Menu
Home
Theo Monkhorst
Han Mulder
Dick Toet
Paul van Velthoven
Marjolijn Uitzinger
Hetty van Rooij
Frans Wijnands
Marc De Koninck
Han Kogels
Frans kok
Gastschrijver
Henk Beereboom
Plein
Vertel het verder!
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden:
e-mail to a friend
Plein
Voorbeeld

Koningin Elizabeth kleedt zich sober, gaat in eigen land met vakantie, het liefst per trein en heeft haar Rolls Royces voorzien van een schone LPG-installatie.
Zou Beatrix dat bedoelen met haar Kerstboodschap ‘een beter milieu begint bij jezelf’?
Ook aan de tv-toespraak van haar hoogbejaarde vakgenote kan Beatrix een voorbeeld nemen. Een zakelijk verhaal, to the point, afgewisseld met leuke beelden over de activiteiten van haarzelf en haar familie gedurende het afgelopen jaar.
Het verschil met het hoogdravende gemoraliseer waarop wij elk jaar worden getrakteerd, was ditmaal wel erg opvallend.

Frans Kok
Gedoogbeleid contra graffiti Afdrukken E-mail
Han Mulder   
maandag 27 april 2009
Graffiti is hard op weg om tot de erkende kunsten te gaan behoren. Bestaan er nog ‘hogere’ en ‘lagere’ kunsten, is de trend. Wel nee, joh, onzin. Het is allemaal om het even. Ziehier mijn tussenbalans: je hebt breakdance en je hebt klassiek ballet. Bij allebei gaan de beentjes van de vloer. Je hebt Ali B. en je hebt Gerrit Kouwenaar, rappen en dichten, alle twee literatuur.
Graffiti gold lang als maar niks. Als de ultieme vervuiling van het straatbeeld in de grote stad. In het holst van de nacht trokken de kansarme spuiters erop uit om muren en deuren een grote beurt te geven met hun sjablonen zwanger van vlezige letters en stripfiguren. Parallel eraan ontstond een heel nieuwe bedrijfstak: mensen die de boel weer schoon moesten spuiten. Prima business waarschijnlijk, maar met veel frustratie als bonus want je kon wel aan de gang blijven. De gemeente betaalde intussen de rekening. Ik ben kunstminnaar, dus ik ergerde me niet aan al die scheppingsdrift per spuitbus. Maar een deel van de goegemeente deed dat wel.

Dus wat deed de gemeente uiteindelijk? Ze besloot graffiti ‘bespreekbaar’ te maken . Dan moet je altijd oppassen, want de volgende stap is vaak dat iets ‘aanvaardbaar’ wordt. Zo is dat inderdaad met graffiti gebeurd. In Delft gaan ze als het aan b. en w. ligt zes locaties inrichten waar legaal mag worden gespoten. Gedacht wordt ondermeer aan een sinistere rijwieltunnel in een afgelegen wijk. Tot nu toe gold in die omgeving waarschijnlijk slechts wildplassen als creatief proces.

Ook in Den Haag is graffiti heel snel reçu aan het worden. In de wijk Segbroek is de buitenkant van menig transformatorhuisje onlangs veranderd in een jungle met behulp van de hele kleurenwaaier voor synthetische spuitverf . Op Scheveningen legde een olijke wethouder Kool half april de laatste hand aan een spuitimpressie met vissersfolklore op het voormalige Norfolkterrein.

Van mij zul je er geen kwaad van horen.

Het is duidelijk, wat een gemeente beweegt. “If you can’t beat them, join them”. Wanneer de mannen zo graag blijven wildplassen, plaatst een visionaire bestuurder een gemeentelijke pisbak op het Plein en hoopt dat de heren het standbeeld van Willem van Oranje verder niet besproeien, zeker niet op Koninginnedag. Als met Oud en Nieuw de kerstbomen in de stad ongebreideld in de brand gaan, richt een visionaire bestuurder een officiële verbranding in op het strand onder auspiciën van oom agent. Druipt de graffiti alom van ramen en kozijnen, dan maakt hij van een handvol elektriciteitshuisjes een picturale afwerkplek van onbegrepen kunstenaars met hoge creatieve nood.

In het geniep denken die visionaire bestuurder en al degenen die over ons zijn gesteld uiteraard ons daarmee gunstig te stemmen. Met als bijvangst voor de wethouder met zijn spuitbus en al die andere notabelen: kijk eens, hoe gewoon we zijn gebleven. Dat willen ze maar zeggen en waarom zou Hind trouwens niet in de Matheus mogen zingen of Frans Bauer? En waarom zou een kunstwerk in het museum moeten hangen en waarom zouden we het niet aan de straatstenen kwijt mogen?

Helaas is het iets te naïef om te denken dat dergelijk soort gedoogbeleid gaat werken. Ik heb als lastige puber in Laakkwartier lang geleden elke jaarwisseling met overgave de oude autobanden, verkregen van een naburige licht beschonken garagehouder zeer clandestien helpen verbranden. Uiteraard midden op de tramrails, Goeverneurlaan, hoek Van Zeggelenlaan. Oom agent gold in die jaren nog als je beste kameraad maar zijn gezag bleek ontoereikend, terwijl het rubber een penetrante lucht verspreidde waartegen de eveneens aangesleepte afgedankte sparrenbomen niet op konden. Georganiseerd bomen verbranden? Het idee alleen al en wat dan met die autobanden? In die jaren stond ‘graffiti’ nog niet in het woordenboek. Spuitbussen waren schaars. Wij jongens verfden met witte kalk hoogstens een soort voetbaldoel op een geschikt muurtje en soms ook een cirkel met een middenlijn daardoor en een stevige punt in het midden en het resultaat deed dienst als een gestileerde verbeelding van het vrouwelijke geslachtsorgaan. Het bleef jaren zitten. Ik ben bij het voetballen tegen zo’n muur nog eens een gat in mijn hoofd gevallen. Het mocht niet en dat was fijn.

Geachte bestuurders van stad en dorp, ik gun u veel succes met uw afwerkplekken voor legale graffiti. Werken zal het niet. Wat niet mag, dat is pas vet.

Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
 
< Vorige   Volgende >