Menu
Home
Theo Monkhorst
Han Mulder
Hans Muiderman
Dick Toet
Paul van Velthoven
Marjolijn Uitzinger
Frans Wijnands
Han Kogels
Frans Kok
Frans Weisglas
Henk Beereboom
Gastschrijver
Plein
Vertel het verder!
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden:
e-mail to a friend
Plein

Omdopen


Altijd gedacht dat de Mauritskade vernoemd was naar prins Maurits, de stadhouder. Geen fraai heerschap (hij liet van Oldenbarnevelt executeren) maar wel een kundig militair.
Maar in de file had ik onlangs tijd het bord eens goed te lezen. Blijkt het om prins Maurits te gaan, de zoon van Willem III (de Gorilla) en prinses Sophie. Het knaapje stierf in 1850 op 6-jarige leeftijd, mede als gevolg van onenigheid tussen zijn ouders over de beste behandelwijze.
Een van de belangrijkste toegangswegen van Den Haag vernoemd naar een wicht van 6, van wie niemand ooit gehoord heeft. Iets teveel eer lijkt mij. Dus, als er binnenkort een belangrijke Nederlander, desnoods een Hagenees, sterft: omdopen die kade.

Frans Kok

Chinese leiders in paniek door opstand Oeigoeren Afdrukken E-mail
Theo Monkhorst   
maandag 13 juli 2009
De opstand van de Islamitische Oeigoeren in de provincie Xinjiang is voor de Chinese leiders een nachtmerrie. Sociale onrust zien zij als de grootste bedreiging voor de eenheid van het land en als dat ook nog wordt gecombineerd met etnische tegenstellingen is de dreiging nog groter. Dus zijn zij in paniek en reageren met klassieke middelen: onderdrukking door politie en leger. In die zin lijkt het beleid op dat van de Chinese leiders ten tijde van de studenten demonstraties op het Tiananmen plein in 1989 , ook daar werd uiteindelijk het leger ingezet in plaats van het compromis gezocht. Van de gang van zaken toen wordt gedetailleerd verslag gedaan in het boek Staatsgevangene No 1, waarin de aantekeningen zijn opgenomen van de toenmalige premier en lid van het Politbureau Zhao Ziyang. Die afweek van de harde lijn en 16 jaar huisarrest kreeg. Dit boek geeft inzicht in hoe aan de top van de Chinese regering werd en wordt gewerkt.

Na de voor de China desastreuze culturele revolutie van Mao in 1967 werd langzaam een politiek van modernisering ingezet. Vooral op economische gebied. Deng Xiaoping zou de belangrijkste motor voor de modernisering van China worden en Zhao Ziyang leek zijn gedoodverfde opvolger. De autarkische staatseconomie, gebaseerd op een centrale economische sturing en collectieve landbouwproductie, werd geleidelijk vervangen door de Open Deur politiek, waarbij im- en export mogelijk werd en door het toelaten van de markteconomie en privatisering van de productie, zowel in de landbouw als de industrie. Zhao Ziyang was daarbij een toonaangevend leider, maar hij wilde verder gaan en pleitte voor bestrijding van de corruptie en democratisering van de politiek. Hij heeft het niet mogen afmaken want toen hij in gesprek ging met de opstandige studenten was dit zelfs voor Deng te veel en overwonnen de conservatieve krachten.
In de 16 jaar die hij vervolgens onder huisarrest stond legde hij zijn gedachten en herinneringen vast op tapes die via vrienden naar buiten China werden gesmokkeld en na zijn dood in 2005 werden verzameld en gereed gemaakt voor publicatie. Het boek dat daaruit ontstond is een unieke documentaire over het denken en doen in de hoogste gremia van politiek en economisch China. In 1997 overleed Deng Xiaoping en er is weinig reden om te geloven dat het politieke systeem sindsdien is gemoderniseerd. De droom van Zhao: individuele keuzevrijheid van burgers in de politiek, een systeem gebaseerd op wetten (en onafhankelijke rechters) en niet op personen en een transparante overheid, is niet gerealiseerd. En daar ligt nu precies het probleem waarmee de huidige leiders worstelen: de economie is grotendeels geliberaliseerd en heeft het land grote welvaart gebracht. Die welvaart heeft de behoefte aan individuele vrijheid vergroot, de roep om meer democratie neemt onderhuids toe. Anders geformuleerd: terwijl de economie is gedecentraliseerd en zelfs geïndividualiseerd, blijft het bestuur gecentraliseerd en in handen van een groepje machthebbers in de oude instituten: de Communistische Partij, het Politbureau, diverse belangrijke commissies, regionale leiders en het Volkscongres, dat overigens slechts als applausmachine functioneert. Als er iets duidelijk wordt uit Zhao’s boek is het de macht van de oligarchie. Daarin lijkt ook nu weinig veranderd.

