De politieke moord in Rusland, een eeuwenoud verschijnsel

 

Volgens de Franse Ruslandkenner Héléne Carrère d’Encausse onderscheidt  Rusland zich van alle andere landen ter wereld doordat zijn geschiedenis vrijwel continu wordt beheerst door de politieke moord. De standaardverklaring  voor de instabiliteit van Rusland waarvan de politieke moorden het symptoom zijn, wordt zichtbaar in de ruim duizendjarige geschiedenis van het land. Dat kent  geen natuurlijke grenzen. Intern moest het afrekenen met tegenstanders die zich op diverse plaatsen ophielden en het centrum van de macht bedreigden.  Naar buiten toe kon het land alleen  door verovering en door overweldiging van naburige volken die Rusland bedreigden zich overeind houden.

Alexandrei Navalny is het laatste voorbeeld van een tegenstander die door de machtskliek in Moskou als een bedreiging van het regime wordt opgevat en daarom uitgeschakeld moet worden. De zesde politiek geïnspireerde politieke moord in successie in de afgelopen vijf jaar op tegenstanders van president Poetin kwam uitgebreid in de openbaarheid. Met de nieuwe digitale media blijkt de kans op verhulling van deze praktijk steeds kleiner te worden. Na aanvankelijke aarzelingen is officieel bekend gemaakt dat alsnog een onderzoek wordt ingesteld. Toch blijft de herneming van dit middel opmerkelijk in het nu al twintig jarige bewind van Vladimir Poetin dat zich naar buiten toe als een democratie wil legitimeren.

Het laat zien dat de dode hand van de geschiedenis waarin die moorden staande praktijk waren nog altijd doorwerkt. Om die praktijk te verdedigen liet Poetin zich ooit ontvallen dat ‘verraders’ gestraft dienden te worden, of ze zich nu in Rusland of daarbuiten bevinden. Men moet daarbij onwillekeurig denken aan spionnen als Aleksandr Litvinenko en Sergej Skripal die een goed heenkomen in Engeland hadden gezocht. Poetin handelde daardoor niet anders dan vele van zijn voorgangers, tsaren of bolsjewistische revolutionairen die zich van buitenaf bedreigd voelden.  Zo bracht tsaar Peter de Grote ooit zijn eigen zoon ter dood, toen deze niet in aanmerking wilde komen voor diens opvolging.  Daarbij ligt het voor de hand  dat de huidige Russische president die als medewerker van de KGB in zijn jonge jaren in Oost-Duitsland was gestationeerd, uitgebreide kennis zal hebben  over de wijze waarop het communistische regime  destijds politieke tegenstanders uitschakelde.

Bolsjewieken

Hadden de tsaren veelal bepaalde individuen op het oog die een bedreiging voor hen vormden, de politieke moord groeide na de bolsjewistische revolutie van 1917 onder leiding van Lenin uit tot een massamoord die alle moorden die onder de tsaren op hun tegenstanders werden gepleegd in de schaduw stelt. Het uitoefenen van terreur werd door Lenin onmisbaar geacht om de revolutie te doen slagen. De schrijver Solsjenitsyn vergeleek de doodstraffen die de Tsjeka (de geheime dienst die Lenin kort na de revolutie instelde om zijn bewind te handhaven) oplegde met de terechtstellingen die onder de tsaren tussen 1826 en 1906 plaats vonden. De Tsjeka fusilleerde tijdens de Russische burgeroorlog die tussen 1918 en 1921 woedde, ruim 8000 personen,  onder de tsaren waren dat er in die periode van tachtig jaar ‘slechts’ zo’n 3400. Stalin maakte het nog vele malen erger en veroorzaakte een kaalslag onder de revolutionairen van het eerste uur op een schaal die ongekend is in de geschiedenis.  Stalin erkende in de jaren dertig dat hij in de zestiende-eeuws tsaar Ivan IV, bijgenaamd de Verschrikkelijke, die talloze al dan niet vermeende tegenstanders over de kling joeg, een voorbeeld zag.  Stalins bekendste tegenstander was Trotsky, de man die op succesvolle wijze het Rode Leger opzette en zo de contrarevolutionaire Witten wist te verslaan. In 1940 werd Trotsky die helemaal naar Mexico was uitgeweken door een Spaanse communist vermoord.

Amnestie

Volgens Carrère d’Encausse werd de politieke moord in de Sovjet-Unie na de dood van Stalin in 1953 niet langer in praktijk gebracht.  Zijn naaste medewerkers die bij diens dood  aan zijn achtervolgingswaanzin waren ontkomen, deden een poging om het extreme geweld te keren en de wet weer een plaats te geven in het openbare leven. Vele duizenden kregen amnestie en konden uit de kampen terugkeren. Khroetsjov was de man die vanaf 1956 de leiding kreeg van de vierschaar die na Stalin aantrad. Toen Khroetsjov in 1964 bij de andere topfiguren in ongenade was gevallen en als partijleider werd afgezet en door Leonid Brezjnev werd opgevolgd, kon hij gewoon met pensioen gaan. Het lange regime van Brezjnev was er een van stagnatie, maar politieke tegenstanders werden niet langer vermoord.

Carrère d’Encausse meent daarom dat die periode te vergelijken is met de laatste helft van de negentiende eeuw, toen in Rusland eindelijk hervormingen doorgevoerd werden die elders in Europa al hun beslag hadden gekregen. Ook aan de vooravond van de val van de Sovjet-Unie in 1991, toen Gorbatsjov de Sovjet-Unie op vreedzame wijze wilde hervormen, was de politieke moord  opvallend afwezig. Carrère d’Encausse  meende dat de politieke mores in haar vaderland waren veranderd en dat daarom de politieke moord als oplossing van conflicten in haar vaderland had afgedaan. Eindelijk was er tussen de staat en de maatschappij in Rusland een vorm van consensus ontstaan  waarin men het kon stellen zonder moorden, zo meende zij. In plaats daarvan werden volgens haar symbolische moorden zonder bloedvergieten gepleegd om het verleden te bezweren. Zoals die op Stalin door diens terreur aan het licht te brengen of die op Brezjnev doordat deze verantwoordelijk werd gehouden voor de decennia lange stagnatie in de Sovjet-Unie in de jaren zestig en zeventig.

Maar onder Poetin is het vermoorden van tegenstanders, of ze nu in de politiek of in het zakenleven zitten, opnieuw gebruikelijk geworden. Wat niettemin nieuw is, is het bestaan van een oppositie die georganiseerd is in aparte partijen. Grote invloed hebben de partijen weliswaar niet, maar zo iets kende Rusland in zijn geschiedenis nooit. Desalniettemin blijft  oppositie voeren in Rusland een levensgevaarlijk spel zoals de moordpoging op Alexandrei Navalny opnieuw bewijst.

 

 

 

 

Paul van Velthoven

Over Paul van Velthoven

Paul van Velthoven is freelance journalist en schrijft vooral over politieke en religieuze onderwerpen. Hij was chef van de opiniepagina van de Haagsche Courant en daarvoor onder meer redacteur geestelijk leven bij dagblad Het Binnenhof. Hij publiceerde een studie over de Franse denker Raymond Aron. Onlangs verscheen van hem ‘Franstaligen tegen Vlamingen – Hoe België als natie mislukte’.