| Menu | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
| Vertel het verder! |
|---|
|
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden: e-mail to a friend |
| Plein |
|---|
|
Voorbeeld Koningin Elizabeth kleedt zich sober, gaat in eigen land met vakantie, het liefst per trein en heeft haar Rolls Royces voorzien van een schone LPG-installatie. Zou Beatrix dat bedoelen met haar Kerstboodschap ‘een beter milieu begint bij jezelf’? Ook aan de tv-toespraak van haar hoogbejaarde vakgenote kan Beatrix een voorbeeld nemen. Een zakelijk verhaal, to the point, afgewisseld met leuke beelden over de activiteiten van haarzelf en haar familie gedurende het afgelopen jaar. Het verschil met het hoogdravende gemoraliseer waarop wij elk jaar worden getrakteerd, was ditmaal wel erg opvallend. Frans Kok |
| Academische leraar? |
|
|
| Dick Toet | |
| woensdag 04 oktober 2006 | |
|
We schrijven eind jaren vijftig, begin jaren zestig van de vorige eeuw. Rebellie tegen het bevoegd gezag was nog niet uitgevonden, maar mijn vriend Maarten en ik, beiden leerlingen van het Stevin Lyceum, voorheen Zuiderpark HBS, hadden een buitengewoon subtiele manier ontwikkeld om docenten tot lichte en soms hevige razernij te brengen. We ouwehoerden, sorry een andere benaming is er niet voor, vrijwel constant tegen ze. ‘Leuk jasje, meneer, aanbieding?’ of ‘leuk weekend gehad, mevrouw?’, ‘nog weggeweest?’, ‘wat een weer, hé?’, maar ook ‘is dat nou helemaal terecht dat u Jan de klas uitstuurt?’. Aan ons geleuter kwam geen einde. Als Maarten voor de klas moest komen voor een overhoring en ik wist dat hij geen tijd had gehad voor zijn huiswerk, stak ik mijn vinger indringend op en zei ‘sorry meneer, Maarten durft dat niet goed te zeggen, maar hij is een beetje ziek geweest en mag eigenlijk ook niet te lang staan’. Alleen de leraar aardrijkskunde, een oudere gedistingeerde heer met veel gevoel voor humor, had ons gezwind door. ‘Oké Toet, kom jij dan maar voor de klas’. Maar voor de meeste docenten waren wij een ware kwelling. De leraar staatsinrichting, geen eindexamenvak, had het zelfs geheel opgegeven. ‘Jullie hebben vast wel huiswerk, ga daar maar vast aan beginnen. Of voor mijn part ga je puzzelen, als je maar niet al te veel herrie maakt’, zei hij aan het begin van de les, pakte een boek en ging zitten lezen. ‘Wat leest u nou zo, meneer?’, was onze repliek natuurlijk, maar hij hield zich verder Oost-Indisch doof en vroeg alleen als het erg rumoerig werd beleefd of het wellicht een klein beetje zachter kon.. Er was er maar een die zich heftig tegen ons teweer stelde. Doctor N., leraar Duits, pikte dat gezwets niet. Ik noem hem doctor N., omdat hij me een keer een klap in mijn gezicht heeft gegeven en enkele malen aan mijn haren heeft getrokken en ik weet niet zeker of dat allemaal al verjaard is. Hij was een fenomeen op school, want een echte wetenschapper, die van zijn hoge academische post was afgedaald om gewone mensenkinderen iets bij te brengen van de Duitse taal. Hij werd absoluut razend als we hem weer eens uitdaagden, maar ons geklets bleef zo vriendelijk van toon dat hij ons eigenlijk nooit iets kon maken. En als we bij de directeur op het matje kwamen en vertelden dat we er bij N. uitgestuurd waren, omdat we informeerden of hij een fijne vakantie had gehad, stond ook de directeur er behoorlijk ongelukkig bij. Moraal van dit verhaal. Met Duits heb ik nog altijd de grootste moeite en in aardrijkskunde ben ik, zij het op volkomen amateuristische wijze, wel een kei geworden. Het bewijst natuurlijk allemaal niks, maar ik moest toch aan die eigenlijk wel plesante middelbare schooltijd denken, toen deze week het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) alarm sloeg over het feit dat steeds minder academici het vak van leraar kiezen. En het alarm sloeg aan. De ramp, want zo interpreteerde het SCP (‘dramatische daling’) de cijfers, werd in brede kring erkend. Ongerustheid, diepe bezorgdheid alom. En natuurlijk is er een probleem als het gaat om de beschikbaarheid van goede leerkrachten. Onze eigen burgemeester Deetman heeft ooit als minister van onderwijs bepaald dat nieuwe leraren met een bescheiden vergoeding moesten starten en dat het zittend personeel veel beter beloond moest worden. Veel van die beter beloonden gaan nu zo ongeveer met pensioen en aangezien de aanvangssalarissen in het onderwijs nog altijd karig zijn, is de instroom verontrustend laag. Maar dat heeft niets te maken met academisch gevormd of niet. Het leraarschap is een van de belangrijkste beroepen in onze samenleving. Onze toekomst wordt er mede door bepaald. Het gaat daarbij niet puur om kennis, maar vooral om de vraag hoe de beschikbare kennis vaardig en inspirerend kan worden overgedragen. Daar heb je geen academische titel voor nodig. De salarissen in het onderwijs en met name de aanvangssalarissen moeten gewoon omhoog. Als er dan ook nog eens flink gesneden wordt in het uit zijn krachten gegroeide management op veel scholen, ziet de toekomst er weer een stuk rooskleuriger uit. Ook agenten en verplegend personeel moeten veel beter worden betaald, wordt er dan vaak meteen aan toegevoegd. Het is immers verkiezingstijd en dan wordt geen doelgroep overgeslagen. Maar als we onderwijs echt belangrijk vinden, moeten we nu een keer durven kiezen. Dan moet de leraar/lerares ook echt vooropstaan. Oom agent en de broeder aan het bed komen dan later wel. We kunnen niet alles tegelijk. In vrijwel alle verkiezingsprogramma’s worden fraaie woorden gewijd aan het belang van het onderwijs. Maar of dat ook daadwerkelijk vertaald wordt in het beschikbaar stellen van geld, zal moeten blijken als een nieuw kabinet alle mooie wensen op een rij gaat zetten en tot geen andere conclusie kan komen dan dat er keuzes gemaakt moeten worden. Vooralsnog is de verschraling van het onderwijs een grotere dreiging dan de vergrijzing. Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken |
| < Vorige | Volgende > |
|---|