| Menu | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
| Vertel het verder! |
|---|
|
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden: e-mail to a friend |
| Plein |
|---|
|
Voorbeeld Koningin Elizabeth kleedt zich sober, gaat in eigen land met vakantie, het liefst per trein en heeft haar Rolls Royces voorzien van een schone LPG-installatie. Zou Beatrix dat bedoelen met haar Kerstboodschap ‘een beter milieu begint bij jezelf’? Ook aan de tv-toespraak van haar hoogbejaarde vakgenote kan Beatrix een voorbeeld nemen. Een zakelijk verhaal, to the point, afgewisseld met leuke beelden over de activiteiten van haarzelf en haar familie gedurende het afgelopen jaar. Het verschil met het hoogdravende gemoraliseer waarop wij elk jaar worden getrakteerd, was ditmaal wel erg opvallend. Frans Kok |
| Arabesken op een onbeschreven blad |
|
|
| Han Mulder | |
| dinsdag 07 februari 2006 | |
|
Het opmerkelijkste aan de godsdienstige versieringen in de Islam is altijd geweest dat de ontwerpen eerder abstract dan beeldend waren. Dat kwam omdat de Arabieren sterk beïnvloed waren door hun voorliefde voor geometrische abstracties van wiskunde en astronomie.
Dat werd in de eerste eeuwen na het optreden van de profeet Mohammed nog sterker. Toen werden alle menselijke en dierlijke figuren uit de (religieuze) kunst verbannen. Men was namelijk zeer beducht voor afgoderij, een angst die trouwens ook sterk leefde bij Mozes, een aartsvader die ook de Arabieren zeer vereren. “Gij zult u geen gesneden beeld noch enige gelijkenis maken”, zegt het Oude Testament. Dankzij de globalisering draagt het gouden kalf een internationaal paspoort.
Het is alom bekend, maar soms sluipt de vergeetachtigheid binnen, zelfs bij de mensen die nog enig onderwijs in die zaken hebben genoten. Het verbod van figuratieve voorstellingen schijnt af te stammen van de profeet zelf, maar dat valt moeilijk te achterhalen. Geen enkel vers in de koran verbiedt namelijk uitdrukkelijk om levende gestalten weer te geven. Het betreft traditie die terug gaat tot Mohammeds jonge echtgenote A’isja. In de overlevering heet het dat Mohammed haar eens bezig zag met het borduren van een afbeelding op een kussen. Hij was daar heel boos over en vermaande haar: “je weet toch wel dat engelen weigeren om een huis binnen te gaan, waar zich schilderijen bevinden? Op de Dag des Oordeels zal iedereen die afbeeldingen van levenden heeft gemaakt, worden gestraft. God zal tegen hen zeggen, ‘geef leven aan wat u hebt geschapen’ “. En zo is vervolgens het meest gangbare motief binnen de kunst van de Islam de ‘arabesk’ geworden. Dat leenden de moslims overigens wel van de Romeinen in Byzantium. Het was het klassieke ornament van het gebogen blad van de acanthus, maar de Mohammedanen stileerden het tot een streng abstract motief.
Ik doe een verwoede poging om die droevige gebeurtenissen van de laatste week bij mijzelf al piekerend enigszins op een rij te krijgen. Als ik het rapaille in de straten van Beiroet bezig zie met ruiten ingooien, brandstichten, hun voeten afvegen aan hen niet zinnende nationale vlaggen van landen, waarmee men diplomatieke betrekkingen onderhoudt, dan bevordert dat niet mijn allerindividueelste proces van reiniging en begrip in deze affaire.
Godgeleerden mogen de weergave van mens of dier als een grote zonde beschouwen, als zijnde wedijveren met God. Als het Mohammed, de eerstaangewezen assistent van God betreft en ook nog in een pose van satirische verwerpelijkheid dan wenkt het duister vol wrok en wraak. Ik probeer met die alliteratie het plechtige karakter van een geheime bezwering binnen brede lagen van een gekwetste wereldgodsdienst op te roepen. Wrok en wraak. Wedijvert de cartoonist die Mohammed afbeeldt, op schandelijke wijze, met God als schepper?
