| Menu | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
| Vertel het verder! |
|---|
|
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden: e-mail to a friend |
| Plein |
|---|
|
Kerstboom De dodenherdenking op 4 mei is geen juist moment om in lachen uit te barsten. Toch gebeurt me dat (vermengd met grote ergernis) als ik Willem Alexander zie in zijn uniform. Een soort wandelende kerstboom. En 2 jaar geleden een rennende kerstboom, toen hij zijn vrouw aan haar lot overliet in de paniek rond de damschreeuwer. Waarom dost die man zich zo raar uit? Hij is toch geen beroepsmilitair? Bij zijn opa zat het in zijn Pruisische genen. En, eerlijk is eerlijk, hem stond het ganz nett. Bij Prins Pils staat het voor geen meter. En ik denk dat Claus zich elke keer omdraait in zijn graf, om het niet te zien. Frans Kok |
| De keerzijde van de multicultuur |
|
|
| Paul van Velthoven | |
| dinsdag 06 december 2005 | |
|
Imponerende man, dr. John Sentamu, een uit Oeganda afkomstige rechter die vorige week tot nieuwe aartsbisschop van York werd gewijd en daarmee nu de tweede man in de Anglicaanse kerk is. Naar aanleiding van zijn wijding werd hij door The Times ondervraagd over zijn nieuwe ambt en, hoe kon het anders, over het onderwerp dat na de aanslagen in Londen ook de debatten in Engeland beheerst: het multiculturele samenlevingsmodel.
Sentamu stond er al om bekend dat hij zijn opinies niet onder stoelen of banken steekt, maar recht op zijn doel afgaat. Ook nu liet hij zien dat hij - wat een voormalige leraar van hem noemt - een ‘straight talker’ is. Hij liet dat blijken toen hij zich over racistische kwesties uitsprak en racistische praktijken bij de Britse politie aanklaagde.
Sentamu groeide op in een gezin van dertien kinderen. Elke dag moest hij heen en terug twaalf mijl afleggen om de middelbare school in Kampala te bereiken die geleid werd door Britse zendelingen. Dank zij hen kon hij carrière maken. Onder het regime van de moorddadige dictator Idi Amin was hij een van de voornaamste rechters van het land. Hij liep zelf gevaar gedood te worden, maar wist in 1974 op het hoogtepunt van de achtervolgingswaanzin van Amin naar Engeland te ontkomen. Hij studeerde theologie in Cambridge en werd in 1996 tot priester gewijd. De roep over zijn succesvolle manier van optreden daar bleef niet tot zijn eigen parochie beperkt en in 1996 werd hij bisschop. Sentamu is een geducht tegenstander van de nieuwe anti-terrorismewetten die de regering Blair wil invoeren.
‘Als je de wet zo hard maakt, zal zelfs degene die de wet ducht geneigd zijn hem te overtreden’, zegt hij in het vraaggesprek met The Times.
Daarmee komen we aan het punt dat hem het meest aan het hart gaat. Dat is een keiharde veroordeling van het multiculturalisme en een aansporing tot de Britten om hun eigen identiteit te herontdekken.
‘Multiculturalisme schijnt in te houden dat andere culturen zich mogen uiten, maar hij verhindert dat de cultuur van de meerderheid zijn overwinningen, zijn strijd, zijn vreugde, zijn lijden naar buiten brengt.’ Het multiculturalisme, aldus Sentamu, maakt het onmogelijk onder woorden te brengen wat het betekent om Engelsman te zijn. Het promoten van het multiculturalisme zal volgens Sentamu alleen maar leiden tot (meer) politiek extremisme.
Wie vandaag de dag onbevangen om zich heen kijkt, kan dat niet ontkennen. Niet slechts van de kant van degenen die zich gefrustreerd tonen over het feit dat zij zich niet langer mogen beroemen op het waardevolle in hun eigen cultuur, maar vooral van de zijde van hen die ongeremd hun gang gaan omdat zij menen dat zij daarop vanuit hun afwijkende cultuur recht hebben.
Wordt de Britten gevraagd wat het specifieke van hun cultuur is, dan kennen ze dezelfde gêne als de Nederlanders. Er komen heel vage antwoorden, terwijl er toch veel preciezere te geven zijn.
Sentamu kent die verlegenheid niet. ‘De Engelsen durven de goede dingen die zij tot stand hebben gebracht niet langer te noemen. Zij hebben in het verleden vreselijke dingen begaan, maar het Britse Empire was niet alleen maar een slecht idee.’
Hier spreekt een man die geleefd heeft onder het terreurbewind van Idi Amin en zich met weemoed het goeds herinnert dat de Britse zendelingen hem bijbrachten, toen de Engelsen Oeganda nog bestuurden.
‘Ik vertel de Engelsen slechts, - dat is nu mijn taak - , zich te herinneren wat zij mij ooit onderwezen hebben. Of we dat nu wel of niet waarderen, het is wel de cultuur die de parlementaire democratie heeft gegeven. Die cultuur heeft het mogelijk gemaakt dat in al deze zaken de rede heerst, dat oprecht verschil van mening respecteert zonder dat men vervalt in geweld, dat al die fantastische muziek heeft gecreëerd die we nu kunnen beluisteren…’.
Sentamu zou de Engelse cultuur graag opnieuw terugvoeren naar wat hij beschouwt als het hart van de Engelse identiteit. De christelijke wortels daarvan acht hij daarvoor van ongemeen belang en die kan men daarom uit een gevoel van politieke correctheid of neutraliteit niet veronachtzamen. Als man van de kerk vergelijkt hij haar in haar culturele rol met een vroedvrouw.
‘Zij brengt de mogelijkheden tot leven die werkelijk goed en belangrijk zijn in de Engelse geest”.
Sentamu houdt niet van het woord ‘tolerantie’ als het gaat om de relatie met mensen van een andere cultuur. Hij vindt dat woord verkeerd, want het houdt slechts in dat gemeenschappen elkaar verdragen. Hij geeft daarentegen de voorkeur aan het woord ‘magnanimity’ (‘grootmoedigheid’). Dat is beter dan tolerantie. Wanneer je ‘magnanimous’ (‘grootmoedig’) in je oordelen over andere mensen bent, zegt hij, is er een kans dat ik zal erkennen dat jij mij wil helpen in mijn strijd’. Hij meent dat ook zelf ervaren te hebben als aankomende volwassene in Oeganda.
‘Wat de Engelsen in Oeganda wilden bereiken was niet het creëren van een kopie van het Engelse leven, maar een mix tot stand te brengen tussen wat goed was in zowel de Oegandese als de Engelse cultuur’.
Het verleidt hem tot een vergelijking met de Franse aanpak. ‘Wat Frankrijk niet heeft gedaan is degenen die daar van buiten af zijn komen wonen het gevoel geven dat zij deel uitmalen van het land, dat zij burgers in de volle zin van het woord zijn. Ze spreken wel Frans, maar ze weten ook dat ze er niet bij horen.’
Wat dat betreft spreekt de positie van Sentamu boekdelen. Als zwarte is hij nu de tweede man in de Engelse staatskerk. Een vergelijkbare positie in Frankrijk zou onmogelijk zijn.
In Nederland lopen wij, als het om onze identiteit gaat, net zo goed om de hete brij heen. Schaamte verhindert ons te zeggen wat wij goed hebben gedaan. Het zou weldadig zijn als er een Nederlandse tegenhanger van Sentamu hierover het woord zou nemen.
|
| Volgende > |
|---|