| Menu | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
| Vertel het verder! |
|---|
|
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden: e-mail to a friend |
| Plein |
|---|
|
Kerstboom De dodenherdenking op 4 mei is geen juist moment om in lachen uit te barsten. Toch gebeurt me dat (vermengd met grote ergernis) als ik Willem Alexander zie in zijn uniform. Een soort wandelende kerstboom. En 2 jaar geleden een rennende kerstboom, toen hij zijn vrouw aan haar lot overliet in de paniek rond de damschreeuwer. Waarom dost die man zich zo raar uit? Hij is toch geen beroepsmilitair? Bij zijn opa zat het in zijn Pruisische genen. En, eerlijk is eerlijk, hem stond het ganz nett. Bij Prins Pils staat het voor geen meter. En ik denk dat Claus zich elke keer omdraait in zijn graf, om het niet te zien. Frans Kok |
| Belgie: twee samenlevingen die tegen heug en meug met elkaar verder moeten |
|
|
| Paul van Velthoven | |
| donderdag 20 maart 2008 | |
|
Bestaat België nog? Een Vlaamse hoogleraar, de socioloog Wilfried Dewachter, meent van niet. Hij stuurde mij onlangs een lang artikel toe dat volgende maand in het kwartaaltijdschrift Christen Democratische Verkenningen in zijn geheel zal worden gepubliceerd. Daaruit hier een kleine passage. Beeldend schrijft hij. ‘België is als het ware een voorschoot groot’, een piepklein landje dus, ‘waarop zich twee vrijwel volledig gescheiden samenlevingen hebben ontwikkeld’. Elk van hen heeft zijn eigen taal, zijn eigen media, zijn eigen scholen en universiteiten, maar ook zijn eigen politieke partijen en politici. Als er toch iets van die andere samenleving tot de hunne doordringt, is het net als een gebeuren dat zich in een of ander buitenland afspeelt. Voor Vlaanderen is Wallonië het buitenland en omgekeerd is dat nog sterker zo. De Vlamingen – de oudere althans - verstaan of spreken soms nog het Frans, maar voor de jongere generatie geldt dat al veel minder. De Walen leren helemaal geen Nederlands meer sinds het als verplichte tweede taal al weer bijna twee decennia geleden is afgeschaft. Als de Walen al een andere taal willen leren, is dat Engels. Maar er zijn nog meer verschillen. Wallonië is arm en leeft op de zak van Vlaanderen, dat rijk is. Het lijkt in niets meer op de verhalen die we op school van Stijn Streuvels of van Felix Timmermans van onze leraren voorgeschoteld kregen. De armoede spatte als het ware van hun verhalen af. Vlaanderen is nu zelfs een van de allerrijkste streken van Europa. De Vlamingen hebben dat met hard werken bereikt. Hun handelsgeest heeft opnieuw zijn kop opgestoken en dat doet aan nog weer andere verhalen denken uit een nog verder verleden toen steden als Gent, Brugge en Antwerpen grote handelsmetropolen waren voordat de Hollanders voor eeuwen hun Schelde afsloten. Op ons hebben ze het daarom nog steeds niet echt begrepen, maar op België evenmin. Net als wij heeft België hen tijdenlang de voet dwars gezet. En nog steeds, maar ze willen dat daar een keer een eind aan komt. Zij – de Vlamingen – geven nu de toon aan in dit land. Ze hebben nieuwe macht veroverd. De premier is steeds een Vlaming, want die spreekt behalve Nederlands ook nog eens de taal van hen die zich soms nog de meesters van België wanen, de Franstaligen. Dat is vergane glorie. En het duidelijkste bewijs daarvan zie je aan het feit dat sommige Franstaligen zowaar bereid zijn de taal van de Vlamingen te leren. Het gaat nog maar om een kleine minderheid, maar het gebeurt, en dan bijna altijd in Brussel. Want de scheidingsmuur tussen beide samenlevingen is niet volledig. In Brussel komen Vlamingen en Franstaligen elkaar tegen en daar ontmoeten uiteraard ook hun politici elkaar. In Brussel zijn die twee samenlevingen die elders hun eigen gang gaan alsnog aan elkaar geklonken alsof het om een Siamese tweeling gaat. Die Franstaligen in Brussel kunnen soms nog volgens de illusie leven dat hun wijze van leven de beste is en nooit zal veranderen. Zij vinden dat ze overal hun taal moeten kunnen spreken. Ooit konden ze dat in heel België. En ze vonden het niet meer dan normaal dat anderen zich dan maar aan hun taalgebruik moesten aanpassen. Dat zie je tot op de dag van vandaag in de Vlaamse rand rond Brussel gebeuren. De Franstalige vindt dat wanneer hij in die Vlaamse rand neerstrijkt de gemeente en de school zijn taal moet overnemen. Hij is niet de immigrant die zijn taalgebruik aanpast aan de streek waar hij gaat wonen, nee hij is als de kolonist die vindt dat de omgeving zich aan hem moet aanpassen. Hij leeft dan ook nog een beetje in het België van grootpapa. Voor de Vlamingen is dat onacceptabel. Met hun nieuw verworven rijkdom is ook het zelfvertrouwen terug. Ze eisen niet alleen die streek op, ze eisen ook het geld op dat de federale staat in hun ogen verbrast in Wallonië waar minstens een kwart van de bevolking al generaties lang van de steun trekt. Ze vinden dat de Walen door hun eigen (socialistische ) overheid in de watten wordt gelegd en de rekening daarvoor neerlegt bij de Vlamingen. Daar iets aan veranderen kunnen zij helaas niet, want de portemonnee van Vlamingen ( en armlastige Walen) wordt beheerd door de federale overheid in Brussel.. Ziehier de harde confrontatie die zich momenteel bij onze zuiderburen afspeelt. De samenlevingen mogen gescheiden zijn, in de centrale regering zijn de politici als vreemdelingen alsnog op elkaar aangewezen. Hoe lang zal dat nog goed kunnen gaan? Er is dan toch een regering aangetreden, maar echt regeren, let wel door de scheef gegroeide verhoudingen aan te pakken, kan zij niet. Een overwinning van de patstelling, een ware cultuuromslag is daarvoor bij de Franstaligen nodig, zegt socioloog Dewachter. Hij laat me weten daar niet echt in te kunnen geloven. Wij zullen de komende tijd nog veel van onze zuiderburen vernemen. En goed nieuws zal dat niet zijn. www.paulvanvelthoven.nl Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken |
| < Vorige | Volgende > |
|---|