Menu
Home
Theo Monkhorst
Han Mulder
Dick Toet
Paul van Velthoven
Marjolijn Uitzinger
Hetty van Rooij
Frans Wijnands
Marc De Koninck
Han Kogels
Frans kok
Gastschrijver
Henk Beereboom
Plein
Vertel het verder!
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden:
e-mail to a friend
Plein
Voorbeeld

Koningin Elizabeth kleedt zich sober, gaat in eigen land met vakantie, het liefst per trein en heeft haar Rolls Royces voorzien van een schone LPG-installatie.
Zou Beatrix dat bedoelen met haar Kerstboodschap ‘een beter milieu begint bij jezelf’?
Ook aan de tv-toespraak van haar hoogbejaarde vakgenote kan Beatrix een voorbeeld nemen. Een zakelijk verhaal, to the point, afgewisseld met leuke beelden over de activiteiten van haarzelf en haar familie gedurende het afgelopen jaar.
Het verschil met het hoogdravende gemoraliseer waarop wij elk jaar worden getrakteerd, was ditmaal wel erg opvallend.

Frans Kok
Elk nadeel heb zijn voordeel Afdrukken E-mail
Marjolijn Uitzinger   
maandag 10 december 2007
Berlijn Wat krijg je als je een Pool en een Nederlander kruist?
Een autodief die niet kan rijden.
Deze grap is bij Duitsers (hebben die humor dan?) zeer populair. Oordelen en vooroordelen, soms kloppen ze een beetje. Bij alle ingewikkelde discussies over identiteit of het gebrek daaraan zou je bijna vergeten dat er zoiets bestaat als de heersende cultuur of de volksaard en die herken je het beste als je in twee werelden leeft. Een leerzame positie: ook al woon je in Berlijn, dan kijk je toch met Nederlandse ogen naar Duitsland en Duitsers - en als je terugbent in Nederland kijk je (bewust of onbewust) ook met de ogen van een buitenstaander. Mijn Nederlandse vrienden hier vergaat het net zo, blijkt uit onze gesprekken. En ook met Duitsers zelf kun je vaak heel goed praten en lachen over de hebbelijkheden van hun landgenoten. Beter dan met Nederlanders. Maar Duitsers hebben vanwege hun geschiedenis natuurlijk ook iets meer aanleiding om over zichzelf na te denken.

Dit weekend wandelde ik met een vriendin bij het Olympisch stadion in Amsterdam en al pratend betraden wij het zebrapad om over te steken. Een auto die met een rustig gangetje kwam aanrijden moest even voor ons inhouden. Toen we aan de overkant van de straat waren zei mijn vriendin: “Zag je dat? Die man stak z’n middelvinger op.” Hier moesten we even over nadenken. Wij lopen op het zebrapad (volkomen correct), de automobilist moet voor ons inhouden (normale verkeersregel), en dat maakt hem zo woedend dat hij ons de middelvinger geeft (meteen maar de heftigste reactie). Geen aangebrand jong ventje, maar een oudere man. Mijn vriendin woont sinds jaar en dag in Amsterdam en is dus wel wat gewend, maar hier keek ze toch ook van op. Die ochtend was ik in de hoofdstad overigens al bijna regelrecht van de sokken gereden door een dikke zwarte BMW met twee verkeerde knullen erin.

Berlijn daarentegen is een paradijs voor voetgangers. Tot verrassing van Nederlandse bezoekers stoppen auto’s doorgaans zeer beleefd bij oversteekplaatsen, en dat op ruime afstand. Bij een groen voetgangerslicht rijdt niemand door. En bij rood steekt niemand over, want dat doen Duitsers niet, ook al komt er in de verste verte geen auto aan. Ook ik blijf gewoon wachten, inmiddels zonder erover na te denken. Nederlandse vrienden lachen mij soms uit, maar wie door rood loopt, laat zien dat hij hier niet thuis hoort en dat willen we natuurlijk niet. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat met fietsers aanmerkelijk minder behoedzaam wordt omgaan, vandaar dat zoveel mensen op de ruime trottoirs fietsen.

