| Menu | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
| Vertel het verder! |
|---|
|
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden: e-mail to a friend |
| Plein |
|---|
|
Omdopen
|
| De moord op Ian Halimi: een Franse Van Gogh affaire |
|
|
| Paul van Velthoven | |
| woensdag 15 juli 2009 | |
|
Parijs – Vele honderden mensen protesteerden deze/ afgelopen week in Parijs voor het ministerie van Justitie om een openbaar proces te eisen tegen een bende jongeren die ruim drie jaar geleden een joodse jongeman van 23 jaar, Ian Halimi, hebben ontvoerd en hem naderhand op beestachtige wijze hebben afgemaakt. Een zaak die nu de Franse tegenhanger lijkt te gaan worden van het proces tegen de moordenaar van Theo van Gogh. Tijdens de rechtszaak, die vanwege twee minderjarige leden van de bende zonder pers en publiek plaats vond, had de leider ervan , de 28-jarige uit Ivoorkust afkomstige moslim Youssou Fofana, namelijk verklaard dat hij Ilan Halimi had vermoord om zich in naam van Allah te wreken over het lot van Palestijnen en Afrikanen. Fofana werd begin deze maand in het proces achter gesloten deuren tot levenslang veroordeeld, terwijl de twintig andere betrokken verdachten straffen kregen opgelegd tussen de achttien en drie jaar cel. Maar nu er openlijk sprake is van antisemitisme wilden vertegenwoordigers van joodse organisaties en ook de familie van Halimi heropening van het proces om volledig zicht te kunnen krijgen op het racistische karakter van de moord. Bovendien vinden ze dat de handlangers van Fofana te laag zijn gestraft. Onder druk van de publieke opinie is de Franse minister van Justitie, Michèle Alliot-Marie, daarop overstag gegaan en de zaak zal nu binnenkort worden heropend. Een beslissing, zo zeggen de tegenstanders van het ministeriële besluit, die vraagt om grote behoedzaamheid omdat politieke beïnvloeding van de rechtspraak op de loer ligt. Maar gezien de grote aandacht voor de zaak, waarover nu al vier boeken zijn verschenen waarin het racisme van de daders wordt aangeklaagd, zag de minister geen andere uitweg. Toen in februari 2006 de moord op Halimi bekend werd, leidde die al tot grote publieke verontwaardiging en een massale demonstratie tegen antisemitisme. President Chirac verzekerde toen dat alles gedaan zou worden om licht in de zaak te krijgen en daar heeft het volgens de demonstranten nu juist aan ontbroken. Ian Halimi was verkoper in een zaak voor mobiele telefoons aan de Boulevard Voltaire in Parijs. Een zeventienjarige jonge vrouw was op 20 januari van dat jaar ’s middags bij hem binnen gestapt en had hem een voorstel gedaan. Ze had hem vervolgens in haar auto meegenomen naar Bagneux, een stadje in de Parijse banlieue, waar hij vervolgens werd gekneveld en 33 dagen lang op bevel van Fofana op alle mogelijke manieren werd gemarteld. Halimi was een lukraak slachtoffer. De vrouw die hem ontvoerde had van Fofana de opdracht gekregen een jood te vinden ongeacht wie, ‘omdat deze geld hebben en elkaar steunen’. Fofana had met verleidingstrucs al vele malen geprobeerd een jood te ontvoeren. Met de als uiterst vriendelijk omschreven Ilan Halimi lukte het eindelijk. Om hem vrij te krijgen eiste Fofana van Halimi’s familie een som van 450.000 euro. Die was bereid honderdduizend euro als losprijs te betalen, maar de onderhandelingen liepen vast en de politie was bang dat bij al te grote publiciteit het slachtoffer het leven zou laten. De politie verspreidde een reconstructiefoto van de vrouw die Halimi had verleid en wist in Bagneux ’de bende van de barbaren’,zoals de Franse pers de groep is gaan noemen, op het spoor te komen, maar zonder er in te slagen Fofana en zijn naaste handlangers te grijpen. Na drieëndertig dagen lang hem vruchteloos onderhandelen waarin Halimi beurtelings werd vastgehouden in een flat en in een kelder van een appartementencomplex in Bagneux ,werd hij langs een spoorlijn gedumpt nadat hij door Fofana met messteken was bewerkt en met benzine was overgoten en in brand gestoken. Daar werd hij nog levend door een automobiliste aangetroffen, waarna hij later in een ziekenhuis overleed. Fofana wist te ontkomen naar Ivoorkust, waar hij echter met hulp van zijn familie werd opgespoord en naar Frankrijk werd uitgeleverd. Aanvankelijk ontkende hij dat er racisme in het spel was en dat hij zelf de moord op zijn geweten had. Hij was er daarentegen trots op hoe de groep ontvoerders en de jonge vrouw die Halimi had ontvoerd in zijn ban was geraakt en zijn bevelen had opgevolgd. Toen hij echter merkte dat hij pas goed de aandacht op zich gevestigd kreeg door aan zijn daad een racistisch motief te geven en zich als Derde wereld slachtoffer te presenteren, veranderde hij van strategie. Met uitroepen als Allah Akbar (God is groot) en verwensingen aan het adres van Israël en aan president Sarkozy die in dienst zouden staan van het joodse kapitaal wilde hij tijdens het proces zijn religieus-racistische motieven voor de moordaanslag duidelijk maken. De hoofdaanklager in het proces, Philippe Bilger, meent dat hooguit voor Fofana de verzwarende omstandigheid van antisemitisme geldt, maar niet voor de medeverdachten, en dat het proces daarom op correcte wijze volgens het Franse strafrecht is gevoerd.. De criminele carrière van Youssouf Fofana vertoont duidelijke overeenkomsten met die van de moordenaar op Theo van Gogh. Net zo min als Mohammed B. heeft Fofana de aansluiting met de westerse maatschappij kunnen maken. Hij werd in Parijs geboren, nadat zijn vader in 1973 naar Parijs was gekomen ‘voor een beter leven’, en zijn moeder hem zes jaar later volgde. De vrouw vertelde in het proces dat hij een vriendelijke rustige jongen was geweest. Terwijl zijn andere broers en zussen wel slaagden, mislukte zijn schoolcarrière. Hij kwam na een diefstal in de gevangenis terecht en toen begon zijn criminele carrière pas goed. De discussie in Frankrijk naar aanleiding van deze geruchtmakende moordzaak gaat echter niet over de mislukte integratie van figuren als Fofana, maar over het feit dat de Franse republiek het aan haar reputatie verplicht is elke discriminatie koste wat kost uit te bannen en deze op dienovereenkomstige wijze te bestraffen. |
| < Vorige | Volgende > |
|---|