| Menu | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
| Vertel het verder! |
|---|
|
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden: e-mail to a friend |
| Plein |
|---|
|
Voorbeeld Koningin Elizabeth kleedt zich sober, gaat in eigen land met vakantie, het liefst per trein en heeft haar Rolls Royces voorzien van een schone LPG-installatie. Zou Beatrix dat bedoelen met haar Kerstboodschap ‘een beter milieu begint bij jezelf’? Ook aan de tv-toespraak van haar hoogbejaarde vakgenote kan Beatrix een voorbeeld nemen. Een zakelijk verhaal, to the point, afgewisseld met leuke beelden over de activiteiten van haarzelf en haar familie gedurende het afgelopen jaar. Het verschil met het hoogdravende gemoraliseer waarop wij elk jaar worden getrakteerd, was ditmaal wel erg opvallend. Frans Kok |
| Amerika is rijp voor nieuwe New Deal |
|
|
| Paul van Velthoven | |
| woensdag 15 oktober 2008 | |
|
New Deal was de naam die onder het presidentschap van de Amerikaanse Franklin Roosevelt (1932 –1945) in zwang kwam om het pakket maatregelen aan te duiden ter bestrijding van de economische crisis als gevolg van de beurskrach van 1929. Er werd onder zijn leiding gebouwd aan een ‘nieuwe relatie’ tussen overheid en het economisch wedervaren van de (Amerikaanse) burgers. Gebroken werd met het toenmalige dogma van de klassieke liberale economie dat de overheid niets te zoeken had bij de aanpak van economische problemen. Met name de grote werkloosheid die het gevolg was van de beurskrach, zou volgens die theorie door vraag en aanbod op de markt moeten worden opgelost. Met de Democraat Roosevelt kwam er niet alleen regelgeving voor de banken en maar werden er tal van steunmaatregelen bedacht voor met name de landbouw- en de industriële sector. Halverwege de jaren dertig ging het economisch weer opwaarts in de Verenigde Staten. Hetzelfde gold voor Duitsland waar grote door de staat opgezette infrastructurele werken de werkloosheid deden verdwijnen. Andere landen volgden schoorvoetend met overheidsingrijpen. Nederland zat onder Colijn in de achterhoede, hier duurde de economische crisis dan ook langer dan elders in Europa. Maar aan het eind van de jaren was actieve staatssteun, een vorm van economische planning gemeengoed, geworden in het Westen. Het theoretische fundament ter bestrijding van de crisis werd gelegd door de briljante Britse econoom Keynes. In zijn beroemd geworden boek The General Theory of Employment, Interest and Money uit 1936 betoogde hij dat alleen door staatsingrijpen volledige werkgelegenheid kon worden gegarandeerd. Toen Keynes zijn boek publiceerde had een aantal regeringen diens inzichten echter al in praktijk gebracht. De economische en financiële regelgeving waarvoor het fundament in de jaren dertig werd gelegd was een van de belangrijkste peilers voor de opbouw van de westerse welvaart na de oorlog. In de jaren zeventig bleek de theorie van Keynes echter niet langer toereikend. De regelgeving van de staat ten opzichte van het economisch leven was in de jaren na de oorlog enorm toegenomen met de bedoeling om ieders aandeel in de welvaart veilig te stellen. Maar deze bureaucratie werkte nu verstikkend. Onrendabele bedrijfstakken werden met behulp van staatssteun overeind gehouden en nieuwe initiatieven kwamen veel te weinig van de grond. Opnieuw waren het de Verenigde Staten waar het roer radicaal omging. Onder Reagan, en kort daarna onder Thatcher in Engeland, werd veel regelgeving geschrapt. Nogal wat bedrijven gingen over de kop, maar er kwam nieuw elan voor in de plaats. De economie ging opnieuw fors groeien en de welvaart steeg. De kloof met de planeconomieën van de Oost-Europese landen die op grond van hun (communistische) ideologie vasthielden aan hun oude beleidsrecepten werd