Een toets door schriftgeleerden ligt vast niet aan het enorme misbaar in de moslimwereld ten grondslag. Echte schriftgeleerden heb ik trouwens maar nauwelijks over de kwestie gehoord, als de Haagse imam die totaal buiten zinnen op het journaal zijn duit in het vrijdaggebed deed buiten mededinging mag blijven. Alle commotie lijkt toch meer bepaald te zijn door een botsing der beschavingen dan door de letter van verbod en gebod. In feite groeide de middelmatige collectie Mohammed-cartoons in een Deens regionaal sufferdje uit tot een groeistuip van integratie in een alsmaar kleinere wereld vol verlokkingen en onzekerheid. Daarmee wil ik niet zeggen dat Mohammed met een bom in zijn tulband binnenkort valt weg te strepen tegen God in de gedaante van een ezel met Gerard Reve als de beer die ook heel lief kon zijn. Zover als christenen toen, zijn mohammedanen van Ankara tot Teheran en van Damascus tot Djakarta nog lang niet. De volksschrijver is bij mijn weten in die tijd niet onder politiebescherming gesteld en evenmin is er toen brand gesticht in zijn optrek of zijn bij hem de ruiten gesneuveld.
Over de door Syrië en door fundamentalistische schemerzucht opgepookte gramschap in Gaza of Libanon heb ik het niet. Ook niet over de van alle ankers geslagen jongens uit een kansarme en dus uitzichtloze onderklasse bij onszelf in de stad. Mijn referentiekader zijn de dag en nacht hardwerkende allochtone eigenaar van het supermarktje op de hoek, de altijd vriendelijke krantenbezorger voor dag en dauw, de jonge vrouw die dwars opboksend tegen alle onwetendheid en bijgeloof in de haar omringende biotoop internist in een ziekenhuis in de stad is geworden en daar de allochtone én autochtone lijdende medemens haar medische waarheid zegt. Die kruidenier op de hoek luistert naar mijn vraag en doet er het zwijgen toe. Hoe zo, die spotprenten, wat bedoelt u? Hij leert snel en vertegenwoordigt de nieuwste versie van de – toen nog geheel witte – middenstander die anderhalve generatie terug steevast bij straatinterviews door de ontluikende televisie placht te antwoorden: “ik heb geen mening. Ik heb een zaak.”
Maar hij heeft natuurlijk wél een mening, net als de krantenbezorger, of de jonge Marokkaanse interniste, ook al staan ze niet bijkans hyperventilerend op een preekstoel in een tot moskee omgebouwd gymnastieklokaal of parochiehuis.
Over de vrijheid van meningsuiting kan ik hier verder kort zijn. Die vrijheid spreekt vanzelf. Die vrijheid is het enige waaraan de overheid een boodschap heeft. Ik had er graag Jan Peter Balkenende heel klaar en duidelijk over gehoord. Ik had ook graag uit Europa hierover iets vernomen. Wij waren als Europa toch zo’n waardengemeenschap waarlangs elke morele maatlat zich overtuigd van de uitkomst laat leggen? Niet veel gehoord. Eigenlijk helemaal niks gehoord.
Laat ik tegen beter weten in weer eens een oude brug slaan tussen het westen en het oosten. Tussen hier en ginds. Over Byzantium had ik het zo-even al. Lange tijd stond de islamitische wetenschap op eenzame hoogte. Terwijl in Europa slechts een enkele kaars het duister van de middeleeuwen doorboorde, was Arabië hel verlicht. Kern van de islamitische wetenschap was lenen en als schatbewaarder fungeren van het oude Griekenland. Die Grieken waren er van overtuigd dat achter de ogenschijnlijke chaos in het heelal een fundamentele orde school met universele wetten, toegankelijk voor het menselijke verstand. In het Arabisch werd kennis van het heelal falsafa genoemd, een woord dat teruggaat op het Griekse philosophia of letterlijk ‘liefde tot kennis.’
Het is een oud verhaal, jazeker. Alchemie, alcohol en algebra zijn Arabische woorden. En het woord ‘cijfer’ ook, oorspronkelijk ‘sifr’ wat letterlijk ‘leeg’, dus niets of nul betekent. We moesten maar weer eens andermaal met nul beginnen, als het onbeschreven blad van de acanthus.
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|