Geen belastinghervorming, wel een amuse zonder diner  

 

 

Op termijn 100.000 nieuwe banen scheppen met behulp van 15 miljard euro minder belasting op arbeid en een vereenvoudiging van de belastingheffing. Dat was de ambitieuze boodschap die staatssecretaris Eric Wiebes vorig jaar september verkondigde.

En jawel, op 10 juni meldde hij dat het kabinet een akkoord had bereikt. Dat kwam door een (vermoedelijke) meevaller in de begroting voor volgend jaar, want voor een belastinghervorming moet je een extraatje hebben. In Den Haag heet dat ‘smeerolie’ of ‘smeergeld’. Er moesten nog slechts ‘een paar technische details’ worden uitgewerkt, zei Wiebes.

Maar de euforie was van korte duur. Logisch, want al heeft deze regeringscoalitie in de Tweede Kamer een meerderheid, in de vers benoemde Eerste Kamer moet zij bij de oppositie een meerderheid bij elkaar zien te sprokkelen. Dus de plannen moesten eerst achter gesloten deuren – ‘in achterkamertjes’ zoals premier Rutte zei – worden  besproken. Niets nieuws, want dat hadden we bij de vorige belastinghervorming van 2001 ook al zien gebeuren. Maar anno 2015 slaat bloggend en twitterend Nederland gelijk op tilt bij het woord achterkamertjesoverleg. Het gekrakeel van oppositieleiders die niet wilden praten over geheime plannetjes vulde de media. En zo kwam op 19 juni dan eindelijk Wiebes’ brief aan de Kamer met een plan ‘op hoofdlijnen’. Een menu met een stuk of drie gangen.

 

Na een weinig interessant Kamerdebat trok de regeringscoalitie zich op 29 juni alsnog met vier oppositiepartijen terug in een achterkamertje van het Ministerie van Financiën. En daar bleek dat D66 het welletjes vond. Het plan van Wiebes biedt te weinig uitzicht op werkgelegenheid, vergroening en vereenvoudiging, meldde Pechtold aan de journalisten. En met alleen ChristenUnie, SGP en GroenLinks ontbreekt voldoende draagvlak, zoals dat in Den Haag heet.

 

Wiebes noemde het een verrassende ontwikkeling. Maar echt verrassend is het niet. Want voor dekking van een verdergaande verlaging van de belasting op arbeid is een verhoging van de btw noodzakelijk. Wederom niets nieuws: in 2001 verhoogde Willem Vermeend om dezelfde reden het normale btw-tarief van 17,5 naar 19%. Wiebes zocht de dekking in de afschaffing van het lage btw-tarief van 6%. De golf van protesten die hierop volgde, leidde ertoe dat hij in zijn Kamerbrief wat gas terugnam: alleen voedingsmiddelen (ook in de horeca) mochten het 6%-tarief behouden. Een vriendelijk gebaar, maar hij kon weten dat dit te weinig is om politiek draagvlak te creëren.  Schoenherstellers, kledingherstellers, kappers, fietsreparateurs, kunstenaars, circussen, musea, bioscopen, boekhandelaars, land- en tuinbouwers, leveranciers van farmaceutische producten invalidenwagentjes en kunstledematen, exploitanten van sportgelegenheden, schilders- en stukadoorsbedrijven schreeuwen intussen van de daken dat zij hun klanten geen 21% btw in rekening kunnen brengen zonder ten onder te gaan.

 

Ook een ander plannetje had op voorhand weinig kans van slagen: ruimte voor nog lagere belasting op arbeid creëren, door de gemeenten zo’n 4 miljard minder uit te keren uit het gemeentefonds en hen in ruil daarvoor toestaan een gemeentelijke ingezetenenbelasting in te voeren. Lady Thatcher poogde indertijd ook zo’n soort ‘poll tax’ in de UK in te voeren, maar moest dat bekopen met het einde van haar premierschap.

 

De woorden van Diederik Samson, na afloop van het achterkamertjesoverleg, waren duidelijk. Het enige dat overblijft van het menu is een ‘forse’ verlaging van de inkomstenbelasting, gefinancierd door die meevaller van 5 miljard euro. Hiervan wil het Kabinet zo’n 3,6 miljard gebruiken voor verlaging van de tarieven van de tweede en de derde tariefschijf van de inkomstenbelasting en het optrekken van de ondergrens van de 52%-schijf. De rest van de meevaller wordt gebruikt voor wat geschuif met heffingskortingen en een verlaging van werkgeverspremie om het aannemen van werknemers met een laag inkomen te stimuleren. Een en ander moet (op termijn) leiden tot 35.000 nieuwe banen en een koopkrachtstijging voor werkenden tussen 1,5 en 3%. De koopkracht van gepensioneerden zou ‘stabiel’ blijven. Het is nog onduidelijk wat er overblijft van twee andere Wiebesplannetjes: het terugbrengen van de dolgedraaide fiscale subsidies op milieuvriendelijk auto’s tot uitsluitend elektrische auto’s, en een wijziging van de vermogensbelasting in box 3 van de inkomstenbelasting zodat spaarders niet meer interen op hun spaarsaldo. Bij gebrek aan ‘smeergeld’ zal de opbrengst van de ene maatregel waarschijnlijk de kosten van de andere moeten dekken.

 

En zo blijft van het ambitieuze menu voor een belastinghervorming slechts een met smeergeld gefinancierde amuse over.

Maar niet getreurd: zo’n amuse doet het goed in de aanloop tot de verkiezingen van maart 2017, niet waar?

 

 

 

Over Han Kogels

Han Kogels (1946) is prof. em. van de Erasmus Universiteit Rotterdam en secretaris-generaal van de International Fiscal Association. Daarvoor was hij fiscalist in het internationale bedrijfsleven en hoogleraar Europees Belastingrecht