De lange en de kleine

 

 

Een restruimte in een buitenwijk van Tallinn. Hiervandaan kan ik met de bus de hele wereld over, lijkt het. Sint Petersburg, Berlijn, Minsk, Warschau lees ik op de halteborden. Treinen bestaan hier niet. Naast mij op het bankje bij de halte zitten twee mannen met rode gezichten van de drank. Ze staan op, gaan zitten, staan weer op en lopen onrustig heen en weer. Ze gaan weer zitten. Een groep Chinezen rent over het plein.
Om in Riga te komen, zo’n vierhonderd kilometer zuidwaarts, betaal ik vier euro. Het is een luxe bus met airco. De co-chauffeur heeft een lijst met namen en paspoortnummers op zijn schoot en nog zo’n lijst en nog een. De goede lijst ligt steeds weer onderop. Voordat ik naar mijn plaats kan word ik tot aan mijn paspoortnummer gecheckt.


Bij twee mannen met rode gezichten gaat het fout. Het zijn Russen zo te horen. De identiteitskaart van de kleinste blijkt niet te kloppen. Er wordt gediscussieerd, net niet gescholden, maar de co-chauffeur is resoluut. Even later wordt er getelefoneerd en nog eens, de identiteitskaart van de Rus is langs een scanner gehaald en tegen het licht gehouden alsof er een watermerk in te lezen is. De kleine Rus mag toch nog mee.
Op het moment dat de bus gaat rijden rent de lange Rus naar voren en roept iets. De bus moet stoppen. Het moet beslist, gebaart hij. Door het raam kan ik zien dat een koffer van hem uit het bagageruim wordt gehaald. Hij haalt een plastic zak met inhoud uit de koffer en zet deze naast een vuilnisbak. Met een nog roder gezicht dan hij al had stapt hij weer in. Even denk ik aan een thriller met in de hoofdrol een aan de drank verslaafde KGB-agent maar een prachtig plot verwaait in mijn gedachten. Ik schrijf slechts reisnotities.
Een paar uur later zit ik op een terras in Riga. Op de stoep staan drie oude mannen in gesprek. Tot mijn verrassing komen de twee Russen langs. Ze zien eruit als een morsige Mini en Maxi, de langste zeult zijn koffer met zich mee, de kleinste praat met driftige gebaren. Ze begroeten de drie mannen alsof ze hier een afspraak hebben.
De meest dikbuikige van de drie wijst naar een gebouw even verderop en draait zich om zijn as. De groep zet zich in beweging, Mini en Maxi in het midden, de dikbuikige voorop. Terwijl hij loopt houdt hij zijn ellebogen wat naar buiten; door zijn enorme buik lijkt zijn borst te kort. Als ze mij passeren zie ik een medaille op zijn colbert, een geel-blauw lintje met een penning eronder. De man ziet er beslist niet uit als een militair, wellicht is hij vrijwilliger in een ontwenningskliniek en is hij bedankt voor jarenlange inzet.
Daar gaan ze, in de richting van de ondergaande zon. In mijn gedachten hoor ik de filmmuziek van Nino Rota.

 

 

Deel dit berichtShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone
Hans Muiderman

Hans Muiderman

Hans Muiderman werkte lange tijd op het raakvlak van kunst en onderwijs. Hij was tot 2004 directeur van het Koorenhuis in Den Haag. Als auteur en redacteur was het betrokken bij vele publicaties op het gebied van kunstonderwijs. Nu is hij schrijver, dichter en columnist. In 2013 verscheen zijn debuutroman Souvenir Utopia en onlangs zijn verhalenbundel Ik ben hier geboren.
Hans Muiderman

Latest posts by Hans Muiderman (see all)

Over Hans Muiderman

Hans Muiderman werkte lange tijd op het raakvlak van kunst en onderwijs. Hij was tot 2004 directeur van het Koorenhuis in Den Haag. Als auteur en redacteur was het betrokken bij vele publicaties op het gebied van kunstonderwijs. Nu is hij schrijver, dichter en columnist. In 2013 verscheen zijn debuutroman Souvenir Utopia en onlangs zijn verhalenbundel Ik ben hier geboren.