De economische wereldcrisis heeft de Chinese leiders gedwongen hun economische uitgangspunten bij te stellen. Reeds onder Zhao was de handel met het buitenland opgewaardeerd en met groot succes, zodat we China nu kennen als een van de machtigste economieën ter wereld. Maar door het inzakken van de wereldeconomie, en met name de Amerikaanse, hebben de Chinese leiders zich gerealiseerd dat de binnenlandse consumptie is verwaarloosd, terwijl de groei daar wel eens meer potentie zou kunnen hebben dan in het buitenland. En bovenal, door de vermindering van de groei doet zich het gevaar van werkloosheid voor waardoor sociale onrust kan ontstaan die moeilijk centraal kan worden bestuurd. De onrust onder de Oeigoeren is in een fabriek in Zuid-China begonnen, waar de Han Chinezen zich afzetten tegen hun Oiegoerse collega’s.

Volgens de uitgangspunten van de huidige Chinese leiders zijn er dus twee mogelijkheden om sociale onrust te beheersen: bevorderen van de economische groei en de welvaart, waarmee als het ware de democratische wensen worden afgekocht, en het gebruik van geweld om opstanden te onderdrukken. De gedachten van Zhao, die met de studentenleiders wilde praten om tot een compromis te komen en tegelijkertijd modernisering van het politieke systeem verder te ontwikkelen, zijn nog nimmer gerealiseerd. De harde taal van bijvoorbeeld de leider van de Communistische Partij in Xinjian, die ongetwijfeld van uit Beijing wordt aangestuurd – president Hu Jintao heeft niet voor niets voortijdig de G8 vergadering in Italië verlaten – spreekt boekdelen.

De vraag is of de Chinese leiders instaat zijn om Zhao’s ideeën uit te voeren om op die manier het land bij elkaar te houden. Het zal ook hen duidelijk moeten worden dat het gebruik van geweld om de orde te herstellen uiteindelijk faalt. Zeker ook omdat het China’s positie in de wereld verzwakt, iets waar de Chinese leiders gevoelig voor zijn.
Professor Roderick MacFarquhar van Harvard, die het boek van Zhao van een inleiding heeft voorzien, ziet het somber in. Citaat: ‘Er was een ramp nodig als de Culturele Revolutie om China uit het stalinistische economische model te schudden. China heeft geen nieuwe Culturele Revolutie nodig, maar zou op haar grondvesten moeten schudden voordat haar leiders gaan nadenken over de laatste boodschap van Zhao Ziyangs testament’.
Het lijkt mij dat de opstand van de Oeigoeren en Tibetanen daarvoor onvoldoende zijn. Maar wellicht zet het sommige leiders aan het denken. Wat daarvan de gevolgen zullen zijn zullen we moeten afwachten: de Chinese politiek is nog verre van transparant.


Staatsgevangene No 1, Het geheime dagboek van premier Zhao Ziyang. Uitgeverij Balans, ISBN 978 94 600 3219 6.
 
< Vorige   Volgende >