Menu
Home
Theo Monkhorst
Han Mulder
Hans Muiderman
Dick Toet
Paul van Velthoven
Marjolijn Uitzinger
Frans Wijnands
Han Kogels
Frans Kok
Frans Weisglas
Henk Beereboom
Gastschrijver
Plein
Vertel het verder!
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden:
e-mail to a friend
Plein
Kerstboom

De dodenherdenking op 4 mei is geen juist moment om in lachen uit te barsten. Toch gebeurt me dat (vermengd met grote ergernis) als ik Willem Alexander zie in zijn uniform. Een soort wandelende kerstboom. En 2 jaar geleden een rennende kerstboom, toen hij zijn vrouw aan haar lot overliet in de paniek rond de damschreeuwer.
Waarom dost die man zich zo raar uit? Hij is toch geen beroepsmilitair? Bij zijn opa zat het in zijn Pruisische genen. En, eerlijk is eerlijk, hem stond het ganz nett. Bij Prins Pils staat het voor geen meter.
En ik denk dat Claus zich elke keer omdraait in zijn graf, om het niet te zien.

Frans Kok
Nadenken over de goede samenleving moet weer mogen Afdrukken E-mail
Paul van Velthoven   
dinsdag 31 januari 2006
Ten tijde van de opmars van het communisme raakten ook veel mensen in de westerse landen in de ban van deze beweging. Ze raakten bekend als fellow-travellers. Het waren intellectuelen die gefascineerd waren door de marxistische leer, en ze werden ook in eigen land pleitbezorger van revolutionaire veranderingen. Meestal werden ze geen lid van de communistische partij, maar ze namen het wel op voor de Sovjet-Unie en haar Oost-Europese satellietstaten Waarom gaven ze die actieve steun? Want het was van begin af aan ook voor onbevooroordeelde waarnemers duidelijk dat er zeer veel mis was met die regimes. Essentiële grondrechten die in de zogenaamde burgerlijke staten in een langdurig proces tot stand waren gebracht, werden daar van tafel geveegd uit naam van een revolutionair ideaal: iedereen zou de gelijke worden van de ander in wat een klassenloze maatschappij heette. De revolutionaire hervormers gingen uit van het primitieve idee dat een menselijke samenleving net zo maakbaar was als een voorwerp dat je met je handen maakt. Maar hoe maakbaar ook, de opbouw ervan was niet van de ene op de andere dag geregeld; er waren immers ook tegenkrachten aan het werk en dus was een permanente revolutie geboden. Pas dan zou het eindideaal, een klassenloze samenleving, gerealiseerd worden. De zekerheid dát dit zou gebeuren ontleenden de communistische planners en de fellow-travellers aan Marx’ leer. Dat was niet zo maar een ideologie, maar een wetenschappelijke theorie waarvan de bewijzen volgens hen spijkerhard waren. De revolutie moest daarom tot iedere prijs worden voortgezet.
Deze revolutionaire mentaliteit is ooit op aangrijpende wijze beschreven in een destijds beroemde roman, die nu zo goed als vergeten is, Darkness at noon van de Hongaars-Britse schrijver Arthur Koestler. De hoofdfiguur, een topfiguur legt het hoofd in de schoot als, zoals in werkelijkheid tijdens de zogenaamde Moskouse showprocessen met voormalige kopstukken van het Sovjet-regime in de jaren dertig ook gebeurde, de hoofdpersoon ter dood wordt veroordeeld. Hij bekent misdaden die hij niet heeft gedaan. Toch verzet hij zich niet tegen zijn eigen terdoodveroordeling, want hij heeft immers wel de revolutie, dit allerhoogste en allerheiligste ideaal, tegengewerkt. Wie aan de revolutie twijfelde, zei in feite dat de toekomst was aan de verdoemde kapitalistische maatschappij waarin een kleine groep van bezitters het merendeel van de mensen uitbuitte. Net zo oordeelden veel fellow-travellers en ze billijkten daarom de doodstraffen.
