Menu
Home
Theo Monkhorst
Han Mulder
Hans Muiderman
Dick Toet
Paul van Velthoven
Marjolijn Uitzinger
Frans Wijnands
Han Kogels
Frans Kok
Frans Weisglas
Henk Beereboom
Gastschrijver
Plein
Vertel het verder!
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden:
e-mail to a friend
Plein

Omdopen


Altijd gedacht dat de Mauritskade vernoemd was naar prins Maurits, de stadhouder. Geen fraai heerschap (hij liet van Oldenbarnevelt executeren) maar wel een kundig militair.
Maar in de file had ik onlangs tijd het bord eens goed te lezen. Blijkt het om prins Maurits te gaan, de zoon van Willem III (de Gorilla) en prinses Sophie. Het knaapje stierf in 1850 op 6-jarige leeftijd, mede als gevolg van onenigheid tussen zijn ouders over de beste behandelwijze.
Een van de belangrijkste toegangswegen van Den Haag vernoemd naar een wicht van 6, van wie niemand ooit gehoord heeft. Iets teveel eer lijkt mij. Dus, als er binnenkort een belangrijke Nederlander, desnoods een Hagenees, sterft: omdopen die kade.

Frans Kok

Haagse Rss
Het einde van een rampzalige Berlusconiade Afdrukken E-mail
Frans Wijnands   
maandag 14 november 2011


‘Het hele land is mijn familie’. Het klinkt warm, bijna patriarchaal. Silvio Berlusconi (74) bedoelde het misschien wel goed toen hij aantrad om zijn land te gaan regeren, voor ’t eerst in 1994. De charmante, goedlachse, kleurrijke, goedgebekte, succesvolle zakenman en media-miljardair Berlusconi kreeg vele jaren de meerderheid van de Italiaanse kiezers achter zich. Hoe? De Britse hoogleraar geschiedenis Paul Ginsborg heeft een verklaring voor Berlusconi’s jarenlange ongebroken populariteit: ‘Berlusconi heeft altijd en overal de mond vol van democratie en vrijheid maar daarmee bedoelt hij een ‘negatieve vrijheid’: de vrijheid om niet lastig te worden gevallen, de vrijheid zelfs om te sjoemelen’.
Berlusconi heeft daar nooit doekjes om gewonden. Hij spoorde zijn landgenoten aan om zwart te gaan werken. Hij vond/vindt belastingontduiking moreel verdedigbaar en iets vanzelfsprekends omdat de belastingtarieven zo hoog zijn dat het voor een doorsnee-Italiaanse ondernemer en middenstander onmogelijk is een bedrijf(je) te leiden. Tenzij de vele waanzinnige regels en regeltjes worden genegeerd of overtreden.

Communisten?, dat is tuig van de richel. Homo’s?, die komen van een andere planeet. Alleen klootzakken en mentaal gehandicapten stemmen links. Rechters?, dat is addergebroed en ze lijken op de taliban. En de buitenlandse media sturen hun slechtste journalisten als correspondent naar Italië om het land zwart te maken. Met dit soort uitlatingen is het niet zo moeilijk kiezers te trekken. Als je bovendien eigenaar/supporter bent van AC Milan, een paar televisiezenders bezit die de meest platvloerse programma’s uitzenden en je de reputatie hebt een vingervlugge rokkenjager te zijn, dan ben je ‘vanzelf’ bij een deel van de (mannelijke) bevolking popi-jopi. Veel huisvrouwen stemden daarentegen op Berlusconi vanwege de warme band met zijn moeder en zijn hartelijke gezinsleven, al veranderde dat beeld in 2007 toen zijn (tweede) vrouw Veronica een scheidingsprocedure startte vanwege de aanhoudende vrouw-onterende fratsen van haar echtgenoot. Met de kinderen uit zijn twee huwelijken heeft hij een hechte band: privé en zakelijk. Hij heeft hen binnen gesluisd in zijn machtige media-imperium. Het Amerikaanse zakenblad Forbes schat het Berlusconi-vermogen op bijna acht miljard euro.
Terugkijkend moet je constateren dat de getalenteerde schoenmaker beter bij zijn leest had kunnen blijven: Berlusconi was en is een uiterst succesvol zakenman, voornamelijk in onroerend goed en media. Daarvoor kreeg hij een staatsonderscheiding, in de Orde van Verdienste voor de Arbeid. Ridder van de Arbeid, vandaar zijn bijnaam ‘Il Cavaliere’. Dat hij in die periode regelmatig in de fout ging door een te creatieve boekhouding, verduistering, belastingontduiking en corruptie is in een land als Italië helaas niet ongewoon. Hij kocht de beste advocaten die hem aan de ene vrijspraak na de andere hielpen.

