Menu
Home
Theo Monkhorst
Han Mulder
Hans Muiderman
Dick Toet
Paul van Velthoven
Marjolijn Uitzinger
Frans Wijnands
Han Kogels
Frans Kok
Frans Weisglas
Henk Beereboom
Gastschrijver
Plein
Vertel het verder!
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden:
e-mail to a friend
Plein

Omdopen


Altijd gedacht dat de Mauritskade vernoemd was naar prins Maurits, de stadhouder. Geen fraai heerschap (hij liet van Oldenbarnevelt executeren) maar wel een kundig militair.
Maar in de file had ik onlangs tijd het bord eens goed te lezen. Blijkt het om prins Maurits te gaan, de zoon van Willem III (de Gorilla) en prinses Sophie. Het knaapje stierf in 1850 op 6-jarige leeftijd, mede als gevolg van onenigheid tussen zijn ouders over de beste behandelwijze.
Een van de belangrijkste toegangswegen van Den Haag vernoemd naar een wicht van 6, van wie niemand ooit gehoord heeft. Iets teveel eer lijkt mij. Dus, als er binnenkort een belangrijke Nederlander, desnoods een Hagenees, sterft: omdopen die kade.

Frans Kok

Energievoorziening in eigen hand houden is nationaal belang Afdrukken E-mail
Paul van Velthoven   
zondag 01 maart 2009

Er is terecht veel verzet tegen de verkoop door de provinciale en gemeenteljke aandeelhouders van de energiemaatschappijen Nuon en Essent. Bij een peiling door het programma Standpunt op de publieke radio eerder dit jaar bleek dat tachtig procent van de luisteraars tegen deze geplande verkoop is. De mensen voelen aan hun water dat deze nutsbedrijven een strategisch belang vormen en dus in Nederlandse handen moeten blijven. Over energievoorziening zijn in het recente verleden oorlogen gevoerd en het valt zeker niet uit te sluiten dat dit ook in de toekomst zal gebeuren.

 

Het is dus niet voldoende dat Nederland eigenaar blijft van het tafelzilver van de binnenlandse infrastructuur dat door de zogeheten splitsingswet inzake de energiebedrijven werd veilig gesteld. De scepsis bij het publiek is mede begrijpelijk omdat gebleken is dat schaalvergroting de kosten van energie niet zichtbaar heeft verlaagd. Wel gaan de managers er sindsdien met astronomische bedragen vandoor.

Voor een eerlijke concurrentie in binnenlands verband konden wij nog wel zelf de regels vaststellen en degenen die ze overtraden beboeten omdat de overtreders niet aan de rechtsmacht van de beboetende instantie kunnen ontkomen. Maar nu deze bedrijven in handen dreigen te vallen van grote buitenlandse energiereuzen gaat dat niet langer op.
De voorstanders van de verkoop van de nutsbedrijven geloven niettemin onverkort in de marktwerking omdat ze menen dat fatsoenlijke regels en randvoorwaarden voor deze marktwerking ook in internationaal verband handhaafbaar zullen zijn. Dit nu is een grote misvatting. Dat veronderstelt namelijk dat er een internationale rechtsgemeenschap bestaat waarvan ieder lid zich aan dezelfde regels houdt en dat deze over een opperste instantie beschikt die sancties kan opleggen. Weliswaar is er een internationale rechtsgemeenschap in opbouw waaraan een groot aandeel landen zich zegt te willen onderwerpen; soms is deze reeds redelijk ver gevorderd, zoals in de Europese Unie. Maar ook dan blijkt dat het politieke belang van staten soms beslissingen dicteert die tegen de regels voor eerlijke concurrentie ingaan. Zo zal de Franse president Sarkozy ongetwijfeld een manier weten te vinden om de Franse auto-industrie te bevoordelen ook al gaat dat in tegen de concurrentieregels voor de interne Europese markt.

Nu kan men wijzen op het bestaan van een Europees Hof, maar de rechtskracht en de sanctiemogendheden van dit hof zijn beperkt. Er blijven slinkse wegen genoeg over voor lidstaten om zich aan bepaalde regels te kunnen onttrekken. De rechtsmacht van het Europese Hof reikt in feite slechts in zoverre daarover bij de lidstaten communis opinio over bestaat. En dan betreft het meestal beleidsterreinen die in rangorde van ondergeschikt belang zijn zoals de toekenning van Europese subsidies. Maar over zaken die er werkelijk toe doen bestaat zelden eensgezindheid. Zij blijven het domein van de politiek van de nationale staat. Elke grote staat voert op het gebied van de energiepolitiek zijn eigen politiek.
Het is ook niet verwonderlijk dat de grote spelers op dit terrein vrijwel allemaal in de grote landen zitten. Deze landen hebben hun energiebedrijven de laatste decennia alleen maar verder hebben opgetuigd, bewust als ze zich zijn van het enorme belang om de energievoorziening in eigen hand te houden.

Daar tegenover maakt het Nederlandse legalisme een ronduit infantiele indruk. Veel Nederlandse politici hanteren bij beslissingen binnenlandse normen en denken dat de buitenwereld net zo denkt en handelt als wij. Maar die buitenwereld lijkt nog steeds eerder op een jungle dan op een rechtsgemeenschap à la Nederland. Dat dit in de naaste tekomst zal veranderen is erg onwaarschijnlijk. Het zou betekenen dat alle staten zich aan een opperste rechtsinstantie zouden willen onderwerpen en daar ziet het bepaald niet naar uit. Natuurlijk hebben kleine en dus betrekkelijk weerloze staten als Nederland veel te verwachten van het internationale recht wanneer ze geen andere beschermingswal tegen andere mogendheden kunnen oprichten. Maar als deze noodzaak niet bestaat, waarom zou het nationale belang er mee gediend zijn deze strategische goederen uit handen te geven? Niemand kan ons wijs maken dat Nederland op zich niet groot genoeg is om een eigen energieconcern te vormen dat internationaal zijn mannetje staat. En over het interne reilen en zeilen van zo’n nationale energiemacht beslissen we dan zelf conform regels die we zelf hebben opgesteld en kunnen afdwingen.


www.paulvanvelthoven

Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken

 
< Vorige   Volgende >