Menu
Home
Theo Monkhorst
Han Mulder
Hans Muiderman
Dick Toet
Paul van Velthoven
Marjolijn Uitzinger
Frans Wijnands
Han Kogels
Frans Kok
Frans Weisglas
Henk Beereboom
Gastschrijver
Plein
Vertel het verder!
Klik hier en stuur deze website naar uw vrienden:
e-mail to a friend
Plein
Kerstboom

De dodenherdenking op 4 mei is geen juist moment om in lachen uit te barsten. Toch gebeurt me dat (vermengd met grote ergernis) als ik Willem Alexander zie in zijn uniform. Een soort wandelende kerstboom. En 2 jaar geleden een rennende kerstboom, toen hij zijn vrouw aan haar lot overliet in de paniek rond de damschreeuwer.
Waarom dost die man zich zo raar uit? Hij is toch geen beroepsmilitair? Bij zijn opa zat het in zijn Pruisische genen. En, eerlijk is eerlijk, hem stond het ganz nett. Bij Prins Pils staat het voor geen meter.
En ik denk dat Claus zich elke keer omdraait in zijn graf, om het niet te zien.

Frans Kok
Onrust in Rommeldam Afdrukken E-mail
Dick Toet   
dinsdag 07 maart 2006
‘De taak van een bestuurder is niet gemakkelijk’, sprak Heer Bommel tot zichzelf. ‘Men moet maatregelen nemen die de bevolking niet begrijpt. En zelf begrijpt men dikwijls ook niet wat men bedoelt. Het is heel moeilijk.’
Op een besloten symposium van burgemeesters, wethouders, politiecommissarissen en raadsleden moest kort geleden zelfs Ollie B. Bommel, Marten Toonders onvolprezen held-tegen-wil-en-dank, er aan te pas komen om elkaar moed in te praten: gemeentebestuurders hebben het moeilijk. Net als Bommel staan gemeentebestuurders er naar hun gevoel te vaak alleen voor. Tekortgedaan door het rijk en gewantrouwd door de burger, gaat menig burgemeester, wethouder en raadslid zijn eigen onbegrepen weg. Tot overmaat van ramp is er ook nog eens een bovengemiddelde kans - zo maakte ik op uit het rondje klagen-achter-gesloten-deuren - dat je ‘afgedroogd’ (burgemeester) of zelfs ‘afgeserveerd’ (raadslid) wordt.
Niet alleen in Delfzijl hebben burgemeesters te maken met lastige wethouders, die meer moeite dan vroeger hebben om zich de gemeenteraad van het lijf te houden die zich op zijn beurt weer voelt opgejaagd door ontevreden kiezers.
Ja, het is onrustig in Rommeldam.

Aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen maakt het plaatselijke bestuur een onzekere, zoekende en hier en daar zelfs aangeslagen indruk.
Dat wordt, curieus genoeg, nog eens versterkt door de campagne die het ministerie van binnenlandse zaken is begonnen om zo veel mogelijk mensen op 7 maart naar de stembus te krijgen: ‘U heeft het voor het zeggen’. Alsof je bij een kind een lepel levertraan naar binnen probeert te werken.
Hoewel een bestuurslaag dichtbij de burger, is de gemeente nooit echt populair geweest. Bij gemeentelijke verkiezingen laten burgers het steevast massaal afweten. En dat wordt elke vier jaar erger, lijkt het. Alleen voor Europa ligt het opkomstpercentage lager. Valt nog te verklaren als een protest tegen de ver-van-m’n-bed show in Brussel en Straatsburg, op het gemeentehuis kunnen ze zich met dat soort excuses niet troosten.

