| Menu | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
| Vertel het verder! |
|---|
|
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden: e-mail to a friend |
| Plein |
|---|
|
Voorbeeld Koningin Elizabeth kleedt zich sober, gaat in eigen land met vakantie, het liefst per trein en heeft haar Rolls Royces voorzien van een schone LPG-installatie. Zou Beatrix dat bedoelen met haar Kerstboodschap ‘een beter milieu begint bij jezelf’? Ook aan de tv-toespraak van haar hoogbejaarde vakgenote kan Beatrix een voorbeeld nemen. Een zakelijk verhaal, to the point, afgewisseld met leuke beelden over de activiteiten van haarzelf en haar familie gedurende het afgelopen jaar. Het verschil met het hoogdravende gemoraliseer waarop wij elk jaar worden getrakteerd, was ditmaal wel erg opvallend. Frans Kok |
| De slimste mens woont in Vlaanderen |
|
|
| Hetty van Rooij | |
| dinsdag 06 februari 2007 | |
|
Brussel – Het is nu officieel: in Vlaanderen woont de allerslimste. Dat vinden ze hier tenminste zelf, want de razend populaire televisiequiz ‘De slimste mens ter wereld” heeft sinds vorige week een winnaar en dat was nadrukkelijk géén Nederlander. Het is hier altijd even slikken, als in Vlaams-Nederlandse televisiespelletjes de zege naar Nederland gaat. ,,Ze zijn in de Randstad radder van tong, maar wij schrijven tenminste beter”, schreef de Vlaamse krant De Standaard een dag nadat een Nederlander het Groot Dictee der Nederlandse taal won. Daarop volgde een betoog over winnaars en verliezers, dat eindigde met de veelzeggende conclusie: ,,onze morele voorsprong is nog altijd een pak groter”. Zo, daar kon Vlaanderen weer even op vooruit. In Nederland had ik alle hersengymnastiek inclusief het Groot Dictee, de Bijbelkwis en de Wetenschapskwis met een gerust hart aan me voorbij laten gaan. Maar ik was gewaarschuwd: in België is ,,quizzen” een nationale sport waaraan niet valt te ontkomen. Het programma ‘Man bijt Hond’ liet laatst een Vlaamse beroepsquizzer zien met een huis vol knipsels in hangmappen, waar hij vlijtig uit studeert. ,,Als ik iets over Botswana lees, kijk ik even welke buurlanden dat land heeft en wat de hoofdstad is”. Het Vlaamse onderwijs helpt een handje mee, want hier worden kinderhersentjes nog getraind met cijferreeksen, gedichtjes en jaartallen. En een vereniging die geld in de kas wil zien, huurt een zaaltje met een tap en belegt een quizavond. En zo zat ik op een herfstige avond opeens achter een glas Leffe met een paar Vlaamse dorpsgenoten, die met ons Nederlanders wel een team wilden vormen. Ons tafeltje telde veel talent in uiteenlopende richtingen, vonden wij zelf, en we waren er van overtuigd dat wij het met z’n vieren ver zouden schoppen. Dat viel niet meteen mee. Hoe heet het vliegveld van Zürich? Hoe spel je pijl-en-boog? Wie is Ambiorix? Hoe heette de derde president van de Verenigde Staten? Na iedere ronde zakten wij Nederlanders ontmoedigd onderuit, terwijl aan de overkant van de tafel onze antwoorden nog eens op gedempte toon werden doorgenomen. Ik raakte er steeds meer van overtuigd dat zo’n quizavond in Nederland kansloos is. De hele onderneming zou voortijdig ontaarden in chaos en opstand: veel te moeilijk, te streng, te schools en te ernstig. Maar Vlamingen zijn brave burgers. Er kwam geen revolutie, er kwam een nieuwe ronde Leffe. In krap drie uur maakten we tien vragenronden vol, en we wonnen zowaar een prijs. Welke kleuren heeft de vlag van Roemenië? Wie was de regisseur van Casablanca? Dankzij de quizavond bezit ik nu het boek waarmee je de televisiequiz ‘De Slimste mens ter Wereld’ in de huiskamer kunt naspelen. Behalve vragen en antwoorden staan er ook tactische tips en trucs in voor deelnemers. Voor de dames: ,,Trek je meest agressieve outfit aan, inclusief diep decolleté en tijgermotief. Mannelijke tegenstanders kunnen niet tegelijkertijd de seconden in het oog houden, het juiste antwoord geven en een blik in je bloesje werpen”. Maar aan ons quizzende tafeltje in het café leerde ik die avond ook nog heel iets heel anders. Welke feestdag vieren wij op 2 november? ,,Allerheiligen!” riep ik, blij dat ik ook eens wat wist. Onze Vlaamse teamgenoten keken wat bedenkelijk, maar ze zwegen. Toen de juiste antwoorden werden voorgelezen, bleek mijn vergissing: op 2 november vieren wij Allerzielen en niet Allerheiligen. Tsja, dat had de overkant van de tafel wel geweten, bekenden ze een beetje sip. En waarom hebben jullie dat dan niet gezegd? riepen wij. In het antwoord openbaarde zich een cultuurkloof. ,,Ach, jullie ‘Ollanders zijn zo luid en altijd zo zeker van jullie zaak….” |
| < Vorige | Volgende > |
|---|