DOLF TOUSSAINT: GEVOELIG BREIN ACHTER DE CAMERA  

 

Altijd op de plaats politiek delict

  

Met een welhaast sardonisch lachje zwaait fotograaf Dolf Toussaint de voordeur open van zijn eenpersoons woninkje aan de Amsterdamse Vinkenstraat, randje Jordaan. Hij wijst meteen op de zeven volwassen vuilniszakken die in het gangetje staan. Volgestouwd met duizenden negatieven, foto’s van het politieke leven. “Hier heb je ze”, zegt hij. “Iïk heb ze allemaal weer gezien en je doet er verder maar mee wat je wilt.” Het klinkt als een vrouw die haar kuisheid definitief aan de kant zet. We gaan naar binnen en de rituelen zijn als vanouds: potten thee drinken, de politieke issues van de week doornemen, de kwade elementen in de kapitalistische samenleving, de onmacht van links of progressief . We bewonderen de bloemen die achter het huis in donkere schaduw toch bloeien en de tolerantie die je nodig hebt als je op een stille zondagmiddag moet luisteren naar een achterbuur die nu al een paar jaar probeert de eerste noten uit de trompet te blazen.

Dolf zou vroeger minder tolerant zijn, maar ook hij werd een dagje ouder en gelatener. Althans op dit gebied, het terrein van de politieke en sociale fotografie. Daar blijft hij streng in zijn eigen leer. Wat niet goed is is humbug. Met enige tevredenheid haalt hij dan weer enkele mappen met afdrukken tevoorschijn om er met een zekere tederheid naar te kijken. Mooi gelukt. Onder dit soort omstandigheden is een deel van zijn negatieven -bijna letterlijk- bij elkaar geveegd.

Eigenlijk ben ik een beetje trots; jarenlang heb ik aan zijn kop gezeurd om zijn werk te rubriceren, toegankelijk te maken, om er meer mee te kunnen doen dan tot nu toe dreigde.
Om het hem makkelijker te maken, bracht de pakketdienst regelmatig dozen met negatiefbladen en papier naar zijn adres, maar ook nu nog zijn er vele nooit van geopend. Geen tijd, hij moest fotograferen, niet “bibliotikeren”…..

Eenmaal thuis met mijn vracht  realiseer ik me pas ten volle wat ik in handen heb gekregen. Daar moet iets van te maken zijn, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want nergens is een verwijzing of benaming te vinden. Nergens een ‘wie wat waar’ te vinden. Ik besluit dan maar voor het vaderland weg te beginnen. Misschien ontvouwt zich dan toch iets van een structuur. En ik heb een kleine zekerheid: het slaat allemaal op politiek en parlement. Als ik de eerste paar honderd bladen met negatieven als contactafdruk gereed heb, komt er inderdaad een beetje tekening. Voortploeterend alsof ik Dolf zelf was toen hij nog in zijn vrieskou-woning in de Jordaan woonde, rijpen ook de ideeën voor een boek, exposities etc. Als ik die contouren heb, durf ik het aan om collega’s en vrienden uit te nodigen voor een werkgroepje dat dit alles ter hand wil nemen. Dat lukt: we verzamelen regelmatig en maken via een soort afval-methodiek een keuze van de beste of mooiste foto’s. Van oneindig terug tot 80, want dat wordt hij binnenkort. Dat is geen erg professioneeel criterium, maar zo is het goed.. De een schrijft, de ander laat zijn formidabel geheugen knarsen, de volgende duikt de ‘lobby’ in, want geld is er ook niet. Net echt dus, als je erbij aan Dolf denkt.

Uiteindelijk leidt dit alles tot een magnifieke tentoonstelling die gelijktijdig in de Tweede Kamer, Nieuwspoort en het atrium van het Haagse stadhuis wordt gehouden. De betrokken `autoriteiten` verlenen alle denkbare medewerking. Ze kennen Dolf Toussaint als kritisch en soms hinderlijk volger maar dat staat waardering niet in de weg. Ook Nieuwspoort hangt zijn foto’s uit.Tien jaar later maken moderne media het mogelijk om in het Perscentrum op alerte wijze aandacht te geven aan het belang van hun collega.

Principes en ruzie

Dolf heeft andere dan deze glorieuze tijden gekend. Tijden van diepe schaarste, om niet te zeggen armoede. Hij geneerde zich niet toe te geven dat hij soms `om den brode` foto´s verkocht en ideële criteria noodgedwongen naar de achtergrond verdwenen. Want die criteria hanteerde hij wel degelijk.

Talrijk zijn de situaties op Het Vrije Volk, de Volkskrant of Vrij Nederland geweest dat de foto van

Dolf een tikkie te breed of te hoog was voor de opmaakredacteur. Bijsnijden van zijn foto’s was voor hem uit den boze. Beter geen glaasje wijn dan slechte, beter geen sigaartje dan een poederstok. Dan maar ruzie. Hij was principieel zonder Prinzienreiter te zijn.

