Menu
Home
Theo Monkhorst
Han Mulder
Hans Muiderman
Dick Toet
Paul van Velthoven
Marjolijn Uitzinger
Frans Wijnands
Han Kogels
Frans Kok
Frans Weisglas
Henk Beereboom
Gastschrijver
Plein
Vertel het verder!
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden:
e-mail to a friend
Plein

Omdopen


Altijd gedacht dat de Mauritskade vernoemd was naar prins Maurits, de stadhouder. Geen fraai heerschap (hij liet van Oldenbarnevelt executeren) maar wel een kundig militair.
Maar in de file had ik onlangs tijd het bord eens goed te lezen. Blijkt het om prins Maurits te gaan, de zoon van Willem III (de Gorilla) en prinses Sophie. Het knaapje stierf in 1850 op 6-jarige leeftijd, mede als gevolg van onenigheid tussen zijn ouders over de beste behandelwijze.
Een van de belangrijkste toegangswegen van Den Haag vernoemd naar een wicht van 6, van wie niemand ooit gehoord heeft. Iets teveel eer lijkt mij. Dus, als er binnenkort een belangrijke Nederlander, desnoods een Hagenees, sterft: omdopen die kade.

Frans Kok

Lobbyen laat zich moeilijk in regels vangen Afdrukken E-mail
Gastschrijver   
woensdag 22 april 2009

Frans Kok
Op de eerste dag in zijn nieuwe ambt tekende Barack Obama een presidentiële order waarbij het lobbyisten verboden werd gedurende twee jaar een post in de regering te aanvaarden op het terrein waarop zij eerder als lobbyist actief waren geweest. Hij loste daarmee een verkiezingsbelofte in om het lobbywezen in Washington hard aan te pakken.
In Den Haag hebben we geen regels wat betreft lobbyen, zelfs geen register. En dat is maar goed ook, want in de praktijk blijkt het onuitvoerbaar.

 

Er bestaat in de Tweede Kamer alleen een informele gedragscode, bijvoorbeeld. niet ongevraagd binnenvallen bij een kamerlid of rondneuzen in zijn werkkamer, maar veel verder gaat het niet.
Hoe lastig het is in de praktijk, ervaart Obama nu. Zijn gedoodverfde Hoofd Mensenrechten, Tom Malinowski, moest de post aan zich voorbij laten gaan, omdat hij geregistreerd stond als lobbyist. Weliswaar voor nobele zaken als slachtoffers van genocide en antimartelpraktijken, maar de regel is nu eenmaal onverbiddelijk. Het Witte Huis wil en kan geen onderscheid maken tussen commerciële lobbyisten en pleitbezorgers van de publieke zaak.
Er is nu een debat gaande of deze regel niet te streng is. Maar Rahm Emanuel, Obama’s stafchef en David Axelrod, zijn voornaamste adviseur, houden het been stijf. Het zou neerkomen op een waarde oordeel tussen commerciële lobbyisten en anderen.
Hoe is de situatie in Den Haag?

Liepen er tien jaar geleden pakweg 25 echte lobbyisten rond op het Binnenhof, nu moet je al gauw denken aan iets van 200 public affairs officers en consultants. En elke dag komt er wel eentje bij. Iedere zich respecterende branche organisatie of belangenclub heeft er wel een, al dan niet parttime. Om maar te zwijgen van provincies en gemeenten. En dan zijn er nog de meer idealistische organisaties, zoals de milieubeweging, Amnesty International en ga zo maar door.
Is daar een onderscheid aan te brengen? En is het gerechtvaardigd daaraan dan meer privileges te koppelen? Mij lijkt van niet.
Goed, de lobbyist van de sigarettenindustrie dient een commercieel belang. Evenals die van Philips (bij mijn weten trouwens de oudste lobbypost in Den Haag). En de Stichting Natuur & Milieu is toch louter altruïstisch bezig. Of niet? En de provincies en gemeenten? Die dienen toch de publieke zaak. Maar daar begint het al. Dient een gemeente geen commercieel of financieel belang als zij een lobby start voor een industrie terrein of een extra subsidie?
Dit voorbeeld geeft aan hoe moeilijk het is.
Regels zijn middel, geen doel.En als je direct zou moeten beginnen met uitzonderingen te maken, kun je beter ervan afzien. Dan maar iedereen gelijk behandelen en alleen echte excessen aanpakken.

 
< Vorige   Volgende >