onaanvaardbaar groot en mede daardoor was hun voortbestaan onhoudbaar geworden. Ook een aantal landen in de Derde Wereld liet zich met succes door die nieuwe inzichten leiden. Met name China en India hebben zich daardoor in recordtijd kunnen ontwikkelen tot nieuwe economische grootmachten en bewijzen en passant het onmiskenbare succes van de nieuwe open aanpak. De Amerikaanse politieke denker Francis Fukuyama – de man die in 1989 bij de val van de communistische regimes betoogde dat de liberale democratie de ideologische overwinnaar was in een eeuwenlange historische ontwikkeling – heeft de kredietcrisis aangegrepen om de uitwassen van het nieuwe liberalisme in kaart te brengen. In een zeer interessant artikel in het Amerikaanse weekblad Newsweek –en vervolgens overgenomen door een aantal grote dagbladen in Europa - wijst hij op de zwakke plekken van dit neoliberale denken dat door de nieuwe snelle verbindingen in de wereld vrijwel overal ingang heeft gevonden. Wat is er mis gegaan met dit in wezen Angelsaksische samenlevingsmodel dat nu terecht op zoveel kritiek wordt onthaald? Fukuyama wenst namelijk niet het kind met het badwater weg te gooien. Dit model heeft immers, zo zegt hij, over de gehele wereld ook voor een enorme welvaartsgroei gezorgd. Het komt er volgens hem op neer dat de deregulering en het open gooien van markten tot een nieuwe ideologie is verworden in plaats van een pragmatisch antwoord te zijn op een al te bedisselende verzorgingsstaat. Twee overtuigingen werden met name in Amerika dominant. Op de eerste plaats dat lagere belastingen zich zelf zouden terugbetalen en tweedens dat de financiële markten zichzelf wel konden reguleren. De opheffing van oude regels in het financiële verkeer, ingesteld na de beurskrach van 1929, leidde tot een vloed van nieuwe verhandelbare financiële producten, in het Amerikaanse jargon aangeduid als collaterized debt obligations, (CDO’s), schuldobligaties die als onderpand dienen en eindeloos kunnen worden doorverkocht. Waar vernieuwing in niet-financiële sectoren volgens Fukuyama zo veel mogelijk moet worden aangemoedigd, is geldhandel allereerst een zaak van vertrouwen en gebaat bij transparantie. Risico’s dienen, zoals elke bankier weet, uiterst zorgvuldig te worden ingeschat. Gebeurt dat niet, dan lijden niet alleen direct betrokkenen (aandeelhouders) slachtoffers, maar wordt ook de doorsnee burger getroffen. De voortekenen van de huidige crisis op Wall Street zijn volgens Fukuyama achteraf gemakkelijk te herkennen. De vlucht van Amerikaans kapitaal leidde tien jaar geleden al tot de Aziatische financiële crisis. Thailand en Zuid-Korea werden daar toen het slachtoffer van. Het gebrek aan respect voor elementaire boekhoudkundige regels leidde in 2004 tot het Enronschandaal. Ondertussen waren de afgelopen jaren de verschillen tussen arm en rijk dramatisch toegenomen. De rijken en de beter opgeleiden profiteerden aanzienlijk meer van de toegenomen welvaart dan de gemiddelde werknemer. De (Amerikaanse) staat kwam door gebrek aan middelen op zwart zaad te zitten. En wat nu? Het lijkt voor een nieuwe New Deal. De in armzalige staat verkerende overheidssector zal opnieuw moeten worden opgetuigd. Amerikanen kunnen niet langer op de pof lenen, omdat hun dollar nog overal elders in de wereld wordt aanvaard. Zij zullen hun welvaart weer daadwerkelijk zelf moeten verdienen. Gaat dat lukken? Feit is, zoals ook Fukuyama stelt, dat de Amerikanen steeds tot inkeer konden komen en grote uitdagingen wisten aan te gaan. Waarom zou dat nu niet lukken? Het zal de grote taak worden van de nieuwe Amerikaanse president, die hoogstwaarschijnlijk Barack Obama heet. http://www.paulvanvelthoven.nl Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken |
| < Vorige | Volgende > |
|---|