Menu
Home
Theo Monkhorst
Han Mulder
Hans Muiderman
Dick Toet
Paul van Velthoven
Marjolijn Uitzinger
Frans Wijnands
Han Kogels
Frans Kok
Frans Weisglas
Henk Beereboom
Gastschrijver
Plein
Vertel het verder!
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden:
e-mail to a friend
Plein
Kerstboom

De dodenherdenking op 4 mei is geen juist moment om in lachen uit te barsten. Toch gebeurt me dat (vermengd met grote ergernis) als ik Willem Alexander zie in zijn uniform. Een soort wandelende kerstboom. En 2 jaar geleden een rennende kerstboom, toen hij zijn vrouw aan haar lot overliet in de paniek rond de damschreeuwer.
Waarom dost die man zich zo raar uit? Hij is toch geen beroepsmilitair? Bij zijn opa zat het in zijn Pruisische genen. En, eerlijk is eerlijk, hem stond het ganz nett. Bij Prins Pils staat het voor geen meter.
En ik denk dat Claus zich elke keer omdraait in zijn graf, om het niet te zien.

Frans Kok
De Franse laiciteit heeft als rolmodel afgedaan Afdrukken E-mail
Paul van Velthoven   
woensdag 30 januari 2008
Met zijn toespraak recentelijk in het Vaticaan heeft de Franse president Sarkozy de discussie over de scheiding tussen kerk en staat in zijn land heropend. Op een verfrissende manier, want voor het eerst erkent een Frans staatshoofd niet alleen dat religie een onuitwisbaar spoor heeft nagelaten, maar dat haar erfenis ook vruchtbaar voor het heden kan worden ingezet. Het Franse model van de scheiding tussen kerk en staat is sleets geworden en kan geen voorbeeld zijn voor ons land.

Toen drie jaar geleden de Franse bisschop André Vingt-Trois tot aartsbisschop van Parijs werd benoemd had hij daarvoor de goedkeuring nodig van de Franse president. Een instemming die zonder problemen werd gegeven, maar haaks staat op de wijd verbreide opvatting dat kerk en staat in Frankrijk volstrekt gescheiden zijn. De instemming die de hoogste prelaat van de civiele autoriteiten nodig heeft om zijn benoeming aanvaard te krijgen is weliswaar vandaag de dag een formaliteit, maar schept duidelijkheid wie in Frankrijk inzake religieuze aangelegenheden als het er op aankomt aan de touwtjes trekt. In plaats van de Franse laicité als de ideale scheiding van kerk en staat voor te stellen, zoals mensen als Paul Cliteur en Herman Philipse doen, blijkt het juister haar te beschouwen als de dwingeland die na een langdurige strijd de katholieke kerk in dat land van het openbare erf wist te verwijderen.

Met een overduidelijk resultaat. In politieke en intellectuele aangelegenheden maar ook op het gebied van de moraal en de ethiek is de Franse katholieke kerk uit het publieke discours verdwenen. En dit nota bene met de instemming van de grote meerderheid van de Franse katholieken en hun leiders, die religie als een louter persoonlijke zaak opvatten. Dat zij zich als katholieken niet hebben te bemoeien met de politiek is in de eeuw dat de wet op de laiciteit bestaat tot een onomstotelijk axioma uitgegroeid dat niet ter discussie staat. Het dwangbuis waarin de wet van de scheiding van kerk en staat hen een eeuw geleden plaatste wordt door hen als een vanzelfsprekende ambiance ervaren. Terwijl de katholieke afgevaardigden in de Franse Nationale Vergadering de nabijgelegen kerk Saint Clothilde als hun parochiekerk beschouwen en daar ook geregeld samenkomen zullen zij, wanneer zij in ’s lands vergaderzaal het woord voeren, nimmer melding maken van hun religieuze affiliatie of daar openlijk argumenten of standpuntbepalingen aan ontlenen.

Anders dan de Nederlandse, Engelse of Duitse kerken, protestants of katholiek, kent de Franse katholieke kerk nauwelijks een politiek of maatschappijbetrokken engagement. Als zij toch met tegenstanders de degens kruist is het om haar eigen ratio of bestaansrecht te verdedigen tegen niet-gelovige rationalisten. De laatsten zijn vaak de snoeiharde verdedigers van de laicité. Zoals al uit het voorbeeld van het instemmingsrecht van de president bij de benoeming van de hoogste katholieke prelaat bleek, is het niet juist de laicité te beschouwen als louter een manier om verschillende geestelijke stromingen tot hun recht te laten komen. Integendeel, de laicité was lange tijd verbonden met een agressieve rationalistische en patriottische staatsideologie die aan het begin van de twintigste eeuw met succes het katholicisme als samenbindend geestelijk element wist te verdringen.