Het veranderde allemaal toen Berlusconi in de politiek stapte, op zoek naar macht en invloed, naar zijn stiekeme voorbeeld Benito Mussolini. In de afgelopen tien jaar die ik in Italië woonde en journalistiek werkte heb ik hem in zijn politieke opmars kunnen volgen. Hij richtte zijn eigen partij op die in de loop der jaren wel eens van naam, maar nooit van koers veranderde. Als katholiek claimde hij de opvolger te zijn van de ooit oppermachtige DC, de Democrazia Cristiana , met legendarische kopstukken als Fanfani, Andreotti en de vermoorde Moro. Zijn partij heet nu Il Popolo della Liberta; het volk van de vrijheid. Die kreeg de zegen van het Vaticaan en dat is niet onbelangrijk in een land als Italië waar veel vrome kiezers luisteren naar de verkapte stemadviezen die ze vanaf de preekstoel te horen krijgen. Het Vaticaan gruwt weliswaar van de lichtzinnige levenswandel van Berlusconi met onder meer zijn bunga-bunga seksfeesten met opvallend jonge meisjes, maar duldde hem omdat de rk-kerk met hem als premier, niet hoefde vrezen voor ‘immorele’ wetten inzake abortus, euthanasie en homohuwelijken.
Berlusconi was een joviale premier, een verleidingskunstenaar, een vat vol anekdotes. Al moet je niet overdrijven. Tegen de daklozen van de aardbeving in L’Aquila en omgeving zeggen ‘dat het binnen een jaar geregeld is en dat ze zich maar moeten indenken dat ze wat langer op de camping moeten zitten’, is natuurlijk geen echt vaderlijke opmerking. Intussen is de macht van de maffia ongebroken, is het megaprobleem van de huisvuilophaal in Napels en verre omgeving onopgelost en grote projecten werden afgeblazen. Toch bleef Berlusconi potten met goud aan het einde van elke regenboog beloven indachtig de volkswijsheid: veel beloven en weinig geven doet de gekken in vreugde leven… Maar door die opeenstapeling van loze en valse beloftes kregen evenwel steeds meer Berlusconi-aanhangers zicht op de werkelijkheid. Ze zagen hoe hij zonder blikken of blozen wetten door het parlement joeg die hem op het lijf geschreven waren. Zoals de verjaringswet tegen strafzaken en de beruchte, later ongrondwettelijk verklaarde immuniteitswet, waardoor hij doorlopend kon ontsnappen aan rechtszaken tegen hem.
Heel veel Italianen hebben een intuïtieve afkeer van alles wat met overheid en Justitie te maken heeft. Ieder voor zich en Berlusconi voor ons allen, was jarenlang de geruststellende dooddoener. Maar als de premier openlijk en bij herhaling beweert dat de rechters hem zoeken, dat ze de pik op hem hebben en dat de hele rechtspraak ‘een kanker is’ , dan is dat ronduit staatsondermijnend. Als Italië al hunkerde naar mondiaal aanzien dan was Berlusconi moreel de totaal verkeerde man om het land ‘op te stoten in de vaart der volkeren’. Als macho bevestigde hij het beeld van de ‘Latin lover’, als ‘staatsman’ onttakelde hij het beeld van een economisch stabiel, democratisch Italië.
Bij alles wat je Berlusconi kunt aanwrijven springt één ding eruit: zijn minachting voor het centrale gezag, zelfs toen hij daar jarenlang de spil van was. Italië is een betrekkelijk jonge en nog allesbehalve hechte natie met een lang staatsrechterlijke historie. De burgers hebben nooit vertrouwen gehad in het centrale gezag en wantrouwen nog steeds elke gezagsdrager. In plaats van de burgers op de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid te wijzen en een bindende factor te zijn tussen overheid en burgerij, strooide Berlusconi voortdurend los zand in het hele staatsbestel; van rechtspraak tot zendtijdverdeling. Op die manier vervreemdde hij het gros van de Italianen nog méér van hun parlementaire democratie. Berlusconi stelde zijn eigenbelang even consequent ,als schaamteloos boven het landsbelang en bevestigde daarmee dat overheersende gevoel bij veel Italianen: ik heb niks met de staat te maken en de staat moet mij niet lastig vallen.
Berlusconi kon jarenlang rekenen op de meerderheid van rechtse kiezers; jong en oud, arm en rijk, onderontwikkeld of intellectueel. Vooral veel traditionele, welgestelde Italiaanse burgers en families verkozen Berlusconi boven wie dan ook van de linkerflank. ‘Communistenvrees’, zou je dat kunnen noemen. Berlusconi predikte de individuele vrijheid en dat klinkt veel Italianen mooier in de oren dan het socialistische denkgoed van centrum-links. Maar nu Berlusconi er financieel-economisch een puinhoop van heeft gemaakt kalft zijn aanhang snel af en laten linkse intellectuelen, wetenschappers, kunstenaars en natuurlijk de zelfbewuste vrouwen zich nadrukkelijk horen.
Behalve tegen een financieel-economische rampspoed kijken de Italianen nu ook weer aan tegen een dreigende politieke chaos op termijn, als het effect van de interim-regering met vakministers is uitgewerkt. Berlusconi – die zich vergeleek met Napoleon, Churchill en zelfs Jezus Christus en die niemand kent die beter is dan hijzelf –, die ijdele Berlusconi heeft de afgelopen jaren verkiezingswinsten kunnen behalen dankzij de hopeloze versnippering van politiek-links. Er zijn geen grote links volkspartijen meer, er is in geen velden of wegen een charismatische linksgeoriënteerde politicus te bekennen. En dat is minstens zo zorgwekkend als de financieel-economische crisis die Berlusconi als erfenis achterlaat.

Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
 
< Vorige   Volgende >
Henk Beereboom
Werkloosheid als erezaak


De werkloosheid stijgt snel en ligt nu (april 2013) op rond de 650.000.
Ooit hadden we een premier die zei dat hij zou aftreden als dat aantal
1 miljoen zou worden.
Rutte -van nature optimist- heeft nog even te gaan.

(www.henkbeereboom.nl)