Menu
Home
Theo Monkhorst
Han Mulder
Hans Muiderman
Dick Toet
Paul van Velthoven
Marjolijn Uitzinger
Frans Wijnands
Han Kogels
Frans Kok
Frans Weisglas
Henk Beereboom
Gastschrijver
Plein
Vertel het verder!
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden:
e-mail to a friend
Plein
Kerstboom

De dodenherdenking op 4 mei is geen juist moment om in lachen uit te barsten. Toch gebeurt me dat (vermengd met grote ergernis) als ik Willem Alexander zie in zijn uniform. Een soort wandelende kerstboom. En 2 jaar geleden een rennende kerstboom, toen hij zijn vrouw aan haar lot overliet in de paniek rond de damschreeuwer.
Waarom dost die man zich zo raar uit? Hij is toch geen beroepsmilitair? Bij zijn opa zat het in zijn Pruisische genen. En, eerlijk is eerlijk, hem stond het ganz nett. Bij Prins Pils staat het voor geen meter.
En ik denk dat Claus zich elke keer omdraait in zijn graf, om het niet te zien.

Frans Kok
Lang leve Gutenberg Afdrukken E-mail
Paul van Velthoven   
dinsdag 17 januari 2006
En weer waren de oplagecijfers er naar. Kommer en kwel in krantenland, zo bleek uit de cijfers vorige week van het HOI dat in opdracht van het Cebuco de betaalde verspreiding registreerde van de Nederlandse dagbladen over het derde kwartaal van het afgelopen jaar. Vrijwel alle dagbladen zitten in de min met Het Parool, Het Financiële Dagblad en Trouw als de enige uitzonderingen. Komt het ooit nog goed met die kranten en hebben ze nog wel een toekomst?
De trendwatchers weten het zeker. De toekomst is aan het internet en u lijkt dat op dit medium met uw surfgedrag te bevestigen. Maar we weten ook dat er nog nooit zoveel papier is verslonden als vandaag de dag. De meest eenvoudige, onontkoombare conclusie die daaruit te trekken valt is: het papier blijft belangrijk. Het papier bezit een meerwaarde, niet alleen door zijn handzaamheid (het formaat kan daar aan bijdragen, maar is overduidelijk geen panacee, laat staan dé oplossing om de lezer aan te trekken) maar ook zijn zichtbaarheid. Het is het medium dat door de eeuwen heen de reflectie het beste gediend heeft. Zie ik een stuk op internet dat de moeite waard is, dan ga ik het uitprinten. Dat leest makkelijker, maar omdat het waardevol is, wil ik het soms ook bewaren. Papier blijkt dan vooralsnog de meest betrouwbare informatiedrager.
Yves Desmet, hoofdredacteur van het Vlaamse dagblad De Morgen , toonde zich in het laatste nummer van De Journalist evenmin somber. Of zijn optimisme ook voor zijn krant opgaat weet ik niet, maar zijn belangrijkste concurrent, De Standaard, doet het de laatste jaren in ieder geval bijzonder goed. De kwaliteit van een krant die weet in te spelen op de nieuwe informatiebehoeften van veeleisende consumenten vindt blijkbaar nog steeds aftrek. Desmet zet zich af tegen de verpulping waar zijn Nederlandse collega’s zich volgens hem hun heil in zoeken. Je kunt het herkennen aan de internetachtige opmaak van een krant als het AD. Daarmee denken ze daar de concurrentie met het internet te kunnen aangaan. Het zijn die gadgets die een mens van pure ellende zo’n krant van zich doet afwerpen of die hem er toe brengt de knop van de computer om te draaien, gek als hij wordt van al dat gejongleer en geflikker op het scherm. Neem je Desmets krant ter hand, dan zie je diezelfde foefjes opduiken: wanneer je ze tot je genomen hebt blijft je met een leeg gevoel achter. De krant gaat het internet achterna. Los van het stuitende gebrek aan eigenwaarde dat daaruit spreekt, kan dat de toekomst van de krant niet zijn. Laat die vluchtigheid maar aan de internetsites over of wees dan maar tevreden met je tweederangs rol: alleen je beschikbaarheid en zichtbaarheid maakt je overleven mogelijk dank zij de voordelen van het papier.
Maar dat succes van de Vlaamse Standaard geeft mij meer hoop dat de rol van de krant niet is uitgespeeld. Ik zie het bevestigd in wat commentator Simon Jenkins van de Britse Guardian vorige week in zijn krant schreef: Gutenberg zal niet ten onder gaan. De populaire pers in Engeland zakte in de afgelopen veertig jaar terug van dertien miljoen exemplaren naar negen miljoen, de oplage van de kwaliteitspers is daarentegen met bijna een derde gestegen. De serieuze Britse zondagskranten scoren in oplage nog even hoog als veertig jaar geleden. Er is natuurlijk wel wat veranderd aan die kranten. Nog nooit zijn ze zo mooi gedrukt, maar die Britse kranten hebben ook effectief weten in te spelen op de veranderde informatiebehoeften van hun lezers. De booming economie met dank aan Thatcher en Blair speelt zeker een rol in de euforie van Jenkins. Weg zijn de vakbonden die elke verandering bij de gedrukte media decennia lang tegenhielden. De nieuwe technieken hebben bovendien een groot deel van de traditionele productiekosten geëlimineerd. En dan denkt hij dat die Britse ontwikkeling uniek is: elders zouden vakbonden bij afwezigheid van een thatcheriaanse ommekeer onder nog veel te stroperige condities het krantenvak zijn blijven uitoefenen. Nee, niet iedereen kwam van zo ver en had daarom een Thatcher nodig om daarin verandering aan te brengen. Zo zie je maar dat ieders zienswijze bepaald is door de omgeving waarin hij of zij verkeert. Maar de voornaamste les die we uit Jenkins verhaal kunnen trekken is dat we niet hoeven te wanhopen aan de ondergang van de krant. Wie de Londense kiosken bekijkt, ziet dat die pers springlevend is; nog nooit waren er zo veel publicaties, nog nooit waren er zoveel titels. De klaagzangen over de aanstaande ondergang van de krant doen me denken aan de voorspelde ondergang van het boek enkele tientallen jaren geleden. Nu hoor je daar niet langer over, want de boekproductie is nu groter dan ooit tevoren.
In plaats van verschraling is de diversiteit van de communicatiemiddelen groter dan ooit. Die diversiteit is de resultante van een economische ontwikkeling die op alle fronten middelen creëert die tot een steeds grotere diversificatie leiden en daarmee monopolies heeft afgebroken. De ondergang van dat monopolie van de krant in de informatieverstrekking ligt al heel lang achter ons. Maar internet heeft, zo beseft het journaille nu tot diep in zijn eigen vezels, de laatste stoot daar toe gegeven. Maar de ondergang van dat monopolie verwarren met de ondergang van de krant, dat is klinkklare onzin. Lang leve Gutenberg.
 
< Vorige   Volgende >