|
Communautair conflict gaat in Belgie nieuwe fase in |
|
|
|
Paul van Velthoven
|
|
woensdag 30 november 2011 |
|
Elio Di Rupo gaf zich, toen hij aan het begin van de zomer aan zijn formatieopdracht begon, slechts tien procent kans van slagen. Wat hij niet zei, was dat zijn eigen Waalse socialistische partij daarvoor een van de grootste struikelblokken vormde. De Waalse Parti Socialiste (PS) is al sinds het einde van de jaren tachtig oppermachtig in het zuidelijk deel van België. Critici van de partij spreken niet zonder reden van de PS-staat. Dit in navolging van de CVP-staat als aanduiding voor de positie die de christen-democraten eerder ooit in België bekleedden. Hun rol is nu allang niet meer dominant. De Waalse PS is daarentegen een geoliede machine die haar tentakels over heel de Waalse samenleving heeft uitgestrekt. Met als gevolg vriendjespolitiek, maar ook geregeld politieke schandalen zoals enkele jaren geleden in Charleroi waar de plaatselijke top van de partij het veld moest ruimen. Bij de regionale verkiezingen ruim twee jaar geleden verloor de PS daarom even de absolute macht. Zij moest die delen met de Waalse liberalen. Maar in 2010 was zij opnieuw terug. De eigen verantwoordelijkheid waarvoor de liberalen zich sterk maakten, had veel kiezers duidelijk niet kunnen bekoren. Voor het grote aantal Waalse werklozen had de partij het meest benijdenswaardige programma in petto: geen beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd en daar bovenop aanpassing aan het stijgende prijspeil. Met name in Charleroi en Luik trekken veel mensen al generaties lang steun van de staat. Een Vlaamse journalist schreef enkele jaren geleden ietwat gekscherend dat wie een baan zocht de PS daarvoor kon zorgen, maar ook voor een uitkering. De partij werkt als een soort van levensverzekering. Het gevolg van dit vergaande cliëntelisme is een grote mate van afhankelijkheid en dat heeft de PS bepaald geen windeieren gelegd. Haar machtspositie is daaraan te danken. Voor belangrijke beslissingen in Wallonië kan men niet om die partij heen.
De PS kon de rekening voor haar genereuze beleid afwentelen op de federale regering. Als volbloed socialistische partij stond ze altijd argwanend tegenover ondernemers. Ze slaagde er daarom bijzonder slecht in om nieuwe werkgelegenheid voor Wallonië aan te trekken. Wallonië telt in vergelijking met het Vlaamse gewest weinig kleine ondernemingen. Het waren ooit de grote staalondernemingen en kolenmijnen die zorgden voor de werkgelegenheid. Beide zijn zo goed als verdwenen, nu binnenkort ook in Luik het doek valt voor de laatste staalproductielijn. De PS probeerde altijd aansluiting te vinden bij de neiging van de Waalse vakbeweging om door vormen van zelfbestuur de bestaanszekerheid voor de Waalse arbeiders te vergroten. Al die pogingen zijn op een faliekante mislukking uitgelopen. De Walen zijn in zekere zin het slachtoffer van hun eigen geschiedenis. Het socialisme heeft in Wallonië, waar om zo te zeggen de industriële revolutie op het Europese vasteland begon, zeer oude papieren. Werknemers en werkgevers stonden tijdens grote arbeidsconflicten vaak zeer fel tegenover elkaar. Maar al halverwege de twintigste eeuw trokken geldschieters mede daarom massaal weg uit Wallonië. Nieuwe kwamen er volstrekt onvoldoende, mede door het vijandige ondernemersklimaat. De PS ging nog in de jaren tachtig in haar programma uit van de klassenstrijd! Ondertussen moderniseerde het Vlaamse gewest zich volop. Het had een veel ondernemersvriendelijker klimaat en de werkgelegenheid had het daar altijd al van kleine ondernemers moeten hebben. De eigenzinnige koers van de PS kreeg volop kansen door de federalisering van België in de afgelopen veertig jaar. De federalisering die bedoeld was om het land bij elkaar te houden, heeft de verschillen tussen het Vlaamse en Waalse landsdeel juist alleen maar groter gemaakt. De Vlaamse politieke partijen zijn in toenemende mate gaan steigeren over de kosten die het ondoeltreffende werkgelegenheidsbeleid in Wallonië veroorzaakt. Naast een taalconflict is er nu ook een economisch conflict ontstaan tussen beide landsdelen. Als winnaar van de verkiezingen (naast de Vlaams-nationalistische N-VA van Bart de Wever) mocht zij onder leiding van Di Rupo na het afhaken van de laatste een nieuwe regering vormen. Dat is naar zeer langdurige en moeizame onderhandelingen uiteindelijk gelukt. Na veel duwen en trekken en uiteindelijk onder druk van de financiers van de oplopende Belgische staatsschuld heeft Di Rupo’s eigen partij eisen geslikt die dwars ingaan tegen haar eigen achterban. De werkloosheidsuitkering wordt na vier jaar teruggebracht tot een minimum en de vut (in België brugpensioen genoemd) gaat nu van 60 naar 62. Maar van verhoging van de pensioenleeftijd zoals in de omringende landen is geen sprake. Daarom is het zeer de vraag of de nieuwe aantredende regering de grote financiële problemen waar ze mee te maken krijgt, zal weten op te lossen. Bij gebrek aan werkelijk fundamentele hervormingen op het punt van de arbeidsmarkt zullen de spanningen tussen het Waalse en Vlaamse landsgedeelte onverminderd van kracht blijven en het voortbestaan van België in de naaste toekomst op het spel zetten.
|