Victor Kravchenko, een voormalige aanhanger van het communisme die aan het eind van de jaren veertig uit de Russische Goelag wist te ontsnappen, legde als een der eersten in zijn boek ‘I chose freedom’, de ware aard van het Sovjet-regime bloot. Zijn boek was een groot succes. Toch kreeg Kravchenko van de meeste fellow-travellers geen gelijk. In Parijs spanden ze zelfs een proces tegen hem aan wegens laster van de Sovjet-Unie. Erg voorspoedig verliep dit proces voor Kravchenko niet. Met moeite kon hij zich eruit losmaken en zijn heil zoeken in de Verenigde Staten waar hij zijn leven als balling eindigde. Natuurlijk wisten Kravchenko’s tegenspelers wel dat het regime misdaden beging. Maar ondanks al die bezwaren was er slechts een ding dat voor hen telde: Stalin kreeg ondanks zijn lugubere politiek het voordeel van de twijfel: hij belichaamde met zijn politiek de voortgang in de geschiedenis. Door zo te denken konden al die progressieve intellectuelen doof blijven voor het schreeuwende onrecht waaraan het Sovjet-regime zich schuldig maakte. Velen werden pas decennia later wakker, namelijk toen Solsjenitsyn de dingen bij hun naam noemde en wees op de ware praktijken van het Sovjet-regime.
Deze door een ideologisch denken gecreëerde machteloosheid bij de fellow travellers om evident onrecht te bestrijden doet mij denken aan een huidige vorm van onmacht in de samenleving. Of de consequenties even erg zijn als de blindheid van de fellow-travellers van destijds weet ik niet. Waar het mij om gaat is te wijzen op de blokkade in het denken dat deze machteloosheid veroorzaakt. Zij zorgt in ieder geval ook voor veel schade. Ik doel op het evidente onvermogen om verloedering in de samenleving tegen te gaan. Die verloedering kent vele vormen. Om maar wat te noemen de gelaten aanvaarding van pornografie in alle hoeken en gaten van de samenleving. Een internetaanbidder als Het Net, nazaat van de ooit zo eerzame Tante Pos, vindt het de gewoonste zaak van de wereld om reclame te maken voor een pornosite. Porno kan massaal worden geconsumeerd en vooral natuurlijk op het internet. Jongeren groeien op in een sfeer van ranzigheid met alle gevolgen van dien. De seksuele revolutie is geëindigd in seksueel misbruik. Maar er is ook verloedering op andere fronten, in de arme buurten van grote steden bijvoorbeeld. Wél is er een toenemend besef dat men deze ontwikkelingen een halt zou moeten kunnen toeroepen. Maar hoe zou dit kunnen? In de politiek heerst onverkort het adagium dat we niet moeten zedenmeesteren. We willen toch niet terug naar de bekrompen godsdienstige moraal van vroeger, wordt er dan verontwaardigd geroepen. Die was achterlijk en belemmerde onze menselijke ontplooiing. Alle politieke stromingen, de christen-democraten niet uitgezonderd, zijn het er over eens dat moraal geen onderwerp van politiek kan zijn. De politiek gaat over verdeling van de macht, de politiek houdt zich bezig met stimulering van de welvaart en met een daarvoor geschikt economisch beleid, de politiek houdt zich bezig met veiligheid en wil bescherming bieden tegen terrorisme, ze houdt zich bezig met huisvesting en met het leefmilieu. Maar durft ze ook aan een gezond leefmilieu in bredere zin eisen te stellen? Nee, dat moeten de burgers zelf maar uitzoeken, dat is per definitie iets waar politici zich niet over hebben te buigen, wordt er dan gezegd. Natuurlijk heeft de burger daarin een belangrijke taak. Maar de zelf verklaarde onmacht van overheid en politiek heeft grote gevolgen. Wij moeten daarom weer openlijk durven zeggen wat goed is en wat slecht en daarnaar proberen te handelen. In de oudste politieke filosofieën ging het er steeds om de politiek te verbinden met het streven naar een goede samenleving. Zie Plato, zie Aristoteles. Nu durven wij niet langer te zeggen wat een goede samenleving is. Waarom eigenlijk niet? Maar dat kan pas wanneer de knop omgaat in het denken, en dan op de eerste plaats in de politiek, want daar krijgt het denken over de samenleving gestalte. Dat is zeker geen geringe opgave, maar we willen toch de oprukkende verloedering een halt toe roepen?
 
< Vorige   Volgende >