Emile Combes, een van de geestelijke vaders van de wet op scheiding van kerk en staat, wilde dat met deze wet ‘de geest van de revolutie’ in het openbare leven zou zegevieren. Nu waren de negentiende-eeuwse katholieken ook niet mals in hun kritiek op de republiek en haar`verheerlijking van de revolutie. Zij hadden dank zij de aanwezigheid van talrijke ordes en congregaties een grote greep op het onderwijs. Door wetten die vooraf gingen aan die van de scheiding tussen kerk en staat werden zij daarvan beroofd. Een katholieke of protestantse zuil als organisatievorm om inhoud te geven aan religieuze waarden kwam anders dan bijvoorbeeld in Nederland nooit van de grond. Schuchtere pogingen daartoe worden door politici en commentatoren tot op de dag van vandaag vrijwel eensgezind in Frankrijk gebrandmerkt als een uiting van ‘communitarisme’, dat de eenheid van de republiek en haar onderliggende ideologie aantast.

Open zenuw

Met zijn toespraak vlak voor Kerst in Rome, waarin hij het opnam voor de katholieken en hen opriep zich duidelijk te manifesteren in het openbare leven, raakte president Sarkozy aan een open zenuw in de Franse samenleving. Niet alleen doorbrak hij het taboe dat een politicus nooit ofte nimmer openlijk spreekt over de rol van een kerk of geloofsrichting, door ook nadrukkelijk zijn waardering uit te spreken voor de Kerk van Rome joeg hij de verdedigers van de oude laicité massaal op de kast. In tegenstelling tot wat door hen werd gesuggereerd stelde Sarkozy overigens nadrukkelijk niet te willen tornen aan de scheiding van kerk en staat. De kerk zal nooit op de stoel van de regering mogen gaan zitten, zoals ze in de negentiende eeuw bij tijd en wijle ambieerde. Hij roemde daarentegen de civiliserende rol van de Kerk waar naast de misstappen die zij beging de geschiedenis van zijn land ook zo overduidelijk getuigenis van aflegt. Deze wordt in de vigerende laicité genegeerd. De keerzijde van de Franse manier om kerk en staat te scheiden heeft voor een geestelijke kaalslag gezorgd waarin hedonisme en materialisme vrij spel hebben kunnen krijgen.
Een commissie onder leiding van de vroegere revolutionair Régis Debray, die de effecten van de laicité is nagegaan, concludeerde enkele jaren geleden al dat Frankrijk zich tekort deed door zijn religieuze geschiedenis uit het onderwijs te verbannen. Franse kinderen krijgen in het staatsonderwijs nauwelijks iets te horen over het christelijke verleden van hun land. Wat bijvoorbeeld de Hervorming inhoudt is de meeste Franse leerlingen volslagen onbekend. Daarom klonk de conclusie van president Sarkozy geloofwaardig toen hij in zijn toespraak in Rome stelde dat de laïcité gepoogd heeft Frankrijk van zijn christelijke wortels af te snijden. Waar religie aanstalten maakt een politieke of maatschappij betrokken rol te vervullen is de alomtegenwoordige staat nog steeds aanwezig om die onmogelijk te maken.
De reden voor de regering van Lionel Jospin om de effecten van de laiciteit door een commissie te laten onderzoeken was het besef dat deze staatsideologie meer en meer gedateerd aandoet. Wie de oorlog tussen de beschavingen wil verklaren of het opkomende fundamentalisme, komt door van deze laiciteit uit te gaan met lege handen te staan. Een prominente godsdienstsocioloog als Marcel Gauchet wijst er dan ook op dat de oude laiciteit in de lucht is komen te hangen en niet langer antwoord geeft op nieuwe vragen. Zij is een strijdmodel uit een vergane periode.
Door de godsdienst positief te waarderen, zoals Sarkozy deed, de Franse katholieken uit te nodigen zich weer in de openbaarheid te manifesteren en van de staat werkelijke neutraliteit te eisen kan de Franse scheiding van kerk en staat meer gaan lijken op de manier waarop deze bijvoorbeeld in ons land is georganiseerd. Niet langer in de vorm van een permanent onderhouden conflict maar door alsnog haar beschavende en spirituele betekenis in het openbare leven weer nadrukkelijk tot gelding te brengen. De Nederlandse situatie kan daarbij als voorbeeld dienen.

 
< Vorige   Volgende >