Menu
Home
Theo Monkhorst
Han Mulder
Hans Muiderman
Dick Toet
Paul van Velthoven
Marjolijn Uitzinger
Frans Wijnands
Han Kogels
Frans Kok
Frans Weisglas
Henk Beereboom
Gastschrijver
Plein
Vertel het verder!
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden:
e-mail to a friend
Plein
Kerstboom

De dodenherdenking op 4 mei is geen juist moment om in lachen uit te barsten. Toch gebeurt me dat (vermengd met grote ergernis) als ik Willem Alexander zie in zijn uniform. Een soort wandelende kerstboom. En 2 jaar geleden een rennende kerstboom, toen hij zijn vrouw aan haar lot overliet in de paniek rond de damschreeuwer.
Waarom dost die man zich zo raar uit? Hij is toch geen beroepsmilitair? Bij zijn opa zat het in zijn Pruisische genen. En, eerlijk is eerlijk, hem stond het ganz nett. Bij Prins Pils staat het voor geen meter.
En ik denk dat Claus zich elke keer omdraait in zijn graf, om het niet te zien.

Frans Kok
Het pensioen van Panemarenko Afdrukken E-mail
dinsdag 03 januari 2006
De grootste schok die ik de afgelopen week te verwerken kreeg was de mededeling dat Panemarenko op 65 jarige leeftijd met pensioen gaat. Wie?, zullen een aantal van mijn vaste lezers, die gewend zijn aan politieke taal op deze plek, zich afvragen. En waarom is dat zo’n schok voor je?
Ik zal het uitleggen. Maar ik waarschuw alvast dat het deze keer over iets anders dan politiek gaat, namelijk over dat wat de politiek in deze tijd ontbeert, namelijk Verbeelding.
Panemarenko is een Vlaming die eigenlijk Henri van Herwegen heet. Het is één van de meest inspirerende en maffe kunstenaars die ik ken. Gaat dat samen, inspirerend en maf? Jazeker, het is onverbrekelijk met elkaar verbonden. Tenminste vanuit het oogpunt van een buitenstaander die iemand immers vooral beoordeelt op zijn rationaliteit. ‘Ik doe wat ik zeg’, om de woorden van de heilige Pim te gebruiken, is immers in veler ogen het gouden adagium van deze tijd.
Daarom wordt hij door velen ongetwijfeld maf genoemd, want Panemarenko deed nooit wat hij zei. Integendeel, hij bouwde vliegtuigen die niet konden vliegen en zei daarbij ‘nu nog niet, maar dat komt wel’. Een hoewel iedereen kan zien dat hij liegt, gelooft hij er zelf rotsvast in.
Ik ben in het bezit van een fraai boek, waarin zijn schetsen zijn aangevuld met allerlei berekeningen waar ik geen touw aan kan vastknopen en waarvan ik overtuigd ben dat ze nergens op slaan, maar dat mij zeer inspireert.
Hij bouwde vliegtuigen die er uit zien als libellen, onderzeeboten die zo zwaar zijn dat ze alleen op een betonnen vloer niet zinken, vreemde vogels met zonnepanelen die nooit zullen vliegen en wat hij nog meer kon verzinnen. En dat was heel veel. Maar het belangrijkste is dat hij er van overtuigd is dat zijn machines werken. Althans ooit zullen werken.
Het werk van Panemarenko heeft ongetwijfeld esthetische kwaliteiten, met andere woorden, het ziet er soms prachtig uit. Bovendien is het technisch vaak knap in elkaar gezet, zij het soms op een onhandige manier, maar niettemin vindingrijk. Een top knutselaar.
Maar wie het werk met die criteria beoordeelt doet hem tekort.
Het gaat namelijk om de Verbeelding. Hier is een kunstenaar aan het werk die niet bereid is de natuurwetten als grens te erkennen, maar die zijn eigen wetten schept. Dat is even wennen, maar als je het door hebt is het fascinerend. We praten dan namelijk over een andere logica en orde dan die we kennen en zo´n avontuur maakt je los van dat wat vaststaat en nodigt je uit op een onbekende tocht. Waarbij je overigens nooit ergens aankomt. Zoals ik ooit een gedicht eindigde: ‘….noem het hoop, langzaam naderen tot wat wijkt – ‘
Dat hij ook door vermeende deskundigen verkeerd wordt begrepen, bleek uit een stuk in de Volkskrant van 14 december, van een recensent beeldende kunst genaamd Rutger Pontzen. Deze verhaalt van een tentoonstelling van het werk van Panemarenko in het Koninklijk Museum voor Beeldende Kunsten in Brussel (gaat dat zien, tot 29 januari!) en komt tot de conclusie dat P. terecht met pensioen gaat omdat hij is achterhaald door de techniek. Er zijn, zo is zijn redenering, tegenwoordig vliegtuigjes en andere vindingen die lijken op het werk van Panemarenko, maar die echt kunnen vliegen. Dus concludeert hij: ‘Panemarenko heeft zijn taak volbracht. Na veertien jaar fantaseren, denken, timmeren en solderen zijn zijn dromen waarheid geworden. Een mooi moment om te stoppen’.
Hoe is het mogelijk? Alsof met de fotografie de schilderkunst overbodig is geworden, de tekeningen van Leonardo da Vinci achterhaald zijn door de röntgenfotografie en de film het leven heeft vervangen.
Laat ik het uitleggen: de maaksels van Panemarenko hebben in het geheel niets te maken met de onbemande vliegtuigjes van het Amerikaanse leger. Ook al lijken ze misschien op elkaar. Panemarenko’s werk heeft te maken met de verbeelding van de kunstenaar, het weigeren de herkenbare werkelijkheid als zalig makend te beschouwen, het zoeken naar het niet bestaande, met de droom van ieder mens. De vorm is slechts een uitbeelding daarvan, soms onhandig, soms prachtig, soms belachelijk. Altijd heerlijk.
Dezelfde recensent citeert Panemarenko die zegt dat hij wil stoppen met werken. Hij is 65, voor het eerste getrouwd en heeft een prachtige overzichtstentoonstelling.
‘Ik moet daar niets meer aan toevoegen, het zou alleen maar een kopie van mijzelf zijn’, aldus de meester.
Daar schrok ik van. Maar bij nader inzien niet terecht. Panemarenko kan het niet laten en bovendien loog hij altijd al. Nu weer, dat weet ik zeker. Even zeker als Panemarenko weet dat zijn vliegtuigjes eens kunnen vliegen.
 
< Vorige   Volgende >