Dolf leerde ik kennen in de Tweede Kamer,  waar ik fractiemedewerker-schuine-streep – persoonlijk medewerker van Den Uyl was. Dat had zo z’n voordelen maar had ook als neveneffect dat je als opvangbak fungeerde als Dolf het weer eens beter wist en dat niet kwijt kon bij Joop zelf.

Fotografisch gezien was Dolf z’n manier van opereren kenmerkend voor hem persoonlijk/en verrassend voor anderen.. Dan weer sloop hij tussen de vergaderbankjes door naar het ‘groene gordijn’, dan weer stond hij bij de koffiekamer om even later op de perstribune zijn schot te wagen. En ondertussen praten, kijken, bewegen. Een huidige TomTom, als die nog bestaat, zou horendol van hem worden. Een manier van werken die destijds uniek was en waar iedereen aan moest wennen: een foto die je dichterbij bracht in plaats van een ruimtevuller te zijn.

Politiek was Dolf klinkklaar adept van Joop den Uyl, die op zijn beurt veel achting had voor Dolf als hij weer een nieuw idee in petto had, al was het wat schemerachtig. Want urenlang discussiëren, drammen, klieren en  provoceren, hij was er ook een meester in, die Dolf.

Opdrachten

Persoonlijk leerde ik als amateur-fotograaf  tal van nuttige kneepjes. Vooral als je met hem optrok.

Dat deed zich bij voorbeeld  voor bij het Europees Jaar voor het Milieu. Eén van de projecten behelsde een fotografische impressie van vragen en oplossingen. ‘Brussel’ vond zijn bestaande werk voldoende om hem de opdracht te geven. En voor mij was er goede reden hem te begeleiden

en te zien hoe hij buiten de Kamer werkte in gebieden die uit milieu-oogpunt bedreigd werden. Of het nu een bos was of de mergelafgravingen, danwel illegale stort of de bruinkoolmijnen net over de grens met Duitsland. Er op af, met een achterbak vol apparatuur, want zo’n onderwerp is teveel voor een simpele Leica.

Dolf dacht overigens dat een opdracht als deze zou berusten op een begroting van de kosten i.p.v. een bedrag waarvoor je het maar moest zien te doen. Punt 1 van de door hem vervaardigde begroting luidde: “nieuwe auto, Hlf….(bedrag). Hij vond dat wel logisch want z’n oude kar had het begeven. Kind in de boosheid? Provocatie? Geintje? Hoe het zij, de foto’s werden gemaakt en geëxposeerd. Dat niemand weet waar ze gebleven zijn -ook niet de negatieven- pleit niet voor de fotograaf en zeker niet voor de opdrachtgevers. Maar wie weet duikt er alsnog een achtste plastic zak op…..

Garanties

Gelukkig zijn er ondertussen garanties dat het werk van Dolf in goede handen zal blijven. Het Amsterdams stadsarchief heeft ladingen vol van zijn foto’s en het Nationaal Archief herbergt nog meer om te bewaren en actief mee om te gaan.

Zijn nu bestaande publikaties zijn van grote indringendheid. Allereerst is daar het Jordaanboek, een soort Amsterdamse bijbel voor sociale fotografie. Persoonlijk ben ik nog een ietsje meer gecharmeerd van Zone Industrielle, een reportage over werkloosheid en leefomstandigheden in het Waalse staalgebied Luik-Namen. Dit boek werd gemaakt in opdracht van het Europees Parlement.

Door een opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zag ‘Locale democratie’ het licht en werd geëxposeerd in het Rijksmuseum. Publikaties over China en Afrika laten zien hoe hij boeiende en sprekende foto’s in geheel andere omgevingen wist te maken.

Participerende en duidende fotografie in plaats van een steriel plaatje bij een lap tekst. De foto moet voor zichzelf spreken en geen nadere toelichting nodig hebben. Aldus Dolf.

Dat kan alleen als je tenminste op tijd op de ‘plaats politiek delict’ bent. Om daar een voet tussen de deur naar de werkelijkheid van alledag te krijgen moet je scherp en gevoelig kunnen anticiperen. Dat kon Dolf als geen ander. Hij zou de laatste zijn dat te ontkennen.

(zie ook de website www.dolftoussaint.nl)

 

 

Deel dit berichtShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone
Henk Beereboom

Henk Beereboom

Henk Beereboom (1943) was vele jaren de rechterhand van fractievoorzitter en later premier Joop den Uyl. Daarna werkte hij voor de Europese Commisssie, deels lid van het Kabinet van Europees Commissaris Vredeling en tenslotte als hoofd van de vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Den Haag
Henk Beereboom

Over Henk Beereboom

Henk Beereboom (1943) was vele jaren de rechterhand van fractievoorzitter en later premier Joop den Uyl. Daarna werkte hij voor de Europese Commisssie, deels lid van het Kabinet van Europees Commissaris Vredeling en tenslotte als hoofd van de vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Den Haag