Als je zelf in een auto zit, merk je hoe goed Duitsers rijden. Hoffelijk en alert, doelgericht, anticiperend op het gedrag van de anderen. Geen getoeter van ongeduldige of agressieve weggebruikers. Van rijbaan wisselen is geen enkel probleem. Wil je opeens naar rechts en zit je op de middenbaan of per ongeluk helemaal links? Geen enkel probleem. Dan houden de auto’s op de rechterbaan toch gewoon even in. Naar links idem dito. En we weten het allemaal: Nederlanders rijden elk gaatje dicht en gaan uit hun dak als iemand uit een andere rijbaan ertussen wil. Wat moet jij? Ik rij hier! En hup, daar gaat de middelvinger weer. Ritsen is een strijd op leven en dood. In Duitsland gaat het vanzelf, men rijdt rustig door tot het eind en voegt in, auto voor auto. Niemand raast langs de file of over de vluchtstrook. Natuurlijk, natuurlijk, er zijn uitzonderingen en er zit weleens een Arschloch tussen, maar ik heb het over het algemene beeld.

Een rij vormen bij kassa of stadion levert evenmin problemen op. Als de deuren van de metro opengaan stapt iedereen op het perron opzij om ruimte te scheppen, voordat men zelf instapt. Eerst de mensen eruit, zeggen moeders tegen hun kinderen. Dat mogen we graag horen. Wie tegen je aanbotst op straat of in de winkel zegt onmiddellijk sorry, ook een punker met piercings en groen haar. Tot zo ver het goede nieuws. Maar elk voordeel heb z’n nadeel, zoals de grote voetbalmeester al zei, en dat geldt natuurlijk ook voor die Duitse discipline, de beleefdheid en de onbedwingbare neiging de regels na te leven. Dat uit zich in de bureaucratie en het formalisme. De formulieren met de onbegrijpelijk lange samengestelde woorden. Je blijft je verbazen, bijvoorbeeld omdat je in de garage van de ene balie naar de andere moet lopen om op een levensgrote lijst je naam in te vullen en een handtekening te zetten voor een gratis metrokaartje, als je auto een onderhoudsbeurt krijgt.

Onvoorstelbaar irritant is ook het gedrag van Duitsers in een bijna lege mega-bioscoop, waar de kaartjes op stoelnummer worden uitgegeven. Een Nederlander kiest gewoon naar willekeur een lekkere plek en zakt onderuit. Duitsers daarentegen lopen met het kaartje in de hand door het theater tot ze bij de hun toegewezen plaats zijn. Als je pech hebt, komen ze pal naast je zitten, of achter je, of pal voor je (hoewel ze in dat laatste geval nog weleens zichzelf overtreffen en een stoel verderop gaan zitten, want dan wint de beleefdheid het van de discipline). Dan kan het dus zomaar zijn dat je in dat heerlijk lege theater met al die roodpluchen stoelen toch nog middenin een groepje komt te zitten. Of dat je moet opstaan, wat mij laatst overkwam toen een viertal jongeren uitgerekend mijn rij in schoof, bij mijn stoel bleef staan en onverstoorbaar doortelde: “…und dreizehn!” Ik wees nog even wanhopig op de zee van lege stoelen om ons heen, maar dat was natuurlijk verspilde moeite. Dus koos ik zuchtend eieren voor mijn geld. “Duitsers!” denk ik dan geërgerd.

Terug naar de Nederlanders. Die zijn dus wel vaak iets te opgefokt, maar elk nadeel heb z’n voordeel. Namelijk dat ze zo lekker los en spontaan zijn en uitermate makkelijk communiceren. Je kunt alles tegen ze zeggen en alles vragen. Dat doen ze zelf ook. Toen ik donderdagavond in Nederland aankwam en even ging tanken, zei het meisje achter de kassa: “Wat een prachtige tas! Wat is dat voor merk?” Waarop wij fijn even aan de praat raakten over mijn nieuwe tas. Dat zou bij een Duitser als een enorme impertinentie overkomen. Afstand graag. Als ik eens in een Berlijns café een goed, lang gesprek met een vreemde (meestal een andere vrouw) heb gehad, is dat iets bijzonders.

Iedereen is ook “sie” totdat je anders afspreekt en dat kan zelfs bij goede bekenden twintig jaar duren. Bij vergissing zei ik eens “du” tegen mijn leuke onconventionele bovenbuurman en ik zag hoe hij schrok. En dan gelden de Berlijners nog als zeer toegankelijk. Bij de jongeren bespeur ik wel een kentering in dat opzicht, ook door de internetcultuur; al dat chatten is dus nog wel ergens goed voor. Misschien worden ze nog eens wat losser, die Duitsers, net zo “locker” als de Hollanders die ze zo bewonderen en benijden.

Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken


 
< Vorige   Volgende >