Gerrit Zalm kan het eenvoudig zeggen: de oorzaak van de kredietcrisis in de VS is dat iedereen te veel leent en te weinig spaart. Zowel de consument als het bedrijfsleven dat te veel vreemd vermogen heeft en ook de overheid met een enorm begrotingstekort dat door het buitenland wordt gefinancierd. Een gecompliceerde kwestie teruggebracht tot de kern van het probleem. Vanuit zijn gezichtspunt is het dus een kwestie van mentaliteit, misschien zelfs van moraal – en daar is iets voor te zeggen. Dan doet zich overigens direct te vraag voor of men iets heeft geleerd van de crisis. Of gaat men als de put gedempt is weer gewoon door en vergeet de geschiedenis?
Banken, verzekeraars, hypotheekverstrekkers, toezichthouders, kredietbeoordelaars, de politiek en de regering in de VS hebben jarenlang veel te veel risico’s genomen, toegestaan en zelfs gestimuleerd, waardoor de verliezen bij een aantal financiële instellingen zo groot werden dat geen van hen ze meer kon dragen, de staat moest bijspringen en de belastingbetaler er dus uiteindelijk voor moet opdraaien. Had de staat die instellingen niet met belastinggeld op de been gehouden dan was wellicht een domino effect ontstaan en de crisis nog veel groter geworden. Het gevaar van een echte crash.
Dit geldt voor de VS, maar ook in Europa hebben de financiële instituten boter op hun hoofd. Cees Maas, voormalig bestuurder van ING, heeft in het kader van een internationaal bankeninstituut een rapport geschreven waarin dat wordt toegegeven. In zijn woorden in NRC Handelsblad van 18 juli: ‘de verslapping van het risicomanagement is onze verantwoordelijkheid. Ik bedoel onze fout’. In het instituut dat het rapport uitbracht zitten bestuurders van grote internationale banken, zoals UBS, Deutsche Bank, Citibank, Barclays en Société Génerale. Diverse daarvan zijn in de afgelopen maanden met negatieve berichten in de pers geweest. Wij weten dus dankzij dit rapport dat zij toegeven ernstig gefaald te hebben. In feite een verkeerde mentaliteit te hebben getoond. Misschien zelfs amoreel gedrag.
Een interessante schuldbekentenis komt van Richard Syron, de hoogste baas van Freddie Mac, één van de twee giganten op het gebied van hypotheken in Amerika. Freddie Mac kan alleen overleven doordat de staat, dat wil zeggen de belastingbetaler, bijspringt. Het gaat over miljarden dollars. Deze Syron, die sinds 2003 38 miljoen dollar verdiende, werd regelmatig door zijn staf gewaarschuwd dat er te grote risico’s werden genomen, maar hij legde die waarschuwingen naast zich neer. Nu zegt hij in de International Herald Tribune van 6 augustus, dat hij geen keuze had. Hij zat klem tussen de wensen van de aandeelhouders, de toezichthouder en het Amerikaanse Congres. Zij stellen vaak totaal tegengestelde eisen, zegt hij nu. Zo dwongen leden van het Congres hem om riskante hypotheken te verstrekken aan armen om het eigen woningbezit te stimuleren. Wat aandeelhouders willen weten we inmiddels: stijgende koersen en hogere dividenden. En wat Syron wilde wordt nu ook duidelijk: zitten blijven om zijn vette poet op te strijken. Anders had hij immers wel keuzes gemaakt en te grote risico’s gemeden. Met andere woorden, gedaan waar hij voor werd betaald. Voor zover ik weet is hij nog niet afgezet of afgetreden.
Maar het interessantst is de verklaring van David Adrukonis, de man die verantwoordelijk was voor het risico management van het bedrijf en Syron regelmatig waarschuwde voor de gevaren van de grote risico’s die werden genomen. Hij stelt dat iedereen begreep dat als er iets mis ging de staat zou bijspringen. Freddie Mac werd – alleen al door zijn omvang en macht – gezien als een semi-overheidsinstelling die nooit zou mogen omvallen. ‘De gedachte was dat als er werkelijk iets slechts met de huizenmarkt zou gebeuren, de overheid Freddie en Fannie (de andere hypotheekgigant -- TM) meer dan ooit nodig zouden hebben en ze zou moeten redden’. Wat nu dus ook gebeurt.
Wat de uitspraak van Andrukonis – die overigens destijds aftrad en leraar werd – aantoont is de verwevenheid van bedrijfsleven en industrie, beide gedreven door eenzelfde mentaliteit: scoren gaat boven betrouwbaarheid, resultaten op de korte termijn tellen meer dan waarborgen voor de langere termijn. Als er risico’s zijn dan lost de belastingbetaler die wel op.
In feite is het deze mentaliteit, dit gebrek aan integriteit, die schuilgaat achter de analyse van Gerrit Zalm over het leengedrag van de Amerikanen. Overigens een mentaliteit die is overgenomen door velen in Europa en elders op de wereld. Het vermeende eigenbelang van de spelers – management, aandeelhouders en politici – gaat boven de eigen verantwoordelijkheid. Vandaar ook mijn eerder pleidooi om de belangrijkste verantwoordelijken voor de rechter te dagen om de grens van egoïsme en bedrog vast te stellen. Gelukkig is men daar in de VS mee begonnen.
Nationaal en internationaal denkt men inmiddels na over nieuwe regels om dit soort rampen te voorkomen. Het is eerder gebeurd en het gaat in feite om technische aanpassingen. De vraag is of het zal helpen.
Ik betwijfel het. Niet dat ik tegen verbetering van de regelgeving ben en zeker niet tegen bestraffing van de schuldigen – maar dat zijn er velen. Het belangrijkste zou zijn dat we leren van fouten en onze mentaliteit aanpassen.
Maar een pleidooi voor altruïsme en individuele verantwoordelijkheid in een geglobaliseerde financiële wereld waar oorlogen gevoerd worden en moorden gepleegd om rijkdom te verwerven lijkt mij nogal naïef. Het beste is om op je hoede te zijn en niemand te geloven die het doet voorkomen jouw belang te dienen.
|