De strijd om de zwever  

 

De tijd dat verkiezingscampagnes beperkt bleven tot pamfletten plakken, bijeenkomsten in troosteloze zaaltjes en flyeren op een winderig plein ligt ver achter ons. Verkiezingscampagnes zijn een ware media-soap geworden. Lijsttoppers twitteren het eelt op hun duimen, ze babbelen de oren van je kop in de talkshows en vertonen hun door communicatieadviseurs opgepoetste kunstjes tijdens tv-debatten. Ze houden hun zichtbaarheid nauwlettend bij. De top-10 lijsttrekkers hebben sinds januari samen meer dan 33 miljoen kijkuren gescoord. En ze volgen de kijkcijfers van hun optredens op de voet.

Tijdens het RTL4-debat van vorige week zondag hadden acht lijsttrekkers (zonder Wilders die boos had afgehaakt) het zwaar te verduren toen bleek dat ze slechts 1,6 miljoen kijkers aan zich hadden weten te binden. Een pover resultaat vergeleken met Yvon Jaspers die met haar vijf boeren en hun vijftien geselecteerde potentiële echtgenotes 4 miljoen kijkers trok, en met de reislustige Floortje Dessing die 2,5 miljoen kijkers wist te boeien met haar bezoek aan een Australische familie op het idyllische eilandje Nomuka van zeven vierkante kilometer in de Stille Oceaan. En ik kan mij de teleurstelling van Rutte en Wilders voorstellen als ze lezen dat hun “battle of the giants” (gisteren tijdens etenstijd) door slechts 1 miljoen kijkers werd bekeken.

 

Maar het meest hijgerig worden onze lijsttrekkers bij het volgen van de heilige peilingen. 
Iedereen weet dat die de uitslag van de verkiezingen niet voorspellen. Maar de vijf grote peilers zelf (EenVandaag, I&O Research, TNS NIPO, IPSOS en Maurice de Hond) noemen hun peilingen “een geschenk aan de samenleving”. Dus we mogen elke dag het cadeautje uitpakken en kijken of de nieuwste peiling ons blij, boos of ongerust maakt. Die peilingen zijn ook voer voor zwevers.
En zweven doen we, reken maar! Een paar maanden geleden zweefde nog 75 procent van het electoraat. Kort voor aanvang van het Rutte-Wilders-debat van gisteren meldde de peiler van EenVandaag dat 40 procent nog steeds zweeft. Maar ja, ook de schattingen van het aantal zwevers lopen uiteen van peiler tot peiler. Bovendien vallen in de categorie zwevers niet alleen de hoogzwevers die nog totaal geen idee hebben of en op wie ze zullen gaan stemmen, maar ook de laagzwevers die twijfelen tussen twee partijen.

Hoe dan ook, we blijken langer te zweven dan vroeger. In 1971, bij de eerste verkiezing van de Tweede Kamer die werd gehouden nadat de stemplicht was opgeheven, wist bijna 80 procent van de kiezers al een paar maanden voor de verkiezingsdatum welk hokje ze rood zouden maken. Een paar dagen voor de stembusgang zweefde toen nog maar 10 procent. Sinds die tijd is het aantal zwevers langzaam maar zeker toegenomen.

Dat is niet te verklaren door het aantal partijen dat meedoet, want ook in 1971 kon men kiezen uit ongeveer 28 partijen, net als nu. Maar wat is dan de verklaring voor dat zweven? Is de keuze moeilijker geworden? Laten we onze stemming, voorafgaand aan het stemmen, meer beïnvloeden door angst voor de boze buitenwereld, incidenten, nep-nieuws, alternatieve feiten, tv-spotjes en geschreeuw op Facebook en Twitter? Is het vertrouwen in “het politieke establishment” gedaald? Zal de groep thuisblijvers en proteststemmers toenemen omdat zij geloven in opruiende kreten als “nep-parlement”, “allemaal leugens” en “één pot nat”?

 

Vanavond (dinsdag 14 maart) worden we van half negen tot tien uur onthaald op het NOS-slotdebat. Daarvoor zijn de veertien grootste partijen uit de peilingen uitgenodigd. De laatste slag in de strijd om de zwevende kiezer. Pas als donderdagochtend in onze verregaand gedigitaliseerde maatschappij alle stemmen handmatig zijn geteld, kennen we de uitkomst. Dan zien we de juichende, de huilende en de verontwaardigde spelers van het bloedserieuze verkiezingsspel op onze smart phones, tablets en tv’s. En dan begint het zoeken naar een regeringscoalitie die het vertrouwen heeft van de door ons gekozen volksvertegenwoordiging. Zo hoort het in een parlementaire democratie.
Dus stem, niet met je onderbuik maar met je verstand – en met dat potlood aan een draadje.

 

Deel dit berichtShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone

Han Kogels

Han Kogels (1946) is prof. em. van de Erasmus Universiteit Rotterdam en secretaris-generaal van de International Fiscal Association. Daarvoor was hij fiscalist in het internationale bedrijfsleven en hoogleraar Europees Belastingrecht

Latest posts by Han Kogels (see all)

Over Han Kogels

Han Kogels (1946) is prof. em. van de Erasmus Universiteit Rotterdam en secretaris-generaal van de International Fiscal Association. Daarvoor was hij fiscalist in het internationale bedrijfsleven en hoogleraar Europees Belastingrecht