij. Misschien wel omdat er heel wat bureaucratisch en organisatorisch via de Benelux is gestroomlijnd maar dat het met grootse vergezichten altijd behelpen is gebleven: kleine landen, kleine actieradius, de horizon dient zich altijd veel te snel weer aan. Clichés zijn hardnekkig. Daar zijn het clichés voor. Zo zou de hoffelijke zuidelijkheid van de Belgen in schril contrast staan met de botte directheid van de noorderlingen. Over die onhoffelijkheid jegens prinses Mathilde had ik het al. Vroeger was het anders. Lees wat Paul-Henri Spaak, de Belgische minister van buitenlandse zaken, schrijft in zijn memoires over zijn Nederlandse ambtgenoot en mede-onderhandelaar Johan Willem Beyen: “Beyen was een vooraanstaand zakenman en had de allure van een ´gedistingeerde bankier´. Een knappe man, met een sympathiek uiterlijk, heldere oogopslag, onberispelijk gekleed, altijd openstaand voor economische en financiële problemen, maar zich dagelijks één of twee uur wijdend aan zijn vioolspel. Die liefde voor de muziek gaf hem iets menselijks in een beroep dat van nature vrij hard is.” Vergelijk dat eens met de ontboezeming van Spaaks opvolger Karel de Gucht een halve eeuw later waarin deze de toenmalige Nederlandse premier Jan-Peter B. karakteriseert als “een mix van Harry Potter en extreme stijfburgerlijkheid, in wie ik geen spoor van charisma kan ontwaren.” Van de hoogpolige cultuur van het edele strijkinstrument naar de diepte van het commerciële sprookjesland van een gebrilde tovenaarsleerling. Ook in België was het niet meer zoals het was. De Gucht heeft overigens wel zijn excuus gemaakt. Bij gesprekken over de schutting valt wel eens een verkeerd woord tussen naaste buren. Maar een verkeerde dakkapel is eerder in elkaar geknutseld dan afgebroken. Buren kunnen niet buiten elkaar. We doen de post en de plantjes als ze met vakantie zijn. Als onze poes noodgedwongen buiten scharrelt in de stromende regen dan laat de buurvrouw Tommie binnen. Ze heeft de sleutel en weet de kattenbak te staan. In de bijkeuken, niet in het salon uiteraard, want het moet met buren ook weer niet té close worden. In de handel tussen Nederland en België gaat per jaar ruimschoots 70 miljard euro per jaar om. Dat is meer dan de handel met de BRIC bij elkaar, de verre kennissen Brazilië, Rusland, India en China, bij wie we ons niet aan een dakkapel hoeven te storen. Wat dichtbij ligt is zeker niet meteen vertrouwd. Albert Heijn moet niet denken dat een Hollandse kruidenier zijn assortiment in Brasschaat kan droppen met wat onderschikte aanpassingen. Eerst maar eens gaan proeven hoe de hesp smaakt bij Delhaize en Carrefour. Ook voorzichtig zijn met Heineken in de schappen van een land met een biercultuur die teruggaat tot ver voor Pieter Brueghel. Maar met Fortis hebben de Belgen omgekeerd in Nederland ook slechts kortstondig sier gemaakt. De vlag ging uit toen Fortis als bankvignet uit het Nederlandse straatbeeld verdween. Dat was een bonus waard grapten de calvinistische cynici uit het noorden, altijd doende met de portemonnee. We zijn buren. Dus een kopje koffie bij elkaar op z´n tijd. Eigenlijk vele kopjes koffie. Ga maar op een zaterdag kijken op de terrassen van de Antwerpse De Keyserlei, veel harde g´s van boven de grote rivieren. Of bekijk de auto´s in het weekeinde op de Amsterdamse grachten, veel nummerborden met rode letters en cijfers, zuiderburen dus. Trouwens, zo vertelde mij onlangs Jef Rademakers, tv-maker in ruste, verzamelaar van romantische schilderkunst uit de Nederlanden en tot Belg genaturaliseerd, er bestaan nog veel Orangisten over en weer. Dat zijn mensen die de splitsing van 1830 betreuren. Ere-senator Louis Tobback is er zo een, zei Jef. Hijzelf ook. De wereld wordt kleiner maar omdat België en Nederland ook steeds kleiner worden, wordt die wereld ook weer groter. We moeten meer samen gaan doen om een stoeltje aan de grote tafels te behouden. Nederland draagt zijn grote mond bij, België de diplomatieke kunst om die mond zorgvuldig te laten formuleren. Misschien dat het helpt. België en Nederland. Het is tweeërlei verdriet en vreugde tegelijk. We zijn anders en daarom stoten we soms bij elkaar het hoofd. We zijn ook weer niet zo anders dat we onze mond maar houden. Behalve dan natuurlijk wanneer Nederlanders Frans moeten praten in Walenland. Over die dakkapellen en het ongenoegen daaromheen hoorde ik pas een verhaal uit Leiden. Daar besloot in de tamelijk sjieke Professorenwijk iemand tot een dakkapel. Onrust in de buurt in eerste instantie. Toen ontsproot daar een briljant idee. Als wij nu eens allemaal tegelijk een dakkapel laten maken, zei iemand. Dat is nog goedkoper ook. Zo geschiedde. Sindsdien sieren prachtige dakkapellen onderling in harmonie die straat, toevallig ook nog vernoemd naar een groot Nederlands staatsrechtsgeleerde. Echt iets ter navolging voor elke Belgische en Nederlandse buur van goede wil. ( Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken ) – dit is een bewerking van de column van Han Mulder gepubliceerd in het meinummer, gewijd aan de Belgisch-Nederlandse betrekkingen, van de Internationale Spectator, het maandblad van Instituut Clingendael – |
| < Vorige | Volgende > |
|---|
| Henk Beereboom | ||||
|---|---|---|---|---|
|
||||