Dat de gemeentelijke politiek onder druk staat, valt niet zo zeer af te leiden uit al die incidenten rond burgemeesters, wethouders en raadsleden. Nee, het is vooral het sterk gestegen aantal lokale partijen en partijtjes dat er op duidt hoeveel er mis is met de manier waarop gemeenten worden bestuurd.
Er heeft zich voor de raadsverkiezingen een lange rij lokale lijsten aangemeld. Vier jaar geleden deden al veel plaatselijk-georganiseerde partijen mee, vaak met een hoog Leefbaarheid-gehalte die in het kielzog van Pim Fortuyn heel wat zeteltjes binnensleepten. Bij elkaar opgeteld werden al die lijsten de grootste partij, groter dan het CDA. De trend naar ‘lokalisering’ is niet afgezwakt. Integendeel: er is een stijging met meer dan een derde. Alleen al in Den Haag doen vijftien lokale partijtjes mee.
De conclusie ligt voor de hand: als zo veel nieuwkomers hun kans schoon zien, vertegenwoordigt de gevestigde politiek kennelijk bij lange na niet alle wensen, belangen en behoeften in een gemeente.

Die lokalisering is géén winst.
Niet zo zeer om redenen die het politieke establishment altijd tegen plaatselijke partijen pleegt aan te voeren: lokale lijsten missen bestuurskracht, schieten tekort in professionaliteit, vertegenwoordigen nogal eens een kliek, zijn geneigd tot populisme – en vatbaar voor onderbuikgevoelens.
Zeker, dat komt allemaal voor. Misschien wel extra vaak bij lokale partijtjes, maar niet uitsluitend daar. Ook het landelijke partijwezen lokaliseert in een hoog, bijna angstwekkend tempo met alle gevolgen van dien.
Sinds een jaar of wat zien grote, landelijke partijen als CDA, PvdA en VVD, soms node, hun greep op plaatselijke en regionale afdelingen verslappen, waardoor er hier en daar in het land personen naar de macht kunnen grijpen die de wenkbrauwen in ‘Den Haag’ doen fronsen en er programma’s worden verkondigd waar ze aan het Binnenhof met de ogen van knipperen.
Het is een ontwikkeling die illustreert dat het oude partijwezen, ideologisch leeggezogen, lokaal steeds minder te bieden heeft. Lokalisering van de politiek moet het gat vullen.
Inspelend op kennelijke behoefte van kiezers om plaatselijk maatwerk geleverd te krijgen, voltrekt zich een feitelijke versplintering van de politiek. Wat zouden het CDA in de Peel en het CDA op Walcheren gemeen hebben? En wat verbindt ze nog met de Amsterdamse, Haagse of Rotterdamse christen-democraten? Behalve Jan Peter, natuurlijk…

Maar die politieke lokalisering verliest z’n charme als het omslaat in ordinaire dorpspolitiek. Er zijn al te veel voorbeelden van gemeenten die slachtoffer geworden zijn van doorgeschoten plaatselijke stammenoorlogen. Waar lokale lijsten, vaak eenmansbedrijfjes, het in een gemeente voor het zeggen krijgen, kun je er gif op innemen dat het bestuur er de vier jaar volgend op de raadsverkiezingen onder lijdt.
Waar een algemeen politiek kader - een landelijke partijorganisatie, een ideologisch profiel, een bestuurlijke balans van checks & balances - wegvalt, krijgen persoonlijke, vaak al te persoonlijke karakters te veel ruimte. Dat heeft iets romantisch. Zoals heel lang geleden de dronken zwerver ‘Had-je-me-maar’ in de Amsterdamse gemeenteraad of iets minder lang geleden ‘boer’ Koekoek in de Tweede Kamer ook iets vertederends hadden.
Maar zodra nauwelijks georganiseerde onvrede, persoonlijke ambitie of bestuurlijke kortzichtigheid tot iets meer dan persoonlijk ongemak binnen een gemeente leidt, is dezelfde burger de eerste die klaagt. En al die klaagzangen zijn, vrees ik, de voorbode van een nog veel grotere afkeer van politiek en democratie. Houd je hart maar vast voor de raadsverkiezingen van 2010.

Geen wonder dat het onrustig in Rommeldam is. Geen wonder dat Heer Bommel zuchtend rondloopt. Geen wonder dat iedereen om een list roept. Geen wonder dat iedereen op zoek is naar Tom Poes.


Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken
 
< Vorige   Volgende >